Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2004:AR4409

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
25-10-2004
Datum publicatie
25-10-2004
Zaaknummer
01/085026-04
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Drie jaar ontzetting uit ambt van politieambtenaar en 120 uur werkstraf voor onder meer het opmaken van een vals proces-verbaal.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

Parketnummer: 01/085026-04

Uitspraakdatum: 25 oktober 2004

VERKORT VONNIS

Verkort vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte]

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1962,

wonende te [woonplaats], [adres]

Dit vonnis is op tegenspraak

gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 11 oktober 2004.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht

.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 27 september 2004.

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 25 november 2003 te 's-Hertogenbosch aan een persoon

genaamd [slachtoffer 1], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel (uitgebreid bandletsel

aan de (rechter)knie met botbreuk in het onderbeen ter hoogte van het

kniegewricht,in elk geval zwaar lichamelijk letsel aan het been), heeft

toegebracht,door opzettelijk

deze [slachtoffer 1], terwijl deze (als bestuurder) op een met aanzienlijke snelheid,

in elk geval (beduidend) hogere snelheid dan stapvoets, rijdende bromfiets zat,

en/of (diens duopassagier) [slachtoffer 2],

te duwen en/of vast te pakken en/of (anderszins) te raken,

(mede) ten gevolge waarvan deze [slachtoffer 1] zwaar lichamelijk letsel heeft

opgelopen;

(artikel 302 Wetboek van Strafrecht)

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 25 november 2003 te 's-Hertogenbosch opzettelijk

mishandelend een persoon, te weten [slachtoffer 1], terwijl deze (als bestuurder) op

een met aanzienlijke snelheid, in elk geval (beduidend) hogere snelheid dan

stapvoets, rijdende bromfiets zat, heeft geduwd en/of vastgepakt en/of

(anderszins) heeft aangeraakt en/of diens duopassagier [slachtoffer 2] heeft

geduwd en/of vastgepakt en/of anderszins heeft aangeraakt, terwijl deze

bromfiets met aanzienlijke snelheid, in elk geval met een (beduidend) hogere

snelheid dan stapvoets, reed,

(mede) tengevolge waarvan deze [slachtoffer 1] zwaar lichamelijk letsel, te weten

uitgebreid bandletsel aan de (rechter)knie met botbreuk in het onderbeen ter

hoogte van het kniegewricht, in elk geval zwaar lichamelijk letsel aan het

been, althans enig lichamelijk letsel, heeft bekomen en/of pijn heeft

ondervonden;

(artikel 300 Wetboek van Strafrecht)

meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht

of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 25 november 2003 te 's-Hertogenbosch grovelijk, althans

aanmerkelijk onvoorzichtig en/of onachtzaam en/of nalatig een persoon, te

weten [slachtoffer 1], terwijl deze (als bestuurder) op een met aanzienlijke

snelheid, in elk geval (beduidend) hogere snelheid dan stapvoets, rijdende

bromfiets zat, heeft geduwd en/of vastgepakt en/of (anderszins) heeft

aangeraakt en/of diens duopassagier [slachtoffer 2] heeft geduwd en/of vastgepakt

en/of anderszins heeft aangeraakt,

waardoor het (mede) aan zijn, verdachtes, schuld te wijten is geweest dat deze

[slachtoffer 1] zwaar lichamelijk letsel, te weten uitgebreid bandletsel aan de

(rechter)knie met botbreuk in het onderbeen ter hoogte van het kniegewricht,

in elk geval zwaar lichamelijk letsel aan het been, heeft bekomen,

althans zodanig lichamelijk letsel dat daaruit tijdelijke ziekte en/of

verhindering in de uitoefening van de ambts- of beroepsbezigheden van deze

[slachtoffer 1] is ontstaan, heeft bekomen;

(artikel 308 Wetboek van Strafrecht)

2.

hij op of omstreeks 25 november 2003 te 's-Hertogenbosch opzettelijk

mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer 2]), heeft geduwd en/of vastgepakt

en/of (anderszins) geraakt, terwijl deze (als duopassagier) op een met

aanzienlijke snelheid, althans met een hogere snelheid dan stapvoets, rijdende

bromfiets zat, en/of [slachtoffer 1] (bestuurder van die bromfiets) opzettelijk

heeft geduwd en/of vastgepakt en/of (anderszins) geraakt, (mede) ten gevolge

waarvan deze [slachtoffer 2] letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

(artikel 300 Wetboek van Strafrecht)

3.

hij in of omstreeks de periode van 25 november 2003 tot en met 26 november

2003 te 's-Hertogenbosch, in elk geval in het arrondissement 's-Hertogenbosch,

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

in een (onder meer) door hem als hoofdagent van politie van de politieregio

Brabant Noord ambtsedig opgemaakt proces-verbaal, gedateerd 26 november 2003,

in elk geval in een geval waarin een wettelijk voorschrift een verklaring

onder ede vordert en/of daaraan rechtsgevolgen verbindt,

schriftelijk, persoonlijk, opzettelijk valselijk een verklaring onder ede

heeft afgelegd,

door tezamen en in vereniging met zijn mededader(s), althans alleen,

persoonlijk, schriftelijk, opzettelijk valselijk geheel of ten dele in strijd

met de waarheid te verklaren in vorenbedoeld proces-verbaal,

- zakelijk weergegeven -:

"Ik, verbalisant [verdachte], zag dat de bestuurder van de bromfiets in plaats

van te remmen zijn snelheid bleef verhogen. Ik, verbalisant [verdachte], kwam

daardoor links-voor de bromfiets te staan. Ik, verbalisant [verdachte], vreesde

door de bestuurder van de bromfiets omver gereden te worden en draaide

links-om mijn as. Ik, verbalisant [verdachte], voelde dat ik aan mijn

linkerzijde licht werd geraakt door de bromfiets en/of de opzittenden.

Ik, verbalisant [verdachte], zag dat de bromfietser met opzittenden mij verder

passeerde en met hoge snelheid zijn weg vervolgde over de Baksvelstraat in de

richting van de Wolfsdonklaan. Ik, verbalisant [verdachte], zag dat beide

opzittenden omkeken en dat de bestuurder zijn bromfiets naar rechts stuurde.

Ik, verbalisant [verdachte], zag dat de bestuurder van de bromfiets nog verder

naar rechts stuurde en dat een of beide wielen van de bromfiets de aan de

rechterzijde gelegen trottoirrand raakte(n). Dit was ongeveer twintig meter

verder in de richting van de Wolfsdonklaan.

Ik, verbalisant [verdachte], zag dat de bestuurder zijn bromfiets verder niet

meer onder controle had en dat de bromfiets naar rechts kantelde. Ik,

verbalisant [verdachte], zag dat de bromfiets en/of de opzittenden de aldaar

staande en in werking zijnde lantaarnpaal raakten en vervolgens ten val

kwamen."

en/of dit proces-verbaal (vervolgens) op ambtseed/ambtsbelofte te ondertekenen.

(artikel 207 Wetboek van Strafrecht)

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

hij in of omstreeks de periode van 25 november 2003 tot en met 26 november

2003 te 's-Hertogenbosch, in elk geval in het arrondissement 's-Hertogenbosch,

tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen, een

ambtsedig proces-verbaal gedateerd 26 november 2003 - zijnde een geschrift dat

bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk heeft opgemaakt

of heeft vervalst, immers heeft hij, verdachte, tezamen en in vereniging met

die ander(en), althans alleen, valselijk in dat proces-verbaal opgenomen

-zakelijk weergegeven-:

"Ik, verbalisant [verdachte], zag dat de bestuurder van de bromfiets in plaats

van te remmen zijn snelheid bleef verhogen. Ik, verbalisant [verdachte], kwam

daardoor links-voor de bromfiets te staan. Ik, verbalisant [verdachte], vreesde

door de bestuurder van de bromfiets omver gereden te worden en draaide

links-om mijn as. Ik, verbalisant [verdachte], voelde dat ik aan mijn

linkerzijde licht werd geraakt door de bromfiets en/of de opzittenden.

Ik, verbalisant [verdachte], zag dat de bromfietser met opzittenden mij verder

passeerde en met hoge snelheid zijn weg vervolgde over de Baksvelstraat in de

richting van de Wolfsdonklaan. Ik, verbalisant [verdachte], zag dat beide

opzittenden omkeken en dat de bestuurder zijn bromfiets naar rechts stuurde.

Ik, verbalisant [verdachte], zag dat de bestuurder van de bromfiets nog verder

naar rechts stuurde en dat een of beide wielen van de bromfiets de aan de

rechterzijde gelegen trottoirrand raakte(n). Dit was ongeveer twintig meter

verder in de richting van de Wolfsdonklaan.

Ik, verbalisant [verdachte], zag dat de bestuurder zijn bromfiets verder niet

meer onder controle had en dat de bromfiets naar rechts kantelde. Ik,

verbalisant [verdachte], zag dat de bromfiets en/of de opzittenden de aldaar

staande en in werking zijnde lantaarnpaal raakten en vervolgens ten val

kwamen."

en/of (vervolgens) dat proces-verbaal ondertekend,

zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of

door anderen te doen gebruiken;

(art. 225 lid 1 Wetboek van Strafrecht)

De geldigheid van de dagvaarding.

De dagvaarding voldoet aan alle wettelijke eisen.

De bevoegdheid van de rechtbank.

Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

De ontvankelijkheid van de officier van justitie.

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken, die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.

Schorsing der vervolging.

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gronden voor schorsing der vervolging gebleken.

De bewijsbeslissing.

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte onder 1 primair, 1 subsidiair en onder 2 is tenlastegelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

De bewezenverklaring.

De rechtbank acht, op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte de feiten heeft begaan zoals hierna is weergegeven:

1. hij op 25 november 2003 te 's-Hertogenbosch aanmerkelijk onvoorzichtig en onachtzaam een persoon, te weten [slachtoffer1] terwijl deze (als bestuurder) op een met aanzienlijke snelheid,, rijdende bromfiets zat, heef trachten vast te pakken en daardoor heeft aangeraakt en/of diens duopassagier [slachtoffer 2] heeft trachten vast te pakken en daardoor heeft aangeraakt,

waardoor het (mede) aan zijn, verdachtes, schuld te wijten is geweest dat deze [slachtoffer 1] zwaar lichamelijk letsel, te weten uitgebreid bandletsel aan de (rechter)knie met botbreuk in het onderbeen ter hoogte van het kniegewricht heeft bekomen.

3.hij in de periode van 25 november 2003 tot en met 26 november 2003 te

's-Hertogenbosch ,in een (onder meer) door hem als hoofdagent van politie van de politieregio Brabant Noord ambtsedig opgemaakt proces-verbaal, gedateerd 26 november 2003,

in elk geval in een geval waarin een wettelijk voorschrift een verklaring onder ede vordert en daaraan rechtsgevolgen verbindt,schriftelijk, persoonlijk, opzettelijk valselijk een verklaring onder ede heeft afgelegd,door persoonlijk, schriftelijk, opzettelijk valselijk geheel of ten dele in strijd met de waarheid te verklaren in vorenbedoeld proces-verbaal,- zakelijk weergegeven -:

"Ik, verbalisant [verdachte], zag dat de bestuurder van de bromfiets in plaats van te remmen zijn snelheid bleef verhogen. Ik, verbalisant [verdachte], kwam daardoor links-voor de bromfiets te staan. Ik, verbalisant [verdachte], vreesde door de bestuurder van de bromfiets omver gereden te worden en draaide links-om mijn as. Ik, verbalisant [verdachte], voelde dat ik aan mijn linkerzijde licht werd geraakt door de bromfiets en/of de opzittenden.Ik, verbalisant [verdachte], zag dat de bromfietser met opzittenden mij verder passeerde en met hoge snelheid zijn weg vervolgde over de Baksvelstraat in de

richting van de Wolfsdonklaan. Ik, verbalisant [verdachte], zag dat beide opzittenden omkeken en dat de bestuurder zijn bromfiets naar rechts stuurde.

Ik, verbalisant [verdachte], zag dat de bestuurder van de bromfiets nog verder naar rechts stuurde en dat een of beide wielen van de bromfiets de aan de rechterzijde gelegen trottoirrand raakte(n). Dit was ongeveer twintig meter verder in de richting van de Wolfsdonklaan.

Ik, verbalisant [verdachte], zag dat de bestuurder zijn bromfiets verder niet meer onder controle had en dat de bromfiets naar rechts kantelde. Ik, verbalisant [verdachte], zag dat de bromfiets en/of de opzittenden de aldaar staande en in werking zijnde lantaarnpaal raakten en vervolgens ten val

kwamen." en dit proces-verbaal (vervolgens) op ambtsbelofte te ondertekenen.

De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De kwalificatie.

Het bewezenverklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.

De strafbaarheid.

Door de raadsman is met betrekking tot het onder 3 tenlastegelegde feit als verweer gevoerd dat sprake is geweest van een situatie van psychische overmacht, zodat verdachte terzake het tenlastegelegde dient te worden ontslagen van alle rechtsvervolging.

De raadsman heeft daartoe aangevoerd dat verdachte zich in een situatie van ontreddering bevond, daarbij verwijzend naar hetgeen de psychiater stelt. Verdachte en zijn collega's werden op 25 november 2003 belaagd, bedreigd en aangevallen. Slechts met behulp van pepperspray en een overmacht van politie zijn de ontstane onlusten de kop ingedrukt. De situatie waarin verdachte verkeerde werd ook gekenmerkt door die van 'psychische kwetsbaarheid' zoals de psychiater heeft opgemerkt. Hij was fysiek doodziek en over zijn toeren. Ondanks het feit dat hij eigenlijk daarvoor te beroerd was stond het korps erop dat een proces-verbaal van bevindingen over (de aanleiding van) het ongeval zou worden opgemaakt. Waar verdachte in die toestand terugkwam op het bureau en verslag uitbracht aan de chef van dienst, [medeverdachte], instrueert deze verdachte om zijn verhaal aan te passen. Aldus werd verdachte in de nacht van 25 op 26 november 2003 een uitweg geboden. Gegeven de ontreddering van verdachte, gegeven datgene dat verdachte eerder reeds had meegemaakt, gegeven de (werk)druk op dat moment, alsmede de indringende opstelling van de hoogste aanwezige in rang, werd op verdachte een zodanige (van buitenkomende) kracht of drang uitgeoefend, dat hij daartegen redelijkerwijs geen weerstand kon bieden.

De rechtbank verwerpt dit verweer. Op grond van functie, maatschappelijke status, beroep of rol in het maatschappelijke en sociale leven worden in het strafrecht ten aanzien van sommige personen verhoudingsgewijs hogere eisen aan hun gesteld dan aan anderen in vergelijkbare omstandigheden. De bijzondere 'hoedanigheid' of 'kwaliteit' rechtvaardigt in die gedachtengang een hogere standaard van verantwoordelijkheid in rechte. Zo'n (maatschappelijke of sociale) borgstelling kan structureel zijn (gekoppeld aan een bepaalde persoonlijke hoedanigheid, bijv. arts, politie-agent, portier, hulpverlener, opvoeder) maar ook incidenteel, bijvoorbeeld door het min of meer spontaan op zich nemen van een bepaalde taak (eenmaal daaraan begonnen staat men ook garant voor het tot een goed einde brengen daarvan).

Zo'n bijzondere beroepsmatige hoedanigheid, staat in het algemeen al spoedig in de weg aan overmacht, bij de psychische overmacht als grond ter verontschuldiging kan dit zelfs in versterkte mate het geval te zijn. Bij psychische overmacht ligt de nadruk niet zozeer op een objectieve afweging van de in het geding zijnde belangen maar in het vergeeflijke van het zwichten voor ondervonden pressie vormt de Garantenstellung een verhoudingsgewijs hoge drempel voor het welslagen van een beroep op schulduitsluiting.

Om een geslaagd beroep op psychische overmacht te kunnen doen moet verdachte zich in een toestand hebben bevonden waarin hij niet redelijkerwijs weerstand had kunnen en behoren te bieden aan de drang. Verdachte is politieambtenaar, met meer dan 10 jaar ervaring, en aldus mogen er aan hem hogere eisen worden gesteld dan aan de gemiddelde burger. Zeker waar het hier gaat om een zogenaamd "functioneel" delict: het opmaken van een proces-verbaal.

Verdachte is op de hoogte van de waarde die wordt gehecht aan een op ambtseed opgemaakt proces-verbaal. Overigens is het onderhavige proces-verbaal afgerond en ondertekend op de dag na het gebeuren in de Baksvelstraat. Er is dus enige tijd verstreken tussen het moment waarop verdachte emotioneel was aangedaan en het moment waarop hij het bewuste proces-verbaal heeft vastgesteld en ondertekend. De rechtbank gaat er van uit dat verdachte in die tijd weer tot rust is gekomen.

Verdachte verkeerde wellicht in een dilemma, de tweestrijd, waarin hij ten tijde van het begaan van het delict verkeerde. De actuele situatie vergt het maken van een keuze die tweeërlei van aard kan zijn. Er moet worden gekozen tussen het toegeven -of juist het weerstand bieden- aan een uitgeoefende druk.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat verdachte redelijkerwijs weerstand behoorde te bieden aan de door hem beweerdelijk uitgeoefende drang.

Er zijn voor het overige geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van de feiten of van de verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen te zijnen laste bewezen is verklaard

Toepasselijke wetsartikelen

De beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 9, 22c, 22d, 24c, 36f, 57, 207, 308

DE OVERWEGINGEN DIE TOT DE BESLISSING HEBBEN GELEID

De op te leggen straf(fen) en/of maatregel(en).

Bij de beslissing over de straffen die aan verdachte dienen te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op:

a. de aard van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan

b. de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

Bij de strafoplegging zal de rechtbank enerzijds in het bijzonder rekening houden met de volgende uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren gekomen omstandigheden ten bezware van verdachte:

- de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals tot uitdrukking komt in het wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.

- Verdachte heeft op 25 november 2003 getracht een bromfiets met bestuurder en duopassagier aan te houden. Hij is naar de rijdende bromfiets toegelopen, terwijl deze zijn snelheid opvoerde. Hij heeft vervolgens geprobeerd de bestuurder en/of de duopassagier vast te pakken waardoor er op enig moment sprake is geweest van contact tussen verdachte en de personen op de bromfiets. Bijna onmiddellijk na dit contact is de bromfiets tegen een lantaarnpaal aangereden en tengevolge daarvan heeft de bestuurder van de bromfiets een beenbreuk opgelopen. De wijze van handelen van verdachte past niet in de gegeven omstandigheden. Het is op zijn minst genomen onvoorzichtig te noemen te proberen de bestuurder van een bromfiets te pakken als deze met aanzienlijke snelheid voorbij komt gereden.

Van een politieambtenaar mag verwacht worden dat hij zich tevoren rekenschap geeft van de gevaarzetting van dit soort handelen, met name nu het in casu een betrekkelijk gering feit betrof.

- Vervolgens heeft verdachte een proces-verbaal van bevindingen opgemaakt en ondertekend terwijl hij niet de ware toedracht van het gebeuren daarin had opgenomen. Dit alles om zijn rol in het gebeuren te bagatelliseren. In onze rechtstaat wordt aan een op ambtseed opgemaakt proces-verbaal grote waarde toegekend. Voor een goede rechtspleging moet men erop kunnen vertrouwen dat de inhoud van een ambtsedig opgemaakt proces-verbaal de waarheid bevat. Veelal zijn processen-verbaal van politie het fundament waarop een strafzaak is gebaseerd. Op deze wijze is de geloofwaardigheid van de politie in het algemeen in het geding.

Alles overziende rekent de rechtbank de verdachte het bewezenverklaarde zwaar aan en is - mede gelet op de generale en speciale preventie - van oordeel dat oplegging van de navolgende straf gerechtvaardigd en geboden is.

De rechtbank zal een zwaardere straf opleggen dan de door de officier van justitie gevorderde straf, hoewel de eis van de officier van justitie betrekking had op feit 1 primair, feit 2 en feit 3 primair, en de rechtbank tot een bewezenverklaring is gekomen van feit 1 meer subsidiair en feit 2 primair.

De rechtbank is van oordeel dat de gevorderde straf de ernst van het bewezenverklaarde onvoldoende tot uitdrukking brengt, met name het onder 3 bewezenverklaarde feit wordt verdachte zwaar aangerekend.

Immers ingevolge de wet (vide artikel 344 lid 2 Sv.) kan het bewijs dat de verdachte het telastegelegde feit heeft gepleegd, door de rechter worden aangenomen op het proces-verbaal van een opsporingsambtenaar.

Ons rechtsstelsel is voor een groot deel afhankelijk van juist opgemaakte processen-verbaal door de politie. Als daarom iemand een vals proces-verbaal opmaakt, ondertekent en instuurt dient dit zwaar te worden gestraft.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1].

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in het volgende onderdeel van haar vordering, aangezien deze niet van zo eenvoudige aard is dat zij zich leent voor behandeling in het strafgeding, te weten:

Immateriële schade voor zover het een bedrag van EUR 2.500,= te boven gaat.

De benadeelde partij kan dit onderdeel van haar vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De rechtbank acht toewijsbaar, als rechtstreeks door het bewezenverklaarde feit toegebrachte schade, als voorschot op de immateriële schade een bedrag van EUR 2.500,=.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert.

Aangezien aldus aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat verdachte van de schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde is bevrijd voor zover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot schadevergoeding.

DE UITSPRAAK

Verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

T.a.v. feit 1 meer subsidiair:

aan zijn schuld te wijten zijn dat een ander zwaar lichamelijk letsel bekomt

T.a.v. feit 3 primair:

in een geval waarin een wettelijk voorschrift een verklaring onder ede vordert,

persoonlijk opzettelijk een valse verklaring onder ede afleggen

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

BESLISSING:

T.a.v. feit 1 primair, feit 1 subsidiair, feit 2:

Vrijspraak, achtende de rechtbank het tenlastegelegde niet wettig en overtuigend bewezen.

T.a.v. feit 1 meer subsidiair, feit 3 primair:

Werkstraf voor de duur van 120 uren subsidiair 60 dagen hechtenis

T.a.v. feit 3 primair:

Gehele ontzegging van bepaalde rechten voor de duur van 3 jaar

te weten, ontzegging van zijn recht tot het bekleden van het ambt van

politieambtenaar.

T.a.v. feit 1 meer subsidiair:

Maatregel van schadevergoeding van EUR 2500,00 subsidiair 50 dagen hechtenis

Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten

behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1] van een bedrag van EUR 2.500 (zegge:

tweeduizend vijfhonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen

door 50 dagen hechtenis.

De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor opgelegde

betalingsverplichting niet op.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij :

Wijst de vordering van de benadeelde partij in het kader van een voorschot toe

en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan de benadeelde partij

[slachtoffer 1] , van een bedrag van EUR 2.500 (zegge: tweeduizend vijfhonderd euro).

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot heden

begroot op nihil.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te

maken kosten.

Bepaalt dat de benadeelde partij in de vordering voor het overige niet

ontvankelijk is.

Verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd

voorzover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot

vergoeding van deze schade.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. P.W.E.C. Pulles, voorzitter,

mr. K. Visser en mr. C.P.C. Kuijs, leden,

in tegenwoordigheid van J.C. de Steur, griffier

en is uitgesproken op 25 oktober 2004.

Parketnummer: 01/085026-04 pag. 10

[verdachte]