Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2012:BZ5726

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
22-08-2012
Datum publicatie
12-04-2013
Zaaknummer
417138 / HA ZA 12-480
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verwijzingsincident afgewezen. Rv biedt geen grondslag voor de verzochte verwijzing naar de rechtbank Utrecht. Op basis van de hoofdregel art. 99 Rv is deze rechtbank bevoegd. Artikel 6 lid 2 van het Besluit nevenvestiging- en nevenzittingsplaatsen mist toepassing; geen betrokkenheid personeel van deze rechtbank met deze zaak en geen geschil tussen Chip(s)hol III B.V. en deze rechtbank.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 417138 / HA ZA 12-480

Vonnis in incident van 22 augustus 2012

in de zaak van

de publiekrechtelijke rechtspersoon

PROVINCIE NOORD-HOLLAND,

gevestigd te Haarlem,

eiseres in conventie in de hoofdzaak,

verweerster in reconventie in de hoofdzaak,

verweerster in het incident,

advocaat mr. H.J.M. Besselink,

tegen

de besloten vennootschap

CHIP(S)HOL III B.V.,

gevestigd te Wassenaar,

gedaagde in conventie in de hoofdzaak,

eiseres in reconventie in de hoofdzaak,

eiseres in het incident,

advocaat mr. H.J.M. van Schie.

Partijen worden hierna de Provincie Noord-Holland en Chip(s)hol III B.V. genoemd.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 4 april 2012, met producties;

- de conclusie van antwoord tevens houdende eis in reconventie, met producties;

- de conclusie van antwoord in het incident tot verwijzing.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2. De beoordeling in het incident

2.1. Chip(s)hol III B.V. vordert vóór alle weren dat de hoofdzaak wordt verwezen naar de rechtbank Utrecht. Chip(s)hol III B.V. stelt daartoe dat de rechtbank ’s-Gravenhage niet de aangewezen rechtbank is om deze zaak te behandelen, nu Chip(s)hol III B.V. een geschil heeft met deze rechtbank, althans met de voormalige Haagse rechters [A] en [B] tegen wie Chip(s)hol III B.V. aangifte heeft gedaan, die heeft geleid tot vervolging.

2.2. De Provincie Noord-Holland refereert zich aan het oordeel van de rechtbank.

2.3. Op grond van de in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) neergelegde regels voor relatieve bevoegdheid is deze rechtbank bevoegd kennis te nemen van deze zaak: volgens de hoofdregel van artikel 99 Rv is bevoegd de rechter van de woonplaats van gedaagde. De rechtbank Utrecht is niet op grond van de artikelen 100 en verder Rv mede bevoegd om kennis te nemen van deze zaak. Ook overigens biedt het Rv geen grondslag voor de door Chip(s)hol III B.V. gevraagde verwijzing naar de rechtbank Utrecht.

2.4. Nu de twee door Chip(s)hol III B.V. genoemde rechters niet langer werkzaam zijn bij deze rechtbank, is dit geen zaak waarbij personeel van de rechtbank is betrokken, die op grond van artikel 6 lid 2 Besluit nevenvestiging- en nevenzittingsplaatsen (Bnn) in een nevenzittingsplaats buiten het arrondissement, bijvoorbeeld Utrecht, kan worden behandeld. Er is evenmin grond voor de zich in voorkomende gevallen in de praktijk voordoende analoge toepassing van artikel 6 lid 2 Bnn in zaken waarbij de rechtbank bij de zaak is betrokken; anders dan Chip(s)hol III B.V. heeft betoogd, betekent de door haar gedane aangifte en de daarop ingestelde vervolging tegen twee rechters die voorheen werkzaam waren bij deze rechtbank, namelijk niet dat Chip(s)hol III B.V. een geschil heeft met deze rechtbank.

2.5. Het voorgaande leidt tot afwijzing van de vordering van Chip(s)hol III B.V., die als de in het ongelijk gestelde partij wordt veroordeeld in de kosten van het incident.

3. In de hoofdzaak verder

Bepaling van een comparitie van partijen

1. De rechtbank heeft kennisgenomen van de inhoud van het griffiedossier en zal een comparitie van partijen bevelen. De doelen van die zitting zijn het verkrijgen van nadere feitelijke en juridische inlichtingen, het onderzoeken van de mogelijkheden tot een schikking of een verwijzing naar een mediator, het eventueel geven van voorlopige oordelen over de geschilpunten en/of over de bewijslastverdeling en/of het bepalen van het verdere verloop van de procedure.

Instructies voor en informatie over de comparitie van partijen

2. In de regel ontvangen de advocaten over enige tijd van de rechtbank een zogenaamd instructieformulier. Daarin kan de comparitierechter een agenda van de ter zitting te bespreken onderwerpen aankondigen en/of aan de advocaten nadere instructies geven, waaronder het produceren van bepaalde bewijsstukken en overige bescheiden, schriftelijke getuigenverklaringen of een reactie op bepaalde stellingen/verweren. Daarnaast kunnen de advocaten zo nodig zelf relevante extra informatie voorafgaand aan de zitting produceren, met een korte toelichting op de relevantie daarvan.

3. De advocaten moeten deze extra processtukken uiterlijk twee weken voor de comparitiedatum hebben ingezonden per brief aan het CNA-bureau, briefadres Paleis van Justitie, CNA-bureau kamer P2-1415, Postbus 20302, 2500 EH ’s-Gravenhage, met vermelding van de naam van de comparitierechter en de datum en het tijdstip van de zitting, en met gelijktijdige kopie aan de advocaat/advocaten van de wederpartij(en).

4. In geval van een vordering in reconventie dient eveneens uiterlijk twee weken vóór de zittingsdatum per brief een conclusie van antwoord in reconventie te zijn ontvangen door het CNA-bureau en door de advocaat/advocaten van de wederpartij(en) op de hiervoor in rechtsoverweging 3 vermelde wijze.

5. Samenhangende zaken zoals een hoofdzaak en een vrijwaringzaak zullen zoveel mogelijk tegelijkertijd op dezelfde zitting worden behandeld. De rechtbank verzoekt de partijen en hun advocaten om zich tevoren op de hoogte te stellen van de inhoud van alle dossiers, ook in de samenhangende zaak/zaken waarin zij geen partij zijn.

6. Voor de comparitiezitting is in beginsel anderhalf uur gereserveerd. Partijen en hun advocaten doen er goed aan rekening te houden met enige uitloop.

7. Tijdens de comparitie zal de rechter feitelijke vragen stellen aan partijen zelf, onder meer over de voorgeschiedenis van de geschilpunten. Deze vragen kunnen het beste worden beantwoord door degenen die bij die voorgeschiedenis en overige feiten betrokken waren. Partijen doen er daarom verstandig aan om deze betrokkenen mee te nemen naar de zitting. Een partij kan ook een eigen deskundige meenemen naar de comparitie. De rechtbank verzoekt de desbetreffende advocaat om een en ander zo spoedig mogelijk schriftelijk aan het CNA-bureau van de rechtbank en aan de advocaat/advocaten van de wederpartij(en) te laten weten. De kosten die gemaakt moeten worden om deze betrokkenen of deskundigen op de comparitie aanwezig te laten zijn, komen en blijven voor rekening van de partij die hen meeneemt ter zitting.

8. De advocaten krijgen ter comparitie de gelegenheid om mondeling een bondige toelichting en/of reactie te geven op de juridische geschilpunten. Zij kunnen geen pleitnotities voordragen, tenzij de rechter dit ruim tevoren heeft toegestaan. De advocaten kunnen daartoe uiterlijk binnen twee weken na de datumbepaling een gemotiveerd schriftelijk verzoek bij het CNA-bureau indienen.

9. Op gezamenlijk verzoek van alle partijen kan de rechtbank de zaak ter comparitie doorverwijzen naar een mediator. Een schikking tussen partijen ter zitting wordt in executoriale vorm vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst in het proces-verbaal.

10. Indien tijdens de comparitie geen schikking tot stand komt, wordt verkort proces-verbaal opgemaakt van hetgeen ter zitting naar voren is gekomen. Dat proces-verbaal wordt ter zitting opgesteld en ondertekend door partijen, of met toestemming van partijen achteraf buiten hun aanwezigheid opgemaakt. Een griffier is daartoe ter zitting of op afroep beschikbaar. De comparitierechter bepaalt in dat proces-verbaal ook het verdere procesverloop na de zitting.

11. Als een partij niet op de comparitie verschijnt of niet reageert op verzoeken uit het instructieformulier kan de rechtbank daaruit de gevolgtrekkingen maken die zij geraden en gepast acht, ook in het nadeel van die partij.

Verzoeken om uitstel van de comparitie van partijen

12. Alle uitstelverzoeken wegens verhinderingen, overmacht, klemmende redenen of lopende onderhandelingen over een schikking moeten schriftelijk worden gedaan aan het CNA-bureau van de rechtbank per faxbrief op 070-3811549 of per email aan cna-bureau.rb.den.haag@rechtspraak.nl, met gelijktijdige kopie aan de advocaat/advocaten van de wederpartij(en), met vermelding van de naam van de comparitierechter, de datum en het tijdstip van de zitting, en onder opgave van de verhinderdata voor de eerstkomende drie maanden. Dit faxnummer en dit mailadres van het CNA-bureau zijn niet bestemd voor het insturen van processtukken.

13. De rechtbank zal elk verzoek tot uitstel van de comparitie wegens verhinderingen afwijzen dat niet binnen twee weken na een ambtshalve datumbepaling van de zitting is ontvangen of dat is ontvangen na een datumbepaling in overleg met partijen, tenzij er sprake is van overmacht of klemmende redenen.

14. Voor volgens rechtsoverweging 13 in beginsel te late verzoeken tot uitstel van de comparitie wegens lopende onderhandelingen over een schikking geldt het volgende strikte beleid. De comparitie van partijen zal als hoofdregel doorgang vinden, ook in het geval van laat maar alsnog serieus op gang gekomen onderhandelingen over een schikking. In dat geval is de rechtbank partijen en hun advocaten ter zitting graag behulpzaam bij het afronden van die onderhandelingen en bij het eventueel vastleggen van een minnelijke regeling in het proces-verbaal. Indien een schikking ter zitting onmogelijk blijkt, zullen daarna ter zitting alsnog nadere feitelijke en juridische inlichtingen worden ingewonnen en zal de comparitierechter tot slot het verdere procesverloop bepalen.

15. Een uitzondering op de hoofdregel van rechtsoverweging 14 maakt de rechtbank slechts in de twee gevallen dat alle betrokken advocaten het CNA-bureau van de rechtbank uiterlijk twee werkdagen voor de zitting schriftelijk hebben bericht dat a) de zaak op eenstemmig verzoek moet worden verwezen naar een mediator of dat b) de procedure kan worden doorgehaald wegens een alsnog getroffen schikking. Desgewenst kan de rechtbank in dat laatste geval een door of namens alle partijen getekende en vóór de zitting ontvangen vaststellingsovereenkomst aanhechten aan een door de rechtbank buiten aanwezigheid van partijen en in executoriale vorm op te maken proces-verbaal.

16. In alle andere gevallen gaat de comparitie van partijen op het (reeds lang) geplande tijdstip door, verwacht de rechtbank alle partijen en hun advocaten op de zitting, en zal de rechtbank de procedure voordien ook niet naar de parkeerrol verwijzen. Daarbij wijst de rechtbank partijen en hun advocaten op de regels in de voorgaande rechtsoverwegingen 11 en 14.

4. De beslissing

De rechtbank

in het incident

4.1. wijst de vordering af;

4.2. veroordeelt Chip(s)hol III B.V. in de proceskosten, tot op heden aan de zijde van de Provincie Noord-Holland begroot op € 452,-- aan salaris advocaat;

in de hoofdzaak

4.3. bepaalt dat de advocaten van partijen binnen twee weken na heden bij brief aan de civiele griffie opgave zullen doen van de verhinderdata van betrokkenen voor een periode van november 2012 tot en met februari 2013, waarna dag en uur van de comparitie zullen worden bepaald;

4.4. houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. J. Mendlik en in het openbaar uitgesproken op 22 augustus 2012 in tegenwoordigheid van de griffier.?