Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2006:AZ6698

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
22-12-2006
Datum publicatie
22-01-2007
Zaaknummer
AWB 06/3849
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:CRVB:2008:BD2781, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Proceskostenveroordeling natuurlijk persoon wegens misbruik van procesrecht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ‘s-HERTOGENBOSCH

Sector bestuursrecht

Zaaknummer: AWB 06/3849

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de rechtbank d.d. 22 december 2006.

inzake

[eiser],

te [woonplaats],

eiser,

en

de Korpsbeheerder van de Politieregio Brabant Zuid-Oost,

te Eindhoven,

verweerder,

gemachtigde mr. W.H. Janssen.

Bij schrijven van 20 augustus 2006 heeft eiser een vijftal beroepschriften ingediend, welke beroepschriften door de rechtbank zijn aangemerkt als één beroepschrift wegens het uitblijven van een beslissing op het bezwaarschrift van eiser van 4 januari 2000. Dit beroep is op 22 december 2006 behandeld ter zitting van de enkelvoudige kamer van de rechtbank.

Verschenen zijn:

- eiser in persoon;

- verweerder bij gemachtigde;

- namens verweerder is tevens verschenen mr. F.F.M.J. van den Einden.

Gezien de stukken en gehoord het verhandelde ter zitting komt de rechtbank tot de navolgende beslissing:

-verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

De rechtbank heeft daarbij het volgende overwogen:

Verweerder heeft met zijn beslissing op bezwaar van 18 oktober 2000 een besluit genomen op het bezwaarschrift van eiser van 4 januari 2000. Tegen deze beslissing van verweerder stond voor eiser de mogelijkheid open om binnen zes weken na verzending beroep in te stellen bij de rechtbank. Nu eiser geen beroepschrift heeft ingediend tegen de beslissing van 18 oktober 2000, is deze beslissing onherroepelijk geworden. Eiser heeft vele malen, na het onherroepelijk worden van de beslissing van 18 oktober 2000, bezwaar- en beroepschriften ingediend wegens het uitblijven van een beslissing op zijn bezwaarschrift van 4 januari 2000. De rechtbank heeft onder meer bij uitspraak van 8 januari 2002 beslist tot niet-ontvankelijkverklaring. De Centrale Raad van Beroep heeft deze uitspraak op 22 januari 2004 bevestigd. De rechtbank kan niet anders beslissen dan het beroep van eiser opnieuw niet-ontvankelijk te verklaren wegens het feit dat er reeds een beslissing is genomen op het bezwaarschrift van eiser op 18 oktober 2000. Aan eiser komt om die reden de beroepsmogelijkheid van de artikelen 6:2 en 6:12 van de Algemene wet bestuursrecht niet toe.

Nu eiser blijft volharden in het instellen van beroep met betrekking tot een kwestie waarover al meerdere malen door de rechtbank en inmiddels ook door de Centrale Raad van Beroep is beslist, is de rechtbank van oordeel dat er sprake is van misbruik van procesrecht door eiser. De rechtbank acht dan ook termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling ten laste van eiser. Deze kosten zijn met inachtneming van het Besluit proceskosten bestuursrecht en de daarbij behorende bijlage bepaald op in totaal € 644,00 voor kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand:

• 1 punt voor het indienen van een verweerschrift;

• 1 punt voor het verschijnen van verweerders gemachtigde ter zitting;

• waarde per punt € 322,00;

• wegingsfactor 1.

De rechtbank heeft er melding van gemaakt dat partijen tegen deze uitspraak binnen zes weken na de datum van verzending van het proces-verbaal van deze mondelinge uitspraak beroep kunnen instellen bij de Centrale Raad van Beroep te Utrecht.

Aldus gedaan en uitgesproken op 22 december 2006 door mr. B.A.J. Zijlstra als rechter in tegenwoordigheid van de griffier.

Waarvan is opgemaakt proces-verbaal.

Belanghebbende kunnen tegen deze uitspraak binnen zes weken na de datum van toezending hoger beroep instellen bij de Centrale Raad van Beroep, postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Afschrift verzonden: