Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2006:AY7324

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
17-07-2006
Datum publicatie
01-09-2006
Zaaknummer
KG ZA 06-383
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

EG Betekeningsverordening. Afwikkeling door 'ontvangende instantantie' in den vreemde die niet in overeenstemming is met tekst en strekking van de Verordering, staat niet aan verstekverlening in de weg.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 143475 / KG ZA 06-383

Vonnis in kort geding van 17 juli 2006

in de zaak van

[De vrouw],

wonende te [woonplaats],

eiseres,

procureur mr. C.F.L.A Boshouwers,

tegen

[De man],

wonende te [woonplaats], Guadeloupe (Frankrijk)

gedaagde,

niet verschenen.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding

- de mondelinge behandeling.

1.2. De rechter heeft terstond ter zitting vonnis gewezen.

2. De beoordeling van de verstekverlening

2.1.Gedaagde woont in Guadeloupe, zijnde een "Departement Outre Mer" gelegen in "Republique Francaise", en mitsdien in een lidstaat van de Europese Unie.

Blijkens exploit d.d. 16 juni 2006 heeft de toegevoegd-kandidaat-gerechtsdeurwaarder M.J.G.M.Janssen werkzaam ten kantore van M.J.M.Vorstenbosch, gerechtsdeurwaarder te 's-Hertogenbosch (Hofman en Vorstenbosch, gerechtsdeurwaarders) op die dag de inleidende dagvaarding op de wijze voorgeschreven in de "Verordening (EG) nr. 1348/2000 van de Raad van de Europese Unie van 29 mei 2000 (Pb L 160/37) inzake de betekening en kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken" (hierna: de Verordening) ter betekening toegezonden aan de "Chambre Nationale des Hussiers de Justice" (hierna: CNH) te Parijs (Frankrijk), zijnde de 'ontvangende instantie' als bedoeld in artikel 2 van de Verordening, die bevoegd is die dagvaarding aan de gedaagde uit te reiken.

De te betekenen dagvaarding ging vergezeld van de in artikel 4 lid 3 van de Verordening bedoelde aanvrage en van een vertaling.

2.2. Blijkens zich bij de stukken bevindende brief d.d. 30 juni 2006 van de CNH is de aanvrage door hen op 21 juni 2006 ontvangen en heeft CNH bij brief (lettre) van diezelfde datum betaling van 80 EUR verlangd alvorens aan het verzoek gevolg te geven.

Volgens verklaring van eiseresses procureur (die als zodanig op haar woord wordt geloofd) heeft de deurwaarder de brief met dat betalingsverzoek op 29 juni 2006 ontvangen en nog diezelfde dag de gevraagde betaling gedaan.

Vervolgens zond de CNH met de reeds genoemde brief d.d. 30 juni 2006 de stukken wegens uitblijven van de gevraagde betaling retour. Op 6 juli 2006 werden zij bij de Nederlandse deurwaarder terugontvangen, die ze weer per ommegaande post aan de CNH retourneerde met de mededeling dat betaling al op 29 juni was geschied en dat dus tot uitreiking dient te worden overgegaan. Het in artikel 10 van de Verordening bedoelde Certificaat is niet bij de stukken aanwezig.

2.3. Met betrekking tot deze gang van zaken overweegt de rechter:

2.2.1. Hoewel artikel 11 lid 2 van de Verordening bepaalt dat de aanvrager gehouden is de kosten van het optreden van de (aangezochte) deurwaarder te betalen, houdt de Verordening nergens de bevoegdheid van de ontvangende instantie in om vooruitbetaling van die kosten te verlangen en het uitvoeren van de betekening of kennisgeving afhankelijk te stellen van de ontvangst van die betaling.

Integendeel verzet de strekking van de Verordening, zoals blijkend uit de paragrafen 2, 6 en 8 van de considerans zich daartegen:

(2) het is voor de goede werking van de interne markt nodig de verzending tussen de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken, met het oog op betekening of kennisgeving ervan, te verbeteren en te versnellen.

(6) met het oog op de doelmatigheid en de snelheid van de gerechtelijke procedures in burgerlijke zaken is het nodig dat de verzending van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken tussen de door de lidstaten aangewezen plaatselijke instanties rechtstreeks en op snelle wijze geschiedt....

(8) de mogelijkheid de betekening of kennisgeving van stukken te weigeren, moet tot buitengewone gevallen worden beperkt, teneinde de doeltreffendheid van de verordening te waarborgen.

De handelwijze van de CNH is op dit punt in strijd met letter en geest van de Verordening.

2.2.2. Zelfs als zou moeten worden aangenomen dat de CNH bevoegd is om betekening afhankelijk te stellen van de vooruitbetaling van 80 EUR, dan nog legt artikel 6 lid 2 van de Verordening aan de CNH de verplichting op om daarvan langs de snelst mogelijke weg contact op te nemen met de verzendende instantie. Blijkens haar briefpapier beschikt de CNH over zowel een fax als over E-mail. Ook deurwaarderskantoor Hofman-Vorstenbosch beschikt over fax en E-mail. Door deze moderne communicatiemiddelen niet te gebruiken, maar op 21 juni 2006 een brief te zenden over de reden waarom de CNH niet onverwijld uitvoering wenste te geven aan de aanvraag, koos de CNH niet voor de snelste weg en handelde zij in strijd met artikel 6 lid 2 van de Verordening.

2.2.3. Tenslotte is ook het reeds na negen dagen terugzenden van de stukken blijkens paragraaf 8 van de considerans in strijd met de strekking van de Verordening.

2.3. De slotsom is dat eiseres hier te lande alles heeft gedaan om betekening overeenkomstig de Verordening te doen plaatsvinden, maar dat de CNH als zijnde de 'ontvangende instantie' heeft gehandeld in strijd met de letter en de strekking van de Verordening. Eiseres behoort, zeker in een kort geding en de in verband daarmede gestelde spoedeisende belangen, geen nadeel te ondervinden van de omstandigheid dat elders door aangewezen instanties waarover zij geen enkele zeggenschap heeft, niet overeenkomstig de Verordening is gehandeld. Indien gedaagde daarvan nadeel ondervindt, dan dient dat voor zijn rekening en risico te blijven; des nodig kan hij zich wenden tot de autoriteiten van het land waar hij zich bevindt en dat de Verordening niet correct uitvoert.

2.4. Op de grond dat de door eiseres ingeschakelde deurwaarder alles heeft gedaan om betekening volgens de Verordening te doen plaatsvinden, verleent de rechter verstek tegen de gedaagde.

3. De beoordeling van de vordering

3.1. De vorderingen komen de rechter nog ongegrond noch onbewezen voor. Daartoe wordt nog in het bijzonder overwogen:

3.1.1. Toen het huwelijk van partijen op [datum] een einde nam, hebben zij de gestelde, tussen hen mondeling overeengekomen boedelscheiding, niet ook zakenrechtelijk geformaliseerd. Wel hebben zij zich gedragen alsof dat wel was gebeurd: eiseres, de vrouw, heeft op 5 februari 2001 wegens overbedeling Hfl. 50.000 aan gedaagde, de man, betaald. Daarna heeft ieder van partijen behouden wat hij of zij onder zich hield, waaronder voor de vrouw de onroerende zaak te [woonplaats], zonder in de afgelopen ruim vijf enige aanspraak op verdere verdeling te verlangen. De man is naar Guadeloupe (Fr. Caribbean) gegaan en heeft niets meer van zich laten horen.

3.1.2. De vrouw wil ten behoeve van de door haar in de onroerende zaak te [woonplaats] gedreven winkel die zaak verbouwen en zij behoeft daarvoor een hypotheek. Daarbij is gebleken dat de boedelscheiding zakenrechtelijk nog niet geformaliseerd is. Dat geeft haar een voldoende spoedeisend belang bij haar vordering, die zakelijk weergegeven neerkomt op het ter uitvoering van de overeengekomen verdeling vaststellen van de akte van toedeling/levering en in de plaats stelling van het vonnis voor 's mans toestemming.

3.1.3. Uit de in het geding gebrachte correspondentie met en van de man komt een weinig duidelijk standpunt naar voren en het lijkt er op dat hij er vooral op uit is om de zaak te rekken en door het vergroten van zijn "nuisance value" enig financieel voordeel te behalen.

Wat daar verder ook van zij, de omstandigheden dat:

(a) de onroerende zaak van de zijde van de ouders van de vrouw aan haar is toegevallen;

(b) de vrouw daarin al gedurende een jaar of achttien eerst met haar vader, later met de man en de laatste vijf jaar alléén een onderneming drijft waarmee zij in haar levensonderhoud voorziet;

(c) de man naar Guadeloupe is vertrokken zonder zich verder om de onroerende zaak te bekreunen;

laten er geen enkele twijfel over bestaan dat een bodemrechter, ten gronde oordelend, die onroerende zaak aan de vrouw zal toedelen. Eventuele nog bestaande aanspraken van de man (boven de door hem reeds ontvangen Hfl. 50.000) kunnen zich dan oplossen in een (aanvullende) betaling wegens overbedeling.

3.2. De vorderingen, er toe strekkende om deze zakenrechtelijke toedeling reeds nu te bewerkstelligen, is dan gelet op het gebleken spoedeisend belang daarbij van de vrouw, ook bij de voor een dergelijke vorderingen geboden terughoudendheid, toewijsbaar.

3.3. Omdat partijen ex-echtelieden zijn zullen de kosten worden gecompenseerd.

4. De beslissing

De voorzieningenrechter

4.1. verleent verstek tegen de niet verschenen gedaagde,

4.2. veroordeelt gedaagde om binnen twee dagen na de betekening van dit vonnis zijn medewerking te verlenen aan de akte van toedeling en levering aan eiseres van het registergoed:

winkel-/woonhuis met grond en toebehoren te [woonplaats] aan de [adres], kadastraal bekend gemeente [kadastrale aanduiding] groot een are achtendertig centiare,

overeenkomstig het concept van die akte van verdeling en levering opgesteld door [naam en adres notariskantoor], die door eiseres als deel van de dagvaarding (productie 5) in het geding was gebracht;

4.3. bepaalt dat, indien gedaagde in gebreke blijft om tijdig aan de onder 4.2 uitgesproken veroordeling te voldoen, dit vonnis dezelfde kracht heeft als een in wettige vorm opgemaakte akte van gedaagde waarin hij verklaart zijn toestemming tot de in 4.2 bedoelde akte verwoorde verdeling, toedeling en levering te geven, met machtiging op een door de instrumenterende notaris aan te wijzen medewerker van diens kantoor om gedaagde bij het opmaken van die akte te vertegenwoordigen,

4.4. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

4.5. compenseert de kosten aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt,

4.6. wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.H.W. Rullmann en in het openbaar uitgesproken op 17 juli 2006.