Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2001:AB3063

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
27-07-2001
Datum publicatie
02-08-2001
Zaaknummer
01/049097/01
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

BESCHIKKING VAN DE ARRONDISSEMENTSRECHTBANK TE 'S-HERTOGENBOSCH

Reg.nrs.01/306 en 01/308

Parketnummer 01/049097-01

Deze beschikking betreft een op 03 mei 2001 ter griffie van deze rechtbank ingediend klaagschrift, als bedoeld in artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering, van:

1.CAMEO MEDIA SUPPORT B.V.,

gevestigd te Amsterdam

en

2. SCANDINAVIAN BROADCASTING SYSTEMS SBS B.V.,

gevestigd te Amsterdam.

Inleiding

Bij klaagschrift hebben klaagsters (hierna respectievelijk Cameo en SBS genoemd) verzocht het beklag gegrond te verklaren:

primair met betrekking tot al het materiaal dat op de voet van de

beide beschikkingen van de rechter-commissaris van 20 december 2000 in beslag is genomen;

subsidiair met betrekking tot het materiaal dat op de voet van de tweede beschikking van de rechter-commissaris van 20 december 2000, betrekking hebbende op zondag 17 december 2000 (gehele dag) en maandag 18 december 2000 (gehele dag), in beslag is genomen.

Voorts is bij klaagschrift verzocht:

1. het beslag op te heffen;

2. het openbaar ministerie te gelasten de bij Cameo en SBS in

beslag genomen videobanden terug te geven;

3. het openbaar ministerie te gelasten geen (verder) gebruik te

maken van de door haar met behulp van het in beslag genomen

materiaal vergaarde informatie;

4. het openbaar minsterie te gelasten eventueel door haar gemaakte

kopieën van het bij Cameo en SBS in beslag genomen te vernie-

tigen.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de relevante stukken.

Klaagsters, vertegenwoordigd door [hun vertegenwoordiger], hun raadsvrouwe mr. C.N. Dalebout en de officier van justitie zijn op 13 juli 2001 ter openbare zitting in raadkamer gehoord.

Zijdens klaagsters is het klaagschrift nader toegelicht. De officier van justitie heeft zich verzet tegen de inwilliging van het klaagschrift.

Van het verhandelde is proces-verbaal opgemaakt.

De beoordeling

Het klaagschrift is tijdig ingediend.

Uit de stukken is het navolgende naar voren gekomen:

Naar aanleiding van buitengewoon ernstige rellen, die hadden plaatsgevonden in 's-Hertogenbosch van 16 december 2000 tot en met 18 december 2000, heeft de rechter-commissaris in het kader van een gerechtelijk vooronderzoek tegen NN (parketnummer 01/049097-01) op 20 december 2000 ten behoeve van de waarheidsvinding inbeslaggenomen video-banden, waarop door journalisten van klaagster [SBS] beelden waren vastgelegd van deze rellen. Een gedeelte van dit materiaal is uitgezonden en daarmee publiek geworden.

Een ander gedeelte van het materiaal is niet uitgezonden.

Andere gegevens waren voorhanden, zoals waarnemingen van politieambtenaren, videomateriaal door de politie gemaakt en getuigenverklaringen.

Er is geen sprake van bronbescherming; de opnamen zijn gemaakt in de publieke ruimte zonder medewerking van de gefilmde personen.

Een dergelijke inbeslagneming kan desondanks een - zij het zeer indirecte -inbreuk op het recht van vrije nieuwsgaring, conform artikel 10 lid 1 EVRM, opleveren [HR 9.11.99,nr 4014].

Subsidiariteit: er moge ander materiaal beschikbaar zijn geweest, bij een onderzoek naar deze rellen kon het video-materiaal van SBS nadere gegevens opleveren, die uit het overige materiaal niet blijken dan wel die het voorhanden materiaal versterken. Om het populair te zeggen: 'alle beetjes helpen'.

Proportionaliteit: de rellen en de daarmee gepaard gaande misdrijven waren zeer ernstig en zeer hardnekkig. Het is van het grootste belang, dat zoveel mogelijk verdachten opgespoord, vervolgd en berecht worden.

Tegenover dit belang staat het belang van journalisten om hun werk ongestoord te kunnen doen.

Gesteld is door SBS, dat door relschoppers het maken van opnamen wordt bemoeilijkt of onmogelijk gemaakt, nu deze relschoppers weten of vermoeden, dat met name het niet uitgezonden materiaal in handen van justitie kan komen.

Klaagsters hebben niet aannemelijk gemaakt, dat deze stelling in zijn algemeenheid opgaat. Advocaat-generaal Machielse noemt dit 'speculatie'; de Hoge Raad deelt dat oordeel waar hij spreekt van 'een veronderstellenderwijs aannemelijke belemmering'. Enig ander gegeven dan een herhaling van de eerdere bewering is in de onderhavige procedure niet aan de orde geweest.

Klaagsters hebben evenmin aannemelijk gemaakt, dat deze stelling in dit concrete geval opgaat. Weliswaar bevindt zich bij de stukken een verklaring van de journalist [naam van de journalist] van 24 april 2001, die zegt bij de rellen en later door betrokkenen gehinderd te zijn in zijn werkzaamheden, maar ieder concreet gegeven, dat deze mensen daarbij - direct of indirect - hebben kenbaar gemaakt dit te doen, omdat SBS-materiaal in handen is gekomen of nog zal kunnen komen van justitie, ontbreekt. Ook in dit geschrift wordt uitgegaan van de algemene 'speculatie' of 'veronderstelling'.

Op grond van het vorenoverwogene verklaart de rechtbank het beklag van klaagsters ongegrond.

DE BESLISSING

De rechtbank verklaart het beklag ongegrond en wijst de hierboven onder 1 tot en met 4 genoemde verzoeken af.

Deze beslissing is gegeven door mr. Droesen, rechter, in tegenwoordigheid van Klerkx, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 juli 2001, in het bijzijn van de griffier.