Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2005:AT9570

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
30-06-2005
Datum publicatie
19-07-2005
Zaaknummer
377952
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

artikel 15 WMM

De werknemer ontvangt tijdens dienstverband een uitkering op grond van de Ziektewet in plaats van loon. De werkgever is verplicht vakantiegeld aan de werknemer te betalen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

R E C H T B A N K 's - H E R T O G E N B O S C H

KANTONRECHTER te 's-HERTOGENBOSCH

Zaaknummer : 377952

Rolnummer : 04-10262

Uitspraak : 30 juni 2005

JJ

VONNIS

in de zaak van:

[eiser],

wonende te [woonplaats],

eiser bij exploot van dagvaarding d.d. 14 december 2004,

procederend met rechtsbijstand ingevolge toevoeging van de Raad voor de Rechtsbijstand d.d. 6 oktober 2004, [nummer],

gemachtigde: mr. J. Kral ([adres]),

t e g e n :

1. de vennootschap onder firma [gedaagde].,

gevestigd en kantoorhoudende te [woonplaats],

2. [gedaagde],

3. [gedaagde],

beiden vennoot van gedaagde sub 1,

gedaagden,

gemachtigde: mr. C.C.J. Aarts ([adres]).

1. DE PROCEDURE

Eiser heeft bij dagvaarding gesteld en gevorderd als na te melden. Gedaagden zijn in rechte verschenen en hebben een conclusie van antwoord genomen. Vervolgens werden de conclusie van repliek en conclusie van dupliek gewisseld. Daarna is vonnis bepaald. Onder de genoemde processtukken bevinden zich tevens de in die stukken nader aangeduide producties.

Partijen zullen verder worden aangeduid als '[eiser]' en '[gedaagden].'.

2. DE VASTSTAANDE FEITEN EN HET GESCHIL

2.1. In deze zaak kan van de volgende vaststaande feiten worden uitgegaan.

[eiser] is sedert 28 februari 2000 in dienst van [gedaagden]., laatstelijk als allround monteur tegen een salaris van 2.194,68 euro bruto per maand exclusief vakantietoeslag. Op de arbeidsovereenkomst is van toepassing de CAO Metaalnijverheid. [eiser] is eind juni/begin juli 2003 ziek geworden en heeft vanaf die datum geen werkzaamheden meer voor [gedaagden]. verricht. Omdat [eiser] arbeidsgehandicapt is in de zin van de Wet REA, heeft het UWV vanaf de ziekmelding aan [eiser] een ziektewetuitkering betaald, zulks op grond van artikel 29b van de Ziektewet.

2.2. [eiser] vordert na vermindering van eis betaling van 2.101,65 euro bruto ter zake vakantietoeslag over de jaren 2003 en 2004, te vermeerderen met rente en kosten als vermeld in de dagvaarding. Daarnaast vordert hij de wettelijke verhoging over dit bedrag. Hij legt hieraan ten grondslag dat [gedaagden]. verplicht zijn over de door hem ontvangen uitkering vakantiebijslag te betalen. Het UWV heeft geen vakantiegeld uitgekeerd en is daartoe ook niet gehouden. [eiser] verwijst ter onderbouwing van zijn standpunt naar de literatuur (meer in het bijzonder Kluwer Sociale Verzekeringswetten ZW Suppl. 122, januari 2004 en 113, april 2002).

2.2. [gedaagden]. hebben betwist dat zij vakantiegeld zijn verschuldigd. Zij voeren ter onderbouwing, kort weergegeven, aan dat artikel 59 van de CAO bepaalt dat de werknemer recht heeft op vakantiegeld over hetgeen hij over het voorgaande jaar heeft verdiend. Omdat [eiser] een Ziektewetuitkering heeft ontvangen, heeft hij geen loon verdiend en dus geen recht op vakantiegeld. Zij heeft subsidiair aangevoerd dat het vakantiegeld in de Ziektewetuitkering is begrepen en aldus door het UWV moet worden betaald, voor zover dat nog niet is gebeurd. [gedaagden]. zijn op grond van de Wet REA immers gevrijwaard van loonbetalingsverplichtingen tijdens ziekte. Meer subsidiair hebben zij aangevoerd dat zij herhaaldelijk hebben verzocht om specificaties van de ontvangen Ziektewetuitkering, teneinde te kunnen vaststellen of zij nog een bedrag aan [eiser] verschuldigd zijn. Het loon dient immers op grond van artikel 7:629 lid 5 BW te worden verminderd met het bedrag van de uitkering die een werknemer ontvangt. Omdat [eiser] de gegevens niet heeft verstrekt, beroepen [gedaagden]. zich op het opschortingsrecht van artikel 7:629 lid 6 BW.

2.3. Op hetgeen partijen over en weer nog hebben aangevoerd zal hierna, voor zover zakelijk van belang, worden teruggekomen.

3. DE BEOORDELING

3.1. Het recht van de werknemer op vakantiegeld is vastgelegd in artikel 15 van de Wet Minimumloon en Minimumvakantiebijslag (WMM). In lid 1 van dit artikel is bepaald dat de werknemer jegens de werkgever recht heeft op een vakantietoeslag van 8 % van zijn loon, alsmede van de uitkeringen waarop hij tijdens de dienstbetrekking krachtens ZW aanspraak heeft. De ratio van deze bepaling is dat de ZW vanwege administratieftechnische redenen geen rekening houdt met een eventuele vakantie-uitkering. [gedaagden]. zijn aldus gehouden vakantiebijslag over de ziektewetuitkering te betalen. Het verweer van [gedaagden]. dat het UWV reeds vakantiegeld heeft betaald zal op grond hiervan worden gepasseerd, mede gelet op de brief van het UWV d.d. 21 juli 2004, waarin zij aan [eiser] heeft meegedeeld: "de vakantietoeslag is voor uw rekening" (zie productie 8 bij de dagvaarding).

3.2. In artikel 16 lid 1 van de WMM is bepaald dat bij CAO kan worden bepaald dat de werknemer geen aanspraak heeft op een vakantiebijslag dan wel aanspraak heeft op een lager bedrag aan vakantiebijslag dan uit artikel 15 WMM voortvloeit. [gedaagden]. hebben aangevoerd dat uit artikel 59 lid 1 van de CAO volgt dat wanneer de werknemer een ziektewetuitkering ontvangt, hij geen recht heeft op vakantiegeld. Artikel 59 lid 1 bepaalt: "De werknemer heeft, met inachtneming van het bepaalde in artikel 60, aanspraak op vakantiebijslag van 8 % over hetgeen hij sinds de laatst verschenen eerste juli heeft verdiend." Volgens [gedaagden]. heeft [eiser] geen recht op vakantiegeld, omdat hij vanaf zijn ziekmelding niets heeft "verdiend", maar een uitkering heeft ontvangen. De kantonrechter kan dit standpunt niet volgen. Het woord "verdienen" kan op verschillende wijzen worden geïnterpreteerd. De interpretatie van [gedaagden]., die verstrekkende gevolgen heeft voor de arbeidsgehandicapte werknemer, ligt naar objectieve maatstaven niet voor de hand. In artikel 59 lid 3 sub b van de CAO is bepaald dat de werknemer over de periode dat hij geen werkzaamheden heeft verricht, anders dan ten gevolge van arbeidsongeschiktheid, geen recht heeft op vakantiebijslag. Het recht op vakantiebijslag tijdens ziekte is aldus expliciet vastgelegd in de CAO. Voor zover de CAO-partijen de arbeidsgehandicapte werknemer hiervan hebben willen uitsluiten, had het voor de hand gelegen dat dit expliciet in de CAO was vervat.

3.3. [gedaagden]. hebben zich beroepen op het opschortingsrecht van artikel 7:629 lid 6 BW. Zij hebben hieraan ten grondslag gelegd dat [eiser] weigert inzicht te geven in de hoogte van de door hem ontvangen ziektewetuitkering, zodat het voor hen onmogelijk is te bepalen welk bedrag zij eventueel nog moeten betalen. Om het bedrag van de vakantiebijslag vast te stellen, is het van belang inzicht te krijgen in de door het UWV verstrekte uitkering. [eiser] heeft echter ook in de conclusie van repliek geen inzicht gegeven in de exacte hoogte van de uitkering en de wijze van berekening van de vakantiebijslag. Hij heeft volstaan met de mededeling dat hij een uitkering van 100 % heeft ontvangen. Het is aan hem om de gegevens van het UWV te achterhalen. Hij dient deze bij akte te overleggen. Het is vervolgens aan [gedaagden]. om de vakantiebijslag te berekenen, welke berekening zij bij antwoordakte in het geding dient te brengen.

3.4. Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

4. DE BESLISSING

De kantonrechter, alvorens nader te beslissen:

bepaalt dat [eiser] op de rolzitting van donderdag 28 juli 2005 te 10:00 uur een akte neemt, waarbij hij de onder rechtsoverweging 3.3 genoemde gegevens in het geding brengt;

houdt iedere beslissing aan.

Aldus gewezen door mr. M.H. Kobussen, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 juni 2005, in tegenwoordigheid van de griffier.