Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2006:AZ4023

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
07-12-2006
Datum publicatie
08-12-2006
Zaaknummer
Awb 06 / 4405 t/m Awb 06 / 4413 en Awb 06 / 4415 t/m Awb 06 / 4421
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Huurders van te slopen woningen zijn wel aan te merken als belanghebbende in de zin van artikel 1:2 lid 1 van de Awb.

Sloopvergunning overigens terecht en op goede gronden afgegeven gelet op de limitatief opgesomde weigeringsgronden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 's-HERTOGENBOSCH

Sector bestuursrecht

Zaaknummer: AWB 06/4412; AWB 06/4405; AWB 06/4406; AWB 06/4407; AWB 06/4408; AWB 06/4409; AWB 06/4410; AWB 06/4411; AWB 06/4413; AWB 06/4415; AWB 06/4416; AWB 06/4417; AWB 06/4418; AWB 06/4419; AWB 06/4420; AWB 06/4421

Uitspraak van de voorzieningenrechter d.d. 7 december 2006[verzoekster]ekers]

te Eindhoven,

verzoekers,

tegen

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Eindhoven,

verweerder,

[gemachtigde]

Aan het geding heeft als partij deelgenomen [vergunninghoudster]

te Eindhoven,

[gemachtigde]

Procesverloop

Bij besluit van 6 september 2006 heeft verweerder op aanvraag van vergunningshoudste[naam]gunning te verlenen voor het slopen van 186 woningen ten behoeve van nieuwbouw, [adres]

Tegen dit besluit hebben verzoekers bij brief van 13 oktober 2006 bezwaar gemaakt.

Op 26 oktober 2006 hebben verzoekers de voorzieningenrechter verzocht ter zake een voorlopige voorziening te treffen.

Het verzoek is behandeld ter zitting van 23 november 2006, waar verzoekers [verzoekster] (AWB 06/4412), [verzoeker] (AWB 06/4407), [verzoeker] (AWB 06/4408), [verzoekster] (AWB 06/4419) en [verzoeker] (AWB 06/4420) zijn verschenen. Verzoekers [naam] (AWB 06/4406), [naam] (AWB 06/4410), [naam] (AWB 06/4411), [naam] (AWB 06/4413), [naam] (AWB 06/4415), [naam] (AWB 06/4417) en [naam] (AWB 06/4418) zijn niet verschenen.

Namens verzoekers was aanwezig [gemachtigde], medewerker van Welzijn Eindhoven. Verweerder is verschenen bij gemachtigde. Vergunninghoudster is verschenen bij gemachtigde. Voorts was namens vergunningshoudster [procesmanager], aanwezig.

Overwegingen

Ingevolge artikel 8:81, eerste lid, van de Awb, kan indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

Voorzover de toetsing aan het in artikel 8:81 van de Awb, neergelegde criterium met zich brengt dat een beoordeling van het geschil in de bodemprocedure wordt gegeven, heeft het oordeel van de voorzieningenrechter een voorlopig karakter en is dat niet bindend in die procedure.

De voorzieningenrechter stelt allereerst op grond van hetgeen ter zitting is behandeld en stukken die, zoals ter zitting in overleg met partijen is afgesproken, na de zitting door verweerder zijn overgelegd vast dat [verzoeker] (AWB 06/4405), [verzoeker] (AWB 06/4409), [verzoeker] (AWB 06/4416) en [verzoeker] (AWB 06/4421) hun bezwaar, dat zij op 13 oktober 2006 bij verweerder hebben gemaakt, inmiddels hebben ingetrokken. Derhalve wordt in hun geval niet voldaan aan het in artikel 8:81 neergelegde vereiste van het aanhangig zijn van een bodemprocedure. De verzoekers in de nummers AWB 06/4405, AWB 06/4409, AWB 06/4416 en AWB 06/4421 zullen dan ook niet-ontvankelijk worden verklaard in hun verzoek.

Voorts heeft verweerder aangevoerd dat de overige verzoekers niet-ontvankelijk dienen te worden verklaard in hun bezwaar en derhalve ook in hun verzoek tot voorlopige voorziening nu zij als huurders in een contractuele relatie met vergunningshoudster staan. Volgens verweerder hebben verzoekers om die reden geen rechtstreeks betrokken belang maar slechts een afgeleid belang.

De voorzieningenrechter stelt vast dat verzoekers inderdaad met vergunninghoudster een (al dan niet tijdelijke) huurovereenkomst hebben en derhalve als huurder de woningen, waarop de sloopvergunning betrekking heeft, bewonen. De voorzieningenrechter is echter van oordeel dat verzoekers niet om die reden geen bij het besluit rechtstreeks betrokken belang hebben. Immers, het belang van verzoekers als huurders is tegengesteld aan dat van de vergunninghouder als verhuurder tot wie het besluit zich richt. Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State is een derde met een belang tegengesteld aan dat van degene tot wie het besluit is gericht een belanghebbende, ook al ontleent hij zijn belang slechts aan een contractuele relatie. De overige verzoekers (in de nummers AWB 06/4406, AWB 06/4407, AWB 06/4408, AWB 06/4410, AWB 06/4411, AWB 06/4412, AWB 06/4413, AWB 06/4415, AWB 06/4417, AWB 06/4418, AWB 06/4419 en AWB 06/4420) zijn derhalve ontvankelijk in hun verzoek.

De voorzieningenrechter gaat uit van de navolgende feiten en omstandigheden.

Verweerder heeft een vergunning verleend voor de sloop van 186 woningen in [naam] te Eindhoven. In 2004 heeft de gemeenteraad van Eindhoven het 'masterplan [naam] vastgesteld dat onder meer voorziet in de sloop van 186 woningen en de renovatie van 86 woningen. In de plaats van de gesloopte woningen komen nieuwbouwwoningen. De sloop zal plaatsvinden in vier blokken. De sloop van het eerste blok had moeten beginnen op 1 november 2006. De sloop van het tweede blok is gepland vanaf 15 januari 2007. De sloop van het derde blok is gepland vanaf 15 maart 2007. De sloop van het vierde blok is gepland nadat de renovatie van de 86 woningen gereed is.

Volgens verzoekers dienen hun woningen nog niet gesloopt te worden, nu vergunninghouder nog geen concrete bouwplannen heeft en zij zo lang als mogelijk in hun woning willen blijven wonen. Bovendien biedt vergunninghouder in de meeste gevallen geen vervangende woonruimte noch een verhuiskostenvergoeding, zijn de regels van huurbescherming van toepassing en doen bewoners hun best de buurt leefbaar te houden.

Verweerder is van mening dat hij gehouden was de vergunning te verlenen nu een sloopvergunning alleen kan en moet worden geweigerd indien zich een van de in artikel 8.1.6 van de gemeentelijke bouwverordening genoemde weigeringsgronden zich voordoet, welke limitatief zijn. De door verzoekers ingebrachte belangen doen hieraan niets af.

Het wettelijk kader is als volgt.

Ingevolge artikel 8.1.1, eerste lid, van de Bouwverordening gemeente Eindhoven is het verboden bouwwerken, standplaatsen en woonwagens daaronder begrepen, te slopen zonder of in afwijking van een vergunning van burgemeester en wethouders (sloopvergunning).

Ingevolge artikel 8.1.6. van de Bouwverordening gemeente Eindhoven moet een sloopvergunning worden geweigerd indien:

a. de veiligheid tijdens het slopen onvoldoende is gewaarborgd en ook door het stellen van voorschriften niet op een voldoende peil kan worden gewaarborgd;

b. de bescherming van nabij gelegen bouwwerken in verband met het slopen onvoldoende is gewaarborgd en ook door het stellen van voorschriften niet op een voldoende peil kan worden gewaarborgd;

c. een vergunning ingevolge de Monumentenwet 1988 of een provinciale of een gemeentelijke monumentenverordening is vereist en deze niet is verleend;

d. een vergunning ingevolge de leefmilieuverordening op grond van de Wet op de stads- en dorpsvernieuwing is vereist en deze niet is verleend;

e. een aanlegvergunning op grond van het bestemmingsplan of op grond van een voorbereidingsbesluit is vereist en deze niet is verleend;

f. een onttrekkingsvergunning, samenvoegingsvergunning of splitsingsvergunning ingevolge de gemeentelijke Huisvestingsverordening is vereist en deze niet is verleend.

De voorzieningenrechter overweegt als volgt.

Aan de orde is de vraag of verweerder de vergunning voor de sloop van de 186 woningen in [naam] aan vergunningshoudster heeft kunnen verlenen.

De voorzieningenrechter is met verweerder van oordeel dat de in artikel 8.1.6. van de Bouwverordening genoemde weigeringsgronden limitatief zijn opgesomd. Hieruit volgt dat indien de in artikel 8.1.6. van de Bouwverordening limitatief opgesomde weigeringsgronden voor verlening van een sloopvergunning zich niet voordoen, er geen ruimte is voor een zelfstandige belangenafweging en het bestuursorgaan in beginsel gehouden is de gevraagde sloopvergunning te verlenen.

Uit de gedingstukken noch uit het verhandelde ter zitting is gebleken dat zich één van de verplichte weigeringsgronden als genoemd in artikel 8.1.6. van de Bouwverordening voordoet. Voorts is niet gebleken van enig ander wettelijk beletsel tot het verlenen van de sloopvergunning. Met de belangen zoals naar voren gebracht door verzoekers, kon verweerder bij het verlenen van de vergunning derhalve geen rekening houden.

Op grond van bovenstaande overwegingen heeft verweerder terecht en op goede gronden aan vergunninghouder de sloopvergunning verleend, zodat naar het oordeel van de voorzieningenrechter het primaire besluit in bezwaar in stand zal blijven. Het verzoek zal derhalve worden afgewezen.

De rechtbank ziet geen aanleiding een der partijen te veroordelen in de proceskosten dan wel verweerder op te dragen het griffierecht te vergoeden.

Beslist wordt als volgt.

Beslissing

De voorzieningenrechter,

- verklaart de verzoekers in de nummers AWB 06/4405, AWB 06/4409, AWB 06/4416 en AWB 06/4421 niet-ontvankelijk in hun verzoek;

- wijst de overige verzoeken tot het treffen van een voorlopige voorziening af.

Aldus gedaan door mr. P.H.C.M. Schoemaker als rechter in tegenwoordigheid van mr. M.C. Willemsen als griffier en in het openbaar uitgesproken op 7 december 2006.

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Afschrift verzonden: