Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2003:AN9650

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
21-11-2003
Datum publicatie
08-12-2003
Zaaknummer
FA RK 03-2622
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Het gaat er met name om of de rechtbank er rekening mee houdt dat een studerende minderjarige, in casu 17 jaar, wanneer de afstand van huis naar school 20 km is, noodzakelijk over een scooter dient te beschikken en dat van de alimentatieplichtige dan verlangd wordt om een gedeelte van de scooter te betalen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

BESCHIKKING

Zaaknummer : 97596 / FA RK 03-2622

Uitspraak : 21 november 2003

Beschikking betreffende alimentatie in de zaak van

[ namen van de vrouw],

wonende te [ woonplaats ],

procureur mr. K.A. Boshouwers,

tegen

[ namen van de man]

wonende te [ woonplaats]

advocaat mr. E.M.H. Alkemade (Den Haag),

procureur mr. J.E. Benner,

partijen, ook wel aan te duiden als respectievelijk de vrouw en de man.

De procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van:

– het verzoekschrift van de vrouw, ontvangen ter griffie op 02 juli 2003;

– het verweerschrift van de man;

– de correspondentie, met name de brief (met bijlagen) van 8 oktober 2003 van mr. Boshouwers en de brieven (met bijlagen) van 24 september en 16 oktober 2003 van mr. Alkemade.

De zaak is behandeld ter zitting van 20 oktober 2003. De vrouw is verschenen in persoon met haar procureur mr. Boshouwers en de man is verschenen in persoon met zijn advocate mr. Alkemade. Van het verhandelde ter zitting is proces-verbaal opgemaakt.

De rechtbank heeft vervolgens kennis genomen van de brief (met bijlage) van 3 november 2003 van mr. Alkemade en van de brief van 5 november 2003 van mr. Boshouwers.

De vrouw verzoekt wijziging van kinderalimentatie op de gronden en op de wijze zoals in het verzoekschrift is vermeld.

De man verweert zich tegen voormeld verzoek op de gronden en op de wijze als in het verweerschrift is vermeld

De griffier heeft de minderjarige in de gelegenheid gesteld om zijn mening over het verzoek aan de rechter kenbaar te maken. De minderjarige heeft daarvan gebruik gemaakt.

Hij is op 17 juli 2003 door de kinderrechter gehoord.

De feiten

Partijen zijn met elkaar gehuwd geweest. De echtscheiding is uitgesproken bij vonnis van de rechtbank te Arnhem van [ xx - xx- 1990].

Uit het huwelijk is op [ geboortedatum] te [ geboorteplaats] een [ kind ] geboren, genaamd [ namen van het kind ]

De vrouw oefent het gezag uit over [ voornaam minderjarige].

In het echtscheidingsvonnis is bepaald dat de man met fl. 260,00 per maand dient bij te dragen in de kosten van verzorging en opvoeding van [ voornaam minderjarige].

Het geschil

De vrouw verzoekt, na wijziging van haar verzoek bij brief van 8 oktober 2003 van mr. Boshouwers, de bijdrage van de man in de kosten van [ voornaam minderjarige] te wijzigen in een bedrag van € 553,73 per maand, subsidiair in een bedrag als door de rechtbank te bepalen, vanaf de dag van indiening van het verzoekschrift dan wel vanaf de datum van deze beschikking.

Daarnaast verzoekt zij de man te veroordelen tot betaling aan haar van 3/4 deel van de kosten van aanschaf van een scooter en overige kosten, tegen overlegging door de vrouw aan de man van verificatoire bescheiden en tot betaling aan de vrouw van 3/4 deel van overige kosten ten behoeve van de beroepsopleiding van [ voornaam minderjarige], niet zijnde het lesgeld, kosten van het schooljaar, tegen overlegging door de vrouw aan de man van verificatoire bescheiden.

Aan haar verzoek heeft de vrouw ten grondslag gelegd dat sprake is van een wijziging van omstandigheden in de situatie van [ voornaam minderjarige] en het inkomen van de man. [ voornaam minderjarige] is in september 2003 gestart met een vierjarige opleiding tot [ naam opleiding ] te [ plaats opleiding ]. De vrouw neemt aan dat het inkomen van de man is gestegen. De man is [ functie van de man ]

De man heeft hiertegen verweer gevoerd.

Volgens de man is de thans geldende kinderalimentatie niet vastgesteld door de rechtbank te Arnhem maar is deze alimentatie het resultaat van een nadere overeenkomst die partijen hebben gesloten. De vrouw zou daarom niet-ontvankelijk moeten worden verklaard in haar verzoek.

De man betwist voorts dat zijn inkomen wezenlijk is gestegen. Er is daarentegen sprake van een wijziging in negatieve zin omdat het inkomen van zijn huidige echtgenote is weggevallen. Zijn echtgenote heeft de zorg voor een [ kind ] die in [ eind 1999 ] is geboren, terwijl het tweede kind in [ eind ] 2003 wordt verwacht.

De man is overigens bereid om € 250,00 per maand kinderalimentatie voor [ voornaam minderjarige] te betalen. Daarnaast is hij bereid om de helft van alle opleidingskosten van [ voornaam minderjarige] te betalen, na aftrek van eventuele vergoedingen, steeds te voldoen zodra hij een nota van de vrouw heeft ontvangen.

De man is van mening dat van de vrouw mag worden verlangd dat zij de andere helft van de opleidingskosten van [ voornaam minderjarige] betaalt.

De man betwist dat [ voornaam minderjarige] noodzakelijk over een scooter dient te beschikken en is daarom niet bereid daarvan een gedeelte te betalen.

De beoordeling

ontvankelijkheid

Als gesteld en erkend staat vast dat de kosten van [ voornaam minderjarige] zijn gestegen na de datum waarop partijen de bijdrage van de man in de kosten van verzorging en opvoeding van [ voornaam minderjarige] nader hebben vastgesteld. Aldus is de vrouw ontvankelijk in haar verzoek tot wijziging van de thans geldende alimentatieverplichting.

behoefte [ voornaam minderjarige]

De procureur van de vrouw heeft als produktie 14 bij zijn brief van 8 oktober 2003 een berekening van het netto besteedbare inkomen van de man in het geding gebracht. Dit inkomen bedraagt € 3.282,79 per maand. Aan de hand van de tabel eigen aandeel in de kosten van kinderen (voormeld inkomen, één kind en 0 kinderbijslagpunten) berekent de procureur het eigen aandeel van de ouders in de kosten van verzorging en opvoeding van [ voornaam minderjarige] op € 553,73 per maand.

De man betwist de juistheid van deze berekening. Hij is hertrouwd en heeft tezamen met zijn nieuwe echtgenote een kind terwijl de tweede op komst is. Op die grond bepleit hij dat bij de vaststelling van de behoefte van [ voornaam minderjarige] aan de hand van de tabel dient te worden uitgegaan van een gezin met (in totaal) drie kinderen en derhalve van een lagere behoefte, dan door de vrouw berekend.

Deze stelling van de man dient te worden verworpen. Bij de vaststelling van (het eigen aandeel van de ouders in) de kosten van [ voornaam minderjarige] acht de rechtbank de gezinssamenstelling ten tijde van de echtscheiding bepalend, nu kinderen in beginsel niet slechter af dienen te zijn na en door de echtscheiding van hun ouders.

Dit leidt tot de conclusie dat de totale behoefte van [ voornaam minderjarige] dient te worden bepaald op het door de procureur van de vrouw berekende bedrag van (afgerond)

€ 554,-- welke berekening de rechtbank juist voorkomt.

Partijen zijn het er ter zitting over eens geworden dat voormeld bedrag dient te worden vermeerderd met de bijzondere studiekosten, te weten de kosten die zijn gemoeid met de opleiding van [ voornaam minderjarige], niet zijnde het lesgeld en de kosten van schoolboeken, van welke kosten de man de helft van de (netto) kosten aan de vrouw zal vergoeden. De vrouw zal de man informeren over eventuele tegemoetkomingen welke zij terzake deze kosten ontvangt. Voor de bepaling van deze overige kosten geldt als uitgangspunt de studiegids.

Partijen verschillen van mening omtrent de vraag of [ voornaam minderjarige] een scooter nodig heeft om zich naar school te kunnen vervoeren. Het antwoord op deze vraag kan evenwel in het midden blijven nu niet althans onvoldoende is gebleken dat dit zou dienen te leiden tot een correctie van voormeld behoeftebedrag ad € 554,--. Kosten van vervoer naar school hebben geen zodanig uitzonderlijk karakter dat deze geacht moeten worden buiten het normbedrag te vallen en voor zover sprake is van hogere vervoerskosten dan gebruikelijk gaat de rechtbank ervan uit dat deze te compenseren zijn met andere uitgaven.

Derhalve zal de rechtbank het verzoek van de vrouw om de man te veroordelen tot betaling van een deel van de kosten die zijn gemoeid met de aanschaf en het bezit van een scooter afwijzen.

De rechtbank gaat thans over tot het bepalen van het aandeel van ieder der ouders in de voormelde kosten van € 554,-- per maand, waartoe de rechtbank de financiële situaties van partijen zal vergelijken.

financiële situatie van de man

De rechtbank gaat uit van de navolgende financiële gegevens. Voor zover die gegevens tussen partijen niet vaststaan zal de rechtbank hierop gemotiveerd ingaan.

inkomen

Op grond van de salarisspecificatie van juli 2003 houdt de rechtbank rekening met een bruto maandsalaris van € 4.455,97 en een maandelijkse bruto vergoeding voor [ vermelding vergoeding ] van € 280,73, de beide bedragen te vermeerderen met

8 % vakantietoeslag en te verminderen met de gebruikelijke inhoudingen.

Daarnaast gaat de rechtbank uit van een bruto eindejaarsuitkering van € 427,80 en een belaste bijdrage van de werkgever van € 98,62 per maand in de ziektekosten.

Abw-normbedrag

Tussen partijen is in geschil of dan wel in hoeverre de nieuwe echtgenote van de man, die thans geen betaalde arbeid verricht, gehouden is om in haar eigen levensonderhoud te voorzien zoals zij voorheen deed.

Gelet evenwel op de omstandigheden in het nieuwe gezin van de man, waarbij sprake is van één en binnenkort twee jonge kinderen, terwijl de man in [ X ] werkzaam is en doordeweeks niet thuis komt is de rechtbank van oordeel dat ervan dient te worden uitgegaan dat de nieuwe echtgenote thans niet in haar eigen levensonderhoud kan voorzien.

Aldus zal bij de bepaling van hetgeen de man tenminste behoeft om in de noodzakelijke bestaanskosten te voorzien aansluiting worden gezocht zoeken bij het normbedrag voor een echtpaar ingevolge de Algemene bijstandswet.

maandelijkse lasten

Daarnaast houdt de rechtbank rekening met de volgende lasten van de man:

- woonlasten: hypotheekrente € 1.154,00 per maand, aflossing c.q. premie levensverzekering € 175,00 per maand en forfaitaire eigenaarslasten € 95,00 per maand. Het eigenwoningforfait bedraagt € 1.512,00;

- ziektekosten: werkgeversbijdrage € 98,62 per maand, werknemersdeel € 46,15 per maand, inhoudingen MOOZ/WTZ minus WTZ bedrag gelijk aan de nominale premie € 52,08 per maand en premie Unive Zorg ZVK voor de man en zijn echtgenote tweemaal € 9,75 per maand, mitsdien een totale maandelijkse last ter zake van ziektekosten van € 216,35;

De rechtbank houdt geen rekening met de aflossing van schulden van € 160,00 per maand. De betreffende schuld is aangegaan voor de aanschaf van een auto. De man reist met de trein van zijn woonplaats [ woonplaats] naar zijn werk in [ X ] en de kosten daarvan worden vergoed. De rechtbank merkt de auto derhalve aan als een privé-besteding en de kosten daaraan verbonden dient de man te voldoen uit de vrije ruimte.

studiekosten [ voornaam minderjarige]

De rechtbank houdt daarnaast rekening met het gegeven dat partijen ter zitting zijn overeengekomen dat de man de helft van de bijzondere studiekosten van [ voornaam minderjarige], niet zijnde school- en boekengeld, voor zijn rekening zal nemen (en de vrouw derhalve de andere helft). Gelet op de overgelegde stukken, waaronder met name de factuur van 20 juni ad € 518,27 en rekening houdend met het gegeven dat een deel van de hierop vermelde posten eenmalig zijn zal begroot de rechtbank de hiermee gemoeide gemiddelde maandelijkse last op € 15,-- per maand.

fiscale aspecten

De rechtbank houdt rekening met de volgende heffingskortingen:

- algemene heffingskorting voor de man èn zijn echtgenote

- arbeidskorting

- kinderkorting en

- combinatiekorting.

Daarnaast houdt de rechtbank rekening met de fiscale aftrekbaarheid van de door hem betaalde hypotheekrente en partneralimentatie, alsmede met het voordeel buitengewone uitgaven kinderen als gevolg van de betaling van kinderalimentatie.

verplichting tot betaling van partneralimentatie

De rechtbank houdt er rekening mee dat de man uit het voor alimentatie beschikbare gedeelte van zijn inkomen met € 393,00 per maand bijdraagt in het levensonderhoud van de vrouw.

twee jongste kinderen van de man

Tussen partijen is in geschil of de voor (kinder)alimentatie beschikbare draagkrachtruimte al dan niet dient te worden verdeeld over de drie kinderen van de man.

Nu evenwel reeds bij de op de man toepasselijke bijstandsnorm en het beschikbaarheidpercentage met deze kinderen rekening is gehouden zal de rechtbank de nieuwe kinderen van de man voor het overige buiten beschouwing laten.

financiële situatie van de vrouw

De rechtbank gaat uit van de navolgende financiële gegevens. Voor zover die gegevens tussen partijen niet vaststaan zal de rechtbank hierop gemotiveerd ingaan.

inkomen

De advocaat van de vrouw heeft bij brief van 16 oktober 2003 een berekening betreffende de draagkracht van de vrouw toegestuurd, waarvan de juistheid door de man niet is betwist en waaruit blijkt dat de vrouw een belastbaar jaarinkomen (arbeidsinkomen en partneralimentatie) van € 28.451,36 heeft.

ABW-normbedrag

De vrouw vormt met [ voornaam minderjarige] een éénoudergezin. Voor zover het hier evenwel een draagkrachtvergelijking, ter bepaling van ieders aandeel in de kosten van [ voornaam minderjarige] betreft, gaat de rechtbank uit van het Abw-normbedrag voor een alleenstaande.

maandelijkse lasten

De vrouw heeft de volgende lasten waarmee de rechtbank rekening houdt:

- woonlasten € 338,21 per maand en

- ziektekosten € 174,40 per maand.

De vrouw heeft ter zitting nog een last opgevoerd van € 125,00 per maand. Zij heeft € 2.500,00 van haar moeder geleend voor onder andere de aanschaf van een auto (in verband met woon-werkverkeer) en een wasmachine.

Met betrekking tot het deel van de lening dat de auto betreft geldt dat de vrouw een onbelaste reiskostenvergoeding van haar werkgever ontvangt van € 65,-- per maand. De vrouw kan geacht worden hiermee de kosten van haar auto, voor zover betrekking hebbend op het woon-werkverkeer, te bestrijden.

Voor wat betreft de aanschaf van een wasmachine geldt dat dit een huishoudelijke uitgave is welke dient te worden bestreden uit (reserveringen ten laste van) de bijstandsnorm.

Met de opgevoerde maandelijkse last van € 125,00 houdt de rechtbank daarom geen rekening.

studiekosten [ voornaam minderjarige]

Gelet op het hiervoor met betrekking tot de man overwogene zal de rechtbank ook aan de zijde van de vrouw rekening houden met het feit dat zij, naast de overige en gebruikelijke lasten van [ voornaam minderjarige], de helft van de bijzondere studiekosten van [ voornaam minderjarige] voor haar rekening neemt, welke de rechtbank in redelijkheid begroot op gemiddeld € 15,-- per maand.

fiscale aspecten

- algemene heffingskorting

- arbeidskorting

- kinderkorting

- combinatiekorting en

- alleenstaande ouderkorting.

hoogte bijdrage man

Een vergelijking van de beschikbare draagkrachtruimte van ieder der partijen leidt tot de conclusie dat de man in beginsel 55 % van de kosten van [ voornaam minderjarige] van zijn rekening dient te nemen, derhalve € 305,00 per maand. Nu de man over voldoende draagkracht beschikt teneinde voormelde bijdrage te voldoen zal de rechtbank dienovereenkomstig beslissen.

De vrouw moet op grond van haar draagkracht in staat worden geacht de resterende kosten van [ voornaam minderjarige] voor haar rekening te nemen.

proceskosten

De proceskosten zullen worden gecompenseerd als na te melden.

De beslissing

De rechtbank:

wijzigt de bijdrage van de man in de kosten van verzorging en opvoeding van de minderjarige:

- [ namen van de minderjarige], geboren te [ geboorteplaats] op 0[ geboortedatum]

aldus, dat deze bijdrage met ingang van 2 juli 2003 nader wordt bepaald op

€ 305,00 (driehonderd en vijf euro) per maand, voor wat de nog niet verschenen termijnen betreft, telkens bij vooruitbetaling te voldoen en te vermeerderen met het bedrag van iedere uitkering die hem op grond van geldende wetten en/of regeling ten behoeve van deze minderjarige kan of zal worden verstrekt, met bepaling dat eventuele kosten van tenuitvoerlegging van deze beslissing voor rekening van de man komen voor zover deze door hem veroorzaakt worden;

bepaalt daarnaast dat de man de helft van de overige kosten van [ voornaam minderjarige], niet zijnde lesgeld en de kosten van schoolboeken, voor zijn rekening neemt;

verklaart deze beslissing tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders verzochte af;

compenseert de proceskosten tussen partijen aldus, dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Deze beschikking is gegeven door mr. H.M. Hettinga, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 21 november 2003 in aanwezigheid van de griffier.