Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2004:AO8258

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
15-04-2004
Datum publicatie
24-05-2004
Zaaknummer
AWB 03/2604 WW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Eiseres is (volgens haar) op dinsdag 27 mei 2003 werkloos geworden. Op diezelfde dag is zij om 21.00 uur met het vliegtuig vertrokken voor een vakantie in het buitenland. Verweerder heeft bepaald dat eiseres op 27 mei 2003 op vakantie was en dat zij deswege niet ingaande die datum recht had op uitkering krachtens de Werkloosheidswet (WW).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ’S-HERTOGENBOSCH

sector bestuursrecht

enkelvoudige kamer

UITSPRAAK

AWB 03/2604 WW

Uitspraak van de rechtbank ingevolge de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geschil tussen

A, wonende te B, eiseres,

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, gevestigd te Amsterdam, verweerder,

gemachtigde L. den Hartog, werkzaam bij het UWV-kantoor te Eindhoven.

I. PROCESVERLOOP

Eiseres is (volgens haar) op dinsdag 27 mei 2003 werkloos geworden. Op diezelfde dag is zij om 21.00 uur met het vliegtuig vertrokken voor een vakantie in het buitenland. Bij besluit van 18 juni 2003 heeft verweerder bepaald dat eiseres op 27 mei 2003 op vakantie was en dat zij deswege niet ingaande die datum recht had op uitkering krachtens de Werkloosheidswet (WW). Het hiertegen gemaakte bezwaar is bij besluit van 9 september 2003 ongegrond verklaard. Tegen dit laatste besluit heeft eiseres beroep ingesteld.

Het geding is behandeld ter zitting van 13 april 2004, waar eiseres niet is verschenen. Verweerder heeft zich daar door zijn gemachtigde doen vertegenwoordigen.

II. OVERWEGINGEN

De rechtbank merkt allereerst op dat uit het dossier niet geheel duidelijk is of verweerder 27 mei 2003 of 28 mei 2003 als (in beginsel) de eerste werkloosheidsdag heeft aangemerkt. De rechtbank gaat er echter vanuit - nu er in casu sprake was van een arbeidscontract voor een jaar, ingegaan met ingang van 27 mei 2002, en de werkgever bij brief van 15 mei 2003 aan eiseres heeft medegedeeld dat haar dienstverband eindigde “per 27-05-2003” - dat eiseres op 27 mei 2003 voor het eerst haar arbeidsuren heeft verloren.

Partijen twisten met name over het antwoord op de vraag of eiseres reeds op 27 mei 2003 “vakantie genoot” als bedoeld in artikel 19, lid 1, aanhef en onder k, van de WW. Volgens eiseres genoot zij op die dag nog geen vakantie en was zij toen beschikbaar voor het verrichten van arbeid.

De rechtbank constateert dat verweerder onvoldoende onderzoek heeft verricht naar het punt of eiseres op 27 mei 2003 zich al dan niet voornamelijk heeft bezig gehouden met vakantievoorbereidingen, in welk geval er - zo meent de rechtbank - misschien op die dag reeds sprake had kunnen zijn “vakantie genieten”. Het enkele gegeven dat het vliegtuig op 27 mei 2003 ‘s avonds om 21.00 uur vertrok (van het dichtbij eiseresses woonplaats gelegen vliegveld Eindhoven) heeft op zichzelf te weinig gewicht om reeds die dag aan te merken als vakantiedag.

Het bestreden besluit komt mitsdien in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel en zal deswege - met gegrondverklaring van het daartegen gerichte beroep - worden vernietigd.

De rechtbank zal evenwel de rechtsgevolgen van dat besluit geheel in stand laten en overweegt daartoe het volgende. Volgens mededeling ter zitting van verweerders gemachtigde heeft eiseres op het werkbriefje over de periode van 26 mei 2003 tot en met 1 juni 2003 aangegeven dat zij toen niet solliciteerde “omdat ik op vakantie ben”. De rechtbank acht geen grond aanwezig om aan de juistheid van die mededeling te twijfelen. Op grond hiervan houdt de rechtbank het er voor dat eiseres op 27 mei 2003 nog niet beschikbaar was om arbeid te aanvaarden, zodat die dag - gezien het bepaalde in artikel 16, lid 1 juncto lid 9, van de WW - niet kon worden beschouwd als haar eerste werkloosheidsdag.

III. BESLISSING

De rechtbank,

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit;

- bepaalt dat de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand blijven;

- gelast het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan eiseres te vergoeden het door haar gestorte griffierecht ad € 31,00.

Aldus gedaan door mr. A.W. Govers als rechter en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van J. de Best als griffier op 15 april 2004.

Belanghebbenden kunnen tegen deze uitspraak binnen zes weken na de datum van toezending hoger beroep instellen bij de Centrale Raad van Beroep, postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Afschrift verzonden: