Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2004:AR4405

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
25-10-2004
Datum publicatie
25-10-2004
Zaaknummer
01/039118-04
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

18 jaar gevangenissstraf voor medeplegen van moord en illegaal wapenbezit

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

Parketnummer: 01/039118-04 en 01/021247-04 (ttz.gev.)

Uitspraakdatum: 25 oktober 2004

VERKORT VONNIS

Verkort vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969,

wonende te [woonplaats], [adres]

thans verblijvende: PI Midden Holland, HvB Haarlem te Haarlem.

Dit vonnis is op tegenspraak

gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van

11 oktober 2004.

Op deze zitting heeft de rechtbank de tegen verdachte, onder de hiervoor genoemde parketnummers, aanhangig gemaakte zaken gevoegd.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht

.

De tenlastelegging.

De zaken zijn aanhangig gemaakt bij dagvaardingen van 20 juli 2004 en 31 augustus 2004.

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

Ten aanzien van 01/039118-04:

hij op of omstreeks 16 maart 2004 te Eindhoven tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, met een vuurwapen van korte afstand op die [slachtoffer] geschoten, tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden;

De tenlastelegging is op vordering van de officier van justitie ter terechtzitting van 11 oktober 2004 gewijzigd. Van deze vordering is een kopie aan dit vonnis gehecht.

Ten aanzien van 01/021247-04:

hij op of omstreeks 07 mei 2004 te Eindhoven een of meer wapens van categorie III onder 1 van de Wet Wapens en Munitie, te weten een pistool, en/of (daarbij behorende)munitie van categorie III, te weten negenenzestig kogelpatronen van het kaliber 7.65 mm, voorhanden heeft gehad;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd;

Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De geldigheid van de dagvaarding.

De dagvaarding voldoet aan alle wettelijke eisen.

De bevoegdheid van de rechtbank.

Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

De ontvankelijkheid van de officier van justitie.

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken, die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.

Schorsing der vervolging.

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gronden voor schorsing der vervolging gebleken.

De bewezenverklaring.

De rechtbank acht, op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte

Ten aanzien van 01/039118-04:

op 16 maart 2004 te Eindhoven tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk en met voorbedachten rade [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg, met een vuurwapen kogels in het hoofd en het lichaam van die [slachtoffer] geschoten tengevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden.

Ten aanzien van 01/021247-04:

op 07 mei 2004 te Eindhoven een wapen van categorie III onder 1 van de Wet Wapens en Munitie, te weten een pistool, en daarbij behorende munitie van categorie III, te weten negenenzestig kogelpatronen van het kaliber 7.65 mm, voorhanden heeft gehad.

De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De kwalificatie.

Het bewezenverklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.

De strafbaarheid.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van de feiten of van de verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen te zijnen laste bewezen is verklaard.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht art. 10, 24, 27, 33, 33a, 36b, 36c, 47, 57, 91, 289

Wet wapens en munitie art. 1, 2, 26, 55, 56, 60

DE OVERWEGINGEN DIE TOT DE BESLISSING HEBBEN GELEID

De op te leggen straffen.

Bij de beslissing over de straffen die aan verdachte dienen te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op de aard van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan, alsmede op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte waaronder de draagkracht.

Bij de strafoplegging zal de rechtbank in het bijzonder rekening houden met de volgende uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren gekomen omstandigheden ten bezware van verdachte:

- de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals tot uitdrukking komt in het wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd;

Ten aanzien van 01/039118-04:

- aan het slachtoffer is zijn kostbaarste bezit, het leven, ontnomen;

- verdachte is degene geweest die de (fatale) schoten heeft gelost;

- verdachte en zijn mededader hebben de nabestaanden van het slachtoffer onbeschrijflijk veel leed toegebracht;

- het door verdachte en zijn mededader gepleegde strafbare feit heeft grote onrust veroorzaakt in de plaatselijke gemeenschap;

- het door verdachte en zijn mededader gepleegde strafbare feit versterkt de in de maatschappij levende gevoelens van onveiligheid.

De rechtbank is van oordeel, dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een gevangenisstraf welke vrijheidsbeneming meebrengt voor de duur als hierna te melden.

Beslag.

De rechtbank is van oordeel dat de in het dictum nader te noemen inbeslaggenomen voorwerpen vatbaar zijn voor verbeurdverklaring, omdat - zoals blijkt uit het onderzoek ter terechtzitting - dit voorwerpen zijn

met behulp van welke feit 1 is voorbereid en deze voorwerpen ten tijde van het begaan van het feit aan verdachte toebehoorden.

De rechtbank is van oordeel dat de in het dictum nader te noemen inbeslaggenomen voorwerpen vatbaar zijn voor onttrekking aan het verkeer, omdat - zoals blijkt uit het onderzoek ter terechtzitting - dit voorwerpen zijn met betrekking tot welke feit 2 is begaan.

DE UITSPRAAK

Verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

T.a.v. 01/039118-04:

medeplegen van moord

T.a.v. 01/021247-04:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet Wapens en Munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III

en

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet Wapens en Munitie

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

BESLISSING:

T.a.v. 01/039118-04, 01/021247-04:

Gevangenisstraf voor de duur van 18 jaar met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht

Verbeurdverklaring van de inbeslaggenomen goederen, te weten: een GSM Siemens, type SL 55 (3516.3000.4278.050) en een GSM Sony Ericsson type T 100 (3512.9000.0204.330).

Onttrekking aan het verkeer van de inbeslaggenomen goederen, te weten: een pistool (Walther PPK) en 69 patronen

Dit vonnis is gewezen door:

mr. J.A. van Biesbergen, voorzitter,

mr. R.C. Stijnen en mr. O.J.D.M.L. Jansen, leden,

in tegenwoordigheid van mr. H. Wildeman, griffier

en is uitgesproken op 25 oktober 2004.

Parketnummer: 01/039118-04 pag. 5

[verdachte]