Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:2000:AA8582

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
23-11-2000
Datum publicatie
04-07-2001
Zaaknummer
01/035120-00
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

-

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

ARRONDISSEMENTSRECHTBANK TE 'S-HERTOGENBOSCH

Parketnummer: 01/035120-00

Uitspraakdatum: 23 november 2000

V E R K O R T V O N N I S

Verkort vonnis van de arrondissementsrechtbank te 's-Hertogenbosch, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],

wonende te [woonplaats], [adres],

thans preventief gedetineerd.

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 9 november 2000.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.

De tenlastelegging.

De zaak is aanhangig gemaakt bij dagvaarding van 17 juli 2000.

Een afschrift van de dagvaarding is aan dit vonnis gehecht.

Voorzover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten en/of omissies voorkomen zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De geldigheid van de dagvaarding.

De dagvaarding voldoet aan alle wettelijke eisen.

De bevoegdheid van de rechtbank.

Krachtens de wettelijke bepalingen is de rechtbank bevoegd van het ten laste gelegde kennis te nemen.

De ontvankelijkheid van de officier van justitie.

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen omstandigheden gebleken, die aan de ontvankelijkheid van de officier van justitie in de weg staan.

Schorsing der vervolging.

Bij het onderzoek ter terechtzitting zijn geen gronden voor schorsing der vervolging gebleken.

Vrijspraak.

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan verdachte onder 3 is tenlastegelegd, zodat hij daarvan behoort te worden vrijgesproken.

De bewezenverklaring.

De rechtbank acht, op grond van de feiten en omstandigheden die zijn vervat in de bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte de feiten heeft begaan zoals is weergegeven op het in dit vonnis opgenomen afgestreepte afschrift van de dagvaarding.

De bewijsmiddelen worden slechts gebezigd met betrekking tot het feit waarop zij betrekking hebben.

Hetgeen meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard, is naar het oordeel van de rechtbank niet bewezen. Verdachte zal hiervan worden vrijgesproken.

De kwalificatie.

Het bewezenverklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.

De strafbaarheid.

Er zijn geen feiten of omstandigheden gebleken die de strafbaarheid van de feiten of van de verdachte uitsluiten. Verdachte is daarom strafbaar voor hetgeen te zijnen laste bewezen is verklaard.

Toepasselijke wetsartikelen.

De beslissing is gegrond op de artikelen:

10, 24c, 27, 36f, 47, 57, 242, 282 van het Wetboek van Strafrecht.

DE OVERWEGINGEN DIE TOT DE BESLISSING HEBBEN GELEID.

De eis van de officier van justitie ten aanzien van de feiten en 1,2 en 3.

- Gevangenisstraf voor de duur van 5 jaar met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht.

- Hoofdelijk toewijzen van de vordering van de benadeelde partij ad f 15.000,-, tevens hoofdelijk toewijzen van de vordering ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht; subsidiair 110 dagen hechtenis.

- Teruggave van het beslag.

De op te leggen straf(fen) en/of maatregel(en).

Bij de beslissing over de straf die aan de verdachte dient te worden opgelegd, heeft de rechtbank gelet op:

a. de aard van het bewezenverklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan.

b. de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte.

Op 28 oktober 2000 heeft psycholoog F. van Nunen een rapport omtrent verdachte uitgebracht. Bij het opleggen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de inhoud van dit rapport.

Bij de strafoplegging zijn de volgende omstandigheden ten bezware van verdachte gebleken:

- de ernst van de door verdachte gepleegde strafbare feiten in verhouding tot andere strafbare feiten, zoals tot uitdrukking komt in het wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd;

- het slachtoffer is gebracht naar een afgelegen, donkere plek, in het bos;

- de tijdspanne waarin de strafbare feiten zich afspeelden, te weten ruim drie uur;

- het feit dat verdachte zich om het lot van het slachtoffer kennelijk volstrekt niet heeft bekommerd;

- de ernstige gevolgen, zowel lichamelijk als psychisch, die de strafbare feiten voor het slachtoffer hebben gehad en waarschijnlijk nog zullen hebben, zoals ter zitting uit de verklaring van mevrouw Maas van Bureau Slachtofferhulp is gebleken;

Bij de strafoplegging zal de rechtbank in het bijzonder rekening houden met de volgende uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren gekomen omstandigheid die tot matiging van de straf heeft geleid:

- de jeugdige leeftijd van verdachte.

De rechtbank is van oordeel, dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een gevangenisstraf welke vrijheidsbeneming meebrengt voor de duur als hierna te melden.

Gelet op de ernst van de door verdachte gepleegde feiten ziet de rechtbank geen aanleiding een deel van deze straf voorwaardelijk op te leggen. De rechtbank heeft weliswaar kennis genomen van de wens van verdachte om behandeld/begeleid te worden door de reclassering, maar de rechtbank is van oordeel dat de verdachte deze door hem gewenste behandeling/begeleiding in gelijke mate kan verkrijgen van de reclassering binnen de penitentiaire inrichting waarin hij zal verblijven.

De rechtbank zal de hierna te noemen schadevergoedingsmaatregel opleggen nu verdachte naar het oordeel van de rechtbank jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht aan benadeelde en de rechtbank het wenselijk acht dat de Staat daadwerkelijk schadevergoeding aan de benadeelde bevordert. Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover dit bedrag door zijn mededader is voldaan.

Motivering van de beslissing op de vordering van de benadeelde partij.

De benadeelde partij heeft opgave gedaan van de inhoud van de vordering overeenkomstig het bepaalde in artikel 51b van het Wetboek van Strafvordering. Deze vordering strekt tot vergoeding van een voorschot op de geleden schade, inclusief immateriële schade, ter hoogte van f 15.000,-

Aan de benadeelde partij is door het bewezen verklaarde rechtstreekse schade toegebracht. Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover dit bedrag door zijn mededader is vergoed. Aan de maatstaven van burgerlijk recht is voldaan.

Verdachte zal, als de in het ongelijk gestelde partij, verwezen worden in de door de benadeelde partij terzake haar voeging in deze strafzaak gemaakte kosten, als na te melden. Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover deze kosten door zijn mededader zijn vergoed.

Aan verdachte worden meerdere wijzen van vergoeding van dezelfde schade opgelegd. In verband hiermee zal de rechtbank bepalen dat verdachte van de schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde zal zijn gekweten tot het bedrag waarvoor verdachte en/of zijn mededader hebben voldaan aan één van de hiervoor opgelegde wijzen van schadevergoeding.

DE UITSPRAAK

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte is tenlastegelegd onder 3 en spreekt hem daarvan vrij.

Verklaart het onder 1 en 2 tenlastegelegde bewezen, zoals hiervoor omschreven.

Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.

Het bewezenverklaarde levert op de misdrijven:

1 Medeplegen van verkrachting (artikel 242, 47 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht)

2 Medeplegen van het opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroven en beroofd gehouden (artikel 282 lid 1, 47 lid 1 van het Wetboek van Strafrecht)

Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.

Legt op de volgende straf(fen) en/of maatregel(en):

een gevangenisstraf voor de tijd van 3 jaar.

Beveelt, dat de tijd, door de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, in mindering zal worden gebracht bij de tenuitvoerlegging van de hem opgelegde gevangenisstraf.

Gelast de teruggave aan veroordeelde van het in beslag genomen goed, te weten: 2 stuks schoeisel, zwart, FILA.

Legt aan verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer genaamd [benadeelde partij] van een bedrag van ( 15.000,- (zegge: vijftienduizend guldens), bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de duur van 110 dagen. De toepassing van deze vervangende hechtenis heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op. Verdachte is niet gehouden tot betaling voorzover dit bedrag door zijn mededader is vergoed.

Beslissing op de vordering van de benadeelde partij.

Wijst de vordering van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte om tegen bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij, [adres en woonplaats], een bedrag van ( 15.000,- (zegge: vijftienduizend guldens). Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover dit bedrag door zijn mededader is vergoed.

Veroordeelt verdachte tevens in de kosten van het geding, door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot heden begroot op nihil. Verdachte is niet gehouden tot betaling van deze kosten voorzover die door zijn mededader zijn vergoed.

Verdachte is van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde gekweten tot het bedrag waarvoor verdachte en/of zijn mededader heeft voldaan aan een van de hiervoor opgelegde wijzen van vergoeding van deze schade.

Dit vonnis is gewezen door,

mr. Mastebroek, voorzitter, mr. Wielders en mr. Kooijmans-De Kort, leden,

in tegenwoordigheid van mr. Nijenhuis, griffier en is uitgesproken op 23 november 2000.

Tenlastelegging:

1.

hij op een of meer tijdstippen op of omstreeks 09 mei 2000 te Nuenen, althans in het arrondissement 's-Hertogenbosch, tezamen en in vereniging met [medeverdachte], althans alleen, door geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere feitelijkhe(i)d(en) [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en), die (telkens) bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van het [slachtoffer], hebbende verdachte en/of die [medeverdachte]

-(telkens) zijn/hun penis in de vagina van het [slachtoffer] geduwd,

- en/of (telkens) zijn/hun penis in de mond van het [slachtoffer] geduwd,

- en/of (telkens) een of meerdere van zijn/hun vinger(s) in de vagina van het [slachtoffer] geduwd, en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte en/of die [medeverdachte],

-het [slachtoffer] heeft/hebben vastgepakt en haar vervolgens met kracht in een bestelbus hebben geduwd,

-en/of (vervolgens) het [slachtoffer] heeft/hebben belet om uit die bestelbus te stappen,

-en/of (vervolgens) het [slachtoffer] heeft/hebben toegevoegd dat hij net uit de bak kwam en dat hij al eens een meisje had gewurgd en/of dat zij dadelijk vermoord langs het pad zou liggen als zij niet zou luisteren en/of haar gevraagd of zij levensmoe was,

-en/of (vervolgens) tegen het [slachtoffer] heeft/hebben gezegd dat zij zich moest uitkleden,

-en/of (vervolgens) het [slachtoffer] naar zich heeft/hebben toegetrokken en haar hoofd (telkens) naar zijn/hun penis heeft/hebben geduwd,

-en/of (vervolgens) het [slachtoffer] heeft/hebben vastgepakt en op de vloer van voornoemde bestelbus heeft/hebben doen liggen,

-en/of (aldus), wetende dat het [slachtoffer] zich geplaatst wist tegen een overmacht van twee mannen, voor het [slachtoffer] een bedreigende situatie heeft/hebben doen ontstaan;

artikel 242 van het wetboek van strafrecht

2.

hij op of omstreeks 09 mei 2000 te Eindhoven en/of te Helmond en/of te Nuenen, althans in het arrondissement 's-Hertogenbosch, tezamen en in vereniging met [medeverdachte], althans alleen, opzettelijk [slachtoffer]

wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, door

tezamen en in vereniging met die [medeverdachte], althans alleen, voornoemde [slachtoffer] opzettelijk en wederrechtelijk

- vast te pakken en te dwingen in een bestelbus plaats te nemen,

- en/of (vervolgens) de zijportier(en) van die bestelbus af te sluiten,

- en/of door haar (vervolgens) tegen te houden toen zij dat bestelbus via het voorportier wilde verlaten

- en/of haar vervolgens gedurende drie uur te beletten die bestelbus te

verlaten,

-en/of door het uiten van bedreigende geweldadige woorden en/of door het

plaatsen van het [slachtoffer] tegen een overmacht van twee mannen een dermate dreigende sfeer te scheppen, dat zij geen verdere actie durfde te ondernemen om die bestelbus te verlaten;

artikel 282 van het wetboek van strafrecht

3.

hij op of omstreeks 09 mei 2000 te Eindhoven en/of Nuenen en/of Helmond,

althans in het arrondissement 's-Hertogenbosch, tezamen en in vereniging met[medeverdachte], althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toeëigening heeft weggenomen een GSM-telefoon, een OV-jaarkaart en/of een

bankpasje, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

[slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte

en/of voornoemde [medeverdachte], welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen het [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat verdachte en/of die [medeverdachte]

-het [slachtoffer] heeft/hebben vastgepakt en gedwongen in een bestelbus te doen plaatsnemen

-en/of het [slachtoffer] van haar vrijheid heeft/hebben beroofd en beroofd

gehouden

-en/of het [slachtoffer] heeft/hebben toegevoegd dat zij niet naar de politie moest gaan;

artikel 312 van het wetboek van strafrecht

Bewezenverklaring:

1.

hij op tijdstippen omstreeks 09 mei 2000 te Nuenen, tezamen en in vereniging met [medeverdachte], althans alleen, door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer] meermalen, heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen, die telkens bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van [slachtoffer], hebbende verdachte en/of die [medeverdachte]

- zijn/hun penis in de vagina van het [slachtoffer] geduwd,

- en/of zijn/hun penis in de mond van het [slachtoffer] geduwd,

- en/of een of meerdere van zijn/hun vinger(s) in de vagina van [slachtoffer] geduwd, en bestaande dat geweld en die bedreiging met geweld hierin dat verdachte en/of die [medeverdachte],

-het [slachtoffer] heeft/hebben vastgepakt en haar vervolgens met kracht in een bestelbus heeft/hebben geduwd,

-en/of vervolgens het [slachtoffer] heeft/hebben belet om uit die bestelbus te stappen,

-en/of vervolgens het [slachtoffer] heeft/hebben toegevoegd dat hij net uit de bak kwam en dat hij al eens een meisje had gewurgd en dat zij dadelijk vermoord langs het pad zou liggen als zij niet zou luisteren en haar gevraagd of zij levensmoe was,

-en/of vervolgens tegen het [slachtoffer] heeft/hebben gezegd dat zij zich

moest uitkleden,

-en/of vervolgens het [slachtoffer] naar zich heeft/hebben toegetrokken en haar hoofd telkens naar zijn/hun penis heeft/hebben geduwd,

-en/of vervolgens het [slachtoffer] heeft/hebben vastgepakt en op de vloer van voornoemde bestelbus heeft/hebben doen liggen;

artikel 242 van het wetboek van strafrecht

2.

hij omstreeks 09 mei 2000 te Eindhoven en te Helmond en te Nuenen,

tezamen en in vereniging met [medeverdachte], opzettelijk [slachtoffer]

wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en beroofd gehouden, door

tezamen en in vereniging met die [medeverdachte], voornoemde

[slachtoffer] opzettelijk en wederrechtelijk

- vast te pakken en te dwingen in een bestelbus plaats te nemen,

- en vervolgens het zijportier van die bestelbus af te sluiten,

- en door haar vervolgens tegen te houden toen zij die bestelbus via het

voorportier wilde verlaten

- en haar vervolgens gedurende drie uur te beletten die bestelbus te

verlaten,

-en door het uiten van bedreigende gewelddadige woorden en door het

plaatsen van het [slachtoffer] tegen een overmacht van twee mannen een dermate dreigende sfeer te scheppen, dat zij geen verdere actie durfde te ondernemen om die bestelbus te verlaten;

artikel 282 van het wetboek van strafrecht