Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2004:AR4406

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
25-10-2004
Datum publicatie
25-10-2004
Zaaknummer
01/085028-04
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

vrijspraak voor uitlokking dan wel medeplegen van het opmaken van een vals proces-verbaal

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

Parketnummer: 01/085028-04

Uitspraakdatum: 25 oktober 2004, bij vervroeging

STRAFVONNIS

Vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte]

geboren te '[geboorteplaats] op [geboortedatum] 1949,

wonende te [woonplaats], [adres]

Dit vonnis is op tegenspraak

gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 18 oktober 2004.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht

.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 27 september 2004.

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

1.

[medeverdachte] in of omstreeks de periode van 25 november 2003 tot en met 26

november 2003 te 's-Hertogenbosch, in elk geval in het arrondissement

's-Hertogenbosch, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans

alleen,

in een (onder meer) door hem als hoofdagent van politie van de politieregio

Brabant Noord ambtsedig opgemaakt proces-verbaal, gedateerd 26 november 2003,

in elk geval in een geval waarin een wettelijk voorschrift een verklaring

onder ede vordert en/of daaraan rechtsgevolgen verbindt,

schriftelijk, persoonlijk, opzettelijk valselijk een verklaring onder ede

heeft afgelegd,

door tezamen en in vereniging met zijn mededader(s), althans alleen,

persoonlijk, schriftelijk, opzettelijk valselijk geheel of ten dele in strijd

met de waarheid te verklaren in vorenbedoeld proces-verbaal,

- zakelijk weergegeven -:

"Ik, verbalisant [medeverdachte], zag dat de bestuurder van de bromfiets in plaats

van te remmen zijn snelheid bleef verhogen. Ik, verbalisant [medeverdachte], kwam

daardoor links-voor de bromfiets te staan. Ik, verbalisant [medeverdachte], vreesde

door de bestuurder van de bromfiets omver gereden te worden en draaide

links-om mijn as. Ik, verbalisant [medeverdachte], voelde dat ik aan mijn

linkerzijde licht werd geraakt door de bromfiets en/of de opzittenden.

Ik, verbalisant [medeverdachte], zag dat de bromfietser met opzittenden mij verder

passeerde en met hoge snelheid zijn weg vervolgde over de Baksvelstraat in de

richting van de Wolfsdonklaan. Ik, verbalisant [medeverdachte], zag dat beide

opzittenden omkeken en dat de bestuurder zijn bromfiets naar rechts stuurde.

Ik, verbalisant [medeverdachte], zag dat de bestuurder van de bromfiets nog verder

naar rechts stuurde en dat een of beide wielen van de bromfiets de aan de

rechterzijde gelegen trottoirrand raakte(n). Dit was ongeveer twintig meter

verder in de richting van de Wolfsdonklaan.

Ik, verbalisant [medeverdachte], zag dat de bestuurder zijn bromfiets verder niet

meer onder controle had en dat de bromfiets naar rechts kantelde. Ik,

verbalisant [medeverdachte], zag dat de bromfiets en/of de opzittenden de aldaar

staande en in werking zijnde lantaarnpaal raakten en vervolgens ten val

kwamen.",

en/of dit proces-verbaal (vervolgens) op ambtseed/ambtsbelofte te ondertekenen,

hebbende hij,verdachte, voornoemd misdrijf opzettelijk uitgelokt op of

omstreeks 25 november 2003 te 's-Hertogenbosch, in elk geval in het

arrondissement 's-Hertogenbosch,

door misbruik van gezag en/of door het verschaffen van gelegenheid en/of

middelen en/of inlichtingen,

hebbende hij, verdachte, als inspecteur van politie en/of hoofd van de

districtsrecherche te 's-Hertogenbosch, op dat moment werkzaam als officier

van dienst, tegenover en ten overstaan van voornoemde [medeverdachte], hoofdagent

van politie, en/of een of meer andere ondergeschikten in rang, mededelingen

en/of voorstellen en/of suggesties gedaan over de inhoud van het valselijk op

te maken proces-verbaal zoals hieronder weergegeven

en/of hebbende hij, verdachte,

(ten overstaan van) voornoemde [medeverdachte] en/of een of meer ander(en)

opzettelijk medegedeeld - zakelijk weergegeven-:

dat [medeverdachte] in grote problemen zou komen wanneer hij zijn ervaringen met

betrekking tot het bromfietsongeval naar waarheid in een proces-verbaal zou

opnemen en/of

dat [medeverdachte] een zodanige omschrijving van het ongeval moest geven dat het

minder consequenties kon hebben en/of

dat het contact met de berijders van de bromfiets ook kon zijn geweest door

een afdraaiende of afwerende beweging en/of

dat [medeverdachte], terwijl hij zijn bevindingen vertelde aan zijn collega's,

daarmee moest stoppen en/of

dat het verhaal anders was gegaan dan [medeverdachte] zijn collega's vertelde en/of

dat het voorval op papier moest worden omschreven zoals hij, [verdachte], dat toen

(vervolgens) voorstelde en/of vertelde en/of

dat [medeverdachte] het op papier moest zetten zoals afgesproken tussen [verdachte] en [medeverdachte]

en/of dat [medeverdachte] niet in het proces-verbaal moest opnemen dat hij de bromfietser

had vastgepakt of geduwd,

in elk geval opzettelijk medegedeeld -zakelijk weergegeven- dat de feitelijke

toedracht met betrekking tot de oorzaak van het bromfietsongeval geheel of ten

dele in strijd met de waarheid in een proces-verbaal moest worden verwoord;

(artikel 207 jo. 45 Wetboek van Strafrecht)

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

[medeverdachte] in of omstreeks de periode van 25 november 2003 tot en met 26

november 2003 te 's-Hertogenbosch, in elk geval in het arrondissement

's-Hertogenbosch, tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans

alleen, een ambtsedig proces-verbaal gedateerd 26 november 2003 - zijnde een

geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen - valselijk

heeft opgemaakt of heeft vervalst, immers heeft hij, [medeverdachte], tezamen en in

vereniging met die ander(en), althans alleen, valselijk in dat proces-verbaal

opgenomen -zakelijk weergegeven-:

"Ik, verbalisant [medeverdachte], zag dat de bestuurder van de bromfiets in plaats

van te remmen zijn snelheid bleef verhogen. Ik, verbalisant [medeverdachte], kwam

daardoor links-voor de bromfiets te staan. Ik, verbalisant [medeverdachte], vreesde

door de bestuurder van de bromfiets omver gereden te worden en draaide

links-om mijn as. Ik, verbalisant [medeverdachte], voelde dat ik aan mijn

linkerzijde licht werd geraakt door de bromfiets en/of de opzittenden.

Ik, verbalisant [medeverdachte], zag dat de bromfietser met opzittenden mij verder

passeerde en met hoge snelheid zijn weg vervolgde over de Baksvelstraat in de

richting van de Wolfsdonklaan. Ik, verbalisant [medeverdachte], zag dat beide

opzittenden omkeken en dat de bestuurder zijn bromfiets naar rechts stuurde.

Ik, verbalisant [medeverdachte], zag dat de bestuurder van de bromfiets nog verder

naar rechts stuurde en dat een of beide wielen van de bromfiets de aan de

rechterzijde gelegen trottoirrand raakte(n). Dit was ongeveer twintig meter

verder in de richting van de Wolfsdonklaan.

Ik, verbalisant [medeverdachte], zag dat de bestuurder zijn bromfiets verder niet

meer onder controle had en dat de bromfiets naar rechts kantelde. Ik,

verbalisant [medeverdachte], zag dat de bromfiets en/of de opzittenden de aldaar

staande en in werking zijnde lantaarnpaal raakten en vervolgens ten val

kwamen."

en/of (vervolgens) dat proces-verbaal ondertekend,

zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of

door anderen te doen gebruiken,

hebbende hij,verdachte, voornoemd misdrijf opzettelijk uitgelokt op of

omstreeks 25 november 2003 te 's-Hertogenbosch, in elk geval in het

arrondissement 's-Hertogenbosch,

door misbruik van gezag en/of door het verschaffen van gelegenheid en/of

middelen en/of inlichtingen,

hebbende hij, verdachte, als inspecteur van politie en/of hoofd van de

districtsrecherche te 's-Hertogenbosch, op dat moment werkzaam als officier

van dienst, tegenover en ten overstaan van voornoemde [medeverdachte], hoofdagent

van politie, en/of een of meer andere ondergeschikten in rang, mededelingen

en/of voorstellen en/of suggesties gedaan over de inhoud van het valselijk op

te maken proces-verbaal zoals hieronder weergegeven

en/of hebbende hij, verdachte,

(ten overstaan van) voornoemde [medeverdachte] en/of een of meer ander(en)

opzettelijk medegedeeld - zakelijk weergegeven-:

dat [medeverdachte] in grote problemen zou komen wanneer hij zijn ervaringen met

betrekking tot het bromfietsongeval naar waarheid in een proces-verbaal zou

opnemen en/of

dat [medeverdachte] een zodanige omschrijving van het ongeval moest geven dat het

minder consequenties kon hebben en/of

dat het contact met de berijders van de bromfiets ook kon zijn geweest door

een afdraaiende of afwerende beweging en/of

dat [medeverdachte], terwijl hij zijn bevindingen vertelde aan zijn collega's,

daarmee moest stoppen en/of

dat het verhaal anders was gegaan dan [medeverdachte] zijn collega's vertelde en/of

dat het voorval op papier moest worden omschreven zoals hij, [verdachte], dat toen

(vervolgens) voorstelde en/of vertelde en/of

dat [medeverdachte] het op papier moest zetten zoals afgesproken tussen [verdachte] en [medeverdachte]

en/of dat [medeverdachte] niet in het proces-verbaal moest opnemen dat hij de bromfietser

had vastgepakt of geduwd,

in elk geval opzettelijk medegedeeld -zakelijk weergegeven- dat de feitelijke

toedracht met betrekking tot de oorzaak van het bromfietsongeval geheel of ten

dele in strijd met de waarheid in een proces-verbaal moest worden verwoord;

(artikel 225 jo. artikel 45 Wetboek van Strafrecht)

De tenlastelegging is op vordering van de officier van justitie ter terechtzitting van 18 oktober 2004 gewijzigd. Van deze vordering is een kopie aan dit vonnis gehecht.

De geldigheid van de dagvaarding.

Door de raadsman is als verweer gevoerd dat in de primaire en subsidiaire tenlastelegging ingevolge artikel 261 lid 1 van het Wetboek van Strafvordering laatste zinsnede is verwezen naar het wettelijk voorschrift, zijnde respectievelijk artikel 207 jo 45 en 225 jo 45 van het Wetboek van Strafrecht.

De verwijzing naar artikel 45 van het Wetboek van Strafrecht is een verwijzing naar de poging. Ook als hier sprake is van een kennelijke vergissing en in plaats daarvan artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht moet worden gelezen dan nog is volstrekt onduidelijk hoe door mededelingen, voorstellen en/of suggesties aan [getuige 1], [getuige 2] en [getuige 3] [medeverdachte] zou kunnen zijn uitgelokt. De conclusie van de raadsman is dat de dagvaarding nietig moet worden verklaard nu hier sprake is van een obscuur libel.

De raadsman heeft voorts als verweer gevoerd dat de tenlastelegging onvoldoende feitelijk is omschreven waardoor eveneens nietigheid van de dagvaarding zou moeten volgen.

De rechtbank verwerpt de verweren van de raadsman, zij is van oordeel dat de tenlastegelegde feiten voldoende feitelijk en voldoende duidelijk zijn omschreven.

De dagvaarding voldoet voorts aan alle wettelijke eisen.

De bevoegdheid van de rechtbank.

Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

De ontvankelijkheid van de officier van justitie.

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken, die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.

Schorsing der vervolging.

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gronden voor schorsing der vervolging gebleken.

De bewijsbeslissing.

De rechtbank is van oordeel dat van de tenlastegelegde uitlokking wel voldoende wettig bewijs is, echter de rechtbank mist de overtuiging dat verdachte de opzet heeft gehad om [medeverdachte] aan te zetten tot het door deze begane strafbare feit.

De rechtbank is verder van oordeel dat van het tenlastegelegde medeplegen onvoldoende bewijs aanwezig is, zodat de verdachte behoort te worden vrijgesproken van hetgeen aan hem primair, subsidiair, meer subsidiair en meest subsidiair is tenlastegelegd.

DE UITSPRAAK

BESLISSING:

T.a.v. primair, subsidiair, meer subsidiair en meest subsidiair, :

Vrijspraak, achtende de rechtbank het tenlastegelegde niet wettig en

overtuigend bewezen.

Dit vonnis is gewezen door,

mr. P.W.E.C. Pulles, voorzitter,

mr. K. Visser en mr. C.P.C. Kuijs, leden,

in tegenwoordigheid van J.C. de Steur, griffier

en is uitgesproken op 25 oktober 2004.

Mr. Kuijs is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

5

Parketnummer:01/085028-04 pag. 5

[verdachte]