Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2003:AF9763

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
06-06-2003
Datum publicatie
15-12-2003
Zaaknummer
awb 02/2221
Rechtsgebieden
Socialezekerheidsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Proceskostenveroordeling na intrekking beroep wegens wetswijziging.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ’S-HERTOGENBOSCH

Enkelvoudige kamer voor bestuursrechtelijke zaken

UITSPRAAK

AWB 02/2221

Uitspraak van de rechtbank ingevolge artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) met toepassing van artikel 8:54 van de Awb in het geschil tussen

[eiser], h.o.d.n. [handelesnaam], gevestigd te [plaats], eiser,

gemachtigde R.T. van Baarlen, De Fiscount Adviesgroep B.V. te Zwolle,

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, gevestigd te Amsterdam, verweerder,

vertegenwoordigd door UWV Bouwnijverheid te Amsterdam.

I. PROCESVERLOOP

Verweerder heeft aan de (ex-)werknemer van eiser, de heer […] (hierna te noemen: de werknemer), met ingang van 22 maart 2002 een uitkering toegekend ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100 %.

Het hiertegen door eiser ingediende bezwaar is door verweerder bij besluit van 18 juli 2002 ongegrond verklaard. Eiser heeft vervolgens beroep ingesteld.

Bij brief van 7 maart 2003 heeft eiser het beroep ingetrokken en de rechtbank daarbij verzocht verweerder te veroordelen in de kosten van de procedure.

Verweerder heeft bij brief van 26 maart 2003 aangegeven geen aanleiding te zien om tot vergoeding van de proceskosten van eiser over te gaan, nu het bestreden besluit op goede gronden is genomen en door verweerder ook is gehandhaafd.

II. OVERWEGINGEN

Ingevolge het bepaalde in artikel 8:75a van de Awb kan de rechtbank bij intrekking van het beroep ten gevolge van het alsnog geheel of gedeeltelijk tegemoet komen aan eiser, het bestuursorgaan met toepassing van artikel 8:75 in de kosten veroordelen, indien daarom bij intrekking wordt verzocht.

In reactie op schriftelijke vragen van de rechtbank heeft eiser in zijn brief van 7 maart 2003 onder meer het volgende gesteld.

Voor het premiejaar 2004 wordt hij aangemerkt als kleine werkgever in de zin van artikel 1, eerste lid, aanhef en onder e, van het Besluit premiedifferentiatie WAO. Gelet op artikel 4a van genoemd Besluit, zoals dat luidt sinds 1 januari 2003, heeft de aan de werknemer met ingang van 22 maart 2002 toegekende WAO-uitkering derhalve geen gevolgen meer voor de door eiser te betalen gedifferentieerde premie vanaf het premiejaar 2004. Eiser heeft daarom geen belang meer bij voortzetting van het beroep en trekt dit beroep in. Aangezien verweerder in het toekenningsbesluit van 8 maart 2002 stelde dat de door eiser te betalen gedifferentieerde premie WAO wél afhankelijk zou zijn van deze WAO-uitkering, is verweerder thans tegemoet gekomen aan eisers bezwaren en is er grond voor een proceskostenvergoeding, aldus eiser.

De rechtbank kan eiser niet volgen in zijn standpunt dat verweerder tegemoet is gekomen aan de bezwaren van eiser. Het bestreden WAO-besluit is ongewijzigd in stand gebleven en dat dit besluit niet langer gevolgen heeft voor de door eiser in de toekomst te betalen gedifferentieerde premie WAO, zodat eiser geen belang meer heeft om zijn beroep voort te zetten, is een gevolg van een wetswijziging op dat punt.

De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding om tot een proceskostenveroordeling over te gaan en zal uitspraak doen met toepassing van artikel 8:54 van de Awb.

Beslist wordt als volgt.

III. BESLISSING

De rechtbank,

wijst het verzoek om verweerder te veroordelen in de door eiser gemaakte proceskosten af.

Aldus gedaan door mr. A.A.H. Schifferstein als rechter en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. N. Hofman als griffier op 6 juni 2003.

Tegen deze uitspraak staat het rechtsmiddel verzet open. Indien u daarvan gebruik wenst te maken, dient u binnen zes weken na de dagtekening van de verzending van het afschrift, een verzetschrift aan deze rechtbank te zenden. Daarin vermeldt u waarom u de uitspraak niet juist vindt. Tevens gelieve u aan te geven of u wel/niet in de gelegenheid gesteld wilt worden over het verzet te worden gehoord.

Afschrift verzonden: