Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2006:AX8905

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
13-06-2006
Datum publicatie
19-06-2006
Zaaknummer
452007
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter kunnen de door eiser verrichte activiteiten niet als arbeid in de zin van artikel 7:610 BW worden aangemerkt. Er is dan ook geen sprake van een arbeidsovereenkomst. De vordering wordt afgewezen.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 7
Burgerlijk Wetboek Boek 7 610
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RAR 2006, 129
JAR 2006/164
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 's-HERTOGENBOSCH

Sector Kanton, locatie 's-Hertogenbosch

Zaaknummer : [nummer]

Rolnummer : 06-[nummer]

Uitspraak : 13 juni 2006

in de zaak van:

[eiser],

wonende te Oss,

eiser,

gemachtigde: mr. R.P.E. Halfens (advocaat te Uden),

t e g e n :

[gedaagde],

gevestigd te Oss,

gedaagde,

gemachtigde: mr. J.J. Lauwen (advocaat te Oss).

1. De procedure

Nadat een dag was bepaald voor de behandeling van deze zaak, heeft eiseres, verder te noemen "[eiser]", gedaagde, verder te noemen "[gedaagde]", doen dagvaarden.

De mondelinge behandeling heeft op 29 mei 2006 plaatsgevonden. [eiser] is bij die gelegenheid verschenen door zijn gemachtigde. [gedaagde] is verschenen door [naam], manager, en [naam], coach van [eiser], bijgestaan door mr. Ruijs namens haar gemachtigde. De gemachtigde van [gedaagde] heeft pleitaantekeningen gehanteerd die zij aan de kantonrechter en de wederpartij heeft overgelegd. Na gevoerd debat is vonnis bepaald op heden.

2. Het geschil

2.1. In deze zaak doet zich het volgende voor.

[gedaagde] is als reïntegratiebureau betrokken bij het project Werkende Weg van de Gemeente Oss. Dit project houdt in dat moeilijk bemiddelbare uitkeringsgerechtigden en de [gedaagde] met elkaar een overeenkomst sluiten, waarin is bepaald dat de uitkeringsgerechtigde voor bepaalde tijd in dienst treedt van [gedaagde]. Voorts is bepaald dat de uitkeringsgerechtigde loon ontvangt. Zowel [gedaagde], als de uitkeringsgerechtigde zijn verplicht de overeenkomst aan te gaan. Het doel van het project is de uitkeringsgerechtigde weer aansluiting te laten krijgen op de arbeidsmarkt. De werkzaamheden bestaan in het zoeken naar werk ("het werk is: zoeken naar werk"), waarvoor de uitkeringsgerechtigde begeleiding krijgt van een coach. Sinds kort kan [gedaagde] ook andere werkzaamheden laten verrichten. De coach bepaalt welke activiteiten en of werkzaamheden worden verricht. De uitkeringsgerechtigde die weigert een "dienstverband" met [gedaagde] aan te gaan, wordt 100 % gekort op zijn of haar uitkering. Ook de uitkering van degene aan wie het valt te verwijten dat het "dienstverband" eindigt, wordt volledig gekort.

2.2 [eiser] is op 1 juli 2005 een overeenkomst voor bepaalde tijd aangegaan met [gedaagde]. Deze overeenkomst is met ingang van 1 september 2005 met tien maanden verlengd. [gedaagde] heeft [eiser] op 16 november 2005 meegedeeld dat hij op staande voet is ontslagen vanwege werkweigering en het onvoldoende meewerken aan reguliere arbeid. De gemeente Oss heeft daarop vanwege verwijtbare werkloosheid zijn uitkering gedurende drie maanden 100% gekort. In februari 2006 heeft [eiser] geweigerd een nieuwe overeenkomst met [gedaagde] aan te gaan, waarna de gemeente hem heeft bestraft met een weigering van zijn uitkering gedurende zes maanden.

2.3 [eiser] vordert - zakelijk weergegeven - dat de kantonrechter bij wege van voorziening ex artikel 254 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] veroordeelt tot betaling van een voorschot op een schadevergoeding vanwege onrechtmatig verleend ontslag van een bedrag van 1.250,00 euro netto.

[eiser] legt daaraan, kort weergegeven, het volgende ten grondslag.

[eiser] heeft van [gedaagde] onvoldoende begeleiding gehad bij het vinden van werk. Om die reden is [eiser] gedemotiveerd geraakt. Hij heeft niet begrepen dat hem ernstige toerekenbare verwijten werden gemaakt, omdat hij de Nederlandse taal niet voldoende machtig is. Hij heeft niet begrepen dat zijn gedrag tot ontslag op staande voet zou kunnen leiden. Hij heeft nimmer een (schriftelijke) waarschuwing ontvangen. Er is geen sprake van een dringende reden, en daarom is het ontslag onrechtmatig verleend en is [gedaagde] schadeplichtig.

2.4. [gedaagde] heeft hiertegen het volgende tot verweer aangevoerd.

De verplichtingen van een werknemer staan omschreven in het directiereglement en [eiser] heeft zich niet aan die verplichtingen gehouden. [eiser] heeft verschillende keren werk geweigerd en [gedaagde] heeft [eiser] gewezen op het feit dat een volgende werkweigering zou leiden tot een ontslag op staande voet. In augustus 2005 is [eiser] ook nog een periode ongeoorloofd afwezig geweest waarop een loonsanctie is getroffen hetgeen hem ook schriftelijk is meegedeeld. [gedaagde] heeft [eiser] na zijn weigering om op 17 november 2005 bij Vitelco aan de slag te gaan, op staande voet ontslagen en het gegeven ontslag per brief bevestigd.

[eiser] is voorafgaand aan het ontslag gewaarschuwd en gewezen op de consequenties van een ontslag op staande voet, te weten dat hij 100 % gekort zou worden op zijn uitkering. De coach heeft nooit de indruk gekregen dat [eiser] het Nederlands onvoldoende beheerst en dat hij hem niet begreep. Betwist wordt dat onvoldoende begeleiding is gegeven.

Gelet op deze omstandigheden is het ontslag terecht gegeven.

2.5. Op hetgeen partijen over en weer nog hebben aangevoerd zal hierna, voor zover zakelijk van belang, worden teruggekomen.

3. De beoordeling

3.1 In de onderhavige procedure, strekkende tot het treffen van een voorlopige voorziening, dient de vordering slechts te worden toegewezen indien met een redelijke mate van zekerheid kan worden aangenomen dat de kantonrechter een overeenkomstige vordering in de bodemprocedure zal toewijzen. Dienaangaande wordt het volgende overwogen.

3.2. Voor de beoordeling van de vordering is van belang of de overeenkomst die partijen hebben gesloten en die zij beiden betitelen als een arbeidsovereenkomst als zodanig kan worden gekwalificeerd. [gedaagde] heeft in dit verband desgevraagd aangevoerd dat het solliciteren de arbeid is, dat er sprake is van een gezagsverhouding waar de aanwijzingen van de coach dienen te worden opgevolgd, en er loon wordt betaald. De overeenkomst is bovendien voor een zekere tijd aangegaan. Mevrouw [naam] heeft in aanvulling nog gesteld dat de bedoeling van de overeenkomst en de wijze van uitvoering is, dat degenen die moeilijk bemiddelbaar zijn weer in een arbeidsritme worden gebracht, doordat de aanwezigheid op het centrum wordt ge├źist en zij weer wennen aan een situatie waarin men zich dient ziek te melden en vakantiedagen dient op te nemen; een situatie waarin zij op een aantal verplichtingen kunnen worden aangesproken.

3.3 De kantonrechter stelt vast dat de essentie van de tussen partijen gesloten overeenkomst is, dat de personen die moeilijk bemiddelbaar blijken te zijn op de arbeidsmarkt worden begeleid naar en getraind in het vinden van arbeid waardoor zij uiteindelijk niet meer op een uitkering zijn aangewezen. Dit is wezenlijk iets anders dan een overeenkomst waarbij de ene partij zich verbindt voor de ander tegen betaling van loon arbeid te verrichten. Daarvan is in het onderhavige geval geen sprake. Gelet daarop is de kantonrechter van oordeel dat de door [eiser] verrichte activiteiten niet als arbeid in de zin van artikel 7:610 BW kunnen worden aangemerkt. De overeenkomst tot het verrichten van deze activiteiten kan dan ook naar voorlopig oordeel niet als een arbeidsovereenkomst gelden. Nu aan de vorderingen de stelling ten grondslag is gelegd dat sprake is van een onregelmatige opzegging van een arbeidsovereenkomst, dient de vordering te worden afgewezen.

3.4. Gelet op de aard van het geschil en de beslissing en de aard van de tussen partijen bestaande rechtsverhouding, ziet de kantonrechter aanleiding de proceskosten te compenseren in die zin dat beide partijen de eigen kosten dragen.

4. De beslissing

De kantonrechter, rechtdoende in kort geding:

wijst de vordering van [eiser] af;

compenseert de kosten van het geding in die zin dat beide partijen de eigen kosten dragen.

Aldus gewezen door mr. M.H. Kobussen, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 juni 2006, in tegenwoordigheid van de griffier.