Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2003:AT3092

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
03-12-2003
Datum publicatie
04-04-2005
Zaaknummer
AWB 02/3578
Rechtsgebieden
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De functiewaardering op basis van het systeem ”Fuwaleeuw gemengd variant gemeente Schijndel”.

De rechtbank stelt voorop dat volgens vaste jurisprudentie een besluit met betrekking tot functiewaardering terughoudend dient te worden getoetst, in die zin dat de rechter zich, naast de overigens in aanmerking komende toetsing van het bestreden besluit aan regels van geschreven en ongeschreven recht en aan de algemene rechtsbeginselen, moet beperken tot de vraag of de in geding zijnde waardering op onvoldoende gronden berust.

Dit laatste betekent dat eerst tot vernietiging van de omstreden waardering kan worden overgegaan, indien deze als onhoudbaar moet worden aangemerkt. Daarvoor is ontoereikend de enkele omstandigheid dat een andere, hogere waardering op zichzelf verdedigbaar is. De onderhavige functiewaardering kan naar het oordeel van de rechtbank niet als onhoudbaar worden aangemerkt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ’S-HERTOGENBOSCH

Enkelvoudige kamer voor bestuursrechtelijke zaken

UITSPRAAK

AWB 02/3578

Uitspraak van de rechtbank ingevolge artikel 8:70 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geschil tussen

[eiseres], wonende te [woonplaats], eiseres,

gemachtigde mr. H. Hartman, werkzaam bij Abva-Kabo FNV te Weert,

en

het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Schijndel, verweerder,

gemachtigde mr. G.P.F. van Duren, verbonden aan adviesbureau CAPRA te ’s-Hertogenbosch.

I. PROCESVERLOOP

Bij besluit van 4 april 2002, verzonden 12 april 2002, heeft verweerder de functie van eiseres ingedeeld in functieschaal 8 op basis van een waardering van de gezichtspunten van de functie met een totaalscore van 7 punten in hoofdgroep IV.

Tegen dit besluit heeft eiseres op 10 mei 2002 bezwaar gemaakt.

Op 16 september 2002 heeft de bezwarenadviescommissie functiebeschrijving en -waardering verweerder van schriftelijk advies gediend.

Bij besluit van 26 september 2002, aan eiseres uitgereikt op 29 oktober 2002, heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.

Eiseres heeft tegen dit besluit op 6 december 2002 beroep ingesteld.

Het geding is behandeld ter zitting van 4 november 2003, waar eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde.

Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door zijn gemachtigde, alsmede door de heer W.A.G.M. van Rosmalen, werkzaam bij verweerder als hoofd van de sector Centrale staf.

II. OVERWEGINGEN

In dit geding dient de vraag te worden beantwoord of het bestreden besluit van 26 september 2002 in rechte stand kan houden.

Bij de beoordeling van het bestreden besluit gaan de rechtbank uit van de volgende feiten en omstandigheden.

Eiseres is bij de gemeente Schijndel werkzaam in de organieke functie van [functie].

Binnen verweerders gemeente zijn alle organieke functies beschreven en vastgesteld conform de procedure die is voorgeschreven door de Regeling organieke functiebeschrijving 2001 (hierna: de Regeling).

Bij besluit van 7 januari 2002, verzonden 9 januari 2002, heeft verweerder de functiebeschrijving vastgesteld van de functie van eiseres.

Eiseres heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om bezwaar te maken tegen dit besluit.

Vervolgens is de organieke functie gewaardeerd conform artikel 7 en volgende van de Regeling. De functiewaardering heeft plaatsgevonden op basis van het systeem ”Fuwaleeuw gemengd variant gemeente Schijndel” (hierna: het Fuwaleeuwsysteem).

Binnen dit systeem vindt de zwaartebepaling plaats in twee stappen. De eerste stap is een grofmazige indeling in één van de vijf hoofdgroepen. Deze indeling is gebaseerd op het werk- en denkniveau dat nodig is om de functie op goede wijze te vervullen. Eiseres is ingedeeld in hoofdgroep IV. In deze hoofdgroep gaat het volgens het Fuwaleeuwsysteem om werkzaamheden waartoe de bekwaamheid in het algemeen slechts denkbaar is op basis van een afgeronde, hogere beroepsgerichte opleiding.

Binnen de hoofdgroep wordt een score toegekend op vijf gezichtspunten.

Binnen elk gezichtspunt wordt gescoord op een vier of vijf punts schaal.

Wanneer de hoofdgroep en de totaalscore van de gezichtspunten zijn vastgesteld, wordt de uitkomst door middel van een conversietabel vertaald naar de bij de daarmee corresponderende salarisschaal.

Bij het bestreden besluit heeft verweerder de functie van eiseres als volgt gewaardeerd:

Hoofdgroep IV

Aanvullende kennis en kunde 1

Beslissingsvrijheid 2

Creativiteit 2

Communicatie 2

Leiding 0

Totaalscore IV 7

Eiseres kan zich niet verenigen met de toegekende scores voor de gezichtspunten aanvullende kennis en kunde en communicatie.

De rechtbank stelt voorop dat volgens vaste jurisprudentie een besluit met betrekking tot functiewaardering terughoudend dient te worden getoetst, in die zin dat de rechter zich, naast de overigens in aanmerking komende toetsing van het bestreden besluit aan regels van geschreven en ongeschreven recht en aan de algemene rechtsbeginselen, moet beperken tot de vraag of de in geding zijnde waardering op onvoldoende gronden berust.

Dit laatste betekent dat eerst tot vernietiging van de omstreden waardering kan worden overgegaan, indien deze als onhoudbaar moet worden aangemerkt. Daarvoor is ontoereikend de enkele omstandigheid dat een andere, hogere waardering op zichzelf verdedigbaar is.

Ten aanzien van het gezichtspunt ‘aanvullende kennis en kunde’ overweegt de rechtbank als volgt.

Volgens het Fuwaleeuwsysteem wordt binnen dit gezichtspunt een score 1 toegekend als er vrijwel geen sprake is van extra benodigde kennis en kunde of als de functie goed aansluit bij de bij de hoofdgroep passende beroeps- of algemeen vormende opleiding.

Bij hoofdgroep IV past een HBO denk- en werkniveau. De hulptabel in het Fuwaleeuwsysteem geeft aan: HBO/HEO/HBDO met als kanttekening: post HBO leidt tot extra “aanvullende kennis en kunde”.

Eiseres heeft aangevoerd dat zij verplicht was bij de Bestuursacademie de tweejarige vakopleiding Heffingsambtenaar Lokale Overheden (HALO) te volgen. Omdat deze opleiding gevolgd dient te worden naast een basisopleiding op HBO-niveau acht eiseres haar functie op dit gezichtspunt ondergewaardeerd met score 1.

De rechtbank kan eiseres hierin niet volgen.

Daartoe overweegt de rechtbank dat in het door eiseres bij brief van 4 maart 2003 overgelegde cursusoverzicht van de HALO-opleiding is aangegeven, dat voor toelating tot deze opleiding minimaal een MBO-opleiding dient te zijn afgerond. Namens verweerder heeft de heer Van Rosmalen ter zitting verklaard dat de HALO-opleiding altijd vereist is voor deze functie, of iemand nu een vooropleiding op mbo-, hbo of universitair niveau heeft. Ter zitting heeft eiseres verklaard dat zij zelf MEAO als vooropleiding heeft. Gelet op het voorgaande kan de HALO-opleiding niet, zoals door eiseres is gesteld, worden aangemerkt als een post HBO opleiding. Door het volgen van deze vakspecifieke opleiding als een niveaubepalende functie-eis te stellen, stijgt het vereiste denk- en werkniveau nog niet uit boven het voor hoofdgroep IV veronderstelde HBO-niveau. Dat laatste kan evenmin worden afgeleid uit het feit dat eiseres een meerdaagse cursus in het kader van haar functie als WOZ-coördinator moest volgen.

De rechtbank acht dan ook een waardering van dit gezichtspunt met score 1 niet onhoudbaar.

Ten aanzien van het gezichtspunt communicatie overweegt de rechtbank als volgt.

Volgens het Fuwaleeuwsysteem wordt op dit gezichtspunt een score van 2 punten toegekend, als naast informatie-uitwisseling ook regelmatig sprake is van het aangepast reageren op derden, behulpzaam zijn, verkrijgen van begrip e.d.

Score 3 wordt toegekend als mondeling actief moet worden omgegaan met belangentegenstellingen c.q. controversiële situaties. Hierbij gaat het om het actief derden bewegen om iets te doen of juist na te laten. Anderen binnen of buiten de organisatie moeten worden beïnvloed of overtuigd.

Eiseres heeft aangevoerd dat zij in haar functie te maken krijgt met belangentegenstellingen. Daarbij heeft eiseres verwezen naar de personeelsbeoordeling 2001, waarin is aangegeven dat de contacten met cliënten zich meestal “in tegengestelde sfeer” afspelen.

Ter zitting heeft eiseres dit nader toegelicht door erop te wijzen dat zij in haar baliefunctie geregeld burgers aan het loket krijgt die het niet eens zijn met een aanslag en om nadere uitleg vragen. Soms accepteren cliënten die uitleg niet en ontstaat er discussie. Volhardt cliënt in zijn of haar grief, dan wijst eiseres de ander uiteindelijk op de mogelijkheid een bezwaarschrift in te dienen.

De rechtbank miskent niet dat de gesprekken die eiseres in haar baliefunctie met burgers voert zich kunnen afspelen in een controversiële sfeer. Dat betekent echter nog niet dat score 3 van toepassing op deze werkzaamheden. Dit zou eerst het geval zijn als eiseres in haar baliefunctie burgers moet overtuigen en hen moet bewegen iets te doen of na te laten. Dat wordt echter niet gevraagd van eiseres. Haar taak is het burgers te informeren, uitleg te geven en waar nodig aangepast te reageren en begrip te verkrijgen voor de beslissing van de gemeente. Slaagt zij er niet in de ander te overtuigen, dan kan zij wijzen op de mogelijkheid een bezwaarschrift in te dienen. Zij treedt echter niet zelf in bezwaar- of beroepsprocedures op als vertegenwoordiger van verweerder in hoor- of terechtzittingen.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank een waardering van dit gezichtspunt met score 2 niet onhoudbaar.

De grief van eiseres dat in vergelijkbare functies hogere scores zijn toegekend, treft geen doel. In het door verweerder toegepaste systeem van functiewaardering worden de scores bepaald door de niveaubepalende onderdelen van de organieke functie. Ter waardering van de eigen functie worden niet vergelijkenderwijs andere functies als referentiefunctie gebruikt. De door eiseres aangehaalde voorbeelden van functiewaarderingen bij beleidsmedewerkers binnen andere afdelingen van de gemeente acht de rechtbank dan ook niet relevant in het onderhavige geding.

Ter zitting heeft eiseres nog aangevoerd dat het functieanalyseformulier (gedingstuk 2.3) niet gedateerd is. Dit roept volgens eiseres de vraag op of de procedure ter vaststelling en waardering van de functie van eiseres op de juiste wijze is gevoerd.

De rechtbank kan eiseres hierin niet volgen. Artikel 6 van de Regeling schrijft voor dat verweerder eiseres schriftelijk mededeling doet over de inhoud van de functiebeschrijving. Dit is gebeurd bij brief van 7 januari 2002. De Regeling schrijft niet voor dat aan eiseres daarbij ook een (al dan niet gedateerd) functieanalyseformulier moet worden uitgereikt.

Op grond van de voorgaande overwegingen kan de onderhavige functiewaardering niet als onhoudbaar worden aangemerkt. De rechtbank ziet ook overigens geen gronden voor vernietiging van het bestreden besluit.

Hieruit vloeit voort dat de rechtbank het beroep van eiseres ongegrond zal verklaren.

De rechtbank ziet geen termen voor een proceskostenveroordeling ex artikel 8:75 van de Awb.

Beslist wordt als volgt.

III. BESLISSING

De rechtbank,

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus gedaan door mr. P.J.H. van Dellen als rechter en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. H.C. Dollekamp als griffier op 12 december 2003.

De griffier is buiten staat

deze uitspraak te ondertekenen.

Belanghebbenden kunnen tegen deze uitspraak binnen zes weken na de datum van toezending hoger beroep instellen bij de Centrale Raad van Beroep, postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Afschrift verzonden: