Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2004:AR4207

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
19-10-2004
Datum publicatie
19-10-2004
Zaaknummer
01/025341-04
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Openlijk geweld en medeplegen bedreiging met zware mishandeling

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

Parketnummer: 01/025341-04

Uitspraakdatum: 19 oktober 2004

VERKORT VONNIS

Verkort vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

(verdachte),

geboren te (geboorteplaats) op (geboortedatum) 1984,

wonende te (woonplaats), (adres).

thans verblijvende in de PI Vught - Nieuw Vosseveld 1 GEV te Vught.

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 5 oktober 2004.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 27 augustus 2004.

Aan verdachte is tenlastegelegd dat:

1. hij op of omstreeks 3 juni 2004 te Eindhoven met een ander of anderen, op of

aan de openbare weg, Mathildelaan en/of Glaslaan, in elk geval op of aan een

openbare weg, en/of ten aanschouwe van, althans zichtbaar voor publiek,

openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen [slachtoffer 1], welk

geweld bestond uit het slaan van die [slachtoffer 1] en/of het, die [slachtoffer 1],

dreigend tonen en/of voorhouden van een stok, althans een hard en/of zwaar

voorwerp;

(artikel 141 van het Wetboek van Strafrecht)

2. hij op of omstreeks 19 juni 2004 te Eindhoven tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toeëigening heeft weggenomen een skate-board, in elk geval enig goed, geheel

of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd

voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met

geweld tegen die [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te

bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan

zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken,

hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke

bedreiging met geweld heeft bestaan uit het, die [slachtoffer 2], dreigend voorhouden

en/of tonen van een skate-board en/of (vervolgens) het maken van (een) slaande

beweging(en) met voornoemd skate-board in de richting van die [slachtoffer 2];

(artikel 312 van het Wetboek van Strafrecht)

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 19 juni 2004 te Eindhoven, tezamen en in vereniging met

een ander of anderen, althans alleen, [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig

misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers

heeft//hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) opzettelijk

dreigend die [slachtoffer 2] een skate-board getoond en/of voorgehouden en/of

(vervolgens) met voornoemd skate-board (een) slaande beweging(en) gemaakt in

de richting van die [slachtoffer 2];

(artikel 285 van het Wetboek van Strafrecht)

3. hij op of omstreeks 19 juni 2004 te Eindhoven tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toeëigening heeft weggenomen een fiets, in elk geval enig goed, geheel of ten

dele toebehorende aan [slachtoffer 3], in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of

vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 3],

gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te

maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn

mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het

gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld heeft

bestaan uit het schoppen tegen het lichaam van voornoemde [slachtoffer 3] en/of de fiets

van voornoemde [slachtoffer 3];

(artikel 312 van het Wetboek van Strafrecht)

Subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 19 juni 2004 te Eindhoven met een ander of anderen, op of

aan de openbare weg, Lardinoisstraat, in elk geval op of aan een openbare weg,

openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon genaamd

[slachtoffer 3] en/of tegen een goed, te weten een fiets van die [slachtoffer 3], welk

geweld bestond uit het schoppen tegen het lichaam van voornoemde [slachtoffer 3] en/of

het schoppen tegen de fiets van voornoemde [slachtoffer 3];

(artikel 141 van het Wetboek van Strafrecht)

De geldigheid van de dagvaarding.

De dagvaarding voldoet aan alle wettelijke eisen.

De bevoegdheid van de rechtbank.

Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen.

De ontvankelijkheid van de officier van justitie.

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken, die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.

Schorsing der vervolging.

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gronden voor schorsing der vervolging gebleken.

De bewijsbeslissing.

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte onder 2 primair en onder 3 primair is tenlastegelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

Bewijsoverweging ten aanzien van feit 1:

Ten aanzien van het eerste feit heeft de raadsman, kort samengevat, gesteld dat verdachte zelf geen geweldshandeling heeft gepleegd en zich overigens heeft gedistantieerd.

De rechtbank stelt vast dat verdachte inderdaad zelf geen directe daad van geweld heeft gepleegd. Hij is echter aanwezig geweest bij de door zijn mededader gepleegde geweldshandeling, die volgde op het plan dat hij samen met zijn mededaders had opgevat om mensen van hun fiets af te slaan en dit te filmen. Hij is daartoe met hen op pad gegaan en heeft derhalve het risico dat er geweld zou worden gebruikt welbewust op de koop toe genomen. Daaraan doet niet af dat hij, na de vuistslag van zijn mededader tegen het hoofd van een fietser, en al dan niet na het horen van een vermaning van een naderende getuige, zijn mededader heeft toegeroepen om op te houden. Gelet op deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat verdachte welbewust heeft deelgenomen aan het openlijk geweld, en daaraan bovendien een zodanig significante bijdrage heeft geleverd dat hij moet worden aangemerkt als medepleger.

De bewezenverklaring.

De rechtbank acht, op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte de feiten heeft begaan zoals is weergegeven op het in dit vonnis opgenomen afgestreepte afschrift van de dagvaarding.

De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De kwalificatie.

Het bewezenverklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.

De strafbaarheid.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van de feiten of van de verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen te zijnen laste bewezen is verklaard.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

Wetboek van Strafrecht artt. 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 24, 24c, 27, 33, 33a, 36f, 47, 57, 60a, 63, 141, 285.

DE OVERWEGINGEN DIE TOT DE BESLISSING HEBBEN GELEID

De op te leggen straf en maatregelen.

Bij de beslissing over de straf en maatregelen die aan verdachte dienen te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op:

a. de aard van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan,

b. de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder zijn draagkracht.

Bij de strafoplegging zal de rechtbank enerzijds in het bijzonder rekening houden met de volgende uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren gekomen omstandigheden ten bezware van verdachte:

- verdachte heeft ter terechtzitting toegegeven dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan de strafbare feiten die "ad informandum" zijn vermeld op de inleidende dagvaarding, voor welke feiten verdachte niet afzonderlijk is of zal worden vervolgd.

- de door verdachte gepleegde strafbare feiten hebben grote onrust veroorzaakt in niet alleen de plaatselijke gemeenschap, maar ook ver daar buiten;

- de mate van het leed dat aan de willekeurige slachtoffers is aangedaan, te weten een ernstige aantasting van de persoonlijke levenssfeer;

- verdachte heeft de door hem gepleegde strafbare feiten gepleegd in georganiseerd verband en heeft willens en wetens zijn rol daarin vervuld;

Bij de strafoplegging zal de rechtbank anderzijds in het bijzonder rekeninghouden met de volgende uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren gekomen omstandigheid die tot matiging van de straf heeft geleid:

- uit een omtrent de geestvermogens van verdachte uitgebracht psychiatrisch rapport blijkt, dat de door hem gepleegde feiten in verminderde mate aan hem kunnen worden toegerekend.

De rechtbank is van oordeel, dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een gevangenisstraf welke vrijheidsbeneming meebrengt voor de duur als hierna te melden.

Met betrekking tot een deel van de op te leggen gevangenisstraf zal de rechtbank bepalen dat dat deel van die straf niet zal worden tenuitvoergelegd mits verdachte zich gedurende een hierna vast te stellen proeftijd aan de voorwaarde houdt dat hij zich niet aan een strafbaar feit zal schuldig maken en de hierna te melden bijzondere voorwaarde naleeft. De rechtbank wil met een en ander enerzijds de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten tot uitdrukking brengen en anderzijds door invloed uit te oefenen op het gedrag van de verdachte het door verdachte opnieuw plegen van een strafbaar feit tegengaan.

De rechtbank is van oordeel dat het in het dictum nader te noemen inbeslaggenomen voorwerp vatbaar is voor verbeurdverklaring, omdat - zoals blijkt uit het onderzoek ter terechtzitting - dit een voorwerp is

met behulp van welke de feiten zijn begaan en dit voorwerp ten tijde van het begaan van de feiten aan verdachte toebehoorde.

De rechtbank zal de teruggave gelasten van de in het dictum nader te noemen inbeslaggenomen voorwerpen aan verdachte nu naar het oordeel van de rechtbank het belang van strafvordering zich niet meer verzet tegen de teruggave van de inbeslaggenomen goederen.

ten aanzien van feit 1:

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]:

De rechtbank acht toewijsbaar, als rechtstreeks door het bewezenverklaarde feit toegebrachte schade, een bedrag van 300,-- euro terzake immateriële schade.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in het overige deel van haar vordering, te weten de overige immateriële schade, aangezien dit deel niet van zo eenvoudige aard is dat dit zich leent voor behandeling in het strafgeding.

Motivering van de hoofdelijkheid.

De rechtbank stelt vast dat verdachte dit strafbare feit samen met anderen heeft gepleegd. Nu verdachte en zijn mededaders samen een onrechtmatige daad hebben gepleegd, zijn zij jegens de benadeelde hoofdelijk aansprakelijk voor de totale schade.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert.

ten aanzien van feit 2 subsidiair:

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2]:

De rechtbank acht de vordering in haar geheel toewijsbaar.

Motivering van de hoofdelijkheid.

De rechtbank stelt vast dat verdachte dit strafbare feit samen met anderen heeft gepleegd. Nu verdachte en zijn mededaders samen een onrechtmatige daad hebben gepleegd, zijn zij jegens de benadeelde hoofdelijk aansprakelijk voor de totale schade.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert.

ten aanzien van feit 3 subsidiair:

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3]:

De rechtbank acht toewijsbaar, als rechtstreeks door het bewezenverklaarde feit toegebrachte schade, een bedrag van 415,-- euro, te weten een bedrag van 100,-- euro terzake de fiets, 15,-- euro terzake de sloten en 300,-- euro terzake de immateriële schade.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in het overige deel van haar vordering, aangezien dit deel niet van zo eenvoudige aard is dat dit zich leent voor behandeling in het strafgeding.

Motivering van de hoofdelijkheid.

De rechtbank stelt vast dat verdachte dit strafbare feit samen met anderen heeft gepleegd. Nu verdachte en zijn mededaders samen een onrechtmatige daad hebben gepleegd, zijn zij jegens de benadeelde hoofdelijk aansprakelijk voor de totale schade.

De rechtbank zal verdachte veroordelen in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil. Verder wordt verdachte veroordeeld in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

De rechtbank zal voor het toegewezen bedrag tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen, nu de rechtbank het wenselijk acht dat de staat schadevergoeding aan het slachtoffer bevordert.

ten aanzien van de feiten 1, 2 en 3:

Aangezien aldus aan verdachte meer verplichtingen tot vergoeding van dezelfde schade worden opgelegd, zal de rechtbank bepalen dat verdachte van de schadevergoedingsplicht jegens de benadeelden is bevrijd voor zover hij en/of een van zijn mededader(s) heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot schadevergoeding.

DE UITSPRAAK

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder 2 primair en 3 primair is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

t.a.v. feit 1:

Openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen.

(artikel 141 van het Wetboek van Strafrecht)

t.a.v. feit 2 subsidiair:

Medeplegen van bedreiging met zware mishandeling.

(artikelen 47 en 285 van het Wetboek van Strafrecht)

t.a.v. feit 3 subsidiair:

Openlijk in vereniging geweld plegen tegen personen en goederen.

(artikel 141 van het Wetboek van Strafrecht)

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

BESLISSING:

t.a.v. feit 1, feit 2 subsidiair, feit 3 subsidiair:

- gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden, met aftrek overeenkomstig artikel 27 Wetboek van Strafrecht, waarvan 5 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar en de bijzondere voorwaarde:

dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de

aanwijzingen, hem te geven door of namens de Reclassering Nederland, Regio

's-Hertogenbosch, Leeghwaterlaan 14 's-Hertogenbosch, ook indien zulks inhoudt

dat verdachte een behandeling zal ondergaan bij De Gelderse Roos, zolang

deze instelling zulks noodzakelijk acht.

Verleent aan de Reclassering voornoemd de opdracht als bedoeld in artikel 14d

van het Wetboek van Strafrecht.

- verbeurdverklaring van het inbeslaggenomen goed, te weten: een videocamera,

kleur grijs, Medion MD 9090.

- teruggave inbeslaggenomen goederen, te weten: een GSM, kleur zilver, Nokia en

een bankpas, RABO, pin [gegevens pas], aan veroordeelde.

t.a.v. feit 1:

- maatregel van schadevergoeding van 300,00 euro subsidiair 6 dagen hechtenis.

Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten

behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 1] van een bedrag van 300,-- euro

(zegge: driehonderd euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen

door 6 dagen hechtenis.

Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover dit bedrag door (een van)

zijn mededader(s) is betaald.

De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor opgelegde

betalingsverplichting niet op.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]:

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte tot

betaling aan de benadeelde partij (slachtoffer 1) van een bedrag van 300,-- euro

(zegge: driehonderd euro).

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden

begroot op nihil.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te

maken kosten.

Bepaalt dat de benadeelde partij in het overige deel van de vordering niet

ontvankelijk is.

Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover dit bedrag door (een van)

zijn mededader(s) is betaald.

Verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd

voorzover hij of (een van)zijn mededader(s) heeft/hebben

voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze

schade.

t.a.v. feit 2 subsidiair:

- maatregel van schadevergoeding van 160,00 euro subsidiair 3 dagen hechtenis.

Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat, ten

behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2], van een bedrag van 160,-- euro (zegge:

honderdzestig euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 3

dagen hechtenis.

Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover dit bedrag door (een van)

zijn mededader(s) is betaald.

De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor opgelegde

betalingsverplichting niet op.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2]:

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte tot

betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] van een bedrag van 160,-- euro

(zegge: honderdzestig euro).

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden

begroot op nihil.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te

maken kosten.

Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover dit bedrag door (een van)

zijn mededader(s) is betaald.

Verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd

voorzover hij of (een van)zijn mededader(s) heeft/hebben

voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze

schade.

t.a.v. feit 3 subsidiair:

- maatregel van schadevergoeding van 415,00 euro subsidiair 8 dagen hechtenis.

Legt derhalve aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat, ten

behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 3], van een bedrag van 415,-- euro (zegge:

vierhonderdvijftien euro), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen

door 8 dagen hechtenis.

Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover dit bedrag door (een van)

zijn mededader(s) is betaald.

De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor opgelegde

betalingsverplichting niet op.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3]:

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe ten aanzien van de fiets tot

een bedrag van 100,-- euro, de sloten tot een bedrag van 15,-- euro en de

immateriële schade tot een bedrag van 300,-- euro en veroordeelt verdachte tot

betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 3] van een bedrag van 415,-- euro

(zegge: vierhonderdvijftien euro).

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden

begroot op nihil.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te

maken kosten.

Bepaalt dat de benadeelde partij in het overige deel van de vordering

niet-ontvankelijk is.

Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover dit bedrag door (een van)

zijn mededader(s) is betaald.

Verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd

voorzover hij of (een van)zijn mededader(s) heeft/hebben

voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze

schade.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. A.M. Kooijmans-de Kort, voorzitter,

mr. I.L.P. Crombeen en mr. G.J.W.M. van der Leeuw, leden,

in tegenwoordigheid van G.A.M. de Laat, griffier

en is uitgesproken op 19 oktober 2004.

De bewezenverklaring:

1. hij op 3 juni 2004 te Eindhoven met anderen, op de openbare weg, Mathildelaan en/of Glaslaan, openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen (slachtoffer 1), welk geweld bestond uit het slaan van die (slachtoffer 1)

2. hij op 19 juni 2004 te Eindhoven, tezamen en in vereniging met

anderen (slachtoffer 2) heeft bedreigd met zware mishandeling, immers

hebben verdachte en zijn mededaders opzettelijk dreigend die (slachtoffer 2) een skate-board getoond en/of voorgehouden en vervolgens met voornoemd skate-board een slaande beweging gemaakt in

de richting van die (slachtoffer 2);

3. hij op 19 juni 2004 te Eindhoven met anderen, op de openbare weg, Lardinoisstraat,

openlijk in vereniging geweld heeft gepleegd tegen een persoon genaamd

(slachtoffer 3) en tegen een goed, te weten een fiets van die (slachtoffer 3), welk geweld bestond uit het schoppen tegen het lichaam van voornoemde (slachtoffer 3) en het schoppen tegen de fiets van voornoemde (slachtoffer 3);