Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2004:AQ9905

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
26-02-2004
Datum publicatie
08-09-2004
Zaaknummer
307591
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening+bodemzaak
Inhoudsindicatie

Tussenvonnis in de zaak die gepubliceeerd is onder nummer AQ9850.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

KANTONRECHTER te EINDHOVEN

VONNIS

in de zaak van:

Woningstichting SWS, gevestigd en kantoorhoudend te Eindhoven,

eiseres,

gemachtigde: mr I.C.K. Mol,

t e g e n :

[gedaagde], wonend te [woonplaats],

gedaagde,

gemachtigde: mr P.J.A. van de Laar.

De Procedure

-de dagvaarding

-de conclusie van antwoord

-de conclusie van repliek

-de conclusie van dupliek

Het geschil

1 . Tussen partij en staat het volgende vast:

a) Gedaagde huurt van eiseres de woning aan de [adres].

b) Op grond van artikel 7.2. van de algemene voorwaarden van de huurovereenkomst dient gedaagde het gehuurde als een goed huurder en overeenkomstig de daaraan gegeven bestemming van woonruimte gebruiken.

c) Op 2 juni 2003 heeft de politie een inval in de woning van gedaagde gedaan en daar een hennepkwekerij aangetroffen met 89 hennepplanten.

2.1. Eiseres vordert, kort samengevat, ontbinding van de tussen partijen bestaande huurovereenkomst en gedaagde te veroordeeld tot ontruiming van het gehuurde.

2.2. Zij doet die vordering steunen op het volgende. Gedaagde heeft in strijd met artikel 7.2. van de algemene voorwaarden van de huurovereenkomst en artikel 7A:1596 BW gehandeld. Op grond van deze artikelen dient hij het gehuurde als een goed huisvader en als woonruimte te gebruiken en is het verboden om het gehuurde in strijd met de overeengekomen bestemming te gebruiken. Door de exploitatie van een bedrijfsmatige hennepkwekerij in het gehuurde en het creëren van een ernstige gevaarzettende situatie hebben gedaagden zich schuldig gemaakt aan een ernstige toerekenbare tekortkoming. Ontbinding van de huurovereenkomst, met een veroordeling tot ontruiming is dan ook alleszins gerechtvaardigd.

3. Gedaagde voert het volgende verweer.

De hennepkwekerij was van zeer beperkte omvang en vond niet in de woning plaats doch in een schuur; er was dan ook geen direct gevaar voor de woning en voor de omwonenden. Gedaagde betwist dat er sprake is van illegale aftapping van elektriciteit. Er is dus geen sprake van een zeer ernstige tekortkoming die een ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigt. Gedaagde betwist dat hij gewaarschuwd is dat de onderhavige gedragingen niet getolereerd werden en stelt dat zijn belangen bij voortzetting van de huurovereenkomst groter zijn dan die van de eiseres bij beëindiging daarvan omdat de hij kostbare verbouwingen in de woning heeft verricht.

De beoordeling

4. Het hebben van een hennepkwekerij in het gehuurde is op zich onvoldoende om de conclusie te rechtvaardigen dat gedaagde geen goede huurder zou zijn. Het gedrag van een huurder gaat de verhuurder pas aan als het gedrag overlast, schade of gevaar veroorzaakt of een aanzienlijke kans op een en ander in het leven roept of in strijd is met het huurcontract op een manier die ertoe doet. Van wanprestatie die een ontbinding rechtvaardigt kan dus pas gesproken worden als vast komt te staan dat de omstandigheden rondom de hennepkwekerij een gewichtige schending van het

goed huurderschap opleveren.

5. De enkele omstandigheid dat gedaagde met de hennepkwekerij een eentje wilde bijverdienen is onvoldoende om aan de hennepteelt een bedrijfsmatig karakter toe te kennen en is derhalve onvoldoende om aan te nemen dat gedaagde het gehuurde heeft gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het was bestemd, te weten bewoning.

6. De enkele bewering dat het een feit van algemene bekendheid is dat een hennepkwekerij (in welke omvang dan ook) een aanzienlijk risico van overlast en gevaar met zicht meebrengt, overtuigt de kantonrechter niet. Op geen enkele wijze is, bijvoorbeeld door een rapport van een deskundige of een energiebedrijf, aangetoond dat de ten processe bedoelde hennepkwekerij een ernstige gevaarzettende situatie vormde.

7. Nu gedaagde de stellingen van eiseres gemotiveerd heeft betwist, dient eiseres haar stellingen op dit punt te bewijzen.

8. In afwachting van de bewijslevering zal iedere verdere uitspraak worden aangehouden.

De beslissing

De kantonrechter:

Stelt eiseres in de gelegenheid met alle middelen rechtens, in de eerste plaats met getuigen, te bewijzen feiten en/of omstandigheden waaruit kan blijken dat de omstandigheden rondom de hennepkwekerij ontbinding rechtvaardigen;

Verwijst de zaak naar de rolzitting van donderdag 25 maart 2004 te 09.30 uur opdat eiseres kenbaar maakt of en hoe zij dit bewijs wil leveren, onder eventuele opgave van de namen van de getuigen die gehoord kunnen worden; vervolgens zal een datum bepaald worden;

bepaalt dat eiseres kan volstaan met ervoor zorg te dragen dat de stukken uiterlijk woensdag 24 maart 2004 vóór 10. 00 uur ter griffie van de rechtbank, sector kanton, locatie Eindhoven

voorhanden zijn;

Houdt iedere verdere beslissing aan.

Aldus gewezen door mr P.M. Knaapen en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 februari 2004, in tegenwoordigheid van de griffier.