Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2003:AM2851

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
24-10-2003
Datum publicatie
24-10-2003
Zaaknummer
01/089079-01
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHSHE:2004:AQ8930
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte stond bij het onder druk (laten) zetten van de slachtoffers doorgaans voor ogen hen te bewegen overeenkomsten aan te gaan en/of hen te dwingen tot het (versneld) aflossen van schulden. De wijze waarop dit gebeurde, de afspraken die hierover - al dan niet stilzwijgend - werden gemaakt, de periode waarover, de frequentie waarin alsmede het georganiseerde karakter hebben de rechtbank tot de overtuiging gebracht dat in casu sprake was van een criminele organisatie, als bedoeld in artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht. Binnen deze organisatie fungeerde verdachte als leider en bestuurder.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-HERTOGENBOSCH

Parketnummers: 01/089079-01 en 01/047556-01

Uitspraakdatum: 24 oktober 2003

VERKORT VONNIS

Verkort vonnis van de rechtbank 's-Hertogenbosch, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte]

geboren te '[geboorteplaats] op [geboortedatum],

ingeschreven op [woonplaats] doch laatstelijk verblijvende op het adres [verblijfplaats]

thans verblijvende: PI Utrecht - HvB locatie Nieuwegein te Nieuwegein.

Dit vonnis is op tegenspraak

gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 7, 8 en 10 oktober 2003.

Ter terechtzitting van 8 oktober 2003 heeft de rechtbank de tegen verdachte, onder de hiervoor genoemde parketnummers, aanhangig gemaakte zaken gevoegd.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht

.

De tenlastelegging.

De zaak met parketnummer 01/089079-01 is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 19 november 2002.

De tenlastelegging is op vordering van de officier van justitie ter terechtzitting van 13 mei 2003 gewijzigd. Van deze vordering is een kopie aan dit vonnis gehecht.

Aan verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging, tenlastegelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 27 september 2001, in ieder geval in of omstreeks de periode van 20 september 2001 tot en met 12 november 2001 te 's-Hertogenbosch, in ieder geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een goed en/of tot het aangaan van een schuld, te weten een volmacht tot de overdracht van de onverdeelde helft van het recht van erfpacht met betrekking tot de loods met erf aan de Duikerweg 27 te Waalwijk (kadastraal bekend gemeente Waalwijk, sectie A, nummer 1388) en/of van de onverdeelde helft van het recht van erfpacht met betrekking tot de loods met bedrijfsterrein aan de Duikerweg te Waalwijk (kadastraal bekend gemeente Waalwijk, sectie A, nummer 1498 en sectie A, nummer 1503) (met een taxatiewaarde van fl. 800.000,- of daaromtrent) en/of een of meer (andere) formulieren en/of documenten, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 1] voornoemd, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en/of enige schuld, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld (onder meer) heeft/hebben bestaan (kort samengevat en zakelijk weergegeven) uit het slaan van die [slachtoffer 1] en/of het bedreigen van die [slachtoffer 1] met een ijzeren staaf teneinde hem meerdere formulieren/volmachten betrekking hebbend op het doen van afstand en/of het overdragen aan een of meer ander(en) van voormeld recht op erfpacht te laten ondertekenen en/of het (vervolgens) aan die [slachtoffer 1] toevoegen dat zijn vrouw gedood zou worden indien hij naar de politie zou gaan;(artikel 317 lid 1 en 3 Wetboek van Strafrecht)

2.

hij in of omstreeks de periode van 18 februari 2002 tot en met 27 mei 2002 te 's-Hertogenbosch, in ieder geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] heeft gedwongen tot het aangaan van een schuld en/of tot het teniet doen van een inschuld, te weten het aanvaarden van een schuld van 1500 EURO, althans van enig geldbedrag, en/of het accepteren van een ontslag op staande voet, welke bedreiging met geweld (onder meer) heeft/hebben bestaan (kort samengevat en zakelijk weergegeven) uit het die [slachtoffer 2] op intimiderende en/of dreigende toon toevoegen: "Je weet dat Den Bosch mijn stad is. Ik weet alles en kom overal achter" teneinde die [slachtoffer 2] een schuldbekentenis te laten ondertekenen en/of die [slachtoffer 3] er toe te bewegen die [slachtoffer 2] te laten afzien van haar bezwaar tegen ontslag op staande voet door dreigend die [slachtoffer 3] mede te delen dat als haar cliënte ([slachtoffer 2]) de zaak door zou zetten zij dan voortaan maar beter twee keer achterom kon kijken;(artikel 317 lid 1 en 3 Wetboek van Strafrecht)

3.

hij op of omstreeks 01 maart 2002 te 's-Hertogenbosch, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, [slachtoffer 4] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) opzettelijk dreigend (kort samengevat en zakelijk weergegeven) ten overstaan van die [slachtoffer 4] met een sabel/samuraizwaard op tafel geslagen en/of met dat sabel/zwaard in de richting van die [slachtoffer 4] gewezen en/of de punt van dat sabel/zwaard tegen de keel van die [slachtoffer 4] gehouden en/of gedrukt en/of tegen die [slachtoffer 4] geroepen, althans gezegd, dat hij hem eraan zou rijgen;

(artikel 285 Wetboek van Strafrecht)

en/althans

hij op of omstreeks 01 maart 2002 te 's-Hertogenbosch tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer 4]) heeft geslagen, waardoor voornoemde [slachtoffer 4] letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;(artikel 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht)

4.

hij op of omstreeks 06 februari 2002, in ieder geval in of omstreeks de periode van 6 februari 2002 tot en met 3 maart 2002, te 's-Hertogenbosch, in ieder geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer 5] heeft gedwongen tot het aangaan van een schuld en/of het teniet doen van een inschuld, te weten het verrichten van onbetaalde werkzaamheden ter aflossing van een (vermeende) schuld en/of het zelf indienen van zijn ontslag als werknemer van Sauna Deshima,welke bedreiging met geweld heeft bestaan (kort samengevat en zakelijk weergegeven) uit het (telefonisch) tegen [slachtoffer 5] zeggen: "En zorgen dat je mijn lening terugbetaald want als het in jouw rug is geschoten en ik kom aan jouw rug dan loop je nooit meer want ik ben heel boos jongen" en/of "Jij betaalt me netjes terug wat je hebt geleend bij mij en doede gij dè nie dan krijde gij geen fijn leven meer" en/of "Je moet gewoon hiermee akkoord gaan. Je krijgt geen geld van ons, je bent ons geld schuldig, of wil je misschien dat Hans zelf naar beneden komt";(artikel 317 lid 1 en 3 Wetboek van Strafrecht)

5.

hij op of omstreeks 13 juli 2000, in ieder geval in of omstreeks de periode van 1 januari 2000 tot en met 14 juli 2000 te 's-Hertogenbosch, in ieder geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 6] heeft gedwongen tot de afgifte van een goed en/of tot het aangaan van een schuld, te weten de roerende zaak, bestaande uit kamerverhuur, videocabine, sexwinkel, gelegen aan de Hinthamerstraat 114 te 's-Hertogenbosch, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 6] voornoemd, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en/of enige schuld, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld (onder meer) heeft/hebben bestaan (kort samengevat en zakelijk weergegeven) uit het tegen die [slachtoffer 6] roepen dat zij de volledige huur gelijk moest gaan betalen en zij anders de zaak niet uitkwam en/of het in aanwezigheid van die [slachtoffer 6] en/of haar 11 jarige dochter en/of [slachtoffer 7] schoppen tegen de in voormeld pand aanwezige inventaris en/of het aanrichten van vernielingen in dat pand en/of het tegen die [slachtoffer 6] roepen dat als zij niet gauw betaalde, de rest er ook aan ging en/of dat zij de volgende dag opgehaald zou worden om de verkoop te gaan regelen bij [verdachte];(artikel 317 lid 1 en 3 Wetboek van Strafrecht)

6.

hij op of omstreeks 28 december 2000, in ieder geval in of omstreeks de periode van 20 december 2000 tot en met 30 december 2000 te 's-Hertogenbosch, in ieder geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer 8] en/of [slachtoffer 9] heeft gedwongen tot de afgifte van een goed en/of tot het aangaan van een schuld, te weten een vakantiereis van 8 dagen naar het Caraïbisch gebied voor de prijs van fl. 3.690,- in plaats van fl. 11.182,- of daaromtrent, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan reisbureau Columbus, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) en/of enige schuld, welke bedreiging met geweld (onder meer) heeft bestaan (kort samengevat en zakelijk weergegeven) uit het (telefonisch) tegen die [slachtoffer 8] zeggen dat hij in de winkel (reisbureau Columbus) zou komen en dan zijn geld wilde hebben en/of dat hij er een paar mee zou nemen en de zaak zou komen verbouwen als er niet betaald werd en/of uit het (vervolgens daadwerkelijk) naar dat reisbureau toegaan en zich aldaar intimiderend op te stellen en/of uit te laten ten opzichte van/tegenover die [slachtoffer 8] en/of die [slachtoffer 9];(artikel 317 lid 1 en 3 Wetboek van Strafrecht)

7.

hij op een of meer tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 17 juli 2001 tot en met 3 oktober 2001 te 's-Hertogenbosch en/of Amsterdam en/of Heerhugowaard en/of Varsseveld, in elk geval in Nederland,(telkens) ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en / of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en / of bedreiging met geweld de hierna te noemen perso(o)n(en) te dwingen tot de afgifte van geld, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de hierna te noemen perso(o)n(en), in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en / of zijn mededader(s), (kort samengevat en zakelijk weergegeven) het navolgende gedaan:hij en/of zijn mededader(s) heeft/hebben

a. in of omstreeks de periode 22 augustus 2001 tot en met 3 oktober 2001 te

Heerhugowaard en/of te Amsterdam, [slachtoffer 10] en/of [slachtoffer 11] en/of

[slachtoffer 12] benaderd om enig geldbedrag, te betalen en/of zich begeven

naar de woning van die [slachtoffer 10] en/of [slachtoffer 11] en/of [slachtoffer 12] en aldaar dreigend gezegd "Als wij voor vrijdag het geld niet hebben

weten we jullie te vinden." en/of "Dan weten we jouw man te vinden" en/of

"En anders de kleinkinderen." en/of "Als hij niet zou betalen zijn huis of

zijn kinderen zouden worden verbouwd en dat het niet goed met hem zou

aflopen" en/of

b. op of omstreeks 22 augustus 2001 te Amsterdam, [slachtoffer 13]

benaderd om fl. 60.000,- of daaromtrent, althans enig geldbedrag, te

betalen onder bedreiging dat zij als zij het geld niet zou betalen zij dan

ernstige moeilijkheden zou krijgen met betrekking tot haar huis en ramen;

en/of

c. op of omstreeks 30 augustus 2001 te Varsseveld, [slachtoffer 14]

benaderd om fl. 30.000,- of daaromtrent, althans enig geldbedrag, te

betalen onder bedreiging dat als zij niet zou betalen er een knokploeg zou

komen en de kozijnen uit het huis gehaald zouden worden;

zijnde de uitvoering van dat/die voorgenomen misdrijf/misdrijven (telkens) niet voltooid;

(artikel 317 lid 1 en 3 juncto 45 Wetboek van Strafrecht)

8.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2001 tot en met 21 februari 2002 in de gemeente(n) 's-Hertogenbosch, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, uit winstbejag een of meer perso(o)n(en), te weten:[betrokkene 1] en/of [betrokken[betrokkene 2] en/of [betrokkene 3] en/of een of meer ander(e) perso(o)n(en), behulpzaam is geweest bij het verblijven in Nederland en/of laatstgenoemde perso(o)n(en) daartoe uit winstbejag gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, bestaande uit het verschaffen van onderdak aan die personen,zulks terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) wist(en) ofernstige redenen had(den) te vermoeden dat dat verblijf wederrechtelijk was; (artikel 197a, lid 1,2 en 3 van het Wetboek van Strafrecht)

en/althans

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2001 tot en met 21 februari 2002 in de gemeente(n) 's-Hertogenbosch, in elk geval Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, een of meer perso(o)n(en), te weten:[betrokkene 1] en/of [betrokkene 2] en/of [betrokkene 3] en/of een of meer ander(e) perso(o)n(en), welk(e) perso(o)n(en) zich wederrechtelijk de toegang tot of verblijf in Nederland heeft/hebben verschaft, krachtens overeenkomst of aanstelling arbeid heeft doen verrichten, bestaande uit het laten verrichten van werkzaamheden (onder meer als masseuse en/of schoonmaakster) in een bedrijfspand genaamd Sauna Deshima gelegen aan de Eendenkooi 5-7-9-11 te 's-Hertogenbosch,zulks terwijl hij, verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) wist(en) ofernstige redenen had(den) te vermoeden dat de toegang en/of dat verblijfwederrechtelijk was;(artikel 197b van het Wetboek van Strafrecht)

9.

hij in of omstreeks de periode van 1 juni 1999 tot en met 3 september 2002 te 's-Hertogenbosch en/of elders in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, welke organisatie bestond uit een samenwerkingsverband van hem, verdachte en een of meer natuurlijke perso(o)n(en) en/of rechtsperso(o)n(en), te weten [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 5] en/of [medeverdachte 6] en/of [medeverdachte 7] en/of [medeverdachte 8] en/of [medeverdachte 9] en/of Rovet B.V. en/of Horog Holding B.V. en/of [medeverdachte 10].( handelende onder de naam Sauna Deshima) en/of [medeverdachte 11] en/of [medeverdachte 12] en/of een of meer (andere) personen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk afpersing en/of dwang en/of bedreiging en/of mishandeling en/of een of meer andere (gewelds)misdrijven en/of valsheid in geschrift, zulks terwijl hij, verdachte de oprichter en/of leider en/of bestuurder van voormelde organisatie was;(artikel 140 lid 1 en 3 Wetboek van Strafrecht)

Herstel misslagen.

Ten aanzien van feit 1.

Tengevolge van een kennelijke omissie in de tenlastelegging begaan, is tussen de woorden "te weten" en "een volmacht" in de zevende regel weggevallen "het verstrekken van".

Ten aanzien van feit 5.

Tengevolge van een kennelijke omissie in de tenlastelegging begaan, is tussen de woorden "weten de" en "roerende zaak" in de zevende regel weggevallen "verkoop van".

Ten aanzien van feit 6.

Tengevolge van een kennelijke omissie in de tenlastelegging begaan, is tussen de woorden " te weten" en "een vakantiereis" in de zevende regel weggevallen "het verkopen van".

Ten aanzien van feit 7.

Tengevolge van een kennelijke omissie in de tenlastelegging begaan, is tussen de woorden " het navolgende" en "gedaan" in de elfde regel weggevallen "heeft".

De rechtbank herstelt deze omissies en leest voormelde zinsneden zoals hiervoor is vermeld. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De zaak met parketnummer 01/047556-01 is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 08 november 2001.

De tenlastelegging is op vordering van de officier van justitie ter terechtzitting van 8 oktober 2003 gewijzigd. Van deze vordering is een kopie aan dit vonnis gehecht.

Aan verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging, tenlastegelegd dat:

hij op of omstreeks 28 oktober 2001 te 's-Hertogenbosch opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer 15]), met kracht heeft vastgepakt en/of (vervolgens) die [slachtoffer 15] een kopstoot tegen de neus heeft gegeven en/of de [slachtoffer 15] (met kracht) tegen de neus en/of het gezicht heeft geslagen en/of gestompt, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

(artikel 300 Wetboek van Strafrecht)

De geldigheid van de dagvaarding.

De raadsman van verdachte heeft het verweer gevoerd dat de dagvaarding betreffende feit 9 van de zaak met parketnummer 01/089079-01 (partieel) nietig dient te worden verklaard, omdat het tenlastegelegde onvoldoende feitelijk is beschreven.

De rechtbank is van oordeel dat het in de tenlastelegging onder 9 omschreven feit voldoende duidelijk en feitelijk is omschreven. Middels de tenlastelegging is voldoende duidelijk welke gedragingen verdachte worden verweten. De rechtbank is van oordeel dat in een tenlastelegging betreffende artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht de misdrijven op welke het oogmerk van de organisatie was gericht dienen te worden omschreven. Dat is in het onderhavige geval ook geschied. Naar het oordeel van de rechtbank biedt het proces-verbaal terzake de verdenking van overtreding van artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht zoals opgemaakt door de politie voldoende aanknopingspunten om te herleiden welke specifieke feiten zijn te scharen onder de in de tenlastelegging genoemde misdrijven. De rechtbank is derhalve van oordeel dat de dagvaarding voldoet aan de eisen zoals is bepaald in artikel 261 van het Wetboek van Strafvordering. De rechtbank verwerpt het verweer.

De dagvaardingen voldoen ook voor het overige aan alle wettelijke eisen.

De bevoegdheid van de rechtbank.

Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen

De ontvankelijkheid van de officier van justitie.

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken, die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.

Schorsing der vervolging.

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gronden voor schorsing der vervolging gebleken.

Vrijspraak ten aanzien van 01/089079-01 feit 2.

[slachtoffer 3] heeft verklaard dat de [medeverdachten 1 en 5], te weten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 5], bij een bezoek aan haar kantoor op 27 mei 2002 middels bedreiging met geweld hebben getracht te bewerkstelligen dat haar cliënte [slachtoffer 2] haar ontslag niet zou aanvechten. De rechtbank is van oordeel dat noch uit het verhandelde ter terechtzitting noch uit de processtukken blijkt van enige betrokkenheid en/of aansturing van verdachte [verdachte] bij de bespreking tussen de heren [medeverdachten 1 en 5] en mevrouw [slachtoffer 3]. De rechtbank overweegt daarbij dat al zou verdachte [verdachte] kennis hebben gedragen van de bespreking tussen de [medeverdachten 1 en 5] en mevrouw [slachtoffer 3] dit geen bewijs oplevert dat verdachte [verdachte] kennis had van enige bedreiging met geweld dan wel dat verdachte deze bedreiging zou hebben opgedragen of voor lief zou hebben genomen.

Voorts is de rechtbank van oordeel dat [slachtoffer 2] geruime tijd vóór het ondertekenen van de brief van 18 februari 2002, pagina 56 van het delictsdossier, is toegesproken door verdachte [verdachte], welk gesprek in de tenlastelegging feitelijk is omschreven. Nog daargelaten of die bewoordingen van verdachte [verdachte] opgevat kunnen worden als bedreiging met geweld als bedoeld in het bepaalde in artikel 317 van het Wetboek van Strafrecht is de rechtbank van oordeel dat gezien het tijdsverloop tussen het toespreken van [slachtoffer 2] door verdachte en het feitelijk ondertekenen van de brief waar in de tenlastelegging op wordt gedoeld er geen sprake is van een causaal verband tussen de gedraging van [verdachte] en de in de tenlastelegging vermelde prestatie waar de afpersing op zou zijn gericht.

De rechtbank acht derhalve niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte in de strafzaak met parketnummer 01/089079-01 onder 2 is tenlastegelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

De bewezenverklaring.

De rechtbank acht, op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte de feiten in de zaak met parketnummer 01/089079-01 onder 1, 3, 4, 5, 6 ,7, 8 en 9 tenlastegelegd en het feit in de zaak met parketnummer 01/047556-01 heeft begaan zoals is weergegeven op de in dit vonnis opgenomen bijlage.

De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

Voor zover in de bewijsmiddelen wordt gesproken over "[verdachte]" begrijpt de rechtbank dit als "[verdachte]", gelet op de omstandigheid dat de verdachte op 27 mei 1994 zijn geslachtsnaam heeft gewijzigd van "[verdachte]" in "[verdachte].

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

Bijzondere overwegingen met betrekking tot de bewezenverklaring van 01/089079-01 feit 5.

De raadsman heeft aangevoerd dat verdachte [verdachte] op geen enkele wijze in verbinding kan worden gebracht met geweld of bedreiging met geweld jegens [slachtoffer 6]. Voorts heeft de raadsman betoogd dat [verdachte] op geen enkele wijze wetenschap had of had kunnen hebben van het feit dat [slachtoffer 6] door afpersing haar zaak heeft verkocht.

De rechtbank verwerpt dit verweer.

De rechtbank heeft zich daarbij gebaseerd op de volgende feiten en omstandigheden:

- [slachtoffer 6] heeft bij de politie en bij de rechter-commissaris verklaard dat zij in het begin van het jaar 2000 in haar zaak bezoek heeft gehad van [medeverdachte 2], [medeverdachte 9] en [verdachte]. [verdachte] heeft ter terechtzitting verklaard begin 2000 met [medeverdachte 9] en [medeverdachte 2] bij [slachtoffer 6] in de zaak van [slachtoffer 6] te zijn geweest;

- [slachtoffer 6] verklaart dat haar toen voor de eerste maal is gevraagd om haar zaak te verkopen waarop zij een verkoopbedrag van meer dan f. 100.000,= heeft genoemd. Een aantal maanden later gaat [slachtoffer 6] akkoord met de verkoop van haar zaak aan Horog B.V., wettelijk vertegenwoordigd door [verdachte], voor een beduidend lager bedrag dan hetgeen zij bij het hierboven vermelde bezoek vroeg. Het verkoopbedrag was f. 27.000,=;

- [slachtoffer 6] heeft voorts verklaard dat zij één dag voor de feitelijke verkoop van haar zaak is bezocht door [medeverdachte 2]. Hierbij is zij door [medeverdachte 2] middels toepassing van geweld en bedreiging met geweld gedwongen om haar zaak te verkopen. [slachtoffer 6] heeft verder bij de politie verklaard, pagina 19 van het delictsdossier, dat [medeverdachte 2] bij het verlaten van haar zaak tegen haar heeft gezegd dat hij haar de volgende dag op zou halen om de verkoop te regelen bij [verdachte];

- De daaropvolgende dag is [slachtoffer 6] ook opgehaald door [medeverdachte 2] en naar de sauna van verdachte [verdachte] gebracht alwaar zij en verdachte [verdachte] de koopovereenkomst hebben getekend.

Naar het oordeel van de rechtbank rechtvaardigen de hierboven weergegeven feiten en omstandigheden de conclusie dat verdachte [verdachte] kennis droeg van het feit dat [slachtoffer 6] door geweld en bedreiging met geweld is gedwongen haar zaak te verkopen maar ook dat verdachte een actieve rol heeft gespeeld bij de afpersing door het laten opmaken en ondertekenen van de koopovereenkomst.

Bijzondere overwegingen met betrekking tot de bewezenverklaring van 01/089079-01 feit 8.

De rechtbank begrijpt onder de naam [betrokkene 2] zoals in de tenlastelegging staat vermeld tevens de naam [betrokkene 2]. De rechtbank verwijst in dat verband naar de verklaring van [betrokkene 2], pagina 459 van het delictsdossier.

Overwegingen omtrent de kwalificatie van 01/089079-01 feit 9.

Voor zover de raadsman met zijn betoog op pagina 53 en 54 van zijn pleitnota inhoudende - kort samengevat - dat van een organisatie ex artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht geen sprake kan zijn bij "losstaande projecten" tevens heeft bedoeld een kwalificatieverweer te voeren, verwerpt de rechtbank dit verweer.

De door de raadsman voorgestane eis dat misdrijven waarop een organisatie als bedoeld in het bepaalde in artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht een onderlinge samenhang dienen te vertonen, is geen eis die door het recht wordt gesteld.

De kwalificatie.

Het bewezenverklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.

De strafbaarheid.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van de feiten of van de verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen te zijnen laste bewezen is verklaard.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 24c, 27, 36f, 45, 47, 57, 140, 197a, 197b, 285, 300, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

DE OVERWEGINGEN DIE TOT DE BESLISSING HEBBEN GELEID

De eis van de officier van justitie.

Ten aanzien van de feiten 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, 8, en 9 in de zaak met parketnummer 01/089079-01 en het feit in de zaak met parketnummer 01/047556-01:

- gevangenisstraf voor de duur van 7 jaar met aftrek overeenkomstig het bepaalde in artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht;

- toewijzing van de vordering van de benadeelde partij Reisburo Columbus.

De op te leggen straf(fen) en/of maatregel(en).

Bij de beslissing over de straffen die aan verdachte dienen te worden opgelegd heeft de rechtbank gelet op:

a. de aard van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan,

b. de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

Bij de strafoplegging zal de rechtbank in het bijzonder rekening houden met de volgende uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren gekomen omstandigheden ten bezware van verdachte:

- de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals tot uitdrukking komt in het wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd;

- verdachte heeft bij het plegen van de feiten gehandeld uit puur winstbejag en heeft zich niets

aangetrokken van de belangen van de benadeelden;

- in zijn zakelijke contacten heeft verdachte, middellijk dan wel onmiddellijk, op diverse personen ongeoorloofde druk uitgeoefend. Deze kwam verbaal tot uiting waar het betreft het spreken met stemverheffing en het uiten van bedreigende bewoordingen alsmede het benadrukken van verdachtes reputatie in het Bossche. Deze reputatie kwam er op neer dat verdachte een machtige ondernemer was tegen wiens onrechtmatige praktijken de politie en/of de gemeente weinig tot niets ondernamen.

Verdachte schuwde evenmin het gebruik van fysiek geweld door hemzelf en/of - door hem ter intimidatie ingeschakelde - potige lieden. De slachtoffers hiervan waren mensen die bij verdachte of bij een aan hem gelieerde rechtspersoon in dienst waren, evenals een aantal debiteuren. Verdachte stond bij het onder druk (laten) zetten van de slachtoffers doorgaans voor ogen hen te bewegen overeenkomsten aan te gaan en/of hen te dwingen tot het (versneld) aflossen van schulden. De wijze waarop dit gebeurde, de afspraken die hierover - al dan niet stilzwijgend - werden gemaakt, de periode waarover, de frequentie waarin alsmede het georganiseerde karakter hebben de rechtbank tot de overtuiging gebracht dat in casu sprake was van een criminele organisatie, als bedoeld in artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht. Binnen deze organisatie fungeerde verdachte als leider en bestuurder. Verdachte was degene die ofwel instructies gaf ofwel wist wat er onder zijn gezag gebeurde, ook al was hij daarbij niet of niet steeds persoonlijk aanwezig en ook al was er niet steeds sprake van specifieke opdrachten.Uit onder meer getapte telefoongesprekken blijkt dat transacties doorgaans werden geïnitieerd en uiteindelijk beklonken in verdachtes sauna Deshima en dat verdachte hierbij de belangrijkste stem in het kapittel had.

Verdachte heeft door zijn manier van optreden grote angst en onzekerheid veroorzaakt onder de slachtoffers. Dat die angst groot was kan onder meer worden afgeleid uit het feit dat maar een enkeling spontaan aangifte bij de politie heeft gedaan, maar toen verdachte eenmaal was gedetineerd meer mensen bereid waren te verklaren over hetgeen zij met of door toedoen van verdachte hadden doorgemaakt.

De rechtbank is van oordeel, dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een gevangenisstraf welke vrijheidsbeneming meebrengt voor de duur als hierna te melden.

De op te leggen maatregel.

De rechtbank zal de hierna te noemen schadevergoedingsmaatregel opleggen nu verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht aan benadeelde en de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat daadwerkelijke schadevergoeding aan de benadeelde bevordert.

De vordering van de benadeelde partij.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de door de gemachtigde [slachtoffer 9] namens de benadeelde partij Toerkoop Reisburo Columbus ingediende vordering van zodanig eenvoudige aard is dat deze zich leent voor behandeling in deze strafzaak. Nu voorts is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het hiervoor bewezenverklaarde door de handelingen van verdachte rechtstreekse schade heeft geleden tot een bedrag van ? 3.399,72 kan de vordering voor dat deel worden toegewezen.

Uit het dossier blijkt dat verdachte de door hem geboekte reis naar het Caraïbisch gebied slechts heeft betaald voor zover de prijs van deze reis de prijs van de eerdere door verdachte geboekte reis oversteeg. Uit de in het dossier voorhanden zijnde facturen volgt dat het gaat om een bedrag van f. 7.492,-

(? 3.399,72). De rechtbank zal derhalve het door de benadeelde partij meer gevorderde afwijzen nu op geen enkele wijze duidelijk is geworden waarop het meer gevorderde bedrag is gestoeld.

Aan verdachte worden meerdere wijzen van vergoeding van dezelfde schade opgelegd. In verband hiermee zal de rechtbank bepalen dat verdachte van de schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde zal zijn gekweten tot het bedrag waarvoor verdachte heeft voldaan aan een van de hiervoor genoemde wijzen van schadevergoeding.

Verdachte zal, als de in het ongelijk gestelde partij, verwezen worden in de door de benadeelde partij Reisburo Columbus terzake haar voeging in deze strafzaak gemaakte kosten, als na te melden.

DE UITSPRAAK

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte in de zaak met parketnummer 01/089079-01 onder 2 is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

Ten aanzien van 01/089079-01 feit 1:

Afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

(artikel 317 van het Wetboek van Strafrecht juncto artikel 312, tweede lid, aanhef en onder 2 van het Wetboek van Strafrecht)

Ten aanzien van 01/089079-01 feit 3:

Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht

(artikel 285 van het Wetboek van Strafrecht) en,

mishandeling.

(artikel 300, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht)

Ten aanzien van 01/089079-01 feit 4:

Afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

(artikel 317 van het Wetboek van Strafrecht juncto artikel 312, tweede lid, aanhef en onder 2 van het Wetboek van Strafrecht)

Ten aanzien van 01/089079-01 feit 5:

Afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.

(artikel 317 van het Wetboek van Strafrecht juncto artikel 312, tweede lid, aanhef en onder 2 van het Wetboek van Strafrecht)

Ten aanzien van 01/089079-01 feit 6:

Afpersing.

(artikel 317 van het Wetboek van Strafrecht)

Ten aanzien van 01/089079-01 feit 7:

Poging tot afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd.

(artikel 317 van het Wetboek van Strafrecht juncto artikel 312, tweede lid, aanhef en onder 2 van het Wetboek van Strafrecht en juncto de artikelen 45 en 57 van het Wetboek van Strafrecht)

Ten aanzien van 01/089079-01 feit 8:

Medeplegen van een ander tot het verschaffen van toegang tot of verblijven in Nederland uit winstbejag gelegenheid, middelen of inlichtingen verschaffen terwijl hij weet of ernstige redenen heeft om te vermoeden dat de toegang of dat verblijf wederrechtelijk is, meermalen gepleegd (artikel 197a van het Wetboek van Strafrecht juncto de artikelen 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht) en,

medeplegen van een ander, die zich wederrechtelijk toegang tot of verblijf in Nederland heeft verschaft, krachtens overeenkomst of aanstelling arbeid doen verrichten, terwijl hij weet of ernstige redenen heeft om te vermoeden dat de toegang of dat verblijf wederrechtelijk is, meermalen gepleegd.

(artikel 197a van het Wetboek van Strafrecht juncto de artikelen 47 en 57 van het Wetboek van Strafrecht)

Ten aanzien van 01/089079-01 feit 9:

Het als leider, bestuurder deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven.

(artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht)

Ten aanzien van 01/047556-01:

Mishandeling.

(artikel 300, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht)

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

De rechtbank legt op:

Een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaar.

Beveelt, dat de tijd, door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, in mindering zal worden gebracht bij de tenuitvoerlegging van de aan veroordeelde opgelegde gevangenisstraf.

De maatregel.

Legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer Toerkoop Reisburo Columbus van een bedrag van ? 3.399,72 (zegge: drie duizend driehonderdnegenennegentig euro en tweeënzeventig eurocent), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 60 dagen hechtenis. De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op.

De vordering van de benadeelde partij.

Wijst de door de gemachtigde F. [slachtoffer 9] ingediende vordering van de benadeelde partij toe tot het hierna te noemen bedrag en veroordeelt verdachte mitsdien tot betaling aan de benadeelde partij, Toerkoop Reisburo Columbus, van een bedrag van ? 3.399,72 (zegge drie duizend driehonderdnegenennegentig euro en tweeënzeventig eurocent ).

Wijst de vordering voor het overige af.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van de benadeelde partij tot op heden begroot op nihil.

Veroordeelt verdachte verder in de ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken kosten.

Verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde bevrijd voorzover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade.

Dit vonnis is gewezen door,

mr. J.W.H. Renneberg, voorzitter,

mr. O.T. Brouwer en mr. E.S.G.N.A.I. van de Griend, leden,

in tegenwoordigheid van E. Roelofsen, griffier

en is uitgesproken op 24 oktober 2003.

Bijlage

Bewezenverklaring

1.

hij op 27 september 2001 te 's-Hertogenbosch, in ieder geval in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en (een) ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot het aangaan van een schuld, te wetenhet verstrekken van een volmacht tot de overdracht van de onverdeelde helft van het recht van erfpacht met betrekking tot de loods met erf aan de Duikerweg 27 te Waalwijk (kadastraal bekend gemeente Waalwijk, sectie A, nummer 1388) en/of van de onverdeelde helft van het recht van erfpacht met betrekking tot de loods met bedrijfsterrein aan de Duikerweg te Waalwijk (kadastraal bekend gemeente Waalwijk, sectie A, nummer 1498 en sectie A, nummer 1503), welk geweld en welke bedreiging met geweld hebben bestaan (kort samengevat en zakelijk weergegeven) uit het slaan van die [slachtoffer 1] en het bedreigen van die [slachtoffer 1] met een ijzeren staaf teneinde hem een volmacht betrekking hebbend op het overdragen aan een of meer ander(en) van voormeld recht op erfpacht te laten ondertekenen en het aan die [slachtoffer 1] toevoegen dat zijn vrouw gedood zou worden indien hij naar de politie zou gaan;

3.

hij op 01 maart 2002 te 's-Hertogenbosch, [slachtoffer 4] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend (kort samengevat en zakelijk weergegeven) de punt van een sabel/zwaard tegen de keel van die [slachtoffer 4] gehouden en gedrukt en tegen die [slachtoffer 4] geroepen, althans gezegd, dat hij hem eraan zou rijgen;

en

hij op 01 maart 2002 te 's-Hertogenbosch, opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer 4]) heeft geslagen, waardoor voornoemde [slachtoffer 4] pijn heeft ondervonden;

4.

hij in of omstreeks de periode van 6 februari 2002 tot en met 3 maart 2002, te 's-Hertogenbosch, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer 5] heeft gedwongen tot het aangaan van een schuld, te weten het verrichten van onbetaalde werkzaamheden ter aflossing van een schuld,welke bedreiging met geweld heeft bestaan (kort samengevat en zakelijk weergegeven) uit het (telefonisch) tegen [slachtoffer 5] zeggen: "En zorgen dat je mijn lening terugbetaald want als het in jouw rug is geschoten en ik kom aan jouw rug dan loop je nooit meer want ik ben heel boos jongen" en "Jij betaalt me netjes terug wat je hebt geleend bij mij en doede gij dè nie dan krijde gij geen fijn leven meer" en "Je moet gewoon hiermee akkoord gaan. Je krijgt geen geld van ons, je bent ons geld schuldig, of wil je misschien dat Hans zelf naar beneden komt";

5.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2000 tot en met 14 juli 2000 te 's-Hertogenbosch, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer 6] heeft gedwongen tot het aangaan van een schuld, te weten de verkoop van roerende zaak, bestaande uit kamerverhuur, videocabine, sexwinkel, gelegen aan de Hinthamerstraat 114 te 's-Hertogenbosch, welk geweld en welke bedreiging met geweld hebben bestaan (kort samengevat en zakelijk weergegeven) uit het tegen die [slachtoffer 6] roepen dat zij de volledige huur gelijk moest gaan betalen en zij anders de zaak niet uitkwam en het in aanwezigheid van die [slachtoffer 6] en haar 11 jarige dochter en [slachtoffer 7] schoppen tegen de in voormeld pand aanwezige inventaris en het tegen die [slachtoffer 6] roepen dat als zij niet gauw betaalde, de rest er ook aan ging;

6.

hij op 28 december 2000 te 's-Hertogenbosch, met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [slachtoffer 8] en [slachtoffer 9] heeft gedwongen tot het aangaan van een schuld, te weten het verkopen van een vakantiereis naar het Caraïbisch gebied voor de prijs van fl. 3.690,- in plaats van fl. 11.182,- of daaromtrent, welke bedreiging met geweld heeft bestaan (kort samengevat en zakelijk weergegeven) uit het tegen die [slachtoffer 8] zeggen dat hij in de winkel (reisbureau Columbus) zou komen en dan zijn geld wilde hebben en dat hij er een paar mee zou nemen en de zaak zou komen verbouwen als er niet betaald werd en uit het (vervolgens daadwerkelijk) naar dat reisbureau toegaan en zich aldaar intimiderend op te stellen tegenover die [slachtoffer 8] en die [slachtoffer 9];

7.

hij op tijdstippen gelegen in de periode van 17 juli 2001 tot en met 3 oktober 2001 te 's-Hertogenbosch en/of Amsterdam en/of Heerhugowaard en/of Varsseveld,,(telkens) ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen, met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld de hierna te noemen personen te dwingen tot de afgifte van geld, toebehorende aan de hierna te noemen personen, (kort samengevat en zakelijk weergegeven) het navolgende heeft gedaan:hij en zijn mededaders hebben

a. op 22 augustus 2001 te Heerhugowaard [slachtoffer 11] en [slachtoffer 12] benaderd om enig

geldbedrag, te betalen en zich begeven naar de woning van [slachtoffer 10] en [slachtoffer 12] en

aldaar dreigend gezegd "Als wij voor vrijdag het geld niet hebben weten we jullie te vinden." en

"Dan weten we jouw man te vinden" en "En anders de kleinkinderen." en "Als hij niet zou betalen

zijn huis of zijn kinderen zouden worden verbouwd en dat het niet goed met hem zou aflopen" en

b. op 22 augustus 2001 te Amsterdam, [slachtoffer 13] benaderd om fl. 60.000,- te

betalen onder bedreiging dat zij als zij het geld niet zou betalen zij dan ernstige moeilijkheden zou

krijgen met betrekking tot haar huis en ramen;

en

c. op 30 augustus 2001 te Varsseveld, [slachtoffer 14] benaderd om fl. 30.000,- te

betalen onder bedreiging dat als zij niet zou betalen er een knokploeg zou komen en de kozijnen uit

het huis gehaald zouden worden;

zijnde de uitvoering van die voorgenomen misdrijven (telkens) niet voltooid;

8.

hij in de periode van 1 januari 2001 tot en met 21 februari 2002 in de gemeente 's-Hertogenbosch, tezamen en in vereniging met een ander, uit winstbejag personen, te weten:[betrokkene 1] en [betrokkene 2] en [betrokkene 3] en een ander persoon, behulpzaam is geweest bij het verblijven in Nederland en laatstgenoemde personen daartoe uit winstbejag gelegenheid heeft verschaft, bestaande uit het verschaffen van onderdak aan die personen,zulks terwijl hij, verdachte en zijn mededader (telkens) wisten dat dat verblijf wederrechtelijk was;

en

hij in de periode van 1 januari 2001 tot en met 21 februari 2002 in de gemeente 's-Hertogenbosch, tezamen en in vereniging met een ander, personen, te weten:[betrokkene 1] en [betrokkene 2] en [betrokkene 3] en een ander persoon, welke personen zich wederrechtelijk verblijf in Nederland hebben verschaft, krachtens overeenkomst of aanstelling arbeid heeft doen verrichten, bestaande uit het laten verrichten van werkzaamheden (onder meer als masseuse en/of schoonmaakster) in een bedrijfspand genaamd Sauna Deshima gelegen aan de Eendenkooi 5-7-9-11 te 's-Hertogenbosch,zulks terwijl hij, verdachte en zijn mededader (telkens) wist(en) dat dat verblijf wederrechtelijk was;

9.

hij in de periode van 1januari 2000 tot en met 3 september 2002 te 's-Hertogenbosch en elders in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, welke organisatie bestond uit een samenwerkingsverband van hem, verdachte en natuurlijke personen en rechtspersonen, te weten [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] en [medeverdachte 6] en [medeverdachte 7] en [medeverdachte 9] en Rovet B.V. en Horog Holding B.V. en [medeverdachte 10].( handelende onder de naam Sauna Deshima) en [medeverdachte 12], welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk afpersing en dwang en bedreiging en mishandeling en valsheid in geschrift, zulks terwijl hij, verdachte de leider en bestuurder van voormelde organisatie was;

De zaak met parketnummer 01/047556-01

hij op 28 oktober 2001 te 's-Hertogenbosch opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer 15]), met kracht heeft vastgepakt en vervolgens die [slachtoffer 15] een kopstoot tegen de neus heeft gegeven, waardoor deze letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden;

Parketnummers 01/089079-01 en 01/047556-01 15

[verdachte]