Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSHE:1999:AF0176

Instantie
Rechtbank 's-Hertogenbosch
Datum uitspraak
09-11-1999
Datum publicatie
09-08-2006
Zaaknummer
99/120 R
Rechtsgebieden
Civiel recht
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vaststelling saneringsplan

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Arrondissementsrechtbank 's-Hertogenbosch

Bij vonnis van deze kamer van 17 mei 1999 is de definitieve schuldsanering uitgesproken ten aanzien van:

X.

geboren op ... te...

wonende te P.

handelend onder de naam X. gevestigd te P.

ingeschreven bij de Kamer van Koophandel te 's-Hertogenbosch onder nummer ...

--------------------------------------------------------------------------------

De rechtbank heeft kennisgenomen van het proces-verbaal van de op 5 oktober 1999 gehouden verificatievergadering, alsmede van een ontwerp van een saneringsplan en van een op 28 oktober 1999 ingediend gewijzigd saneringsplan.

De saniet en de bewindvoerder zijn ter terechtzitting van 19 oktober 1999 en 9 november 1999 gehoord. De rechter-commissaris heeft bij die gelegenheid schriftelijk verslag uitgebracht. Bezwaren van schuldeisers zijn noch bij de verificatievergadering, noch ter zitting naar voren gebracht. Evenmin ie gebleken dat zich één van de gronden voor beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling voordoet.

Derhalve dient de toepassing van de schuldsanering te worden voortgezet.

Ten aanzien van het vast te stellen saneringsplan, overweegt de rechtbank het navolgende. Blijkens de gedingstukken, alsmede het verhandelde ter zitting heeft saniet een eigen bedrijf gehad waar kunststofmeubels werden vervaardigd. Dit bedrijf is met toestemming van de rechter-commissaris gedurende de schuldsanering voortgezet. Tijdens de verificatievergadering is door saniet een ontwerp-saneringsplan d.d. 14 september 1999 overgelegd, waarbij saniet op zich nam een netto inkomen te verwerven van ten minste f. 4.200,- per maand.

Uitgangspunt hierbij was dat saniet zijn eigen bedrijf zou voortzetten. Nadien is het bedrijf van saniet met instemming van de rechter-commissaris verkocht aan de zoon van saniet, de heer Y., voor een bedrag van f. 11.250,-. Saniet is thans in dienst getreden bij de zoon. De verkoop van het bedrijf had tot gevolg dat door saniet een gewijzigd ontwerp-saneringsplan d.d. 28 oktober 1999 aan de rechtbank is voorgelegd. In dit gewijzigde ontwerp-saneringsplan wordt het minimaal door saniet te verwerven inkomen vastgesteld op f. 2.375,- netto per maand. Ter zitting van 9 november 1999 deelde saniet mede dat hij als werknemer dezelfde. althans nagenoeg dezelfde werkzaamheden als vóór de bedrijfsovername zal verrichten. Wel zal Y. het administratieve deel van de werkzaamheden op zich nemen. In de toekomst zal hij ook nieuwe klanten gaan werven.

Gezien het oorspronkelijke ontwerp-saneringsplan, acht de rechtbank het aannemelijk dat de netto-inkomsten van het bedrijf van Y. tenminste f. 4.200,- zullen bedragen. De rechtbank acht voorts aannemelijk dat deze inkomsten voor het overgrote deel zullen worden gegenereerd door het werk van saniet, die in feite zijn oude werk continueert, thans ondersteunt door Y. Gelet hierop acht de rechtbank een netto maandelijks salaris van f. 2.375,- te gering. Rekeninghoudend met het feit dat met de overname het ondernemingsrisico van het bedrijf is overgegaan van saniet naar Y., alsook dat door Y... van uw werkzaamheden zullen worden verricht voor het bedrijf,, acht de rechtbank een maandelijks netto salaris van tenminste f. 2.600,- voor saniet reëel. De rechtbank gaat er hierbij wel vanuit dat de door Y. te verrichten werkzaamheden een zodanige omvang hebben dat zij een substantiële vergoeding uit de netto-inkomsten van het bedrijf rechtvaardigen. Bovendien zal periodiek moeten worden bezien of het rendement van het bedrijf verhoging van het salaris van saniet rechtvaardigt.

Beslissing

De rechtbank:

-bepaalt dat de toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt voortgezet;

-stelt het gewijzigde saneringsplan als volgt vast:

de termijn van de schuldsanering wordt bepaald op 3 jaar te rekenen vanaf 17 mei 1999, zijnde de datum waarop de schuldsaneringsregeling van toepassing is verklaard, derhalve tot 17 mei 2002;

de saniet zal zich inspannen een inkomen uit arbeid te verwerven van minimaal fl. 2.600,-- netto per maand, met dien verstande dat periodiek bezien moet worden of verhoging van het het inkomen in verband met het rendement van het bedrijf gerechtvaardigd is;

alle inkomsten boven het vrij te laten inkomen komen ten gunste van de boedelrekening;

zolang de saniet inkomsten uit arbeid ontvangt, zal het vrij te laten inkomen worden vastgesteld op 100% van de toepasselijke bijstandsnorm (exclusief vakantiegeld) , zijnde de norm voor gehuwden, vermeerderd met een bedrag terzake extra ziektekosten en een bedrag terzake eventuele extra woonkosten. Het bedrag voor extra woonkosten wordt berekend door van het bedrag van de huur, fl. 748,59, de wooncomponent ten bedrag van fl. 349,-- en de huursubsidie af te trekken waarbij als het vrij te stellen bedrag voor extra woonkosten geldt een maximum van fl. 399,59, met dien verstande dat de saniet zich naar genoegen van de bewindvoerder zal inspannen deze extra woonkosten zo laag mogelijk te laten zijn door optimaal gebruik te blijven maken van de mogelijkheden tot het verkrijgen van huursubsidie/woonkostentoeslag, danwel door het vinden van een andere, goedkopere, woning;

het jaarlijks uit te keren vakantiegeld komt na aftrek van 100% van de bijstandsnorm (zulks zolang de saniet inkomsten uit arbeid ontvangt gunste van de boedel;

het vermogen van saniet, waaronder de voorheen door geniet gedreven onderneming, zal ten gelde worden gemaakt en worden ingebracht in de boedel;

de partner van de saniet zal zich ervoor inspannen werk te bemachtigen. Het aldus verkregen inkomen zal komen ten gunste van de boedelrekening. Het is de bewindvoerder bekend dat de partner van saniet onder behandeling is en de mogelijkheid voor haar op korte termijn werk te bemachtigen zeer miniem is.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.P. de Valk, lid van de eerste enkelvoudige kamer, en uitgesproken ter terechtzitting van 9 november 1999 in tegenwoordig van T.G.M. Schelle, griffier.