Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2005:AT7299

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
09-06-2005
Datum publicatie
13-06-2005
Zaaknummer
125771 FA RK 05-514
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Kinderrechter verleent vervangende toestemming tot het uitvoeren van een intelligentieonderzoek van een minderjarige nu de vader weigerachtig is zijn medewerking te verlenen.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 1
Burgerlijk Wetboek Boek 1 253a
Burgerlijk Wetboek Boek 1 253i
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JPF 2005/98
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK TE 'S-HERTOGENBOSCH

BESCHIKKING

Zaaknummer : 125771 / JE RK 05-514

Uitspraak : 9 juni 2005

Beschikking in de zaak van

[ naam moeder ],

wonende te [ woonplaats moeder],

procureur mr. A.M.B. Snoeks,

tegen:

[ naam vader ]

wonende te [ woonplaats vader ],

advocaat mr. F.T.I. Oey,

partijen, ook wel aan te duiden als respectievelijk vader en moeder.

De procedure

De rechtbank heeft kennis genomen van het verzoekschrift ingediend namens moeder, ter griffie ingekomen op 19 april 2005.

De zaak is behandeld ter terechtzitting van 2 juni 2005. Verschenen zijn moeder bijgestaan door haar procureur en vader bijgestaan door zijn advocaat.

Van het verhandelde ter terechtzitting is proces verbaal opgemaakt.

Het verzoek

Moeder verzoekt op grond van art. 1.253a B.W. een beslissing van de rechtbank in een geschil met vader over het uitvoeren van een intelligentieonderzoek bij hun op [ geboortedatum ] te [ geboorteplaats] geboren de minderjarige zoon [ naam minderjarige] (roepnaam [ X ]) over wie zij gezamenlijk het gezag uitoefenen, nu vader weigert hiervoor toestemming te verlenen.

De beoordeling

Moeder voert aan dat het in het belang van de minderjarige is dat er duidelijkheid komt over de oorzaak van zijn leerachterstand. Met behulp van een intelligentieonderzoek kan een advies worden gegeven hoe de leerachterstand kan worden verkleind of opgeheven.

Vader voert ter zitting aan dat hij eerst een spellings- en taalonderzoek zou willen en, mocht de uitslag hiervan niet positief uitvallen, dat hij alsnog akkoord zou kunnen gaan met een intelligentieonderzoek. Hij zegt de indruk te hebben dat het kind bij en door moeder onvoldoende ondersteund wordt in zijn taalontwikkeling. Hij wil niet dat kind nodeloos gestigmatiseerd wordt.

De school adviseerde een intelligentieonderzoek door het Regionaal Expertisecentrum en heeft daartoe een aanvraag geformuleerd welke door moeder is ondertekend.

Men stelt zich op het standpunt het onderzoek alleen te mogen uitvoeren met toestemming van beide ouders. Moeder vraagt daarom de toestemming van vader door een rechterlijke toestemming te doen vervangen, nu de man weigerachtig blijft om de aanvraag mede te ondertekenen.

Uit de stukken is gebleken, dat reeds geruime tijd door middel van logopedische hulp is gepoogd de ontwikkelingsachterstand bij [ X ] te bestrijden. Bij diverse testuitslagen blijkt echter steeds achteruitgang zodat het oordeel van de rechtbank in het belang is van de minderjarige dat er nader bekeken wordt waar de oorzaak hiervan te vinden is. De verklaring van vader is daartoe ten ene male ontoereikend en zelfs al zou moeder het kind onvoldoende in zijn taalontwikkeling ondersteunen, dan nog moet de thans geconstateerde neergaande ontwikkeling gekeerd worden. Daartoe is nader onderzoek als door de school voorgesteld naar het oordeel van de rechtbank dringend geboden.

De rechbank laat uitdrukkelijk in het midden of het standpunt van de school, dat beide ouders hun toestemming moeten geven alvorens dit onderzoek kan worden aangevangen eigenlijk wel juist is. In art. 1.253i B.W. is op zijn minst een aanknopingspunt te vinden voor de opvatting, dat de ouder die de dagelijkse verzorging heeft een dergelijk onderzoek alleen zou kunnen aanvragen, maar uiteraard geldt dit niet wanneer bezwaren van vader uitdrukkelijk in een eerder stadium aan de school zouden zijn kenbaar gemaakt. Uit de stukken is daarvan evenwel niet gebleken.

Gegeven het standpunt van de school en de nodzaak tot voortgang lijkt thans het verlenen van toestemming tot dit onderzoek door de rechtbank een adequate wijze om het tussen de ouders gerezen geschil te beslechten en de rechtbank acht deze beslissing dan ook in het belang van het betrokken kind wenselijk.

Daarom zal de rechtbank thans beslissen als in het dictum is aangegeven.

De rechtbank compenseert de proceskosten als na te melden.

De beslissing.

Verleent in plaats van de vader [ naam vader ] vervangende toestemming tot het uitvoeren van een intelligentieonderzoek ten behoeven van de minderjarige:

[ naam minderjarige],

geboren op [ geboortedatum ] te [ geboorteplaats].

Zaaknummer : 125771 / JE RK 05-514

Verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Aldus gegeven te 's-Hertogenbosch door mr. F.A. van der Reijt, vice-president, tevens kinderrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 juni 2005 in tegenwoordigheid van de griffier.

Tegen deze beschikking kan -uitsluitend door tussenkomst van een procureur

(advocaat)- hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof te

's-Hertogenbosch:

a. door de verzoeker en door de in de procedure verschenen belanghebbenden binnen drie maanden, te rekenen van de dag van de uitspraak;

b. door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan

of nadat de beschikking hen op andere wijze bekend is geworden.

- 2 -