Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2002:AI0113

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
29-07-2002
Datum publicatie
18-07-2003
Zaaknummer
78669 JE RK 02-320
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

ontzetting van vader van het ouderlijk geZAG

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK TE 'S-HERTOGENBOSCH

Uitspraak: 29 juli 2002

Beschikking betreffende ontzetting uit het ouderlijk gezag[ de vader]]

verblijvend te [verblijfplaats],

verder te noemen de vader.

1. De procedure

De rechtbank heeft kennis genomen van de navolgende stukken:

- het verzoekschrift (met bijlagen) van de Raad voor de Kinderbescherming, ingekomen ter griffie op 20 maart 2002;

- de beschikking van deze rechtbank d.d. 13 februari 2002, waarvan de inhoud als herhaald en ingelast dient te worden beschouwd;

- het aanvullende verzoekschrift (met bijlagen) van de Raad voor de Kinderbescherming, ingekomen ter griffie op 7 mei 2002.

De zaak is ter terechtzitting met gesloten deuren behandeld op 1 juli 2002.

Verschenen is de heer [X] namens de Raad voor de Kinderbescherming.

Van het verhandelde ter zitting is proces-verbaal opgemaakt.

De [ vader], de minderjarige [ 1] alsmede de Stichting Jeugd en Gezin, gevestigd te Alkmaar, zijn, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.

2. Het verzoek

De Raad voor de Kinderbescherming verzoekt de vader te ontzetten uit het ouderlijk gezag over de minderjarigen:

[ minderjarige 1], geboren te [geboortedatumplaats] op [ geboortedatum],

[[ minderjarige 2]erjarige 2], geboren te [geboortedatumplaats] op [ geboortedatum]

3. De feiten

[ 1] en [ minderjarige 2] zijn geboren uit het huwelijk van de [ vader] met mevr[ Y ]. Mevrouw [ Y ] is op 12 februari 2002 door een misdrijf om het leven gekomen.

Bij beschikking van deze rechtbank van 13 februari 2002, is de vader geschorst in de uitoefening van het ouderlijk gezag over de minderjarigen en is de Stichting Jeugdzorg Noord-Brabant belast met de voorlopige voogdij over de minderjarigen [ 1] en [ minderjarige 2].

4. De beoordeling

Uit de stukken en het verhandelde ter zitting is gebleken dat er gronden voor ontzetting als bedoeld in artikel 1:269 van het Burgerlijk Wetboek aanwezig zijn en dat ontzetting noodzakelijk is in het belang van de minderjarigen.

De kinderrechter neemt daarbij in aanmerking dat de [ vader] blijkens de raadsrapportage heeft bekend de dader te zijn van de moord op mevrouw [ Y ], de moeder van zijn kinderen, en haar vriend. Hij heeft daarbij verklaard dat het niet zijn bedoeling was de moeder van zijn kinderen te vermoorden en dat door hem gehandeld is in de overtuiging dat hij het belang van zijn kinderen diende. De wijze waarop hij zijn handelen vorm heeft gegeven kan niet anders dan zeer gewelddadig genoemd worden, waarbij hij kennelijk niet geremd werd door het besef dat bedoeld handelen verstrekkende consequenties heeft c.q. kan hebben voor (de ontwikkeling van) zijn kinderen. Naar alle waarschijnlijkheid zal een langdurige detentie volgen en zal hij gedurende lange tijd geen of hooguit een beperkte rol in het leven van zijn kinderen kunnen spelen. De [ vader] zit inmiddels al enige tijd gedetineerd en de kinderen is hun basisveiligheid en stabiliteit ontnomen waarbij er tevens een abrupte wijziging van hun leefomgeving heeft plaatsgevonden. Hoe de kinderen zich in de toekomst zullen ontwikkelen valt niet in te schatten, maar vaststaat dat hun emotionele ontwikkeling bedreigd wordt en aannemelijk is dat in die ontwikkeling reeds schade is aangebracht.

Aldus is er door toedoen van de heer [ vader] sprake van grove schending en verwaarlozing van de verzorging en opvoeding van zijn kinderen en is zijn handelen, dat aangemerkt kan worden als slecht levensgedrag waarvan een slechte invloed op zijn kinderen uitgaat c.q. kan uitgaan, op grove wijze in strijd met de belangen van zijn kinderen en zijn ouderlijke verantwoordelijkheid. Dat hij voor zijn handelen nog niet (onherroepelijk) strafrechtelijk veroordeeld is doet aan het voormelde niet af, te meer nu -hetgeen ook niet betwist is- bedoeld handelen vaststaat.

Deze gronden in aanmerking genomen acht de kinderrechter de ontzetting noodzakelijk in het belang van de minderjarigen [ 1] en [ minderjarige 2].

Bij de stukken bevindt zich een verklaring van de Stichting Jeugd en Gezin Alkmaar waarin deze zich bereid verklaart de voogdij over de minderjarigen te aanvaarden.

5. De beslissing

De rechtbank:

ontzet [ de vader] van het ouderlijk gezag over de minderjarigen:[ minderjarige 1]; geboren te [geboortedatumplaats] op [ geboortedatum],

[[ minderjarige 2]erjarige 2]; geboren te [geboortedatumplaats] op [ geboortedatum]

benoemt de Stichting Jeugd en Gezin, unit Alkmaar, tot voogdes over de minderjarigen;

veroordeelt de vader tot het doen van rekening en verantwoording van het gevoerde bewind aan de benoemde voogdes;

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. C.W.P van Gelder, rechter en tevens kinderrechter, en in het openbaar uitgesproken op 29 juli 2002 in aanwezigheid van de griffier.