Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2012:BY9359

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
19-12-2012
Datum publicatie
24-01-2013
Zaaknummer
AWB-11_7310
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Ambtenarenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Eiseres is in dienst van de Stichting Koninklijk Militair-historisch Museum (Legermuseum). De rechtbank is van oordeel dat esieres geen ambtenaar is en verklaart zich onbevoegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector bestuursrecht

zaaknummer: AWB 11/7310

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van 19 december 2012 in de zaak tussen

[eiseres], te [plaats],

(gemachtige: mr. H.J. Weekers),

en

de algemeen directeur van de Stichting Koninklijk Militair-historisch Museum (Legermuseum), verweerder

(gemachtigde: mr. A.M. Takkenberg).

Zitting

Het beroep is op 19 december 2012 ter zitting van de meervoudige kamer van deze rechtbank behandeld.

Eiseres is in persoon verschenen, bijgestaan door mr. H.J. Weekers als haar raadsman.

Verweerder, [A], is in persoon verschenen, bijgestaan door

mr. A.M. Takkenberg als zijn raadsman. Voorts is verschenen [B].

Overwegingen

De rechtbank heeft na behandeling van het beroep ter zitting mondeling uitspraak gedaan.

Voordat de bestuursrechter kennis kan nemen van het door eiseres in haar beroepschrift geformuleerde geschil moet worden vastgesteld of hij bevoegd is om kennis te nemen van het beroep tegen de brief van verweerder van 28 juli 2011.

Verweerder heeft een door eiseres en haar werkgever ondertekende en op 30 mei 2003 gedateerde arbeidsovereenkomst overgelegd. Bijgevolg werd eiseres per 1 juni 2003 niet langer, overeenkomstig de door haar overgelegde arbeidsovereenkomst van 11 mei 2000 gesalarieerd conform het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Ambtenaren Defensie, maar conform de Collectieve arbeidsovereenkomst Stichting Koninklijk Militair-historisch Museum.

Nu artikel 1, derde lid, van de Ambtenarenwet bepaalt dat degene met wie een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht is gesloten geen ambtenaar is, is hierin een aanwijzing gelegen dat eiseres geen ambtenaar is. Dit is anders als bij de instantie waarbij eiseres werkzaam is, aan de volgende cumulatieve vereisten wordt voldaan:

1. sprake is van overwegende invloed van de overheid op de samenstelling van het bestuur en de benoeming van de bestuursleden van verweerder;

2. de overheid belangrijke invloed heeft op de financi├źn van verweerder;

3. de overheid een belangrijke rol speelt ten aanzien van het personeelsbeleid;

4. de goedkeuring van de overheid is vereist voor bepaalde belangrijke besluiten van verweerder.

De statuten van verweerder van 10 oktober 2006, noch de door eiseres ter zitting geschetste feitelijke omstandigheden bij verweerder, bevatten aanknopingspunten voor het standpunt dat de overheid een belangrijke rol speelt ten aanzien van verweerders personeelsbeleid. Verweerder heeft er op gewezen dat uit de brief van de staatssecretaris van Defensie van

19 december 2002 (kamerstukken I/II 2002-2003, nr. 28757, nrs. 100 en 1), betreffende de oprichting van verweerder als privatisering van de toenmalige Bijzondere Organisatie-eenheid Koninklijk Nederlands Leger- en wapenmuseum van de Landmachtstaf, blijkt dat het bij de oprichting van verweerder nadrukkelijk de bedoeling is dat verweerder zijn eigen personeelsbeleid zou voeren en dat het personeelsbeleid flexibel zou zijn. Dit geldt evenzeer voor het algemene beheer door verweerder. Dit leidt tot de conclusie dat de minister van Defensie op het personeelsbeleid en ook op het beheer geen invloed en zeggenschap heeft, zodat eiseres geen ambtenaar is.

Op grond van het vorenstaande verklaart de rechtbank zich onbevoegd.

Uit het voorgaande volgt dat betreffende het geschil van eiseres met verweerder de burgerlijke rechter bevoegd is.

Beslissing

De rechtbank verklaart zich onbevoegd.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A. Steinhauser, mr. G.P. Kleijn en mr. F. Arichi, rechters, in aanwezigheid van A.J. Faasse - van Rossum, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 19 december 2012.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.