Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2006:AY5179

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
27-07-2006
Datum publicatie
27-07-2006
Zaaknummer
145206 - KG ZA 06-461
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

"Krakers bij verstek veroordeeld om het pand van Lidl te Eindhoven te ontruimen."

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 145206 / KG ZA 06-461

Vonnis in kort geding van 27 juli 2006

in de zaak van

de rechtspersoon naar Duits recht

LIDL NEDERLAND GmbH,

gevestigd te Huizen,

eiseres,

procureur mr. P.C.M. van der Ven,

advocaat mr. ir. J.A.A. Diederen,

tegen

zij die zonder recht of titel verblijven in de onroerende zaak staande en gelegen te Eindhoven, Hofdijkstraat 1,

gedaagden,

niet verschenen.

Partijen zullen hierna Lidl en de krakers worden genoemd.

1. De procedure

1.1. De krakers zijn niet in persoon dan wel bij procureur ter zitting verschenen. De rechter heeft geen kennis genomen van het door hen ingediende verweerschrift. Tegen de krakers is verstek verleend.

1.2. Lidl heeft in kort geding gesteld en gevorderd zoals hierna verkort is weergegeven.

1.3. De advocaat van Lidl heeft de vordering ter terechtzitting toegelicht, mede aan de hand van de door hem overgelegde pleitnotities met producties. Vervolgens heeft Lidl vonnis gevraagd.

2. De beoordeling

2.1. De voorzieningenrechter acht het onverenigbaar met het spoedeisend belang dat Lidl bij de vordering heeft om inlichtingen als bedoeld in artikel 557a lid 2 Rv in te winnen.

2.2. De gevorderde machtiging om de ontruiming zo nodig zelf te doen uitvoeren met behulp van de sterke arm van justitie zal worden afgewezen, omdat zij ingevolge artikel 556 lid 1 en artikel 557 Rv overbodig is.

2.3. De gevorderde dwangsom zal worden beperkt als volgt. Aan de dwangsomsanctie zullen een maximum en een rechterlijke matigingsbevoegdheid van de hierna te vermelden inhoud worden verbonden. Gezien de aard van een dwangsom - zijnde een prikkel tot nakoming - gaat de rechter er vanuit dat Lidl met haar vordering inzake het hoofdelijk verbeuren van dwangsommen, heeft bedoeld dat iedere kraker die zich niet aan de ontruimingsveroordeling houdt, dwangsommen verbeurt.

2.4. Het gevorderde komt de voorzieningenrechter voor het overige niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal als volgt worden toegewezen.

2.5. De krakers zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld.

3. De beslissing

De voorzieningenrechter

3.1. veroordeelt de krakers om binnen zeven dagen na de betekening van dit vonnis met al het hunne en al de hunnen alle onroerende zaken staande en gelegen te Eindhoven aan de Hofdijkstraat 1 te ontruimen en ontruimd te houden,

3.2. bepaalt dat iedere kraker voor iedere dag of gedeelte daarvan dat deze in strijd handelt met het onder 3.1 bepaalde, aan Lidl een dwangsom verbeurt van EUR 500,-, tot een maximum van EUR 20.000,-,

3.3. bepaalt dat deze dwangsom vatbaar zal zijn voor matiging door de rechter, voorzover handhaving daarvan naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn, in aanmerking genomen de mate waarin aan het vonnis is voldaan, de ernst van de overtreding en de mate van verwijtbaarheid van de overtreding,

3.4. bepaalt dat deze veroordeling binnen de in art. 557a lid 3 Rv genoemde termijn van een jaar ook ten uitvoer zal kunnen worden gelegd tegen een ieder die zich ten tijde van de tenuitvoerlegging daar bevindt of daar binnentreedt en telkens wanneer dat zich voordoet,

3.5. veroordeelt de krakers in de proceskosten, aan de zijde van Lidl tot op heden begroot op:

- dagvaarding EUR 71,32

- vast recht 248,00

- salaris procureur 527,00

Totaal EUR 846,32,

3.6. veroordeelt de krakers in de kosten van de eventuele gerechtelijke ontruiming,

3.7. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

3.8. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.F.M. Strijbos en in het openbaar uitgesproken op 27 juli 2006.