Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2012:CA2520

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
26-09-2012
Datum publicatie
07-06-2013
Zaaknummer
SGR 12/7637
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Verzet
Inhoudsindicatie

Verzet ongegrond wegens niet aannemelijke tijdige verzending bezwaarschrift. Nader ingediend bezwaar naar aanleiding van ontvangen aanmaning maakt dit niet anders.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team belastingrecht

zaaknummer: SGR 12/7637

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 6 maart 2013 op het verzet van

[opposant], te [plaats],

tegen de met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) gedane uitspraak van de rechtbank, van 25 september 2012.

Procesverloop

Bij genoemde uitspraak van deze rechtbank is het beroep van opposant (met bovengenoemd procedurenummer) met toepassing van artikel 8:54 van de Awb ongegrond verklaard.

Bij brief van 4 november 2012 heeft opposant verzet gedaan tegen deze uitspraak.

Overwegingen

1.1 De door opposant bestreden aanslag, genummerd [nummer 1], is gedagtekend 23 november 2011.

1.2 Het bezwaarschrift van opposant is gedagtekend op 1 maart 2012.

1.3 Het bezwaarschrift van opposant is bij verweerder ingekomen op 5 maart 2012.

1.4 Bij uitspraak op bezwaar heeft verweerder het bezwaar van opposant wegens overschrijding van de bezwaartermijn niet-ontvankelijk verklaard.

1.5 Bij de in verzet bestreden uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van de rechtbank is het beroep van opposant tegen de eerder genoemde uitspraak ongegrond verklaard.

1.6 De gronden waarop opposant zijn verzet baseert staan vermeld in het verzetschrift.

Beoordeling van het verzet

2.1 De termijn voor het indienen van een bezwaarschrift bedraagt ingevolge artikel 6:7 van de Awb zes weken. De bezwaartermijn eindigde in het onderhavige geval op 4 januari 2012.

2.2 Een bezwaarschrift is tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen. Bij verzending per post is een bezwaarschrift eveneens tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn van zes weken ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van die termijn is ontvangen (artikel 6:9 Awb).

2.3 Het op 5 maart 2012 bij verweerder ingekomen bezwaarschrift is eerst ruim na het verstrijken van de wettelijke bezwaartermijn van zes weken ingediend.

In het verzetschrift heeft opposant aangevoerd dat hij tijdig, op 22 december 2011, bezwaar heeft gemaakt tegen het besluit van 23 november 2011. Met zijn brief van 1 maart 2012 heeft hij tijdig bezwaar gemaakt tegen de aanmaning van 24 januari 2012.

2.4 De rechtbank overweegt dat niet is gebleken van een bezwaarschrift gedateerd 22 december 2011. Opposant heeft ook overigens de verzending van een bezwaarschrift van die datum niet onderbouwd met bijvoorbeeld een verzendbewijs of anderszins aannemelijk gemaakt. Er moet van worden uitgegaan dat eerst op 1 maart 2012 een bezwaarschrift is ingediend. Nu eisers bezwaargronden zich richten tegen de beslissing van 23 november 2011 mocht verweerder dit bezwaarschrift (mede) zien als gericht tegen deze beslissing. Het bezwaarschrift is ingevolge artikel 6:9, eerste en tweede lid, van de Awb niet tijdig ingediend.

De rechtbank merkt nog op dat tegen de aanmaning van 24 januari 2012 bezwaar maken mogelijk is maar dan slechts tegen de op de aanmaning in rekening gebrachte kosten. Niet gebleken is dat opposant tegen deze kosten bezwaar heeft gemaakt. De rechtbank heeft het beroep terecht kennelijk ongegrond verklaard. Derhalve zal de rechtbank het verzet ongegrond verklaren.

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzet ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. M.A. Dirks, rechter, in aanwezigheid van C.P. van Veldhoven, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 6 maart 2013.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen opposant en de Minister van Financiƫn binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH Den Haag

Bij het instellen van beroep in cassatie dient het volgende in acht te worden genomen:

1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2. het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is ingesteld;

d. de gronden van het beroep in cassatie.