Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2005:AT9494

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
19-07-2005
Datum publicatie
20-07-2005
Zaaknummer
01/826234-05 en 01/820106-05
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

artikel 137c van het Wetboek van Strafrecht

Het zich in het openbaar bij geschift opzettelijk beledigend uitlaten over een groep mensen wegens hun godsdienst.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

Parketnummers: 01/826234-05 en 01/820106-05

Uitspraakdatum: 19 juli 2005

VERKORT VONNIS

Verkort vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1986,

wonende te [woonplaats], [adres]

Dit vonnis is op tegenspraak

gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 5 juli 2005.

Op deze zitting heeft de rechtbank de tegen verdachte, onder de hiervoor genoemde parketnummers, aanhangig gemaakte zaken gevoegd.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht

.

De tenlastelegging.

De zaak met parketnummer 01/826234-05 is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 11 februari 2005.

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 7 februari 2005 te Eindhoven opzettelijk en wederrechtelijk een busstoel, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan BBA busmaatschappij, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt, te weten door voornoemde busstoel met een stift te bekladden;

(artikel 350/1 Wetboek van Strafrecht)

De zaak met parketnummer 01/820106-05 is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 8 juni 2005

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 7 november 2004 te Valkenswaard in het openbaar mondeling of bij geschrift of afbeelding, tot enig strafbaar feit of tot gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag heeft opgeruid, te weten door op te roepen om in verzet te komen tegen de Islam , in elk geval de aanhangers van de Islam en/of op te roepen om de openbare orde te verstoren en/of aan te zetten tot haat, discriminatie en/of geweld, aldus tot overtreding van het artikel 137d Wetboek van Strafrecht, immers heeft verdachte toen en daar een poster met de tekst: "Stop het gezwel dat Islam heet! Theo is voor ons gestorven. Wie wordt de volgende? Kom in verzet NU! Nationale Alliantie, wij buigen niet voor Allah. Word lid! N.A. Postbus 52040, 3007 LA, Rotterdam, Http://www.nationalealliantie.com" opgehangen, althans aanwezig gehad op een raam van een woning gelegen aan de Swaenstraat 13 en welke poster toen aldaar voor een ieder duidelijk zichtbaar was;

(artikel 131 Wetboek van Strafrecht)

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 7 november 2004 te Valkenswaard, zich in het openbaar, bij geschrift of afbeelding, opzettelijk beledigend heeft uitgelaten over een groep mensen, te weten aanhangers van de Islam, wegens hun godsdienst, door opzettelijk beledigend zichtbaar ter plaatse op een raam aan de straatzijde van een woning gelegen aan de Swaenstraat 13 een poster van A3 formaat met de tekst: "Stop het gezwel dat Islam heet. Theo is voor ons gestorven, wie wordt nu de volgende? Kom in verzet NU. Nationale Alliantie, wij buigen niet voor Allah. Word lid! N.A. Postbus 52040, 3007 LA, Rotterdam, Http://www.nationalealliantie.com" op te hangen, in elk geval voorhanden te hebben;

(artikel 137c Wetboek van Strafrecht)

meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 7 november 2004 te Valkenswaard, in het openbaar, bij geschrift of afbeelding, heeft aangezet tot haat tegen en/of discriminatie van mensen, te weten aanhangers van de Islam en/of gewelddadig optreden tegen persoon of goed van mensen, te weten aanhangers van de Islam, wegens hun godsdienst of geloofsovertuiging, door een poster met de tekst: "Stop het gezwel dat Islam heet! Theo is voor ons gestorven. Wie wordt de volgende? Kom in verzet NU! Nationale Alliantie, wij buigen niet voor Allah. Word lid! N.A. Postbus 52040, 3007 LA, Rotterdam, Http://www.nationalealliantie.com" op te hangen, althans aanwezig te hebben op een raam van een woning gelegen aan de Swaenstraat 13 en welke poster toen aldaar voor een ieder duidelijk zichtbaar was;

(artikel 137d Wetboek van Strafrecht)

De geldigheid van de dagvaarding.

De dagvaarding voldoet aan alle wettelijke eisen.

De bevoegdheid van de rechtbank.

Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

De ontvankelijkheid van de officier van justitie.

De verdediging heeft aangevoerd dat er intussen een bedrag van EUR 110,00 als transactie aan schade is vergoed en dat conform de belofte van het Openbaar Ministerie op betaling van de schade geen verdere vervolging zou volgen. In de ogen van de verdediging moet dit leiden tot niet ontvankelijkheid van de officier van justitie inzake het onder parketnummer 01/826234-05 aanhangig gemaakte.

Ter terechtzitting heeft de officier van justitie bevestigd dat aan verdachte een transactievoorstel is gedaan met als voorwaarde: vergoeding van de door het feit veroorzaakte schade (conform artikel 74 lid 2 onder e Wetboek van Strafrecht). Aangezien verdachte heeft voldaan aan dit transactievoorstel is daarmee in deze zaak het recht op verdere strafvervolging vervallen.

Ten aanzien van het onder parketnummer 01/820106-05 tenlastegelegde heeft de verdediging aangevoerd dat de vervolging van deze feiten strijdig is met het gelijkheidsbeginsel en een zuiver oogmerk mist. Ter illustratie hiervan heeft de verdediging uitspraken van onder meer politici geciteerd die niet zijn vervolgd. De verdediging verzoekt de rechtbank als consequentie van het hier gestelde de officier niet ontvankelijk te verklaren.

De rechtbank oordeelt dat het de officier vrij staat om wel of niet te vervolgen behoudens de grenzen die een behoorlijk procesrecht en de wet hieraan stellen. De door de raadsman geciteerde uitspraken (bovendien: los van hun context) zijn niet op hun strafrechtelijke merites onderzocht, zodat reeds om die reden een onderlinge vergelijking niet goed mogelijk is.

De rechtbank acht het in elk geval niet aannemelijk geworden dat de door de raadsman geciteerde uitspraken geheel of in verregaande mate vergelijkbaar zijn met deze zaak, zodat geen sprake is van willekeur of schending van een ander beginsel van een behoorlijk strafproces bij de beslissing om over te gaan tot vervolging van verdachte. Derhalve verwerpt de rechtbank het verweer van de verdediging.

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn voor zover niet reeds aan de orde gekomen geen andere omstandigheden gebleken, die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.

Schorsing der vervolging.

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gronden voor schorsing der vervolging gebleken.

De bewijsbeslissing.

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte onder parketnummer 01/820106-05 primair is tenlastegelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

De bewezenverklaring.

De rechtbank acht, op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de bewijsmiddelen, (het onder parketnummer 01/820106-05 subsidiair tenlastegelegde) wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte

op 7 november 2004 te Valkenswaard, zich in het openbaar, bij geschrift, opzettelijk beledigend heeft uitgelaten over een groep mensen, te weten aanhangers van de Islam, wegens hun godsdienst, door opzettelijk beledigend zichtbaar ter plaatse op een raam aan de straatzijde van een woning gelegen aan de Swaenstraat 13 een poster van A3 formaat met in de tekst onder meer: "Stop het gezwel dat Islam heet." op te hangen.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De kwalificatie.

Het bewezenverklaarde levert op het in de uitspraak vermelde strafbare feit.

De strafbaarheid.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van het feit of van de verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen te zijnen laste bewezen is verklaard.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 10, 14a, 14b, 14c, 137c.

DE OVERWEGINGEN DIE TOT DE BESLISSING HEBBEN GELEID

De eis van de officier van justitie.

Ten aanzien van het onder parketnummer 01/826234-05 tenlastegelegde:

- niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie.

Ten aanzien van het onder parketnummer 01/820106-05 primair tenlastegelegde:

- vrijspraak.

Ten aanzien van het onder parketnummer 01/820106-05 subsidiair tenlastegelegde:

- Gevangenisstraf voor de duur van 2 weken voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

- Werkstraf voor de duur van 40 uur subsidiair 20 dagen vervangende hechtenis.

Bijzondere overwegingen die tot de beslissing hebben geleid.

De rechtbank dient te beoordelen of een of meer uitlatingen op het pamflet beledigend zijn in de zin van artikel 137c van het Wetboek van Strafrecht.

Daarbij dient allereerst de uitlating op zichzelf in ogenschouw genomen te worden.

Met name de uiting in het pamflet "Stop het gezwel dat Islam heet" betreft naar het oordeel van de rechtbank een uitlating die

a. zich uitlaat over alle mensen die tot die geloofsgemeenschap behoren en

b. suggereert dat er sprake is van een schadelijk ziekteproces dat vraagt om ingrijpen.

Deze uitlating is naar het oordeel van de rechtbank onnodig grievend, en overschrijdt daarmee de maatschappelijk geaccepteerde grenzen van een inhoudelijke discussie in aanzienlijke mate. De beperking die artikel 137c van het Wetboek van Strafrecht stelt aan het grondrecht vrijheid van meningsuiting wordt gerechtvaardigd doordat een zekere beperking noodzakelijk is voor een democratische samenleving: uitwassen van onverdraagzaamheid kunnen en moeten strafrechtelijk bestreden worden vanwege de duidelijk negatieve gevolgen die dit soort uitlatingen hebben op onze samenleving .

De rechtbank beziet tevens of er feiten en omstandigheden zijn die nopen tot een ander, ruimer, oordeel.

Er is niet gebleken van een maatschappelijke context (zoals bijvoorbeeld een politiek debat of een satire) die er toe zou kunnen leiden dat de uitlating door deze in dat ruimere kader te plaatsen anders dient te worden beoordeeld. Het betreft evenmin een uitlating die is gedaan vanuit een bepaalde geloofsovertuiging inzake een voor die geloofsovertuiging belangrijke morele kwestie.

De verdediging heeft aangevoerd dat de uitlating zich zou richten tot het radicale gedeelte van de islam, waarvan - volgens de verdediging - de belijders onze rechtsorde zouden miskennen of zelfs omver zouden willen werpen. De rechtbank verwerpt dit verweer reeds om de enkele reden dat een dergelijke, thans ter zitting voor het eerst aangevoerde, nuancering volstrekt niet te lezen valt in de tekst van het pamflet en er evenmin anderszins uit kan worden afgeleid.

De strafbaarheid van de uitlating "Stop het gezwel dat islam heet" staat daarmee in deze zaak vast voor de rechtbank.

Ten overvloede merkt de rechtbank op dat ook verdachte zelf ter zitting heeft verklaard dat de tekst van het pamflet, met name het tekstdeel "Stop het gezwel dat islam heet" voor mensen die dit geloof belijden beledigend kan zijn, alsmede dat hij bij een verhoor ten overstaan van de politie in de andere strafzaak (met parketnummer 01/826234005), dit pamflet een racistisch pamflet heeft genoemd.

De op te leggen straf(fen) en/of maatregel(en).

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op:

a. de aard van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan,

b. de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

Bij de strafoplegging zal de rechtbank enerzijds in het bijzonder rekening houden met de volgende uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren gekomen omstandigheid ten bezware van verdachte:

- de ernst van het door verdachte gepleegde strafbare feiten in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals tot uitdrukking komt in het wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

Bij de strafoplegging zal de rechtbank anderzijds in het bijzonder rekening houden met de volgende uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren gekomen omstandigheid die tot matiging van de straf heeft geleid:

- verdachte werd terzake strafbare feiten soortgelijk aan het door hem gepleegde strafbare feit niet eerder tot straf veroordeeld.

Met betrekking tot de op te leggen gevangenisstraf zal de rechtbank bepalen dat die straf niet zal worden tenuitvoergelegd mits verdachte zich gedurende een hierna vast te stellen proeftijd aan de voorwaarde houdt dat hij zich niet aan een strafbaar feit zal schuldig maken. De rechtbank wil met een en ander enerzijds de ernst van het door verdachte gepleegde strafbare feiten tot uitdrukking brengen en anderzijds door invloed uit te oefenen op het gedrag van de verdachte het door verdachte opnieuw plegen van een strafbaar feit tegengaan.

DE UITSPRAAK

Verklaart het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk ten aanzien van het onder parketnummer 01/826234-05 tenlastegelegde.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder parketnummer 01/820106-05 primair is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart het onder parketnummer 01/820106-05 subsidiair tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op het misdrijf:

Ten aanzien van het onder parketnummer 01/820106-05 subsidiair tenlastegelegde:

het zich in het openbaar bij geschrift opzettelijk beledigend uitlaten over een groep mensen wegens hun godsdienst

(artikel 137c Wetboek van Strafrecht)

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

BESLISSING:

Ten aanzien van het onder parketnummer 01/820106-05 subsidiair tenlastegelegde:

Gevangenisstraf voor de duur van 2 weken voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. drs. W.A.F. Damen, voorzitter,

mr. K. Visser en mr. W.J. Kolkert, leden,

in tegenwoordigheid van mr. C.A. Mandemakers, griffier

en is uitgesproken op 19 juli 2005.

Parketnummers: 01/826234-05 en 01/820106-05 pag. 7