Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2006:AX9687

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
15-06-2006
Datum publicatie
30-06-2006
Zaaknummer
365500
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Auto met automatische transmissie rijdt na wasbeurt terug de wasstraat is, waardoor schade ontstaat aan de auto en de wasstraat.

Partijen zijn verdeeld over de vraag of de auto slechts achteruit heeft kunnen rijden na menselijk ingrijpen waarbij de auto in de R-stand is geplaatst of dat de auto ook achteruit heeft kunnen rijden door een "eigenschap" van de auto zelf. Uitleg deskundigenbericht.

Rechtstreeks vorderingsrecht op gesubrogeerde verzekeringsmaatschappij?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 's-HERTOGENBOSCH

Sector Kanton, locatie 's-Hertogenbosch

Zaaknummer : nummer

Rolnummer : 04-

Uitspraak : 15 juni 2006

in de zaak van:

de naamloze vennootschap [eiseres] [eiseres].,

gevestigd te [plaatsnaam],

eiseres in conventie bij exploot van dagvaarding van 15 september 2004,

verweerster in reconventie,

gemachtigde: Baudoin & Geene,

t e g e n :

1. [gedaagde sub 1]

gevestigd te [plaatsnaam],

2. [gedaagde sub 2],

zaakdoende te [plaatsnaam] en vennoot van gedaagde sub 1,

3. [gedaagde sub 3],

zaakdoende te [plaatsnaam] en vennoot van gedaagde sub 1,

4. [gedaagde sub 4],

zaakdoende te [plaatsnaam] en vennoot van gedaagde sub 1,

gedaagden in conventie,

eisers in reconventie,

gemachtigde: mr. A.A.H. Zegers (postbus 9150, 5000 HD Tilburg).

1. De verdere procedure in conventie en in reconventie

Dit vonnis is een vervolg op een eerder tussen partijen gewezen tussenvonnis d.d. 26 mei 2005, in welk vonnis is overwogen en beslist als daarin nader omschreven. Op 22 maart 2006 is het deskundigenrapport alhier ter griffie ontvangen. Beide partijen hebben een akte uitlating na deskundigenrapport genomen. Vervolgens is wederom vonnis bepaald.

Partijen zullen verder worden aangeduid als "[eiseres]" en "[gedaagden]".

2. De verdere beoordeling in conventie en in reconventie

De kantonrechter volhardt geheel in hetgeen in voormeld tussenvonnis is overwogen en beslist.

In conventie

2.1. Partijen verschillen van mening omtrent de vraag of de auto slechts achteruit heeft kunnen rijden na menselijk ingrijpen waarbij de auto in de R-stand is geplaatst ([eiseres]) of dat de auto ook achteruit heeft kunnen rijden door een "eigenschap" van de auto zelf ([gedaagden]).

Aan de deskundige is gelet op dit verschil van inzicht tussen partijen de volgende vraag voorgelegd:

"Is het mogelijk dat de auto uit zichzelf, door een "eigenschap" van de auto zelf, achteruit is gereden of heeft de auto slechts achteruit kunnen rijden door menselijk ingrijpen?"

2.2. De deskundige heeft zich over deze vraag in zijn rapport d.d. 20 maart 2006 uitgelaten. De deskundige is tot de volgende conclusie gekomen:

"Gezien de constructie van het schakelmechanisme is het niet mogelijk dat spontaan de achteruitversnelling werd ingeschakeld zonder ingrijpen van een menselijke handeling, te weten het stoten tegen de versnellingspook.

Het is niet uitgesloten dat ten tijde van het evenement meerdere werknemers tegelijkertijd werkzaamheden hebben uitgevoerd aan het voertuig.

Door het op de wijze verplaatsen van het voertuig door de wasstraat en het drogen van het voertuig met draaiende motor en niet geblokkeerde automatische versnellingsbak en/of het gebruik van de handrem, worden er bijzondere risico's genomen, waarbij met name voertuigen met een automatische transmissie, verplaatst kunnen worden door het bewegen van de schakelpook.

Het is (bij dit merk en type) simpel om de versnellingspook te verplaatsen waarbij direct het voertuig verplaatst zal worden.

Zowel door het verplaatsen van het voertuig in voorwaartse richting als achterwaartse richting, in de gehele wasstraat, zal er vrijwel direct schade ontstaan aan het voertuig als aan de wasstraat."

2.3. Na lezing van het rapport kan tot de volgende conclusies worden gekomen. Uit de technische informatie die de deskundige heeft ingewonnen bij twee Mercedes-Benz dealers en bij de firma's [namen], beide gespecialiseerd in automatische transmissies, is gebleken dat bij het betreffende type Mercedes een mechanische handeling moet worden verricht om van de N-stand naar de R-stand te schakelen. Het rempedaal hoeft niet te worden ingetrapt bij het schakelen van de N-stand naar de R-stand. De pook wordt indien deze wordt aangestoten vrij gemakkelijk verplaatst. Voorts dient te worden geconcludeerd dat het terugrijden van de auto en de daardoor ontstane schade aan de auto en de wasstraat zowel kan zijn veroorzaakt door menselijk ingrijpen als door een technisch mankement van de auto. De conclusie van de deskundige luidt weliswaar dat het gezien de constructie van het schakelmechanisme niet mogelijk is dat spontaan de achteruitversnelling werd ingeschakeld zonder ingrijpen van een menselijke handeling, te weten het stoten tegen de versnellingspook, maar uit het rapport blijkt eveneens dat het inschakelen van de achteruitversnelling zonder menselijk ingrijpen wel mogelijk is indien sprake is van een technisch mankement. De genoemde klacht van het spontaan inschakelen van een andere versnelling dan wat de schakelpook aangeeft moet dan bij het voertuig vaker voorkomen, aldus de deskundige. De deskundige heeft in zijn "overwegingen" meegenomen dat er geen storingen zijn gemeld in het systeem van de onderhavige Mercedes met betrekking tot het verschil in positie van de pook en de positie van de selectorschuif in de automatische transmissie en dat de eigenaar van de Mercedes (zijnde de heer [naam] nadien (waarmee hij kennelijk bedoelt na het voorval in de wasstraat) nimmer klachten heeft gemeld in verband met problemen aan de automatische transmissie. De deskundige is er bij het opstellen van zijn conclusie aldus kennelijk van uit gegaan dat de onderhavige Mercedes geen technisch mankement vertoonde. [gedaagden] hebben dit betwist. Volgens hen is geenszins uitgesloten dat de auto een technisch mankement had. [eiseres] heeft volhard in haar standpunt dat het terugrijden van de auto is veroorzaakt door menselijk handelen namelijk het aanraken van de pook.

2.4. Nu uit het deskundigenbericht blijkt dat de auto zowel als gevolg van menselijk ingrijpen als van een technisch mankement kan zijn teruggereden en beide partijen hebben volhard in hun standpunt, zal [eiseres] worden toegelaten tot bewijs van haar stelling dat de auto door menselijk ingrijpen is teruggereden.

2.5. De zaak zal naar de rol verwezen worden om [eiseres] in de gelegenheid te stellen zich uit te laten omtrent de vraag of zij genoemd bewijs wil leveren en, zo ja, hoe. Mocht zij daartoe getuigen willen doen horen, dan dient zij bij die gelegenheid tevens opgaaf te doen van aantal en persoon van de te horen getuigen, waarna een dag voor het verhoor zal worden bepaald.

2.6. Iedere verdere beslissing in conventie zal worden aangehouden.

In reconventie

2.7. [gedaagden] hebben in reconventie gevorderd dat [eiseres] wordt veroordeeld tot betaling van de schade die aan de wasstraat is ontstaan als gevolg van het terugrijden van de auto. De vraag rijst of [gedaagden] een rechtstreeks vorderingsrecht hebben op [eiseres] als gesubrogeerde verzekeringsmaatschappij. [gedaagden] hebben gesteld dat zij een rechtstreeks vorderingsrecht hebben op grond van artikel 6 lid 1 van de WAM, waarin is bepaald dat de benadeelde jegens de verzekeraar een eigen recht heeft op schadevergoeding. Voor toepassing van de WAM moet sprake zijn van schade veroorzaakt door een motorrijtuig in het verkeer. Onder verkeer kan mede worden verstaan een terrein dat toegankelijk is voor een aantal personen, ook indien dat aantal beperkt is. Tevens moet sprake zijn van een zeker verkeersrisico. Vaststaat dat de auto zich niet op de openbare weg bevond, maar op het terrein van [gedaagden]. Uit de bij het deskundigenbericht gevoegde foto's lijkt te kunnen worden geconcludeerd dat de auto op het moment dat deze achteruit de wasstraat inreed zich nog gedeeltelijk in de wasstraat bevond. Het is de vraag of een wasstraat kan worden beschouwd als terrein in de zin van de WAM. Voor zover moet worden aangenomen dat dit het geval is, hebben [gedaagden] een rechtstreeks vorderingsrecht jegens [eiseres].

2.8. De vordering op grond van de WAM en daarmee verband houdend WVW is een onrechtmatige daadsactie. De relatie tussen partijen wordt echter tevens beheerst door de overeenkomst die zij hebben gesloten, zijnde een overeenkomst van opdracht. In artikel 7:406 lid 2 BW is bepaald dat de opdrachtgever (zijnde [naam] de opdrachtnemer (zijnde [gedaagden]) de schade moet vergoeden die deze lijdt ten gevolge van de hem niet toe te rekenen verwezenlijking van een aan de opdracht verbonden bijzonder gevaar. Indien de opdrachtnemer in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf heeft gehandeld (hetgeen in casu het geval is), dan geldt de vorige zin slechts indien dat gevaar de risico's welke de uitoefening van dat beroep of bedrijf naar zijn aard meebrengt, te buiten gaat. De kantonrechter is van oordeel dat voor zover [gedaagden] al een vordering wegens onrechtmatige daad tegen [eiseres] kunnen instellen, de bepalingen inzake de overeenkomst van opdracht in de beoordeling moet worden betrokken, nu de wetgever het recht op schadevergoeding van de opdrachtnemer expliciet heeft beperkt. Nu niet is gesteld dat het gevaar van een terugrijdende auto de risico's welke de uitoefening van het onderhavige bedrijf naar zijn aard meebrengt te buiten gaat, is [eiseres], voor zover [gedaagden] tegen haar al een rechtstreeks vorderingsrecht hebben, niet gehouden de geleden schade te vergoeden. De vordering in reconventie ligt dan ook voor afwijzing gereed.

2.9. De beslissing omtrent de proceskosten in reconventie zal worden aangehouden totdat in conventie een eindvonnis zal worden gewezen.

3. De beslissing

De kantonrechter:

in conventie:

alvorens nader te beslissen:

laat [eiseres] toe en, voor zover nodig, beveelt haar door alle middelen rechtens te bewijzen dat de auto als gevolg van menselijk ingrijpen is teruggereden;

bepaalt dat [eiseres] zich ter terechtzitting van de kantonrechter op donderdag 29 juni 2006 om 10:00 uur in het Paleis van Justitie aan de Leeghwaterlaan 8 te 's-Hertogenbosch zal uitlaten over de vraag of tot bedoelde bewijsvoering zal worden overgegaan en, zo ja, op welke wijze en - indien de bewijsvoering plaatsvindt door middel van getuigen - hoeveel en welke getuigen zullen worden gehoord, waarna dag en uur voor het horen van die getuige(n) door de kantonrechter zullen worden vastgesteld;

wijst [eiseres] erop dat zij de namen en woonplaatsen van de getuige(n) ten minste zeven dagen voor het verhoor aan de wederpartij en aan de griffier moet opgeven en dat zij de getuige(n) ten minste zeven dagen voor het verhoor bij exploot of aangetekende brief moet oproepen;

houdt iedere verdere beslissing in conventie aan;

in reconventie:

wijst de vordering van [gedaagden] af;

houdt de beslissing omtrent de proceskosten in reconventie aan totdat in conventie een eindvonnis zal worden gewezen.

Aldus gewezen door mr. M.H. Kobussen, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 juni 2006, in tegenwoordigheid van de griffier.