Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2005:AT4678

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
27-04-2005
Datum publicatie
27-04-2005
Zaaknummer
01/071041-04
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Medeplegen van overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 15 eerste lid van de Wet herstructurering varkenshouderij,

hetgeen inhoudt dat verdachte een groter aantal varkens heeft gehouden dan het op het bedrijf rustende varkensrecht/fokzeugenrecht, verminderd met het grondgebonden deel van het varkensrecht/fokzeugenrecht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ’S-HERTOGENBOSCH

Parketnummer: 01/071041-04

Uitspraakdatum: 27 april 2005

VERKORT VONNIS

Verkort vonnis van de rechtbank ’s-Hertogenbosch, meervoudige economische kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1955,

wonende te [woonplaats], [adres].

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 4 april, 5 april, 7 april en 13 april 2005.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 1 maart 2005.

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

1.

[bedrijf 1] in of omstreeks de periode vanaf 1 september 1998 tot en met 31 december 2001 te Kapel-Avezaath in de gemeente Buren en/of te Vuren in de gemeente Lingewaal, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, opzettelijk, op een of meer bedrijven, gelegen aan de [adres] te Kapel Avezaath, gemeente Buren, voorzien van de/het mestnummer(s) 065047737 en/of 094008760 en/of 092019897 en/of 094014230 en/of 094008086 en/of 095016511 en/of 094002843 en/of 096507209 en/of een of meer andere mestnummer(s), althans op een of meer bedrijven,

- gemiddeld gedurende het jaar 1998 (over de periode vanaf de maand september 1998 tot en met de maand december 1998), 9162 vleesvarkens of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 7 van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of 1975 fokzeugen of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 1 b van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of 35 opfokzeugen of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 2 b van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of 3 dekberen of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 4 van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of

- gemiddeld gedurende het jaar 1999, 6702 vleesvarkens of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 7 van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of 220 opfokzeugen of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 2 a van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of 1976 fokzeugen of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 1 b van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of 30 opfokzeugen of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 2 b van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of 4 dekberen of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 4 van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of 5 slachtzeugen of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 6 van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of

- gemiddeld gedurende het jaar 2000, 8969 vleesvarkens of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 7 van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of 187 opfokzeugen of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 2 a van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of 1977 fokzeugen of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 1 b van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of 30 opfokzeugen of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 2 b van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of 220 opfokzeugen of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 2 c van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of 4 dekberen of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 4 van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of

- gemiddeld gedurende het jaar 2001, 6678 vleesvarkens of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 7 van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of 109 opfokzeugen of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 2 a van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of 1849 fokzeugen of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 1 b van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of 93 opfokzeugen of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 2 b van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of 259 opfokzeugen of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 2 c van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of of 5 dekberen of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 4 van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of 162 biggen of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 5 van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of of 32 slachtzeugen of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 6 van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij,

in elk geval (telkens) een groter aantal varkens heeft gehouden dan het op die/dat bedrijven/bedrijf rustende varkensrecht en/of fokzeugenrecht, verminderd met het grondgebonden deel van het varkensrecht en/of fokzeugenrecht,

hebbende hij, verdachte, (telkens) opdracht gegeven tot die/dat strafbare feit(en) en/of feitelijke leiding gegeven aan die verboden gedraging(en);

(de terminologie is gebruikt in de zin van de Wet herstructurering varkenshouderij)

artikel 15 lid 1 Wet herstructurering varkenshouderij

(zaken 1.1 tot en met 1.6)

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode vanaf 1 september 1998 tot en met 31 december 2001 te Kapel-Avezaath in de gemeente Buren en/of te Vuren in de gemeente Lingewaal, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, opzettelijk, op een of meer bedrijven, gelegen aan de [adres] te Kapel Avezaath, gemeente Buren, voorzien van de/het mestnummer(s) 065047737 en/of 094008760 en/of 092019897 en/of 094014230 en/of 094008086 en/of 095016511 en/of 094002843 en/of 096507209 en/of een of meer andere mestnummer(s), althans op een of meer bedrijven,

- gemiddeld gedurende het jaar 1998 (over de periode vanaf de maand september 1998 tot en met de maand december 1998), 9162 vleesvarkens of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 7 van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of 1975 fokzeugen of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 1 b van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of 35 opfokzeugen of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 2 b van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of 3 dekberen of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 4 van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of

- gemiddeld gedurende het jaar 1999, 6702 vleesvarkens of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 7 van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of 220 opfokzeugen of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 2 a van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of 1976 fokzeugen of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 1 b van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of 30 opfokzeugen of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 2 b van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of 4 dekberen of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 4 van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of 5 slachtzeugen of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 6 van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of

- gemiddeld gedurende het jaar 2000, 8969 vleesvarkens of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 7 van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of 187 opfokzeugen of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 2 a van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of 1977 fokzeugen of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 1 b van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of 30 opfokzeugen of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 2 b van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of 220 opfokzeugen of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 2 c van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of 4 dekberen of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 4 van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of

- gemiddeld gedurende het jaar 2001, 6678 vleesvarkens of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 7 van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of 109 opfokzeugen of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 2 a van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of 1849 fokzeugen of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 1 b van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of 93 opfokzeugen of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 2 b van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of 259 opfokzeugen of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 2 c van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of 5 dekberen of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 4 van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of 162 biggen of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 5 van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of of 32 slachtzeugen of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 6 van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij,

in elk geval (telkens) een groter aantal varkens heeft gehouden dan het op die/dat bedrijven/bedrijf rustende varkensrecht en/of fokzeugenrecht, verminderd met het grondgebonden deel van het varkensrecht en/of fokzeugenrecht;

(de terminologie is gebruikt in de zin van de Wet herstructurering varkenshouderij)

artikel 15 lid 1 Wet herstructurering varkenshouderij

(zaken 1.1 tot en met 1.6)

2.

[bedrijf 2] en/of (bedrijf 3) in of omstreeks de periode vanaf 1 januari 1999 tot en met 31 december 2001 te Hoeven in de gemeente Halderberge en/of te Vuren in de gemeente Lingewaal, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met elkaar en/of met anderen of een ander, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, opzettelijk, op een of meer bedrijven, gelegen aan de [adres] te Hoeven, gemeente Halderberge, voorzien van de/het mestnummer(s) 092032540 en/of 092025269 en/of 096511710 en/of 092034071 en/of 096512288 en/of 096004894 en/of 096004479 en/of 094008833 en/of 096506407 en/of een of meer andere mestnummer(s), althans op een of meer bedrijven,

- gemiddeld gedurende het jaar 1999, 5330 vleesvarkens of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 7 van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of 3341 biggen of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 5 van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of

- gemiddeld gedurende het jaar 2000, 4783 vleesvarkens of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 7 van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of 3190 biggen of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 5 van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of

- gemiddeld gedurende het jaar 2001, 3427 vleesvarkens of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 7 van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of 1123 biggen of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 5 van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of 248 fokzeugen of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 1 a van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of 379 opfokzeugen of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 2 a van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of 102 opfokzeugen of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 2 b van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of 5 opfokberen of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 4 van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij,

in elk geval (telkens) een groter aantal varkens heeft gehouden dan het op die/dat bedrijven/bedrijf rustende varkensrecht en/of fokzeugenrecht, verminderd met het grondgebonden deel van het varkensrecht en/of fokzeugenrecht,

hebbende hij, verdachte, (telkens) opdracht gegeven tot die/dat strafbare feit(en) en/of feitelijke leiding gegeven aan die verboden gedraging(en);

(de terminologie is gebruikt in de zin van de Wet herstructurering varkenshouderij)

artikel 15 lid 1 Wet herstructurering varkenshouderij

(zaken 2.1 tot en met 2.7)

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode vanaf 1 januari 1999 tot en met 31 december 2001 te Hoeven in de gemeente Halderberge en/of te Vuren in de gemeente Lingewaal, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, opzettelijk, op een of meer bedrijven, gelegen aan de [adres] te Hoeven, gemeente Halderberge, voorzien van de/het mestnummer(s) 092032540 en/of 092025269 en/of 096511710 en/of 092034071 en/of 096512288 en/of 096004894 en/of 096004479 en/of 094008833 en/of 096506407 en/of een of meer andere mestnummer(s), althans op een of meer bedrijven,

- gemiddeld gedurende het jaar 1999, 5330 vleesvarkens, zoals bedoeld in categorie 7 van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij of daaromtrent en/of 3341 biggen of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 5 van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of

- gemiddeld gedurende het jaar 2000, 4783 vleesvarkens of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 7 van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of 3190 biggen of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 5 van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of

- gemiddeld gedurende het jaar 2001, 3427 vleesvarkens of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 7 van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of 1123 biggen of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 5 van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of 248 fokzeugen of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 1 a van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of 379 opfokzeugen of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 2 a van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of 102 opfokzeugen of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 2 b van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of 5 opfokberen of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 4 van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij,

in elk geval (telkens) een groter aantal varkens heeft gehouden dan het op die/dat bedrijven/bedrijf rustende varkensrecht en/of fokzeugenrecht, verminderd met het grondgebonden deel van het varkensrecht en/of fokzeugenrecht;

(de terminologie is gebruikt in de zin van de Wet herstructurering varkenshouderij)

artikel 15 lid 1 Wet herstructurering varkenshouderij

(zaken 2.1 tot en met 2.7)

3.

[bedrijf 4] in of omstreeks de periode vanaf 1 september 1998 tot en met 31 december 2001 te Kapel-Avezaath in de gemeente Buren en/of te Zevenbergschen Hoek in de gemeente Moerdijk, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, opzettelijk, op een of meer bedrijven, gelegen aan de [adres] te Zevenbergschen Hoek in de gemeente Moerdijk, voorzien van de/het mestnummer(s) 092513000 en/of 094005435 en/of 092513000 en/of 096512253 en/of een of meer andere mestnummer(s), althans op een of meer bedrijven,

- gemiddeld gedurende het jaar 1998 (over de periode vanaf de maand september 1998 tot en met de maand december 1998), 842 fokzeugen of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 1 b van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of 2182 opfokzeugen of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 2 a van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of 4 dekberen of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 6 van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of

- gemiddeld gedurende het jaar 1999, 992 fokzeugen of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 1 b van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of 1984 opfokzeugen of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 2 a van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of 368 opfokzeugen of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 2 c van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of 12 dekberen of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 4 van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of 2 slachtzeugen, zoals bedoeld in categorie 6 van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of

- gemiddeld gedurende het jaar 2000, 965 fokzeugen of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 1 b van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of 1740 opfokzeugen of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 2 a van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of 409 opfokzeugen of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 2 c van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of 1 opfokbeer, zoals bedoeld in categorie 3 van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of 15 dekberen of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 4 van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of

- gemiddeld gedurende het jaar 2001, 1031 fokzeugen of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 1 b van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of 1965 opfokzeugen of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 2 a van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of 49 opfokzeugen of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 2 b van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of 61 opfokzeugen of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 2 c van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of 14 dekberen of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 4 van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij,

in elk geval (telkens) een groter aantal varkens heeft gehouden dan het op die/dat bedrijven/bedrijf rustende varkensrecht en/of fokzeugenrecht, verminderd met het grondgebonden deel van het varkensrecht en/of fokzeugenrecht,

hebbende hij, verdachte, (telkens) opdracht gegeven tot die/dat strafbare feit(en) en/of feitelijke leiding gegeven aan die verboden gedraging(en);

(de terminologie is gebruikt in de zin van de Wet herstructurering varkenshouderij)

artikel 15 lid 1 Wet herstructurering varkenshouderij

(zaken 3.1 tot en met 3.3)

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

[bedrijf 4] in of omstreeks de periode vanaf 1 september 1998 tot en met 31 december 2001 te Kapel-Avezaath in de gemeente Buren en/of te Zevenbergschen Hoek in de gemeente Moerdijk, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, opzettelijk, op een of meer bedrijven, gelegen aan de [adres] te Zevenbergschen Hoek in de gemeente Moerdijk, voorzien van de/het mestnummer(s) 092513000 en/of 094005435 en/of 092513000 en/of 096512253 en/of een of meer andere mestnummer(s), althans op een of meer bedrijven,

- gemiddeld gedurende het jaar 1998 (over de periode vanaf de maand september 1998 tot en met de maand december 1998), 842 fokzeugen of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 1 b van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of 2182 opfokzeugen of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 2 a van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of 4 dekberen, zoals bedoeld in categorie 6 van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij of daaromtrent en/of

- gemiddeld gedurende het jaar 1999, 992 fokzeugen of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 1 b van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of 1984 opfokzeugen of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 2 a van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of 368 opfokzeugen of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 2 c van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of 12 dekberen of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 4 van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of 2 slachtzeugen of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 6 van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of

- gemiddeld gedurende het jaar 2000, 965 fokzeugen of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 1 b van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of 1740 opfokzeugen of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 2 a van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of 409 opfokzeugen of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 2 c van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of 1 opfokbeer, zoals bedoeld in categorie 3 van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of 15 dekberen of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 4 van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of

- gemiddeld gedurende het jaar 2001, 1031 fokzeugen of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 1 b van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of 1965 opfokzeugen of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 2 a van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of 49 opfokzeugen of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 2 b van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of 61 opfokzeugen of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 2 c van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of 14 dekberen of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 4 van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij,

in elk geval (telkens) een groter aantal varkens heeft gehouden dan het op die/dat bedrijven/bedrijf rustende varkensrecht en/of fokzeugenrecht, verminderd met het grondgebonden deel van het varkensrecht en/of fokzeugenrecht,

hebbende hij, verdachte, (telkens) opdracht gegeven tot die/dat strafbare feit(en) en/of feitelijke leiding gegeven aan die verboden gedraging(en);

(de terminologie is gebruikt in de zin van de Wet herstructurering varkenshouderij)

artikel 15 lid 1 Wet herstructurering varkenshouderij

(zaken 3.1 tot en met 3.3)

4.

[bedrijf 5] in of omstreeks de periode vanaf 1 september 1998 tot en met 31 december 2001 te Kapel-Avezaath in de gemeente Buren en/of te Groot Ammers in de gemeente Liesveld, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, opzettelijk, op een of meer bedrijven, gelegen aan het [adres] te Groot Ammers, gemeente Liesveld, voorzien van het mestnummer 101019505 en/of een of meer andere mestnummer(s), althans op een of meer bedrijven,

- gemiddeld gedurende het jaar 1998 (over de periode vanaf de maand september 1998 tot en met de maand december 1998), 1333 fokzeugen of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 1 b van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of 23 opfokzeugen of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 2 b van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of 4 dekberen of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 4 van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of

- gemiddeld gedurende het jaar 1999, 1316 fokzeugen of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 1 b van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of 29 opfokzeugen of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 2 b van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of 11 dekberen of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 4 van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of

- gemiddeld gedurende het jaar 2000, 1319 fokzeugen of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 1 b van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of 30 opfokzeugen of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 2 b van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of 25 dekberen of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 4 van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of

- gemiddeld gedurende het jaar 2001, 1293 fokzeugen of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 1 b van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of 117 opfokzeugen of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 2 a van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of 30 opfokzeugen of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 2 b van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of 23 dekberen of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 4 van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of 21 slachtzeugen of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 6 van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of 414 vleesvarkens of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 7 van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij,

in elk geval (telkens) een groter aantal varkens heeft gehouden dan het op die/dat bedrijven/bedrijf rustende varkensrecht en/of fokzeugenrecht, verminderd met het grondgebonden deel van het varkensrecht en/of fokzeugenrecht,

hebbende hij, verdachte, (telkens) opdracht gegeven tot die/dat strafbare feit(en) en/of feitelijke leiding gegeven aan die verboden gedraging(en);

(de terminologie is gebruikt in de zin van de Wet herstructurering varkenshouderij)

artikel 15 lid 1 Wet herstructurering varkenshouderij

(zaak 4.1)

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode vanaf 1 september 1998 tot en met 31 december 2001 te Kapel-Avezaath in de gemeente Buren en/of te Groot Ammers in de gemeente Liesveld, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, opzettelijk, op een of meer bedrijven, gelegen aan het [adres] te Groot Ammers, gemeente Liesveld, voorzien van het mestnummer 101019505 en/of een of meer andere mestnummer(s), althans op een of meer bedrijven,

- gemiddeld gedurende het jaar 1998 (over de periode vanaf de maand september 1998 tot en met de maand december 1998), 1333 fokzeugen of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 1 b van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of 23 opfokzeugen of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 2 b van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of 4 dekberen of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 4 van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of

- gemiddeld gedurende het jaar 1999, 1316 fokzeugen of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 1 b van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of 29 opfokzeugen of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 2 b van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of 11 dekberen of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 4 van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of

- gemiddeld gedurende het jaar 2000, 1319 fokzeugen of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 1 b van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of 30 opfokzeugen of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 2 b van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of 25 dekberen of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 4 van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of

- gemiddeld gedurende het jaar 2001, 1293 fokzeugen of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 1 b van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of 117 opfokzeugen of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 2 a van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of 30 opfokzeugen of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 2 b van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of 23 dekberen of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 4 van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of 21 slachtzeugen of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 6 van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij en/of 414 vleesvarkens of daaromtrent, zoals bedoeld in categorie 7 van bijlage A, behorende bij artikel 1 van de Wet herstructurering varkenshouderij,

in elk geval (telkens) een groter aantal varkens heeft gehouden dan het op die/dat bedrijven/bedrijf rustende varkensrecht en/of fokzeugenrecht, verminderd met het grondgebonden deel van het varkensrecht en/of fokzeugenrecht;

(de terminologie is gebruikt in de zin van de Wet herstructurering varkenshouderij)

artikel 15 lid 1 Wet herstructurering varkenshouderij

(zaak 4.1)

De tenlastelegging is op vordering van de officier van justitie ter terechtzitting van 7 april 2005 gewijzigd. Van deze vordering is een kopie aan dit vonnis gehecht.

Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De geldigheid van de dagvaarding.

De dagvaarding voldoet aan alle wettelijke eisen.

De bevoegdheid van de rechtbank.

Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

De ontvankelijkheid van de officier van justitie.

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken, die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.

Schorsing der vervolging.

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gronden voor schorsing der vervolging gebleken.

De bewijsbeslissing.

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte onder 1 primair, 2 primair,

3 primair en 4 primair is tenlastegelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Bewijsoverweging.

Ten aanzien van het medeplegen.

De raadslieden hebben aangevoerd - op de gronden zoals weergegeven in de overgelegde pleitnotities - dat verdachte dient te worden vrijgesproken van de hem tenlastegelegde feiten, omdat hij niet strafrechtelijk verantwoordelijk zou zijn.

De rechtbank deelt het standpunt van de verdediging niet.

In casu heeft een strafrechtelijke (en niet een bestuursrechtelijke) benadering het primaat.

Uit de processtukken en uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken van een volledige, nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en de akkerbouwers c.q. pachters. De rechtbank leidt dit (onder meer) af uit de volgende feiten en omstandigheden:

- de akkerbouwers hielden de varkens zonder over de benodigde varkensrechten in de zin van de Wet herstructurering varkenshouderij (Whv) te beschikken;

- verdachte was (middellijk of onmiddellijk) eigenaar van de door de akkerbouwers gepachte stallen en de daarin aanwezige varkens;

- verdachte heeft kennis van het houden van varkens, was regelmatig in de stallen aanwezig en gaf opdrachten aan het personeel;

- verdachte was bij alle besluitvorming rondom de exploitatie van de stallen betrokken;

- de varkens werden onder de mestnummers van de akkerbouwers gehouden en op hun minas-aangiften (die door of namens verdachte werden voorbereid) vermeld;

- de financiële administratie van de akkerbouwers (voorzoveel het varkensbedrijf betreffend) werd door of namens verdachte gevoerd;

- de akkerbouwers hadden (op papier) de verzorging van de varkens op zich genomen.

Op grond van het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat er sprake is van medeplegen van het houden van varkens in strijd met artikel 15 Whv.

De situatie die in het arrest van de Hoge Raad d.d. 2 juni 1998 (NJ 1998, 714) aan de orde was, is overigens geenszins vergelijkbaar met die in de zaak van verdachte.

De bewezenverklaring.

De rechtbank acht, op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte

1. (subsidiair)

in de periode vanaf 1 september 1998 tot en met 31 december 2001 te Kapel-Avezaath in de gemeente Buren en/of te Vuren in de gemeente Lingewaal, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk, op een of meer bedrijven, gelegen aan de [adres] te Kapel Avezaath, gemeente Buren, voorzien van de/het mestnummer(s) 065047737 en/of 094008760 en/of 092019897 en/of 094014230 en/of 094008086 en/of 095016511 en/of 094002843 en/of 096507209 en/of een of meer andere mestnummer(s), telkens een groter aantal varkens heeft gehouden dan het op die/dat bedrijven/bedrijf rustende varkensrecht en/of fokzeugenrecht, verminderd met het grondgebonden deel van het varkensrecht en/of fokzeugenrecht;

2. (subsidiair)

in de periode vanaf 1 januari 1999 tot en met 31 december 2001 te Hoeven in de gemeente Halderberge en/of te Vuren in de gemeente Lingewaal, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk, op een of meer bedrijven, gelegen aan de [adres] te Hoeven, gemeente Halderberge, voorzien van de/het mestnummer(s) 092032540 en/of 092025269 en/of 096511710 en/of 092034071 en/of 096512288 en/of 096004894 en/of 096004479 en/of 094008833 en/of 096506407 en/of een of meer andere mestnummer(s), telkens een groter aantal varkens heeft gehouden dan het op die/dat bedrijven/bedrijf rustende varkensrecht en/of fokzeugenrecht, verminderd met het grondgebonden deel van het varkensrecht en/of fokzeugenrecht;

3. (subsidiair)

in de periode vanaf 1 september 1998 tot en met 31 december 2001 te Kapel-Avezaath in de gemeente Buren en/of te Zevenbergschen Hoek in de gemeente Moerdijk, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk, op een of meer bedrijven, gelegen aan de [adres] te Zevenbergschen Hoek in de gemeente Moerdijk, voorzien van de/het mestnummer(s) 092513000 en/of 094005435 en/of 092513000 en/of 096512253 en/of een of meer andere mestnummer(s), telkens een groter aantal varkens heeft gehouden dan het op die/dat bedrijven/bedrijf rustende varkensrecht en/of fokzeugenrecht, verminderd met het grondgebonden deel van het varkensrecht en/of fokzeugenrecht,

4. (subsidiair)

in de periode vanaf 1 september 1998 tot en met 31 december 2001 te Kapel-Avezaath in de gemeente Buren en/of te Groot Ammers in de gemeente Liesveld, tezamen en in vereniging met anderen, opzettelijk, op een of meer bedrijven, gelegen aan het [adres] te Groot Ammers, gemeente Liesveld, voorzien van het mestnummer 101019505 en/of een of meer andere mestnummer(s), telkens een groter aantal varkens heeft gehouden dan het op die/dat bedrijven/bedrijf rustende varkensrecht en/of fokzeugenrecht, verminderd met het grondgebonden deel van het varkensrecht en/of fokzeugenrecht.

De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De kwalificatie.

Het bewezenverklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.

De strafbaarheid.

Ten aanzien van de strafbaarheid van het feit.

De verdediging stelt zich op het standpunt dat de Whv jegens verdachte onverbindend is wegens strijd met artikel 1 van het Eerste Protocol behorende bij het EVRM. Het tenlastegelegde, indien bewezen, levert alsdan geen strafbaar feit op, zodat verdachte dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

De rechtbank onderschrijft deze zienswijze niet, nu zij in het voetspoor van het arrest van de Hoge Raad van 16 november 2001 (LJN: AD 5493) van opvatting is dat de Whv ten opzichte van verdachte vanaf het begin verbindend is geweest. De Hoge Raad heeft in zijn arrest met zoveel woorden overwogen dat artikel 1, lid 2, van het Eerste Protocol in beginsel geen grond biedt om de Whv buiten toepassing te laten ten aanzien van varkenshouders, die slechts zijn getroffen in mestproductierechten of varkensrechten welke hun ingevolge de wet zijn toegekend en die zij niet op andere wijze, tegen betaling, hebben verworven.

Dat er een gedeeltelijke terugverwijzing heeft plaatsgevonden naar het Gerechtshof Arnhem maakt dit niet anders, nu de nog te onderzoeken vraagpunten en de beslissing daarop geenszins behoeven te betekenen dat hieruit onverbindendheid voortvloeit, nog daargelaten dat verdachte niet kan worden gerekend tot of worden vergeleken met de kring van personen waarover nog door het Gerechtshof moet worden beslist.

Artikel 25 van de Whv biedt de mogelijkheid om bij algemene maatregel van bestuur voor bepaalde groepen van gevallen, waarbij de bepaling van de hoogte van het varkens- of fokzeugenrecht leidt tot onbillijkheden van overwegende aard, regels te stellen omtrent een afwijkende bepaling van de hoogte van deze rechten. Hieraan is uitvoering gegeven door middel van het Bhv. Op dit besluit heeft verdachte een beroep gedaan, welk beroep niet is gehonoreerd. Gelet op het vorenstaande staat vast dat verdachte geen varkensrechten heeft (gehad) op basis van het Bhv. Nu bewezen is dat verdachte tezamen en in vereniging met een ander of anderen varkens heeft gehouden in strijd met artikel 15 van de Whv staat hiermee vast dat hij een strafbaar feit heeft gepleegd.

Ten aanzien van de gestelde gewekte verwachtingen.

De raadslieden hebben aangevoerd dat de Whv in strijd is met eerder door de overheid bij verdachte gewekte verwachtingen, zodat deze wet ten opzichte van verdachte onverbindend is.

De rechtbank verwerpt dit verweer, reeds omdat verdachte eerst op 15 juni 1998 met de groep akkerbouwers in contact is gekomen en derhalve ruimschoots ná 9 juli 1997 (de datum waarop de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij bij de Tweede Kamer der Staten Generaal de komst van de Whv heeft aangekondigd) met de akkerbouwers afspraken heeft gemaakt c.q. (op 3 juli 1998) overeenkomsten heeft gesloten.

Ten aanzien van het beroep op de niet-strafbaarheid van het feit i.v.m. (o.m.) kort geding NVV/Staat der Nederlanden.

De raadslieden hebben betoogd dat de tenlastegelegde feiten van 23 februari 1999 tot 16 november 2001, althans tot 20 januari 2000 niet strafbaar zijn geweest, zulks vanwege de in de pleitnotities vermelde civielrechtelijke procedures, onder meer een kort geding tussen het Nederlands Vakverbond voor Varkenshouders (NVV) en de Staat der Nederlanden.

De rechtbank verwerpt dit verweer.

Weliswaar heeft de President van de Rechtbank 's-Gravenhage in het kort geding-vonnis d.d. 23 februari 1999 de Staat geboden om (ten aanzien van bepaalde personen) een gedeelte van de Whv buiten toepassing te laten (tot een bepaald moment), doch dat betekent nog niet dat artikel 15 Whv strafrechtelijk gezien (gedurende een bepaalde periode) zijn geldigheid heeft verloren. Immers, in bovengemelde civielrechtelijke procedures ging het om de legitimiteit van de inkorting van het eigendomsrecht, terwijl verdachte heeft gehandeld ondanks de omstandigheid dat er - geheel losstaand van inkorting - geen, althans onvoldoende varkensrechten aanwezig waren. Daarenboven was verdachte reeds vóór laatstgemelde datum betrokken bij het houden van varkens zonder dat men over (voldoende) varkensrechten beschikte, en is verdachte daarmee doorgegaan, zulks ook na 20 januari 2000 (de datum waarop het Gerechtshof 's-Gravenhage arrest heeft gewezen in de bodemprocedure tussen het NVV en de Staat), respectievelijk 16 november 2001 (de datum waarop de Hoge Raad in die procedure arrest heeft gewezen).

Overigens heeft verdachte in geen der verhoren bij de AID en evenmin ter terechtzitting aangevoerd dat onzekerheid omtrent de verbindendheid van de Whv een motief voor het handelen van verdachte is geweest.

Er zijn ook overigens geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van de feiten of van de verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen te zijnen laste bewezen is verklaard.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

14a, 14b, 14c, 23, 24, 24c, 47, 57 en 91 van het Wetboek van Strafrecht,

1, 2, 6 en 87 van de Wet op de economische delicten,

1, 15 en 44 van de Wet herstructurering varkenshouderij.

DE OVERWEGINGEN DIE TOT DE BESLISSING HEBBEN GELEID

De eis van de officier van justitie.

Ten aanzien van feiten 1 primair , 2 primair, 3 primair en 4 primair:

Een geldboete van € 1.673.000,00, subsidiair 1 jaar hechtenis,

120 uur taakstraf, subsidiair 60 dagen hechtenis,

1 jaar stillegging van de ondernemingen [bedrijf 1], [bedrijf 2], [bedrijf 3], [bedrijf 4] en [bedrijf 5] voorwaardelijk, proeftijd 2 jaar.

De op te leggen straf(fen) en/of maatregel(en).

Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op:

a. de aard van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan,

b. de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte waaronder de draagkracht.

Bij de strafoplegging zal de rechtbank enerzijds in het bijzonder rekening houden met de volgende uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren gekomen omstandigheden ten bezware van verdachte:

- de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals tot uitdrukking komt in het wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd;

- verdachte heeft gedurende een langere periode, te weten van september 1998 tot en met december 2001, de onderhavige strafbare feiten gepleegd.

Bij de strafoplegging zal de rechtbank anderzijds in het bijzonder rekening houden met de volgende uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren gekomen omstandigheid die tot matiging van de straf heeft geleid:

- sedert het tijdstip waarop de door verdachte gepleegde strafbare feiten hebben plaatsgehad is inmiddels geruime tijd verstreken, terwijl verdachte voor zover thans bekend in deze periode geen nieuwe strafbare feiten heeft gepleegd.

Met betrekking tot een deel van de op te leggen geldboete zal de rechtbank bepalen dat dat deel van die straf niet zal worden tenuitvoergelegd mits verdachte zich gedurende een hierna vast te stellen proeftijd aan de voorwaarde houdt dat hij zich niet aan een strafbaar feit zal schuldig maken. De rechtbank wil met een en ander enerzijds de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten tot uitdrukking brengen en anderzijds door invloed uit te oefenen op het gedrag van de verdachte het door verdachte opnieuw plegen van een strafbaar feit tegengaan.

DE UITSPRAAK

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder 1 primair, 2 primair, 3 primair en 4 primair is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 subsidiair, 2 subsidiair, 3 subsidiair en 4 subsidiair tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

T.a.v. feit 1 subsidiair:

Medeplegen van overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 15 eerste lid van de Wet herstructurering varkenshouderij, opzettelijk begaan, meermalen gepleegd

T.a.v. feit 2 subsidiair:

Medeplegen van overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 15 eerste lid van de Wet herstructurering varkenshouderij, opzettelijk begaan, meermalen gepleegd

T.a.v. feit 3 subsidiair:

Medeplegen van overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 15 eerste lid van de Wet herstructurering varkenshouderij, opzettelijk begaan, meermalen gepleegd

T.a.v. feit 4 subsidiair:

Medeplegen van overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 15 eerste lid van de Wet herstructurering varkenshouderij, opzettelijk begaan, meermalen gepleegd

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

BESLISSING:

T.a.v. feit 1 subsidiair, feit 2 subsidiair, feit 3 subsidiair, feit 4 subsidiair:

Geldboete van EUR 500.000,00 subsidiair 365 dagen hechtenis, waarvan EUR 250.000,00 subsidiair 182 dagen hechtenis voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J.W.H. Renneberg, voorzitter,

mr. N.M. Spelt en mr. G.A.F.M. Wouters, leden,

in tegenwoordigheid van mw. L.M.E. de Roo, griffier

en is uitgesproken op 27 april 2005.