Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2005:AT6462

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
01-06-2005
Datum publicatie
01-06-2005
Zaaknummer
06902304
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Poging tot brandstichting in moskee

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

Parketnummer: 01/069023-04

Uitspraakdatum: 1 juni 2005

VERKORT VONNIS

Verkort vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte]

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum]

wonende te [woonplaats], [adres].

Dit vonnis is op tegenspraak

gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 18 mei 2005.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht

.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 6 mei 2005.

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 6 november 2004 tot en met 7 november 2004 te Uden ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk brand te stichten in een moskee (gevestigd aan de President Kennedylaan), terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel te duchten was, met dat opzet met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen een steen door een ruit van die moskee heeft gegooid en/of open vuur via een tod en/of stuk stof en/of lont in aanraking heeft gebracht met wasbenzine, althans een brandbare stof in een (wijn)fles (zogenaamde molotovcocktail) en/of (vervolgens) die brandende molotovcocktail heeft gegooid naar de (vernielde) ruit van die moskee en/of in de richting van die moskee, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;(artikel 157 juncto 45 Wetboek van Strafrecht)

De geldigheid van de dagvaarding.

De dagvaarding voldoet aan alle wettelijke eisen.

De bevoegdheid van de rechtbank.

Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

De ontvankelijkheid van de officier van justitie.

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken, die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.

Schorsing der vervolging.

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gronden voor schorsing der vervolging gebleken.

De bewijsbeslissing.

De rechtbank acht het in de tenlastelegging opgenomen strafverzwarende bestanddeel "en/of levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel" niet wettig en overtuigend bewezen, nu op basis van de processtukken en het behandelde ter zitting niet kan worden vastgesteld of zich, op het tijdstip van de poging tot opzettelijke brandstichting, mensen in de moskee bevonden.

Derhalve behoort verdachte hiervan te worden vrijgesproken.

De bewezenverklaring.

De rechtbank acht, op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte het feit heeft begaan zoals is weergegeven op het in dit vonnis opgenomen afgestreepte afschrift van de dagvaarding.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De kwalificatie.

Het bewezenverklaarde levert op het in de uitspraak vermelde strafbare feit.

De strafbaarheid.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van het feit of van de verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen te zijnen laste bewezen is verklaard.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 27, 45, 47, 77a, 77g, 77h, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa, 157.

DE OVERWEGINGEN DIE TOT DE BESLISSING HEBBEN GELEID

De eis van de officier van justitie.

Bewezenverklaring van het tenlastegelegde feit.

Jeugddetentie voor de duur van 210 dagen, waarvan 173 dagen voorwaardelijk met aftrek overeenkomstig het gestelde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht en de bijzondere voorwaarde dat de verdachte zich zal houden aan de aanwijzingen hem te geven door de Jeugdreclassering.

Een werkstraf voor de duur van 160 uur.

De benadeelde partij [benadeelde partij 1] dient niet ontvankelijk te worden verklaard in haar vordering, nu deze onvoldoende onderbouwd is.

De officier van justitie heeft aangegeven dat hij met deze eis rekening heeft gehouden met de leerstraf "Pubers in de Knel".

De op te leggen straf(fen) en/of maatregel(en).

Bij de beslissing over de straffen die aan verdachte dienen te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op:

a. de aard van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan,

b. de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

Bij de strafoplegging zal de rechtbank enerzijds in het bijzonder rekening houden met de volgende uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren gekomen omstandigheid ten bezware van verdachte:

- verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot brandstichting in een moskee. Dit strafbare feit vond plaats slechts enkele dagen nadat Theo van Gogh gewelddadig om het leven was gebracht. In deze periode, voorafgaand aan het door verdachte gepleegde feit, hadden voorts reeds meerdere pogingen tot brandstichting van islamitische gebedshuizen en instellingen plaatsgevonden. Mede als gevolg hiervan leefden in de Nederlandse samenleving alom gevoelens van onrust en onveiligheid. Het staat naar het oordeel van de rechtbank buiten kijf dat deze gevoelens door verdachtes handelen niet alleen zijn blijven voortbestaan, maar ook zijn toegenomen, zeker bij de moslimbevolking in Nederland.

Bij de strafoplegging zal de rechtbank anderzijds in het bijzonder rekening houden met de volgende uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren gekomen omstandigheden die tot matiging van de straf hebben geleid:

- uit een omtrent de geestvermogens van verdachte uitgebracht rapport door kinder- en jeugdpsychiater mw. G.C.G.M. Broekman van 9 mei 2005 blijkt, dat het door hem gepleegde strafbare feit in licht verminderde mate aan hem kan worden toegerekend.

De rechtbank is van oordeel, dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan jeugddetentie welke vrijheidsbeneming meebrengt voor de duur als hierna te melden.

Met betrekking tot een deel van de op te leggen jeugddetentie zal de rechtbank bepalen dat dat deel van die straf niet zal worden tenuitvoergelegd mits verdachte zich gedurende een hierna vast te stellen proeftijd aan de voorwaarde houdt dat hij zich niet aan een strafbaar feit zal schuldig maken en de hierna te melden bijzondere voorwaarde naleeft. De rechtbank wil met een en ander enerzijds de ernst van het door verdachte gepleegde strafbare feit tot uitdrukking brengen en anderzijds door invloed uit te oefenen op het gedrag van de verdachte het door verdachte opnieuw plegen van een strafbaar feit tegengaan.

De rechtbank zal dezelfde straf opleggen als de door de officier van justitie gevorderde straf nu de gevorderde straf in overeenstemming is met de ernst van het bewezenverklaarde, ondanks het feit dat de rechtbank vrijspreekt van het tenlastegelegde doch niet bewezen verklaarde, strafverzwarende bestanddeel "levensgevaar en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel".

De rechtbank is van oordeel dat, gelet op het gestelde in artikel 14c tweede lid W.v.Sr. met de uitgevoerde c.q. lopende leerstraf bij het eindvonnis rekening dient te worden gehouden nu de leerstraf een hoofdstraf is in de zin van artikel 77h jo 77m W.v.Sr.

De vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij 1].

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering, aangezien deze niet van zo eenvoudige aard is dat zij zich leent voor behandeling in het strafgeding.

De benadeelde partij kan haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De rechtbank zal de benadeelde partij veroordelen in de kosten. Deze kosten worden tot op heden begroot op nihil.

DE UITSPRAAK

Verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op het misdrijf:

medeplegen van poging tot opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

BESLISSING:

* Jeugddetentie voor de duur van 210 dagen met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van

Strafrecht waarvan 173 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren

en bijzondere voorwaarde:

dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd gedraagt naar de aanwijzingen hem in het kader van jeugdreclassering te geven door of namens het Buro Jeugdreclassering van de Stichting Jeugdzorg Noord-Brabant, regio Noord-Oost, Koningsweg 40-42 te 5211 BL Den Bosch.

Verleent opdracht aan voornoemde Stichting om aan de veroordeelde terzake van de naleving van deze bijzondere voorwaarde hulp en steun te verlenen.

* Werkstraf voor de duur van 160 uren, subsidiair 80 dagen jeugddetentie.

* Een leerstraf in de vorm van de cursus "Pubers in de Knel" voor de duur van maximaal 40 uur, met aftrek van de uren die door de veroordeelde reeds in het kader van deze cursus gevolgd zijn, subsidiair 20 dagen jeugddetentie.

* Niet-ontvankelijkverklaring van de benadeelde partij [benadeelde partij 1] in haar vordering.

Veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van de verdachte tot op heden begroot op nihil.

* Opheffing van het tegen verdachte verleende bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden. Deze voorlopige hechtenis is op 30 december 2004 reeds geschorst.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. F.A. van der Reijt, voorzitter en tevens kinderrechter,

mr. K. Visser en mr. R.C. Stijnen, leden,

in tegenwoordigheid van mr. C.A.M. Cox-Wentholt, griffier

en is uitgesproken op 1 juni 2005.

Parketnummer: 01/069023-04 pag. 7