Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2006:AY4587

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
04-07-2006
Datum publicatie
20-07-2006
Zaaknummer
143533 - KG ZA 06-385
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

uiteindelijk onvoldoende bewijs om onrechtmatige concurrentie door ex-werknemers voorshands aannemelijk te achten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

zaaknummer / rolnummer: 143533 / KG ZA 06-385

Vonnis in kort geding van 4 juli 2006

in de zaak van

De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid EUROPEAN COMMUNICATIONS CONSULTANCY TEAM B.V.,

gevestigd te [woonplaats],

eiseres,

procureur mr. L.V. Claassens,

tegen

1. De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid CODEC TELECOM B.V.,

gevestigd te Eindhoven,

2. [gedaagde sub 2],

wonende te [woonplaats],

3. [gedaagde sub 3] ,

wonende te [woonplaats],

gedaagden,

procureur mr. J.M.J.E. Jegerings.

Partijen zullen hierna meestal ECCT en Codec cs genoemd worden.

1. De procedure

1.1. De beslissing is gebaseerd op de dagvaarding en de tijdens de mondelinge behandeling aan beide zijden voorgedragen pleitnota's, overgelegde producties en gegeven antwoorden.

1.2. Na afloop van het debat is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. ECCT drijft een onderneming die zich bezig houdt met de ontwikkeling van hardware en software, met name op het gebied van telecommunicatie. Door haar zijn onder meer de volgende producten ontwikkeld:

- de Secufone, een telefoon voor "oudere mensen" om het zelfstandig wonen te bevorderen en de risico's van het alleen zijn en calamiteiten te verminderen;

- de Dect Baby Monitor,

- de Prédialler, een apparaatje bij een vaste telefoon dat een vooraf ingesteld inbelnummer automatisch kiest indien met die telefoon wordt gebeld;

Deze producten zullen gezamenlijk in het vervolg ook worden aangeduid met term de "SDP-producten".

2.2. [gedaagde sub 2] is op 1 september 2001 in dienst getreden bij ECCT op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd in de functie van engineering stafmedewerker. Hij heeft zich van het begin af bezig gehouden met de ontwikkeling van de Secufone.

[gedaagde sub 3] is op 1 september 2000 in dienst getreden bij ECCT op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd in de functie van technisch medewerker. Hij heeft zich van begin af aan bezig gehouden met de ontwikkeling van de prédialler.

2.3. Op 28 februari 2005 hebben [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] een ECCT medegedeeld dat zij per 1 april 2005 ontslag zouden nemen bij ECCT om een eigen bedrijf op te starten, welk bedrijf zich zou bezighouden met de ontwikkeling van draadloze verbindingen in benzinepompen en gokkasten. ECCT heeft zich bij de opzeggingen neergelegd.

2.4. Codec Telecom is een onderneming die is opgericht door Prins Holding BV en Dendo Holding BV, welke vennootschappen worden beheerst door [gedaagde sub 3] respectievelijk [gedaagde sub 2].

3. Het geschil

3.1. ECCT vordert na vermindering van eis - kort samengevat - :

I Codec cs te verbieden SDP-producten en/of daarop gelijkende producten te verhandelen en/of daarbij en/of de productie ervan betrokken te zijn;

II Codec cs hoofdelijk om alle bedrijfsinformatie inclusief alle daarvan gemaakte kopieën betreffende de opdracht voor productie van SDP-producten aan ECCT te restitueren en verbod om daarvan verder gebruik te maken;

III [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] hoofdelijk aan ECCT een lijst te geven met namen van bedrijven en personen die zij tijdens het dienstverband met ECCT tot aan 1 april 2005 hebben benaderd met betrekking tot c.q. hebben ingelicht over de plannen ten aanzien van het opstarten van Codec Telecom;

IV Codec cs hoofdelijk te veroordelen aan ECCT een lijst te geven met namen van bedrijven met wie zij overeenkomsten hebben gesloten voor ontwikkeling en verhandeling van SDP-producten en hen te verbieden om die overeenkomsten verder uit te voeren;

V Codec Telecom te gebieden een accountantsverklaring te verstrekken waarin staat

hoeveel producten met kennis van ECCT zijn ontwikkeld, althans waarop het auteursrecht van ECCT rust, bij Codec Telecom op voorraad zijn en hoeveel ontwikkelopdrachten door Codec Telecom zijn gerealiseerd;

VI Codec Telecom te veroordelen tot afdracht van de winsten die volgens de accountantsverklaring met de ontwikkelopdrachten van de SDP-producten zijn behaald;

VII Codec Telecom te veroordelen alle producten die met know how en kennis van ECCT zijn ontwikkeld, althans waarop het auteursrecht van ECCT rust, en al het promotiemateriaal van die producten te vernietigen;

VIII Codec Telecom te veroordelen een rectificatie op haar website te plaatsen, waarin zij aangeeft voor de ontwikkeling van de SDP-producten op onrechtmatige wijze gebruik te hebben gemaakt van bedrijfsgegevens van ECCT, met de onderstaande tekst:

"De Codec Directie is niet gerechtigd tot het gebruiken in de ruimste zin des woords van Telecom producten/ontwikkelingen waarvoor de rechten van intellectuele, industriële eigendom en know how in de ruimste zin des woords van ECCT zijn benut. Het betreft hier in het bijzonder, doch niet uitsluitend, de producten op het gebied van de Caller Select Box of Automatische prédiallers, Telefoons ten behoeve van- en het bevorderen van het zelfstandig wonen voor oudere of gehandicapte mensen en tevens op DECT gebaseerde Baby monitoren. Wij hebben dan ook onrechtmatig gehandeld ten opzichte van ECCT en hadden ons moeten onthouden van het vermarkten in de ruimste zin des woords van genoemde producten";

IX Codec cs te veroordelen tot betaling van een dwangsom van (telkens) EURO 1000,00 per dag voor alle veroordelingen indien daaraan niet binnen vijf dagen wordt voldaan;

X Codec cs te veroordelen in de kosten van de procedure.

3.2. ECCT baseert deze vorderingen op de reeds weergegeven vaststaande feiten alsmede op het volgende. ECCT stelt dat [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] en ook Codec Telecom onrechtmatig jegens haar handelen. Immers:

(i) [gedaagde sub 3] en [gedaagde sub 2] bieden - door middel van hun bedrijf Codec Telecom - onder andere producten aan die zij bij ECCT mede hebben ontwikkeld, dan wel producten die door derden bij ECCT zijn ontwikkeld. Zij hebben op een illegale wijze de beschikking gekregen over geheime bedrijfsgegevens van ECCT en maken daarvan gebruik om hun eigen onderneming te exploiteren.

(ii) Voorts bieden zij producten aan waarvoor de intellectuele eigendomsrechten bij ECCT berusten , te weten de SDP-producten.

(iii) Zij bieden die producten aan aan (voormalige) klanten van ECCT.

ECCT stelt door dit handelen aanzienlijke schade te lijden

3.3. Codec cs voeren verweer:

3.3.1. Primair betwisten zij het spoedeisend belang.

Ter toelichting stellen zij dat ECCT meer dan een jaar heeft gewacht met het instellen van deze vordering, terwijl zij het eerste verwijt aan [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] al op 21 maart 2005 heeft gemaakt.

Bovendien is het niet zo dat ECCT enorme schade lijdt door het handelen van Codec cs. Als ECCT financieel op het randje van omvallen staat, is dat niet te wijten aan Codec cs.

3.3.2. Subsidiair voeren Codec cs aan dat de zaak zich niet leent voor behandeling in kort geding. De vraag of er sprake is van gebruik van illegaal verkregen gegevens en/of er inbreuk is op IE-rechten doordat de producten erg op elkaar lijken is gelet op de technisch ingewikkelde aspecten ervan niet eenvoudig vast te stellen.

3.3.3. Meer subsidiair betwisten Codec cs dat er sprake is van enig onrechtmatig handelen.

(i) [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] zijn immers ontslagen uit de verplichtingen uit het concurrentiebeding;

(ii) [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] hebben op geen enkele wijze onrechtmatig informatie van ECCT in hun bezit gekregen; er is niet illegaal gedownload;

(iii) Codec cs werken niet voor klanten van ECCT en hebben geen financiële banden met een of meer van hen;

(iv) het is onjuist dat ECCT rechthebbende op enig intellectueel eigendomsrecht zou zijn.

3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. Ten aanzien van het primaire verweer is de rechter van oordeel dat het faalt. Het gaat immers om de beëindiging van een gepretendeerde onrechtmatige situatie, die nog steeds voortduurt. Van verwerking van enig recht door het tijdsverloop lijkt geen sprake, nu ECCT aanvoert de tijd te hebben gebruikt voor het bereiken van een oplossing in der minne en het verkrijgen van bewijsmateriaal om haar stellingen te onderbouwen.

4.2. Het subsidiaire verweer slaagt voorzover het betrekking heeft op de grondslagen die bestaan uit de aanname van enig IE-recht op de producten. Dat een zodanig recht, waaronder met name ook het auteursrecht, aan de zijde van ECCT bestaat enerzijds en dat de door Codec cs verhandelde producten anderzijds daarop een inbreuk maken anderzijds, is onvoldoende toegelicht om in dit kort geding voor aannemelijk te kunnen houden.

4.3. Met deze conclusie zijn evenwel nog niet alle grondslagen als ondeugdelijk gekwalificeerd, zodat de meer subsidiair voorgedragen verweren aan de orde komen.

4.4. Het verweer onder (i) kan buiten bespreking blijven, omdat de raadsman van ECCT ter terechtzitting heeft verklaard dat de vorderingen niet zijn gebaseerd op de eventuele schendingen van de contractuele non-concurrentiebedingen. Het gaat dus alleen om gedragingen die als een schending van het bepaalde in artikel 6:162 BW zijn te beschouwen.

4.5. Uitgangspunt bij de beoordeling is dan dat een ex-werknemer, zoals eenieder, vrij is om aan het economisch leven deel te nemen en daarom jegens zijn vroegere werkgever niet onrechtmatig handelt indien hij die ex-werkgever na afloop van het dienstverband beconcurreert, ongeacht of dit direct (met een eigen onderneming) of indirect (in dienst van een andere onderneming) gebeurt. Het ligt voor de hand dat de ex-werknemer daarbij gebruik maakt van de door hem tijdens zijn dienstverband verkregen kennis en vaardigheden; dat gebruik maakt die concurrentie nog niet onrechtmatig. Onder omstandigheden kan dat anders zijn en dat is onder meer het geval indien die ex-werknemer die concurrentie bedrijft met gebruikmaking van de bij zijn ex-werkgever opgedane specialistische kennis en/of goodwill met betrekking tot concrete producten en/of en markten. Het gevolg van die kennis en/of goodwill zal namelijk zijn dat de ex-werknemer een concurrentievoorsprong krijgt, die een gewone andere concurrent niet heeft en waartegen de ex-werkgever zich ook niet kan wapenen.

4.6. Volgens ECCT zijn die laatste omstandigheden hier aan de orde en zij heeft daartoe aangevoerd dat [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] gebruik hebben gemaakt van illegaal gedownloade informatie en daarmee dezelfde apparaten aanbieden als ECCT zelf doet. En dat aan de klanten van ECCT.

Zij heeft dat onderbouwd met de stelling

- dat het ondenkbaar is dat [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] dezelfde apparaten in zo korte tijd zelf zouden kunnen ontwikkelen, terwijl zij daaraan bij ECCT geruime tijd hebben besteed;

- er door twee medewerkers is geconstateerd dat [gedaagde sub 2] een opslagmedium aan zij pc heeft gehad en onder vreemde omstandigheden grote hoeveelheden informatie heeft gekopieerd naar dat medium;

- ECCT heeft vernomen dat er contacten zijn geweest met afnemers (Precisa, Dirc en Telecare/Hassinger).

4.7. Codec cs hebben hiertegen verweer gevoerd:

- Zij betwisten dat er illegaal informatie van ECCT is meegenomen; alle informatie is vernietigd of aan ECCT afgegeven;

- Codec biedt niets te koop aan; zij ontwikkelt slechts;

- Zij erkennen dat [gedaagde sub 2] zich op verzoek van Precisa nog even bezig heeft gehouden met de afwerking van de hardware (omdat ECCT dat niet meer kon) en dat zij plannen hebben gehad om een nieuwe generatie van de Secufone te ontwikkelen, maar voeren daarbij aan dat dat niet is doorgegaan omdat Precisa teleurgesteld was in de verkoop van de bestaande Secufone. Er zijn geen afspraken met Precisa. Naar aanleiding van een contact op de beurs heeft Hassinger zich dan ook gewend tot ECCT en niet tot Codec;

- Zij erkennen dat zij opdracht hebben gekregen van Dirc om een geheel nieuwe predialler te ontwerpen maar voeren aan dat de bestaande door ECCT ontwikkelde (en door Maxon in de Filippijnen geproduceerde) Predialler niet voldoet zodat Dirc ontevreden is over ECCT. Het te ontwikkelen product is geheel nieuwe en gebruikt geheel nieuwe software. Het product maakt ook gebruik van andere behuizingen en technieken, die meer standaardcomponenten gebruiken, en zijn daarom sneller te ontwikkelen;

- Hetzelfde geldt min of meer voor de babyfoon op basis van DECT-techniek. Vanwege de hoge instapkosten heeft Codec gebruik gemaakt van een DECT-module van een andere fabrikant dan Philips (zoals ECCT) terwijl er nog maar een eenvoudig demonstratiemodelletje gereed is. Om het een en ander productierijp te maken zijn nog minimaal twaalf maanden nodig.

4.8. De rechter vindt het op zich begrijpelijk dat ECCT wantrouwend jegens Codec cs staat en dat dat gerechtvaardigd is vanwege het feit dat er inderdaad onder vreemde omstandigheden een medium aan de PC van [gedaagde sub 2] gekoppeld is geweest en dat [gedaagde sub 2] op een vreemde tijd (zondag) zich in een gebouw van ECCT heeft opgehouden. Meer is overigens niet uit de overgelegde verklaringen van de getuigen ([K en B], die overigens kennelijk een door een ander op schrift gestelde verklaring hebben ondertekend) en de toegangsregistratie op te maken. Het is daarbij weliswaar aannemelijk dat er informatie door [gedaagde sub 2] is gedownload, maar de aard van de informatie is totaal onduidelijk gebleven en eveneens of daarvan in het vervolg door Codec cs op enigerlei wijze gebruik is gemaakt. Er is daarom onvoldoende grond om de conclusie te kunnen trekken dat Codec cs stelselmatig klanten van ECCT benaderen en/of gebruik maken van specialistische en/of geheime kennis van ECCT voor de ontwikkeling van haar eigen producten. Dat de functionaliteit van de betrokken apparaten hetzelfde is, zegt nog onvoldoende. Het is ook niet voor niets dat ECCT heeft aangekondigd een TNO-rapport te zullen laten opmaken om de gelijkenis tussen de apparaten te laten vaststellen. Dat rapport is kennelijk niet voorhanden. Het verbod met betrekking tot apparaten met dezelfde functionaliteit gaat daarom op basis van de thans voorhanden zijnde gegevens te ver.

4.9. Nu niet boven water is gekomen welke informatie [gedaagde sub 2] en [gedaagde sub 3] hebben meegenomen en al of niet gebruikt, zou een gebod tot teruggave daarvan om die reden al te onbepaald zijn om betekenis te kunnen hebben zodat die vordering reeds daarom moet worden afgewezen.

4.10. Bovendien kan de onrechtmatigheid niet worden ingezien van het feit dat [gedaagde sub 2] en/of [gedaagde sub 3] tijdens het dienstverband met ECCT met anderen spreken over de door hen op te starten nieuwe onderneming. Iets dergelijks ligt immers voor de hand en geheimhouding daarvan zou weer eerder als achterbaksheid kunnen worden uitgelegd. Dat die gesprekken een onrechtmatige inhoud zouden hebben gehad, is onvoldoende aannemelijk geworden.

4.11. Een en ander betekent dat thans niet kan worden aangenomen dat Codec cs of een van hen onrechtmatig handelt jegens ECCT. De vordering moet daarom jegens alle gedaagden worden afgewezen.

4.12. Als de in het ongelijk te stellen partij zal ECCT de kosten van het geding hebben te dragen.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

5.1. wijst de vorderingen af;

5.2. veroordeelt ECCT in de kosten van de procedure aan de zijde van Codec cs gevallen en begroot op EUR 1.064,--;

Dit vonnis is gewezen door mr. J.F.M. Strijbos en in het openbaar uitgesproken op 4 juli 2006.