Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2006:AY0160

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
04-07-2006
Datum publicatie
04-07-2006
Zaaknummer
01/006812-67
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verlenging terbeschikkingstelling. Terbeschikkingstelling is ingegaan in 1967

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

-RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

Parketnummer: 01/006812-67

Uitspraakdatum: 4 juli 2006

BESLISSING VERLENGING TER BESCHIKKINGSTELLING

Beslissing in de zaak van:

[ter beschikking gestelde],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

verblijvende Pompestichting, het Kempehuis te Nijmegen.

Het onderzoek van de zaak.

Bij vonnis van de rechtbank van 10 december 1967 is betrokkene ter beschikking gesteld. Deze terbeschikkingstelling is voor het laatst, bij beschikking van deze rechtbank d.d. 29 juni 2004 met twee jaar verlengd. Deze verlenging is door het Gerechtshof te Arnhem d.d. 28 februari 2005 bevestigd.

De vordering van de officier van justitie bij deze rechtbank d.d. 12 mei 2006, strekt tot verlenging van de termijn van terbeschikkingstelling voor de duur van twee jaar.

Deze vordering is behandeld ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 20 juni 2006.

Hierbij zijn de officier van justitie, de getuige/deskundige C.M.W.E. van Baal en de ter beschikking gestelde en zijn raadsman gehoord.

In het dossier bevinden zich onder andere:

- het advies van drs. M. Drost, psychiater, plaatsvervangend hoofd van de inrichting waar betrokkene verblijft en drs. P.A.J. Hulsbos, psychiater, d.d. 21 maart 2006;

- de omtrent de ter beschikking gestelde gehouden wettelijke aantekeningen;

- het persoonsdossier van betrokkene;

De beoordeling.

De ter beschikkingstelling is toegepast terzake "Feitelijke aanranding van de eerbaarheid", zijnde een misdrijf gericht tegen of gevaar veroorzaken voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.

In voornoemd advies van het hoofd van de inrichting is, zakelijk weergegeven, onder meer het navolgende gesteld:

(advies)

De delictgevaarlijkheid van betrokkene wordt nog immer en hoofdzakelijk bepaald door psychologische factoren met een fixatie op kleine kinderen. Risicotaxatie-instrumenten leiden tot een inschatting van een hoog recidiverisico. We kunnen niet anders concluderen dan dat het delictgevaar zonder toezicht, controle en een beveiligde setting onverminderd aanwezig is. Evenals "zorg op maat"achten we "beveiliging op maat"voor lange termijn noodzakelijk.

Er zijn - gelet op zijn plaatsing in een longstay voorziening - geen behandelvoornemens meer gericht op resocialiseren op korte termijn. Uiteraard worden wel interventies gepleegd indien dat voor de beheersing van de psychiatrische problematiek noodzakelijk is. Alle overige inspanningen zijn gericht op kwaliteit van leven binnen de noodzakelijke vrijhedenbeperkingen ter zekerstelling van de maatschappelijke veiligheid. Wij adviseren u de maatregel van de ter beschikkingstelling te verlengen voor de duur van twee jaar.

De deskundige C. van Baal, optredend namens voormelde inrichting, heeft bij de behandeling ter terechtzitting gepersisteerd bij voornoemd advies. Zij heeft voorts het navolgende, zakelijk weergegeven, verklaard:

(verklaring deskundige)

De terbeschikkinggestelde heeft onder meer aangevoerd:

Drie jaar geleden zijn mij gouden bergen beloofd. De Pompekliniek zou mij meer mogelijkheden kunnen bieden. Ik zou na twee jaar naar een huisje kunnen gaan binnen de kliniek. Er hebben zich gedurende 20 jaar geen incidenten meer voorgedaan terwijl ik wel de nodige verloven heb gehad waar toch, als ik die neiging zou hebben gehad, het nodige had kunnen gebeuren. Ik ben bijvoorbeeld naar het strand geweest. Er heeft zich echter niets voorgedaan. Ik heb geen pedofiele neigingen meer. Dat zit niet meer in mijn hoofd. Ik neem geen televisieprogramma's meer op met jonge spelende kinderen. Sinds ik in de Pompekliniek zit heb ik niets meer opgenomen. In het Kempehuis zit ik met 10 personen op een afdeling. Ik heb het gevoel alsof ik daar opgeborgen ben. Misschien moet ik mijn hele leven aan een kliniek verbonden blijven maar ik ben ervan overtuigd dat ik nooit en te nimmer meer de fout zal ingaan. Ik wil alleen dat de mogelijkheden die mij jaren geleden zijn voorgehouden eens worden gerealiseerd. Ik vraag niet om een beëindiging van de terbeschikkingstelling.

De officier van justitie heeft onder meer aangevoerd:

Deze zaak is een bijzondere zaak. De [ter beschikking gestelde] is de langst zittende tbs-er in Nederland. Ik kan heel goed begrijpen datgene wat hij nu hier aanvoert. Elke twee jaar wordt er immers in zekere zin een ceremonie opgevoerd. Ik ben van mening dat een verlenging van twee jaar geïndiceerd is. Uit de rapportage en uit hetgeen ter zitting door de deskundige naar voren is gebracht maak ik op dat er nog immer sprake is van een gebrek aan ziektebesef en dat er nog steeds sprake is van een groot recidivegevaar.

De raadsman van de ter beschikking gestelde heeft ondermeer aangevoerd:

Naar aanleiding van de beslissing in 2003 is er voor [ter beschikking gestelde] een zoektocht begonnen voor een alternatieve woonplek. Dat is niet gelukt. Uiteindelijk is hij bij de Pompekliniek terechtgekomen.

Het plan was dat hij binnen de muren van de Pompekliniek op een afdeling zou beginnen en dan zou er een verder stappenplan gemaakt worden. Dit alles heeft geen doorgang kunnen vinden waarvan de reden onder andere gelegen is geweest in het feit dat het Ministerie van Justitie op de rem is gaan staan. De huidige situatie van mijn cliënt staat heel ver af van wat toen werd beoogd. Ik maak mij dan ook ernstig zorgen omtrent het long-stay beleid. Het aantal long-stayers blijft maar stijgen. Dit is te vergelijken met veroordeelden die levenslang hebben gekregen. De Minister van Justitie beslist in het huidige systeem uiteindelijk over het verdere leven van deze long-stayers. Ik ben van mening dat beslissingen tot plaatsing in een longstay-verband door een rechterlijk college zou moeten worden genomen, bijvoorbeeld het Gerechtshof te Arnhem. De politiek is echter ongevoelig voor mijn argumenten. Dat houdt dus op. Aan de orde zijn thans de eventuele mogelijkheden voor [ter beschikking gestelde]. Ik heb een drietal mogelijkheden die ik hier aan de orde zal stellen.

1. Ik ben gedurende twee a 3 jaar bezig geweest naar het zoeken van een zware vorm van beschermd

Wonen, met structuur. Je moet in deze realistisch zijn. Er is thans voor [ter beschikking gestelde] geen geschikte instelling te vinden. Geld wordt er namelijk voor longstayers niet uitgetrokken. Wat er in 2003 is beloofd is niet gerealiseerd. Hij zou, werd toen gezegd, naar een vorm van begeleid wonen gaan danwel een woning krijgen welke onder de paraplu van de kliniek zou blijven vallen. Ik trek nog één jaar uit om te trachten dit te realiseren.

2. Je zou kunnen denken aan de mogelijkheid dat [ter beschikking gestelde] een ander etiket opgeplakt krijgt en dan elders wordt geplaatst in een GGz-kader. Een GGz-plaatsing die dan voldoende rekening houdt met de samenleving. Over de haalbaarheid hiervan ben ik echter niet optimistisch.

3. Het Kempehuis gaat veranderen maar de inhoud blijft hetzelfde. Er valt wellicht iets te doen aan de verloven van longstayers. Ik ben hiervoor op 20 februari 2006 naar het Departement geweest doch ten aanzien van de verloven voor longstayers zit de deur dicht. Longstayers mogen alleen met begeleid verlof. Dit is het gevolg van de incidenten die er zijn voorgevallen en de maatschappelijke commotie die daarover is ontstaan. Een onbegeleid verlof met bijvoorbeeld een enkelband is derhalve voor [ter beschikking gestelde] niet aan de orde. Het komende jaar wil ik gebruiken om na te gaan of er nog "rek" zit in deze terbeschikkingstelling. Is het nodig dat [ter beschikking gestelde] dit zware etiket opgeplakt houdt of zijn er wellicht andere mogelijkheden voor hem? Ik opteer voor een verlenging van één jaar zodat ook u de situatie in de gaten kan houden en het zicht op deze zaak niet verliest. Daar komt bij dat verlengen met een jaar niet ongebruikelijk is. Een verlenging met twee jaar moet geen automatisme worden. Het gaat immers wel iedere keer om vrijheidsbeneming. Hierover heeft de Rechtbank Leeuwarden zich in 2003, 2003 en 2004 ook uitgelaten. Bij de afweging van belangen dient het belang van de terbeschikkinggestelde, naarmate de maatregel langer duurt, steeds zwaarder te wegen.

Ik stel mij op het standpunt dat aan het criterium van artikel 38e is voldaan weshalve de terbeschikkingstelling kan worden verlengd. Ik vraag u met klem om deze niet met twee jaar doch slechts met één jaar te verlengen. Over een jaar ziet u hem dan weer hier en dan kan bezien worden of [ter beschikking gestelde] zich op een doodlopende weg bevindt of dat er nog sprake kan zijn van een alternatieve route. Een eventuele verlenging met een jaar betekent voor mijn cliënt niet dat hij weer vrij zal komen. [ter beschikking gestelde] weet wat ik zeg en hij begrijpt ook waar het om gaat.

De rechtbank verenigt zich met het advies van voornoemde inrichting , met de daarop ter terechtzitting gegeven toelichting door de getuige-deskundige en het rapport.

Gelet op hetgeen in het rapport van de Pompestichting is vermeld omtrent het delictgevaar, hetgeen er op neer komt dat door psychologische factoren met een fixatie op kinderen het gevaar voor herhaling van ernstige pedoseksuele delicten nog onverminderd groot is, en de toelichting daarop van de getuige-deskundige Van Baal ter zitting, is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen danwel de algemene veiligheid van personen verlenging van de ter beschikkingstelling eist. Noch de terbeschikkinggestelde noch zijn raadman hebben voor afwijzing van de vordering en aldus beëindiging van de ter beschikkingstelling gepleit. Wel is aangedrongen op verlenging met een termijn van 1 jaar in plaats van de gevorderde 2 jaar, waartoe in essentie is aangevoerd:

a. dat er mogelijkheden (moeten) worden onderzocht om voor de ter beschikking gestelde enige vorm van wonen/verblijf te vinden die enerzijds weliswaar voldoende bescherming van de maatschappij geeft, doch anderzijds meer vrijheden biedt voor hem en dat het van belang is dat de rechtbank die ontwikkeling volgt;

b. in een geval als het onderhavige -een zeer lange tbs-duur en tenuitvoerlegging van de tbs in een long stay-voorziening- de rechterlijke toetsing een extra gewicht toekomt en het belang van de tbs-gestelde bij jaarlijkse toetsing zeer zwaar dient te wegen.

De rechtbank is van oordeel dat verlenging voor de duur van twee jaar noodzakelijk is. Daartoe is allereerst van belang dat de nog immer bestaande stoornissen en het onverminderde delictgevaar nopen tot een verlenging van 2 jaar. Verder zal de verlengingsrechter zich in het algemeen slechts bij hoge uitzondering en slechts zijdelings inlaten met vragen inzake de tenuitvoerlegging van de maatregel. De rechtbank constateert dat uit de verklaring van de getuige-deskundige ter zitting is gebleken dat de kliniek, evenals de verdediging, een andere - voldoende beveiligde- woonvorm voor de ter beschikkinggestelde ambieert, doch dat die woonvorm thans niet beschikbaar is. Hieruit volgt naar het oordeel van de rechtbank dat naast de raadsman voor de tbs-gestelde -die zich zeer inzet voor zijn client- ook de kliniek oog heeft voor het belang van betrokkene bij een zo humaan mogelijke tenuitvoerlegging van de maatregel en dat er voor de rechtbank in zoverre geen reden is om de ontwikkelingen met betrekking tot de tenuitvoerlegging van de maatregel reeds over één jaar opnieuw te toetsen. De omstandigheid dat betrokkene reeds lange tijd in het tbs-kader verkeert en thans verblijft in een longstayvoorziening, is naar het oordeel van de rechtbank in het onderhavige geval onvoldoende grond om de verlenging te beperken tot 1 jaar. De rechtbank acht geen reden aanwezig om aan te nemen dat na 1 jaar enige wezenlijke wijziging in de bestaande stoornissen en het delictgevaar zal zijn opgetreden.

Gelet op het vorenstaande, gezien artikel 38d van het Wetboek van Strafrecht is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen de verlenging van de ter beschikkingstelling eist.

DE BESLISSING

Verlengt de termijn gedurende welke [ter beschikking gestelde] ter beschikking is gesteld met twee jaar.

Deze beslissing is gegeven door

mr. J. Bik, voorzitter,

mr. I.L.P. Crombeen en mr. M.J. Smit, leden,

in tegenwoordigheid van mw Y. Janssen, griffier,

en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 4 juli 2006.

Mr Smit is buiten staat deze beschikking mede te ondertekenen.