Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2012:BZ1052

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
08-03-2012
Datum publicatie
07-02-2013
Zaaknummer
09/920228-11 & 09/920457 (TUL)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

De verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan een poging tot een gewapende overval op een snackbar. Drie jongens zijn met panty's over hun hoofd danwel een bandana voor hun gezicht en bewapend met vuurwapens of daarop gelijkende voorwerpen een snackbar beinnengegaan en hebben daarbij hun wapens gericht op verschillende personen. Aangever is achter één van de daders aangerend en werd vervolgens door deze vluchtende dader beschoten. > legt op de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector familie- en jeugdrecht

Meervoudige kamer jeugdstrafzaken

Parketnummer 09/920228-11; 09/920457-09 (TUL)

Datum uitspraak: 8 maart 2012

Tegenspraak

(Promis)

De rechtbank 's-Gravenhage, rechtdoende in jeugdstrafzaken, heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [plaats] op [datum] 1996,

adres: [adres],

thans gedetineerd in Forensisch Centrum Teylingereind te Sassenheim.

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden ter terechtzittingen met gesloten deuren van 8 december 2011 en 23 februari 2012.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. K. Sanders en van hetgeen door de raadsman van de verdachte mr. G.H. Fijma, advocaat te 's-Gravenhage, en door de verdachte naar voren is gebracht.

2. De tenlastelegging

Aan de verdachte is - na nadere omschrijving van de tenlastelegging van 8 december 2011 - ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 10 juli 2011 te Zoetermeer ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

- met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening weg te nemen geld en/of enig(e) goed(eren) van zijn gading, geheel of ten dele toebehorende aan [aangever 1] en/of [aangever 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen voornoemde [aangever 1] en/of [aangever 3], te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of (een) aan andere deelnemer(s) van dat misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,

en/of

- met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld die [aangever 1] en/of [aangever 2] te dwingen tot de afgifte van geld en/of goederen, geheel of ten dele toebehorende aan die [aangever 1] en/of [aangever 2], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),

tezamen en in vereniging met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen,

- met bedekt/afgedekt gezicht en/of voorzien van (op) vuurwapens (gelijkende voorwerpen) cafetaria/snackbar [naam cafetaria] is binnengegaan en/of

- heeft gezegd (tegen de aldaar aanwezige [aangever 1] en/of [aangever 2]): "kassa kassa open" en/of "geld, geld", althans woorden van dergelijke aard of strekking, en/of

- de aldaar aanwezige [aangever 3] (met zijn hoofd) tegen een muur heeft geduwd en/of

- een (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp) op het gezicht/hoofd van die [aangever 3] heeft gericht en/of tegen het hoofd van die [aangever 3] heeft geduwd, en/of

- die [aangever 3] op de grond heeft gegooid en/of

- een (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp) op die [aangever 1] heeft/hebben gericht en/of

- (daarbij) meermalen de trekker van dat (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp)

heeft/hebben overgehaald, terwijl de uitvoering van dat/die voorgenomen misdrijf/misdrijven niet is/zijn voltooid;

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 Wetboek van Strafrecht

art 317 Wetboek van Strafrecht

3. Het bewijs

3.1 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de rechtbank wettig en overtuigend bewezen zal verklaren dat de verdachte de feiten zoals hierboven weergegeven heeft gepleegd.

3.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft geen opmerkingen gemaakt met betrekking tot de feiten.

3.3 De beoordeling van de tenlastelegging

Uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting leidt de rechtbank het volgende af. 1

Op 10 juli 2011 is de snackbar aan [adres cafetaria] in Zoetermeer overvallen door drie personen met (op) vuurwapens (gelijkende voorwerpen). Eigenaren van deze snackbar zijn [aangever 1] en [aangever 2].2 De dader die als eerste naar binnen ging dwong een getuige om op de grond te gaan liggen door hem te duwen.3 De getuige werd met zijn hoofd tegen de muur gegooid en deze dader hield een vuurwapen tegen het hoofd van de getuige geduwd en gericht.4 Eén van de daders riep "geld geld".5 Eén van de daders had een geweer in zijn hand en zei "kassa kassa open". De tweede dader had een geweer en de derde dader een pistool. Eén van de daders richtte het wapen op de aangever [aangever 1].6

Aangever [aangever 1] probeerde één van de daders vast te pakken, waarna ze alle drie de winkel uitrenden. Toen deze aangever achter één van de daders aan rende draaide deze dader zich om en schoot met zijn geweer tweemaal in de richting van deze aangever. 7,8 Twee van de daders droegen een pantykous over hun hoofd en één dader droeg een doekje voor zijn gezicht.9

Ter terechtzitting van 8 december 2011 heeft de verdachte, die na de overval op heterdaad werd aangehouden10, bekend op 10 juli 2011 met twee anderen deze overval te hebben gepleegd.11

De rechtbank acht op grond van het bovenstaande wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van een poging om een gewapende overval te plegen, ten laste gelegd als eerste en tweede cumulatief/alternatief.

3.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht aldus wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte

op 10 juli 2011 te Zoetermeer ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met anderen,

- met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening weg te nemen geld, toebehorende aan [aangever 1] en [aangever 2], en daarbij die voorgenomen diefstal te doen vergezellen en te doen volgen van geweld en bedreiging met geweld tegen voornoemde [aangever 1] en [aangever 3], te plegen met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en aan andere deelnemers van dat misdrijf de vlucht mogelijk te maken,

en

- met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld die [aangever 1] en [aangever 2] te dwingen tot de afgifte van geld, toebehorende aan die [aangever 1] en [aangever 2],

tezamen en in vereniging met zijn mededaders

- met bedekt/afgedekt gezicht en voorzien van (op) vuurwapens (gelijkende voorwerpen) cafetaria/snackbar aan [adres cafetaria] is binnengegaan en

- heeft gezegd (tegen de aldaar aanwezige [aangever 1]): "kassa kassa open" en "geld, geld" en

- de aldaar aanwezige [aangever 3] met zijn hoofd tegen een muur heeft geduwd en

- een (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp) op het hoofd van die [aangever 3] heeft gericht en tegen het hoofd van die [aangever 3] heeft geduwd, en

- die [aangever 3] op de grond heeft gegooid en

- een (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp) op die [aangever 1] heeft gericht en

- meermalen de trekker van dat (op een) vuurwapen (gelijkend voorwerp)

heeft overgehaald,

terwijl de uitvoering van die voorgenomen misdrijven niet is voltooid.

Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is de verdachte daardoor niet geschaad in de verdediging.

4. De strafbaarheid van de feiten

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

5. De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is eveneens strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6. De straf en maatregel

6.1. De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie mr. K. Sanders heeft gevorderd dat de verdachte ter zake van het hem bij dagvaarding onder 1e en 2e cumulatief/alternatief ten laste gelegde wordt veroordeeld tot jeugddetentie voor de duur van zes maanden met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, en voorts dat aan de verdachte wordt opgelegd de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen.

6.2. Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft oplegging van een voorwaardelijke straf of maatregel met daarbij behorende bijzondere voorwaarden in de vorm van ambulante behandeling bepleit. Hij heeft daartoe aangevoerd dat zowel door de Raad voor de Kinderbescherming als door de psycholoog en de psychiater in eerste instantie een voorwaardelijke pij-maatregel werd geadviseerd, maar dat dit advies door een enkele, niet doordachte opmerking van de moeder ter terechtzitting van 8 december 2011 met betrekking tot haar bereidheid om mee te werken aan behandeling en de daaruit voortvloeiende opdracht van de rechtbank aan de rapporteurs, zonder motivatie is gewijzigd in een advies om de maatregel onvoorwaardelijk op te leggen.

6.3. Het oordeel van de rechtbank

De verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan een poging tot een gewapende overval op een snackbar. Drie jongens zijn met panty's over hun hoofd dan wel een bandana voor hun gezicht en bewapend met vuurwapens of daarop gelijkende voorwerpen een snackbar binnengegaan, hebben daarbij met de wapens gericht op verschillende personen, hebben één man met grof geweld tegen de muur en op de grond gegooid en hebben op deze manier geprobeerd om geld van de snackbareigenaren afhandig te maken. Dat dit niet is gelukt, is alleen te danken aan de onverschrokken reactie van de aangever [aangever 1] die één van de daders te lijf wilde gaan met een bonnenprikker.

De daders zijn hierop weggerend. Aangever [aangever 1] is achter één van de aangevers aangerend en werd vervolgens door deze vluchtende dader beschoten.

Al met al is het een zeer ernstig feit, gepleegd door drie jonge jongens.

In de snackbar was op dat moment ook de elfjarige dochter van de aangevers aanwezig. Uit de schriftelijke slachtofferverklaring van de aangevers blijkt wat de gevolgen voor hen zijn van deze actie van de verdachte en zijn mededaders. Het is daarbij een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers van dergelijke delicten daarvan nog gedurende lange tijd de nadelige effecten kunnen ondervinden.

Daarnaast blijkt uit het dossier dat niet alleen de mensen in de snackbar, maar ook niets vermoedende voorbijgangers en anderen getuige zijn geweest van het handelen van de verdachte en zijn mededaders. Het is ook een feit van algemene bekendheid dat dit de algemene gevoelens van onveiligheid vergroot.

De verdachte heeft slechts rekening gehouden met zijn eigen financiële gewin en is geheel voorbij gegaan aan de gevolgen van zijn daad voor de slachtoffers en voor anderen. Het is prijzenswaardig dat de verdachte heeft aangegeven spijt te hebben van zijn daden, maar dat maakt het feit en de gevolgen ervan niet minder ernstig.

De rechtbank houdt er ten nadele van de verdachte rekening mee dat hij blijkens een hem betreffend uittreksel uit het uittreksel Justitiële Documentatie, in het verleden reeds eerder is veroordeeld en in een proeftijd liep toen hij deze gewapende overval pleegde.

De rechtbank heeft acht geslagen op een aantal rapporten, waaronder:

1. het rapport van het psychologisch onderzoek, op 2 december 2011 ondertekend door dr. P.M. van den Bergh, GZ-psycholoog;

2. het rapport van het psychiatrisch onderzoek, op 1 december 2011 ondertekend door A.J. Stierum, kinder- en jeugdpsychiater;

3. het rapport van het psychologisch vervolgonderzoek, op 8 februari 2012 ondertekend door door dr. P.M. van den Bergh, GZ-psycholoog;

4. het rapport van het psychiatrisch vervolgonderzoek, op 21 februari 2012 ondertekend door A.J. Stierum, kinder- en jeugdpsychiater;

5. het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming, d.d. 2 december 2012;

6. het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming, d.d. 10 februari 2012;

Blijkens het rapport genoemd onder 1. is er bij de verdachte sprake van hechtingsproblematiek in de zin dat hij onveilig gehecht is. Er is bij de verdachte sprake van een ernstige gedragsstoornis type beginnend in de adolescentie. Het recidiverisico wordt wat betreft gewelddadig gedrag geschat op matig tot hoog.

Uit het rapport genoemd onder 2. blijkt eveneens dat er bij de verdachte sprake is van een ziekelijke stoornis en/of een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens die aanwezig was ten tijde van het ten laste gelegde en op grond waarvan de verdachte als licht verminderd toerekeningsvatbaar kan worden beschouwd. Gezien het feit dat de verdachte meerdere malen, steeds frequenter en voor steeds ernstiger delicten in aanraking komt met justitie, is het noodzakelijk om een stevige gedragsveranderende behandeling in te zetten.

Blijkens de rapporten genoemd onder 3. en 4. adviseren zowel de psycholoog als de psychiater, gezien de huidige situatie van de verdachte, om aan hem op te leggen de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen. Uit het rapport genoemd onder 4. blijkt dat er bij nader inzien geen vertrouwen is dat een ambulante of een open behandeling zal slagen door de ernstig gestoorde en gebrekkige ontwikkeling van de betrokkene, de ernst van het ten laste gelegde en de onmacht en de ongemotiveerdheid van het gezinssysteem om hier actief aan deel te nemen. Een gesloten plaatsing in het civiele kader is voor betrokkene ontoereikend, omdat de behandeling van betrokkene op die manier niet langdurig genoeg zal zijn en ook de veiligheid onvoldoende gewaarborgd is.

Uit het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming, genoemd onder 5. blijkt bovendien dat de eerder ingezette hulpverlening in de vorm van uithuisplaatsing bij de Stichting Jeugdformaat, dagbehandeling bij het Palmhuis, begeleiding van de gezinsvoogd in het kader van de dubbele maatregel, onvoldoende is gebleken om recidive te voorkomen. De verdachte liep ten tijde van het plegen van de bewezen verklaarde feiten nog in een proeftijd en er was een machtiging tot plaatsing in een accommodatie voor gesloten jeugdzorg afgegeven, maar daaraan heeft hij zich onttrokken door weg te lopen.

De rechtbank neemt de conclusie ten aanzien van de licht verminderde toerekeningsvatbaarheid uit het rapport genoemd onder 2. over en houdt daarmee rekening bij het bepalen van de strafmaat.

De rechtbank is gelet op al het bovenstaande van oordeel dat de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen in het belang is van een zo gunstig mogelijke ontwikkeling van de verdachte.

Daarnaast is de rechtbank van oordeel dat, gelet op de ernst van de gepleegde delicten en het grote gevaar voor recidive, de algemene veiligheid van personen het opleggen van de maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen eist.

De rechtbank ziet geen aanleiding om naast deze maatregel een jeugddetentie op te leggen zoals geëist door de officier van justitie.

De rechtbank adviseert de maatregel plaatsing in een inrichting voor jeugdigen ten uitvoer te leggen in Forensisch Centrum Teylingereind te Sassenheim, nu de verdachte daar reeds is geplaatst en aldaar een positieve ontwikkeling doormaakt.

7. De benadeelde partijen

Zowel [aangever 1] en [aangever 2] als [aangever 3] hebben een voegingsformulier benadeelde partij in het strafproces ingediend voorafgaande aan de terechtzitting.

De rechtbank beschouwt de voegingsformulieren op grond van het feit dat op beide formulieren geen bedrag is ingevuld en er dus kennelijk geen schadevergoeding wordt verzocht, niet als vorderingen tot schadevergoeding en neemt de voegingsformulieren derhalve niet in behandeling.

8. De inbeslaggenomen goederen

8.1. De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de op de lijst van in beslag genomen voorwerpen (beslaglijst, die als bijlage aan dit vonnis is gehecht) onder 1 en 2 genummerde voorwerpen zullen worden verbeurdverklaard en dat de onder 3 en 4 genummerde voorwerpen zullen worden onttrokken aan het verkeer.

8.2. Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft geen relevante opmerkingen gemaakt ten aanzien van het beslag.

8.3. Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal de op de beslaglijst onder 1, 2, 3 en 4 genummerde voorwerpen onttrekken aan het verkeer. Deze voorwerpen zijn voor onttrekking aan het verkeer vatbaar, aangezien met behulp van deze voorwerpen het bewezenverklaarde feit is begaan en deze voorwerpen van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang.

9. De vordering tenuitvoerlegging

9.1. De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft met het oog op de door haar geëiste PIJ-maatregel geconcludeerd tot afwijzing van de vordering.

9.2. Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft eveneens afwijzing van de vordering bepleit.

9.3. Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank acht termen aanwezig voor afwijzing van de vordering van de officier van justitie van tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijk deel van de opgelegde taakstraf, waartoe de verdachte werd veroordeeld bij onherroepelijk geworden vonnis van de kinderrechter in deze rechtbank d.d. 27 januari 2010, nu zij aan de verdachte een maatregel van plaatsing in een inrichting voor jeugdigen zal opleggen en tenuitvoerlegging van deze werkstraf na afloop van de maatregel naar het oordeel van de rechtbank geen toegevoegde waarde meer zal hebben.

10. De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen maatregel is gegrond op de artikelen:

33, 33a, 36b, 36c, 45, 77a, 77g, 77h, 77s, 77v, 77gg, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

11. De beslissing

De rechtbank:

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het hem bij dagvaarding onder 1e en 2e cumulatief/alternatief ten laste gelegde feit heeft begaan en dat het bewezene uitmaakt:

ten aanzien van eerste cumulatief/alternatief

POGING TOT DIEFSTAL, VERGEZELD EN GEVOLGD VAN GEWELD EN BEDREIGING MET GEWELD TEGEN PERSONEN, GEPLEEGD MET HET OOGMERK OM DIE DIEFSTAL GEMAKKELIJK TE MAKEN EN OM BIJ BETRAPPING OP HETERDAAD AAN ZICHZELF EN ANDERE DEELNEMERS AAN HET MISDRIJF DE VLUCHT MOGELIJK TE MAKEN, TERWIJL HET FEIT WORDT GEPLEEGD DOOR TWEE OF MEER VERENIGDE PERSONEN;

ten aanzien van tweede cumulatief/alternatief

POGING TOT AFPERSING DOOR TWEE OF MEER VERENIGDE PERSONEN;

verklaart het bewezene en de verdachte deswege strafbaar;

legt de verdachte op de maatregel van

plaatsing in een inrichting voor jeugdigen

adviseert de maatregel ten uitvoer te leggen in Forensisch Centrum Teylingereind te Sassenheim;

verklaart onttrokken aan het verkeer de op de beslaglijst onder 1, 2, 3 en 4 genummerde voorwerpen, te weten: een vlindermes, een alarmpistool, een wapenonderdeel en 2 hulzen;

verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte bij dagvaarding meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard;

spreekt hem daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door

mr. M. Moussault, kinderrechter, voorzitter,

mr. M. Soffers, kinderrechter,

en mr. M. van Loenhoud, kinderrechter,

in tegenwoordigheid van mr. D.V. Verbree, griffier.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 8 maart 2012.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar doorgenummerde dossierpagina's betreft dit - voor zover niet anders weergegeven - delen van ambtsedige processen-verbaal, als bijlagen opgenomen bij het dossier met het nummer pl1551 2011146178

2 Aangifte [aangever 1], blz. 101, 1e en 2e alinea van de verklaring

3 Aangifte [aangever 2], blz. 105, 1e en 2e alinea van de verklaring, blz. 106, 4e t/m 7e alinea

4 Verklaring getuige [aangever 3], blz. 152, 1e regel van de verklaring en blz. 153, tot halverwege

5 Aangifte [aangever 2], blz. 107, 3e alinea

6 Verklaring getuige [getuige 1], blz. 155, 1e alinea van de verklaring en blz. 156, 2e alinea

7 Aangifte [aangever 1], blz. 102, 2e alinea, regels 6, 7, 8, 20, 21, 36, 37, 38 en 44 t/m 47

8 Verklaring getuige [getuige 2], blz. 286, 1e t/m 3e zin.

9 Aangifte [aangever 1], blz. 103, 2e t/m 4e alinea

10 Proces-verbaal van bevindingen, blz. 113

11 Eigen verklaring verdachte ter terechtzitting van 8 december 2011