Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2012:BY7121

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
21-12-2012
Datum publicatie
21-12-2012
Zaaknummer
09-755013-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van hennepteelt in hennepkwekerijen in Noordwijkerhout, Den Haag en Lisse en het medeplegen van diefstal van elektriciteit ten behoeve van deze hennepteelt. Verdachte was een belangrijke leverancier van deze coffeeshops en nam in die hoedanigheid deel aan een criminele organisatie. Ten nadele van verdachte houdt de rechtbank er rekening mee dat verdachte een centrale en organiserende rol vervulde in de totstandkoming en bedrijfsvoering van de hennepkwekerijen. Daarnaast heeft verdachte (onder meer) de met deze illegale handel verdiende gelden witgewassen gedurende de periode van 1 januari 2003 tot en met 24 oktober 2011. Witwassen is een ernstig delict omdat het de integriteit van het financiële en economische verkeer aantast en daarmee de legale economie bedreigt. Gelet op wat in soortgelijke zaken pleegt te worden opgelegd, de omstandigheid dat verdachte bij meerdere hennepkwekerijen een aansturende rol heeft vervuld, en zich waar het de hennepkwekerij aan de Wagendwarsstraat te Lisse aangaat hardleers heeft betoond, door deze na ontdekking en ontmanteling binnen korte tijd opnieuw op te bouwen, alsmede het langdurig en op grote schaal witwassen van grote bedragen en de omstandigheid dat verdachte gedurende het onderzoek geen blijk heeft gegeven van inzicht in de strafwaardigheid van zijn handelen, is de rechtbank van oordeel dat de oplegging van een aanzienlijke - hogere dan door de officier van justitie gevorderde - vrijheidsstraf passend en geboden is. De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 (VIJFTIEN) MAANDEN.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector Strafrecht

Meervoudige strafkamer

Parketnummer 09/755013-10

Datum uitspraak: 21 december 2012

Tegenspraak

(Promis)

De rechtbank 's-Gravenhage heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte B],

geboren op [geboortedatum] 1965 te [geboorteplaats],

adres: [woonadres].

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden ten terechtzittingen van 6 februari 2012 (pro forma), 20 april 2012 (1e regiezitting), 8 juni 2012 (2e regiezitting), 27 augustus 2012 (3e regiezitting), 14 november 2012 (4e regiezitting), 3 december 2012 (inhoudelijke behandeling), 4 december 2012 (requisitoir, pleidooi, repliek en dupliek) en 7 december 2012 (sluiting onderzoek).

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. J.C. Reddingius en van hetgeen door de raadsman van verdachte mr. D.W.H.M. Wolters, advocaat te Hoofddorp, en door de verdachte naar voren is gebracht.

2. De tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting - ten laste gelegd dat:

feit 1:

(zaaksdossiers 5, 7, 10 en 13)

hij in of omstreeks de periode van 5 oktober 2010 tot en met 24 oktober 2011 te Noordwijkerhout en/of Lisse en/of Den Haag en/of Lisserbroek (gemeente Haarlemmermeer) althans (elders) in Nederland, (telkens) tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal (telkens) opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of heeft verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of (in elk geval) (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad een (grote) hoeveelheid hennep en/of een (groot) aantal hennepplanten en/of delen daarvan, te weten (onder meer)

- in een pand aan de Gieterij 39 te Noordwijkerhout in totaal (ongeveer) 7200 gram hennep, althans (ongeveer) 6500 gram hennep (zaaksdossier 5) en/of

- in een pand aan de Gouwestraat 65B te Den Haag in totaal (ongeveer) 188 hennepplanten (zaaksdossier 7) en/of

- in een pand aan de Lisserdijk 259 te Lisserbroek (Haarlemmermeer) in totaal (ongeveer) 50 hennepplanten (zaaksdossier 10) en/of

- in een pand aan de Wagendwarsstraat 8 te Lisse in totaal (ongeveer) 48 hennepplanten (zaaksdossier 13),

althans (telkens) meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep (telkens) een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet en/of een middel als bedoeld in artikel 1 lid 1 sub d van de Opiumwet vermeld op de bij die wet behorende lijst II;

feit 2:

(zaaksdossiers 7, 10 en 13)

hij in of omstreeks de periode van 5 oktober 2010 tot en met 24 oktober 2011 te Lisse en/of Den Haag en/of Lisserbroek (gemeente Haarlemmermeer), althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening in/uit het elektriciteitsnetwerk heeft weggenomen

- 119.180 kwh elektriciteit in een pand aan de Gouwestraat 65B te Den Haag (zaaksdossier 7) en/of

- 15.480 kwh elektriciteit in een pand aan de Lisserdijk 259 te Lisserbroek (gemeente Haarlemmermeer) (zaaksdossier 10) en/of

- (in totaal) 31.214 kwh elektriciteit in een pand aan de Wagendwarsstraat 8 te Lisse (zaaksdossier 13),

althans (telkens) (een) (grote) hoeveelheid/hoeveelheden elektriciteit, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Liander N.V. en/of Stedin Netbeheer B.V., in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) de weg te nemen elektriciteit onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een illegale elektriciteitsaansluiting en/of braak en/of verbreking;

feit 3:

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 januari 2003 tot en met 24 oktober 2011 te Noordwijk en/of Leiden en/of Lisse en/of (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

zich schuldig heeft gemaakt aan het plegen van (gewoonte) witwassen,

immers heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededader(s) meermalen/eenmaal (telkens) een/meer van de hierna te noemen voorwerpen, bestaande uit een of meer geldbedrag(en) en/of een of meer (ander(e) goed(eren) betreffende (onder meer):

- borg en/of huur met betrekking tot het pand aan de Hoofdstraat 41 te Hillegom (in totaal een bedrag van ongeveer 3.910 euro) en/of

- verbouwing van het pand aan de Hoofdstraat 41 te Hillegom (in totaal een bedrag van ongeveer 36.819 euro) en/of

- verbouwing van het pand aan de Meer & Duin 58K te Lisse (in totaal een bedrag van ongeveer 10.585 euro) en/of

- drie, althans een of meer quads (ter waarde van in totaal ongeveer 26.100 euro) en/of

- een combiketel van het merk Vaillant (ter waarde van ongeveer 2.364 euro en ten behoeve van het pand aan de Prins Frederikstraat 7 te Leiden) en/of een geiser (ter waarde van ongeveer 360 euro en ten behoeve van het pand aan de Prins Frederikstraat 7 te Leiden) en/of een boiler van het merk ATAG (ter waarde van ongeveer 4.294 euro en ten behoeve van het pand aan de Lange Scheistraat 5a te Leiden) en/of

- een caravan van het merk Elddis voorzien van het kenteken WZ-05-SF (ter waarde van ongeveer 4.500 euro) en/of

- een tractor van het merk Kubota (ter waarde van ongeveer 6.500 euro) en/of

- een of meer (grote) bedragen geld (van in totaal 86.382 euro aan contante stortingen op diverse bankrekeningen van verdachte) en/of

verworven, voorhanden gehad, overgedragen en/of omgezet, althans van (een van) die geldbedragen en/of goederen gebruik gemaakt,

terwijl hij, verdachte, en/of die ander(en) (telkens) wist(en) dat het (een) - onmiddellijk of middellijk - van misdrijf afkomstig(e) voorwerp(en) betrof(fen);

feit 4:

(zaaksdossier 22)

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2008 tot en met 30 november 2011 te

Noordwijk en/of Leiden en/of Lisse, in elk geval in Nederland, (telkens) opzettelijk heeft deelgenomen aan een organisatie, welke bestond uit een samenwerkingsverband van hem, verdachte, en/of een of meer natuurlijke personen en/of rechtspersonen, te weten in elk geval [verdachte A] en/of [verdachte C] en/of [verdachte D] en/of Mainstream B.V. en/of Sizo B.V. en/of een of meer (andere) natuurlijke personen e/of rechtspersonen, welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijf/misdrijven, namelijk het overtreden van

- artikel 3 Opiumwet en artikel 11 tweede en/of derde en/of vijfde lid Opiumwet, te weten het al dan niet in de uitoefening van een beroep of bedrijf (telkens) opzettelijk telen en/of bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren, en/of (in elk geval) (telkens) opzettelijk aanwezig hebben van (grote) hoeveelheid/hoeveelheden hennep(planten) en/of delen daarvan en/of hasjiesj (een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd), althans (telkens) (een) hoeveelheid/hoeveelheden meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep en/of hasjiesj, zijnde (telkens) (een) middel(en) vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van die wet en/of een middel als bedoeld in artikel 1 lid 1 sub d van de Opiumwet vermeld op de bij die wet behorende lijst II

en/of

- artikel 420bis (opzettelijk witwassen) Wetboek van Strafrecht en/of artikel 420ter (gewoonte witwassen) Wetboek van Strafrecht, te weten het (telkens) verwerven, voorhanden hebben, overdragen, omzetten althans gebruik maken van (een) voorwerp(en), te weten onder meer een of meer geldbedrag(en), terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) (telkens) wist(en) dat voornoemd(e) voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig misdrijf.

3. Bewijsoverwegingen

3.1 Inleiding

Op 18 november 2008 is bij de politie de volgende MMA-melding binnengekomen:

"de familie H. heeft veel zwart geld witgewassen via café Thomas van Limburg Stirumweg in Noordwijk (ZH). Deze familie handelt in harddrugs. Ze zijn eigenaar van dit café, het is een grote witwasmachine".

Hierna is in 2009 via de CIE informatie binnengekomen dat de broers Jerry en Nico H. uit Noordwijk veel onroerend goed bezitten en dat deze broers onder andere samenwerken met [verdachte B]. Een ander CIE-proces-verbaal heeft als inhoud dat de broers H. zelf zouden zorgen voor de weed in hun coffeeshops. Daarvoor zouden in Noordwijkerhout zolderkamertjes en loodsen worden gebruikt. [verdachte B] zou dit voor Jerry H. regelen.

Volgens de CIE wordt met Jerry H. bedoeld [verdachte A] en met B. [verdachte B], derhalve verdachte.

Naar aanleiding van deze informatie heeft de politie onderzoek gedaan in een aantal open bronnen. Hieruit is naar voren gekomen dat [verdachte A] middellijk (via de besloten vennootschappen Mainstream BV en Sizo BV) eigenaar is van drie coffeeshops in Lisse (Happy Days) en Leiden (Goa en Stop 'n Goa). Voorts is hieruit naar voren gekomen dat [verdachte A] een substantiële vastgoedportefeuille bezit, welke portefeuille in de periode 2005 tot en met 2009 gevuld is met vastgoed met een aanschafwaarde van € 4.750.000,-.

Ten aanzien van verdachte is uit dit onderzoek naar voren gekomen dat zijn uitgaven in de periode 2003 tot en met 2009 niet in overeenstemming lijken te zijn met zijn inkomsten. Volgens opgave van de belastingdienst heeft verdachte jaarlijks gemiddeld € 24.500,- aan salaris ontvangen, terwijl hij in diezelfde periode onroerend goed heeft verworven tot een (WOZ-)waarde per 8 april 2009 van

€ 1.653.500,-. In maart 2010 ontvangt de politie voorts nog CIE-informatie dat verdachte een huis in Italië bezit.

Zowel [verdachte A] als verdachte worden vervolgens door de politie aangemerkt als verdachte van witwassen. In opdracht en onder leiding van de officier van justitie is op 22 januari 2010 een opsporingsonderzoek gestart onder de naam 169Borium. In dit onderzoek zijn diverse bijzondere opsporingsmiddelen ingezet: er zijn telefoontaps geplaatst, er is (stelselmatig) geobserveerd, er is gebruik gemaakt van peilbakens en onder meer in de auto van [verdachte A] is zogeheten OVC(opnemen vertrouwelijke communicatie)-apparatuur geplaatst.

Gaandeweg het onderzoek is de focus (mede) komen te liggen op - kort gezegd - hennepkwekerijen in de Bollenstreek en de bevoorrading van de drie coffeeshops van [verdachte A] in Lisse en Leiden.

Voor wat betreft verdachte heeft dit onderzoek geleid tot de verdenking van betrokkenheid bij meerdere hennepkwekerijen, diefstal van elektriciteit in verband met deze kwekerijen, (gewoonte)witwassen en deelname aan een criminele organisatie, een en ander zoals nader geconcretiseerd in de tenlastelegging.

De rechtbank ziet zich in deze zaak voor de vraag gesteld of de betrokkenheid van verdachte bij de ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard, zoals door de officier van justitie is betoogd.

3.2 Het standpunt van de officier van justitie

Onder feit 1 is aan verdachte - kort gezegd - ten laste gelegd dat hij in de periode van 5 oktober 2010 tot en met 24 oktober 2011 betrokken is geweest bij meerdere hennepkwekerijen. In de dagvaarding is deze verdenking aldus uitgewerkt dat verdachte betrokkenheid bij vier specifiek genoemde hennepkwekerijen wordt verweten. In het verlengde daarvan wordt verdachte onder feit 2 bij drie van deze kwekerijen tevens betrokkenheid bij de met deze kwekerijen gepaard gaande diefstal van elektriciteit verweten. Onder feit 3 is aan verdachte ten laste gelegd dat hij zich in de periode van 1 januari 2003 tot en met 24 oktober 2011 heeft schuldig gemaakt aan gewoontewitwassen. Onder feit 4 is aan verdachte ten slotte ten laste gelegd dat hij heeft deelgenomen aan een criminele organisatie met als oogmerk het plegen van misdrijven in de periode van 1 januari 2008 tot en met 30 november 2011.

De officier van justitie heeft, op gronden nader uiteengezet in haar aantekeningen requisitoir, gevorderd dat de rechtbank alle feiten wettig en overtuigend bewezen zal verklaren.

3.3 Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft ten aanzien van alle tenlastegelegde feiten integrale vrijspraak bepleit wegens gebrek aan bewijs. Op hetgeen zij daartoe specifiek naar voren heeft gebracht zal hierna, voor zover nodig, nader worden ingegaan.

3.4 De beoordeling van de tenlastelegging1

De rechtbank gaat bij haar beoordeling uit van de volgende redengevende feiten en omstandigheden. Deze feiten en omstandigheden vinden hun oorsprong in de bewijsmiddelen die in de voetnoten staan genoemd.

3.4.1 Feit 1 en 2 (hennepkwekerijen en diefstal elektriciteit)

Gelet op de wijze van tenlastelegging zal de rechtbank hierna, in het voetspoor van het requisitoir van de officier van justitie en het pleidooi van de raadsman in het hiernavolgende eerst de bewijsmiddelen ten aanzien van de vier hennepkwekerijen en de drie gevallen van diefstal van elektriciteit bespreken. Bij de beoordeling van dit bewijs dient naar het oordeel van de rechtbank evenwel telkens het volgende te worden betrokken.

'Marim'

Tijdens het onderzoek 169Borium heeft de politie op basis van observaties, getapte telefoongesprekken en OVC-gesprekken aanwijzingen gekregen dat [verdachte A] softdrugs afneemt van derden. Op 7 mei 2011 wordt door een observatieteam waargenomen dat [verdachte A] en [verdachte C] , de directeur van de coffeeshops van [verdachte A] , op de Loosterweg Noord te Lisse een ontmoeting hebben met een onbekende man in een rode bestelauto. Gezien wordt dat twee grote donkere voorwerpen worden overgeladen vanuit de laadruimte van de bestelauto in de kofferbak van de auto van [verdachte A]. [verdachte A] en [verdachte C] rijden vervolgens naar de Lireweg in Nieuw Vennep.2 Meteen hierna heeft de politie een inval gedaan in een bedrijfspand aan de Lireweg 58 te Nieuw Vennep. [verdachte A] en [verdachte C] zijn in dit pand aanwezig en bij een doorzoeking worden vervolgens bijna 10 kilo hennep en bijna 10.000 joints aangetroffen.3 Bij een latere doorzoeking op 20 juni 2011 is in het pand aan de Lireweg een verborgen ruimte aangetroffen met daarin ruim 7 kilo hennep.4

Verdachte [verdachte A] heeft bij de politie verklaard dat de ruimte aan de Lireweg te Nieuw Vennep wordt gehuurd door Mainstream B.V. en dat hij ([verdachte A] ) verantwoordelijk is voor de aangetroffen softdrugs.5

Na de inval op de Lireweg op 7 mei 2011 hoort de politie op 30 mei 2011 een OVC-gesprek tussen [verdachte A] en [verdachte C] . Tijdens dit gesprek bespreken [verdachte A] en [verdachte C] of zij misschien door de politie in de gaten worden gehouden. Beiden gaan ervan uit dat dit niet het geval is, maar [verdachte C] is wel bang dat de mensen om hen heen daar wel heel erg voor moeten oppassen. Er wordt dan besproken wat er kan gebeuren als de politie Maurice (fonetisch) in de gaten houdt. Vervolgens wordt het volgende gezegd:

[verdachte A]: als ze MARIM in de gaten houden of weet ik het ...(ovs) dan moet je zeggen, ik stop ermee.

[verdachte C] : zou dat de enige oplossing zijn?

[verdachte A]: ja...waar moet je anders je handel vandaan halen?

[verdachte C] : wel bij die mensen maar op een andere manier organiseren, via derden.6

De voorletters van verdachte zijn M.R.I.M. Onderzoek heeft uitgewezen dat verdachte ook zo in de telefoons staat van [verdachte C] en van zijn vriendin [M], met het nummer [xxxx]. Op 28 augustus 2010 is door de politie gehoord dat [verdachte A] naar dit nummer belt en de voicemail inspreekt. Daarbij zegt hij: MarimMarimMarimMarim, ik heb al een paar keer gebeld, maar je neemt niet op. Dus nou, bij deze, als je dit hoort. Bel me even terug als je wil. Op 29 augustus 2010 is vervolgens door de politie een telefoongesprek afgeluisterd tussen [verdachte A] en verdachte. Tijdens dit gesprek spreekt [verdachte A] verdachte voortdurend aan met Marim.7

Verdachte heeft sinds 2008 een huis in Ceva in Noord-Italië.8 In een afgeluisterd gesprek op 1 maart 2011 spreken [verdachte A] en [verdachte D] over een reis die zij willen maken vanuit Nederland naar Turijn. In dit gesprek vertelt [verdachte A] dat hij verleden jaar met Marim is teruggereden. [verdachte A] gaat ervan uit dat het twaalf uur rijden is en stelt voor om om half twee te vertrekken en in de buurt een hotel te nemen om een paar uurtjes te slapen. Zo kunnen ze de volgende ochtend om half 8 bij Marim voor de deur staan.9

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij wel Mrim wordt genoemd, naar zijn initialen.10

Gelet op de hiervoor genoemde bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang bezien, is de rechtbank van oordeel dat zonder meer kan worden aangenomen dat verdachte de in de hiervoor genoemde gesprekken genoemde 'Marim' is. Gelet op de context van het OVC-gesprek tussen [verdachte A] en [verdachte C] van 30 mei 2011 staat naar het oordeel van de rechtbank buiten iedere redelijke twijfel dat deze 'Marim' - verdachte dus - een belangrijke leverancier van softdrugs aan [verdachte A] is. Bedoeld gesprek wordt immers gevoerd nadat de politie op 7 mei 2011 een stash van [verdachte A] had opgerold. Het gesprek komt erop neer dat [verdachte A] meent dat hij zijn coffeeshops wel kan sluiten als de politie haar pijlen op verdachte zou richten.

3.4.1.1. ZD 5: Gieterij 39 te Noordwijkerhout

Verdachte is onder meer op 8 juni 2010, 17 juni 2010, 8 juli 2010, 15 juli 2010 en 16 september 2010 onder observatie geweest bij een observatieteam. Daarbij is telkens gezien dat verdachte het pand (bedrijfspand annex woning) aan de Gieterij 39 te Noordwijkerhout bezoekt.11 Op 8 juli 2010 is gezien dat verdachte onder meer jerrycans, dozen, een houten plaat en een groene teil naar binnen brengt bij de Gieterij 39 te Noordwijkerhout.12 Tweemaal, op 15 juli 2010 en 16 september 2010, is voorts gezien dat verdachte bij het pand aan de Gieterij 39 een gesloten aanhangwagen ophaalt en daarmee naar de growshop 'Interpolm' te Haarlem rijdt. Aldaar worden zakken, gelijkend op zakken tuinaarde, en dozen ingeladen. De aanhangwagen wordt hierna weer naar het pand aan de Gieterij 39 gebracht. Op 16 september 2010 is geobserveerd dat verdachte op de weg terug eerst nog is gestopt bij het adres Lisserdijk 259 te Lisserbroek.13 Op dit adres is op 24 oktober 2011 een in werking zijnde hennepkwekerij aangetroffen.14 Ook op 17 juni 2010 is gezien dat verdachte bij het pand aan de Gieterij 39 een gesloten aanhanger ophaalt. Vervolgens is waargenomen dat verdachte met deze aanhanger in de Emmastraat te Noorwijkerhout parkeert.15 Ook hier is op 8 december 2011 een in werking zijnde hennepkwekerij aangetroffen.16

Verdachte is tijdens deze observaties telkens gezien in een zwarte Opel Astra met kenteken [kentekennummer]. Volgens de gegevens van een onder deze auto geplaatst peilbaken bevond deze auto zich in de periode 29 oktober 2010 tot en met 7 december 2010 op meerdere tijdstippen op of in de directe omgeving van de Gieterij te Noorwijkerhout.17

Op 16 oktober 2010 is door de dienst Luchtvaartpolitie van het KLPD een warmtescan gemaakt van het pand aan de Gieterij 39. Blijkens een daarvan opgemaakt proces-verbaal is daarbij met een thermische camera een verhoogde temperatuur in het pand waargenomen.18

Op 24 oktober 2011 is de politie binnengetreden in het pand aan de Gieterij 39. In een ruimte op de tweede verdieping heeft de politie vervolgens twee caravans aangetroffen, die beide waren ingericht voor de teelt van hennep.19 Bij nader onderzoek heeft de politie in het pand in totaal vier kweekruimtes alsmede een ruimte voor het bewerken en verwerken van hennep aangetroffen. In deze laatste ruimte is 7200 gram aan henneptoppen gevonden. In de caravan stonden 66 potten met afgeknipte hennepplanten. De politie ziet aanwijzingen voor meerdere oogsten.20

De eigenaar en bewoner van het pand aan de Gieterij 39, [verdachte H] is naar aanleiding van deze bevindingen aangehouden en als verdachte verhoord. In zijn tweede verhoor van 28 oktober 2011 heeft [verdachte H] onder meer verklaard (1) dat hij al ruim een jaar op de tweede verdieping van zijn pand hennepkwekerijen heeft gehad, (2) dat verdachte vijf oogsten van hem heeft gekocht, (3) dat verdachte hem daarbij € 3.000,-- tot € 3.200,-- per kilo betaalde, (4) dat het verdachte niet uitmaakte om welke soort het ging en dat hij ook slechte oogsten meenam en (5) dat verdachte wel eens stekken aan hem heeft verkocht.21

[verdachte H] is in een later stadium op verzoek van de verdediging door de rechter-commissaris als getuige gehoord. Bij die gelegenheid heeft hij verklaard dat verdachte over meerdere jaren verschillende keren spullen bij hem heeft gebracht voor zijn huis in Italië. Vanaf de Gieterij vertrok dan af en toe een vrachtauto die deze spullen naar Italië bracht. Daarbij zijn ook wel eens goederen in kratten verpakt. Verdachte kwam dan met hout om die kratten zelf in elkaar te zetten. Op de vraag of er in zijn verklaring die hij bij de politie heeft afgelegd ook dingen zijn opgenomen die niet kloppen, heeft [verdachte H] geantwoord dat hij daar liever niet op wil antwoorden.22

Beoordeling van de bewijsmiddelen en het verweer

De raadsman van verdachte heeft aangevoerd dat er onvoldoende bewijs is om te kunnen bewijzen dat verdachte daadwerkelijk enige betrokkenheid heeft gehad bij de hennepkwekerij in het pand aan de Gieterij 39 en bij de aangetroffen hennep. Daarbij is in het bijzonder bepleit dat de belastende verklaring van [verdachte H] tegenover de politie buiten beschouwing dient te blijven, nu uit diens verklaring bij de rechter-commissaris blijkt dat deze verhoren een buitensporig karakter hebben gehad. Bovendien is uitsluiting van deze verklaring op haar plaats nu de rechtbank niet heeft toegestaan dat [verdachte H] op zitting nogmaals als getuige zou worden gehoord. Daarmee is niet langer sprake van een eerlijk proces aangezien de verdediging niet in staat is gesteld [verdachte H] nader te bevragen omtrent 'de criminele intenties' van verdachte.

De rechtbank kan de raadsman niet volgen in dit verweer ten aanzien van de verklaring van [verdachte H]. Het dossier bevat geen enkel aanknopingspunt om te kunnen veronderstellen dat het verhoor van [verdachte H] door de politie een 'buitensporig karakter' heeft gehad of dat deze verklaring anderszins onbetrouwbaar moet worden geacht. Het verhoor van [verdachte H] is vrijwel letterlijk opgenomen in het proces-verbaal waardoor het verloop van dit verhoor en de door de politie gestelde vragen zijn te controleren. Uit de verklaring van [verdachte H] bij de rechter-commissaris blijkt dat hij ook niet kan uitleggen wat de politie hem zou hebben misdaan of wat anderszins zou hebben gemaakt dat hij niet de waarheid zou hebben gesproken. Op doorvragen van de rechter-commissaris komt hij uiteindelijk niet verder dan dat hij het belachelijk vindt dat hij voor 'zo'n klein dingetje'(een hennepkwekerij) twee dagen heeft vastgezeten23. Dat de rechtbank het verzoek om [verdachte H] nogmaals op zitting te horen heeft afgewezen, kan er evenmin toe leiden dat diens verklaring terzijde dient te worden geschoven. Blijkens het daarvan opgemaakte proces-verbaal heeft de raadsman alle ruimte gehad om [verdachte H] te bevragen. Deze heeft echter duidelijk aangegeven liever geen antwoord te willen geven op de vraag of er in diens verklaring bij de politie dingen staan die niet kloppen. Een eerlijk proces brengt niet mee dat een getuige net zo lang moet worden gehoord tot hij in weerwil van een hem toekomend verschoningsrecht wel wil verklaren.

Het voorgaande brengt mee dat de verklaring van [verdachte H] bij de politie voor het bewijs kan worden gebezigd. Zij vindt, behalve in de waarnemingen van de politie en hetgeen hierboven onder het kopje 'Marim' is overwogen, immers ook steun in de eigen verklaring van verdachte, bij gelegenheid van zijn inbewaringstelling op 18 november 2011 ten overstaan van de rechter-commissaris afgelegd. Daarin heeft verdachte met zoveel woorden betrokkenheid bij hennepkweek door [verdachte H] erkend: hij zou 'als bemiddelaar' voor [verdachte H] zijn opgetreden en daarvoor € 100 per kilo van hem hebben ontvangen. Verdachte is, ter terechtzitting met die verklaring geconfronteerd, weliswaar daarop teruggekomen, maar de daartoe opgegeven reden - hij zou op advies van zijn toenmalige raadsman maar wat hebben toegegeven omdat hij dan wel naar huis zou mogen - vermag de rechtbank niet te overtuigen. De rechtbank merkt in dit verband op dat deze gedeeltelijke bekentenis blijkens het proces-verbaal van verhoor als een soort 'bij nader inzien' op een eerdere ontkenning volgt. Verdachte heeft dus klaarblijkelijk niet volgens een van tevoren bedachte strategie, maar schoorvoetend bekend. Dat maakt die bekentenis naar haar oordeel authentiek. Op grond van deze verklaringen en de overige hiervoor genoemde bewijsmiddelen acht de rechtbank daarom wettig en overtuigend bewezen dat verdachte betrokken is geweest bij de hennepkwekerij in de Gieterij 39 te Noorwijkerhout.

Uit de bewijsmiddelen valt af te leiden dat deze betrokkenheid bovendien zodanig is geweest dat gesproken kan worden van medeplegen. Uit de verklaring van [verdachte H] volgt reeds dat verdachte niet alleen oogsten afnam, maar ook stekken leverde. Gezien is bovendien dat verdachte na diverse bezoeken aan een growshop met een volgeladen aanhanger naar de Gieterij 39 rijdt. De rechtbank wil aannemen dat verdachte ook spullen voor zijn huis in Italië naar de Gieterij bracht, maar dit biedt geen verklaring voor het aanvoeren van spullen uit de growshop. Dat het zou gaan om tuinaarde om de tuin van de woning van [M] op te hogen, is in dit verband ongeloofwaardig. Deze waarnemingen laten geen andere conclusie toe dan dat verdachte de materialen voor een (nieuwe) kweekronde aanleverde. De rechtbank laat hierbij ter versterking van haar overtuiging meewegen dat verdachte, zoals hiervoor werd vastgesteld, klaarblijkelijk een belangrijke leverancier van softdrugs van de coffeeshops van [verdachte A] is.

3.4.1.2. ZD 7: Gouwestraat 65 Den Haag

Tijdens een observatie op 8 juni 2010 is gezien dat verdachte contact heeft met de bestuurder van een Citroën Berlingo. Hierbij wordt door verdachte een langwerpige doos overgedragen. Kort daarvoor had verdachte met een doos met dezelfde vorm en afmetingen het pand aan de Wagendwarsstraat 8 te Lisse verlaten.24 In een bij deze woning behorende schuur is op 17 november 2010 en op 24 oktober 2011 een in werking zijnde hennepkwekerij aangetroffen.25 Via onderzoek naar de kentekenhoudster van de Citroën, [verdachte G], haar GBA-adres en het gebruik van een op haar naam staand telefoonnummer is de politie op het spoor gekomen van de op dit GBA-adres eveneens ingeschreven [verdachte F] als vermoedelijke bestuurder van de Citroën.26 [verdachte G] was de vriendin van [verdachte F].27

Op 13 juli 2010 is geobserveerd dat verdachte de door hem bestuurde zwarte Opel Astra, kenteken [kentekennummer], parkeert in de Gouwestraat te Den Haag en vervolgens met een sleutel de deur opent die toegang geeft tot het pand Gouwestraat 65a of 65b. Er is gezien dat verdachte hier vervolgens naar binnen gaat.28 Op 8 september 2010 staat de zwarte Astra leeg geparkeerd op de Pletterijkade te Den Haag. Kort hierna wordt verdachte ook op de Pletterijkade gezien. De Pletterijkade ligt in de onmiddellijke nabijheid van de Gouwestraat.29

Onderzoek naar het pand Gouwestraat 65a en 65b heeft uitgewezen dat het gaat om twee etagewoningen op de eerste en tweede verdieping. Gouwestraat 65b wordt sinds 2003 gehuurd door [verdachte F], Gouwestraat 65a wordt sinds 2008 gehuurd door [verdachte G].30

[verdachte F] is onder meer op 22 juli, 28 juli en 4 oktober 2010 door de politie onder observatie genomen. Daarbij is op 22 juli 2010 gezien dat [verdachte F] samen met een andere persoon (later herkend als zijn neefje Rob) spullen, waaronder kartonnen dozen, uit het pand Gouwestraat 65a/b draagt en in een gesloten aanhangwagen zet.31

Voorts is het telefoonnummer [nummer] - in gebruik bij [verdachte F] -getapt. Hierbij is vastgesteld dat [verdachte F] regelmatig contact heeft met [Y].32 Tijdens een getapt telefoongesprek op 2 september 2010 antwoordt [Y] op de vraag van [verdachte F] wat hij aan het doen is, dat hij "even bij iemand in een tuintje" staat.33

Op 12 augustus 2010 is door de dienst Luchtvaartpolitie van het KLPD een warmtescan gemaakt van het pand aan de Gouwestraat 65a/b. Blijkens een daarvan opgemaakt proces-verbaal van bevindingen is daarbij met een thermische camera een warmtebron rond een op het dak uitkomende afvoerpijp waargenomen.34

Op 5 oktober 2010 is de politie binnengetreden in de woningen Gouwestraat 65a en 65b te Den Haag. Daarbij is in de woning Gouwestraat 65b een in werking zijnde hennepkwekerij aangetroffen. Deze kwekerij bestond uit vijf zogeheten "growtenten", met daarin in totaal 188 hennepplanten.35

Volgens ter plaatse gekomen medewerkers van Stedin Netbeheer BV is er ten behoeve van deze kwekerij elektriciteit buiten de meter om afgenomen. Door hen is aangifte gedaan van diefstal van elektriciteit. Op grond van het aanwezige stof op de assimilatielampen, de mate van vervuiling van de koolstoffilters, de kalkaanslag op de vloer, de blubberlaag in de watervaten en de aanwezigheid van droge resten van hennepplanten, moet er sprake zijn geweest van ten minste vijf eerdere oogsten. De weggenomen hoeveelheid elektriciteit wordt aldus becijferd op 119.180 kWh.36

Door opsporingsambtenaren van het bureau Forensische Opsporing van de Politie Haaglanden zijn in de kwekerij meerdere vingerafdrukken veiliggesteld en onderzocht. Daarbij is van een aantal afdrukken een match vastgesteld met de afdruk van de rechterduim van [verdachte G] en die van [verdachte F].37

Onder de auto van [verdachte F] is een peilbaken aangebracht. Uit de gegevens van dit peilbaken blijkt dat de auto na de ontdekking van de hennepkwekerij voor het eerst op 8 oktober 2010 tussen 11.09 en 11.13 uur weer in de Gouwestraat is geweest.38 Uit onderzoek van de gesprekgegevens van het bij [verdachte F] in gebruik zijnde 06-nummer blijkt dat vanaf dit nummer om 13.32 uur een sms is gestuurd naar het bij [verdachte G] in gebruik zijnde 06-nummer met als inhoud "D h op g ro". Daarnaast wordt vanaf het nummer van [verdachte F] een sms gestuurd naar een 06-nummer dat volgens de politie in gebruik is bij verdachte. De inhoud van deze sms luidt: "zitje", spoed". Vanaf het nummer in gebruik bij verdachte wordt vervolgens om 16.31 en 16.32 uur ge-sms't: "was bij maar je ben er niet" en "heb 1 probleem kan pas om 2000uur rij ver weg". Vanaf het nummer van [verdachte F] wordt hierna naar het nummer van verdachte de volgende sms gestuurd: "dan lazerus, zie je morg".39

[verdachte G] is aangehouden en als verdachte verhoord. Tijdens dit verhoor heeft zij onder meer verklaard dat zij vanaf 2006 weet dat [verdachte F] wietplantages heeft, eerst in de Gouwestraat en later ook in een pand aan de Hoofdstraat te Hillegom. Zij weet dat omdat zij de plantages zelf heeft gezien. Zij heeft ook wel eens, een keer of vier, geholpen met knippen. [Y] heeft ook wel eens geholpen met knippen in de Gouwestraat en in de Hoofdstraat.40 Zij denkt dat er over twee jaar tien oogsten zijn geweest.41 Voorts heeft zij verklaard dat de geoogste wiet werd opgehaald door verdachte. Soms haalde verdachte het op en soms werd het naar hem gebracht. Verdachte was dan altijd alleen. Hij bemoeide zich niet met het knippen. Volgens [verdachte G] gaven [verdachte F] en verdachte elkaar een seintje als er een oogst was, d.w.z.: "een berichtje doorgeven en dan afspreken dan en dan en zo en zo laat". Verdachte betaalde cash aan [verdachte F].42 Op de vraag van de politie hoe zij weet dat de hennep naar verdachte ging of door hem werd opgehaald, heeft zij verklaard: "Dat werd verteld en ik heb het zelf ook wel gezien. Klaar. (...) Ik heb het twee keer gezien. De andere keren heeft Frank mij verteld.43 Over het afrekenen heeft [verdachte G] nog verklaard dat zij daar wel eens bij is geweest.44

[verdachte G] is op verzoek van de verdediging als getuige gehoord door de rechter-commissaris. Zij heeft daar een beroep gedaan op haar verschoningsrecht en heeft verklaard geen vragen te willen beantwoorden.

Ook [Y] is als verdachte verhoord. In zijn eerste twee verhoren op 22 november 2011 heeft hij verklaard dat hij weet dat Frank wiethokken heeft gehad, maar dat hij daar verder niets mee te maken had. Gevraagd naar verdachte heeft hij verklaard dat hij geen [verdachte B] kent. Als hem een foto van verdachte wordt getoond, verklaart hij dat hij die persoon wel eens bij Frank heeft gezien en ook wel eens in café De Dolfijn heeft gezien. Ook heeft hij wel eens gehoord dat die persoon op de foto Marco werd genoemd.45

In zijn derde verhoor op 23 november 2011 heeft [Y] verklaard dat hij [verdachte F] meerdere malen heeft geholpen met diens wietplantages in de Hoofdstraat in Lisse en in Den Haag. In Lisse heeft hij een keer geholpen met knippen en in Den Haag heeft hij geholpen bij drie oogsten.46 Hij geeft daarbij desgevraagd een beschrijving van de kwekerij in Den Haag. Over de gang van zaken na het knippen in Hillegom heeft [Y] het volgende verklaard:

"Eerst douchen en dan naar het Dolfijntje. Daar zat Marco, die van die foto, en die ging dan later de wiet ophalen. Dat denk ik tenminste want de twee keer dat we geknipt hadden, zat Marco ook in het Dolfijntje. (...) Marco maakte dan een hoofdbeweging van 'en?' en ik hoorde dat Frank zei van 'jo, jo'. Ze belden elkaar nooit maar sms'ten wel met elkaar".47

De politie heeft [Y] ook gevraagd naar de gang van zaken na het knippen in Den Haag. Hierover heeft hij het volgende verklaard:

"dat ging hetzelfde als in Hillegom, opruimen, schoonmaken, douchen en dan naar De Dolfijn. Daar werd ik uitbetaald en daar was dan ook weer Marco. Ook weer dezelfde hoofdbeweging van Marco en Frank die dan weer zei 'jo jo'. Ik weet eigenlijk wel zeker dat Marco die wiet ophaalde. Frank had namelijk de regel dat hij niet met de handel ging rijden".48

Over de gang van zaken na de ontdekking van de kwekerij in de Gouwestraat heeft [Y] vervolgens verklaard dat hij en [verdachte F] daar langsgingen en toen hangsloten op de deur zagen. Frank heeft toen meteen een sms naar Thea gestuurd met de tekst "D h op g r", waarmee hij volgens [Y] bedoelde dat Den Haag was opgerold. Vervolgens is Frank naar verdachte gaan seinen. Volgens [Y] reageerde verdachte niet meteen en zijn Frank en hij naar De Dolfijn gegaan. [verdachte F] is gelijk gaan zuipen. Later op de avond is verdachte daar ook gekomen.49

Op 20 december 2011 is [Y] nogmaals verhoord. Bij die gelegenheid heeft hij op de vraag hoe [verdachte F] aan zijn stekken komt geantwoord: "die komen van Marco".50

[Y] is op verzoek van de verdediging ook als getuige gehoord door de rechter-commissaris. Daar heeft hij kort gezegd verklaard dat hij bij de politie 'een lulverhaal heeft opgehangen'. Hij heeft verklaard dat de politie hem 'onwijs' onder druk heeft gezet. Hij had net een nieuwe baan en de politie dreigde dat ze hem twee weken zouden vasthouden als hij niet zou verklaren. Hij heeft verdachte maar één keer gezien en kent verder "die hele Marco niet". Volgens [Y] heeft hij bij de politie dingen gezegd die eigenlijk niet waar zijn om zo snel mogelijk naar huis te kunnen.51

Beoordeling van de bewijsmiddelen en het verweer

De raadsman heeft ook hier aangevoerd dat er onvoldoende bewijs is om enige betrokkenheid van verdachte bij de hennepkwekerij in de Gouwestraat aan te kunnen nemen. In dat verband heeft hij onder meer bepleit dat de verklaring die [verdachte G] bij de politie heeft afgelegd van het bewijs dient te worden uitgesloten nu de rechtbank zijn verzoek om haar ter terechtzitting als getuige te horen heeft afgewezen. [verdachte G] heeft voor verdachte belastend verklaard. Door verdachte de mogelijkheid te onthouden haar nader over deze verklaring te bevragen, is zijn recht op een eerlijk proces geschonden, hetgeen alleen kan worden gecompenseerd met bewijsuitsluiting. Daarnaast heeft hij gewezen op de onverenigbaarheid van de observaties en de peilbakengegevens op twee specifieke tijdstippen op 9 en 13 juli 2010, reden waarom ernstig getwijfeld moet worden aan de betrouwbaarheid van de observaties.

Ten aanzien van dit laatste merkt de rechtbank op dat de observaties en de peilbakengegevens op de door de raadsman genoemde tijdstippen inderdaad niet met elkaar zijn te verenigen. Dit geeft de rechtbank evenwel geen aanleiding om, zoals in het pleidooi besloten lijkt te liggen, de resultaten van de observaties terzijde te schuiven. Deze observaties waren immers specifiek gericht op verdachte en de rechtbank heeft geen enkele aanleiding om te veronderstellen dat hetgeen hierbij is waargenomen niet klopt.

Ook ten aanzien van de verklaring bij de politie van [verdachte G] ziet de rechtbank geen aanleiding om deze van het bewijs uit te sluiten. Net zoals bij [verdachte H] het geval is geweest, is de raadsman van verdachte in de gelegenheid gesteld om [verdachte G] bij de rechter-commissaris vragen te stellen. [verdachte G] heeft echter direct aangegeven dat zij zich voor alle aan haar te stellen vragen op haar verschoningsrecht ging beroepen. De raadsman heeft hierop meteen aangegeven dat hij deze proceshouding respecteerde en om die reden zou afzien van het stellen van verdere vragen. Niet valt in te zien waarom de rechtbank bij die stand van zaken het verzoek om [verdachte G], die op dat moment zelf ook nog steeds verdachte was, nogmaals te horen had behoren toe te wijzen, temeer nu de onderbouwing van dat verzoek in de kern niet meer inhield dan de hoop dat zij misschien toch nog iets zou willen verklaren. Een situatie als bedoeld bij het arrest van de Hoge Raad van 1 februari 1994, NJ 1994, 427, r.o. 6.3.3., onder (iii-2), doet zich hier niet voor, nu de verklaring van [verdachte G], zoals uit het voorgaande volgt, in belangrijke mate steun vindt in andersoortig bewijsmateriaal.

Op grond van de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte ook betrokken is geweest bij de hennepkwekerij in de Gouwestraat 65b te Den Haag. Voor wat betreft de verklaringen van [Y] merkt de rechtbank daarbij op dat zij voorbij gaat aan diens verklaring bij de rechter-commissaris dat hij bij de politie een verhaal heeft verzonnen om zo snel mogelijk weer op vrije voeten te komen. De verklaring die hij tegenover de politie heeft afgelegd is daarvoor te consistent en te gedetailleerd en vindt ook op meerdere punten steun in de verklaring van [verdachte G] en de gespreksgegevens van 8 oktober 2010. Hoewel aan de verdediging kan worden toegegeven dat deze verklaring op het punt van de communicatie tussen [verdachte F] en verdachte in café De Dolfijn deels op een eigen conclusie berust, draagt zij aldus bij aan de overtuiging van de rechtbank. Net als bij de kwekerij aan de Gieterij 39 draagt aan deze overtuiging voorts nog bij dat verdachte, zoals hiervoor werd vastgesteld, klaarblijkelijk een belangrijke leverancier van softdrugs van de coffeeshops van [verdachte A] is.

Ook hier leidt de rechtbank uit de gebezigde bewijsmiddelen af dat de betrokkenheid van verdachte bovendien van dien aard is geweest dat kan worden gesproken van medeplegen. Verdachte was klaarblijkelijk de vaste en enige afnemer van [verdachte F]. Verdachte beschikte bovendien kennelijk over de sleutels van de Gouwestraat en is daar ook gezien. Verder is gezien dat verdachte een doos aan [verdachte F] heeft overhandigd. Na de ontdekking van de kwekerij zoekt [verdachte F] voorts direct contact met verdachte. Uit dit alles moet worden geconcludeerd dat verdachte en [verdachte F] een vast samenwerkingverband hadden bij het kweken van hennep.

Nu verdachte aldus als medepleger van het kweken van hennep kan worden aangemerkt, kan ook het onder feit 2 ten laste gelegde medeplegen van diefstal van elektriciteit in het pand aan de Gouwestraat bewezen worden verklaard. Hennepkweek, in de mate zoals hier aan de orde, is onlosmakelijk verbonden met diefstal van stroom, zodat de conclusie geen andere kan zijn dat verdachte hiervan minstgenomen op de hoogte was.

3.4.1.3. ZD 10 Lisserdijk 259 Lisserbroek

Naar het oordeel van de rechtbank bevat dit zaaksdossier onvoldoende om te kunnen bewijzen dat verdachte daadwerkelijk op enigerlei wijze betrokken is geweest bij de op dit adres aangetroffen hennepkwekerij. Dit geldt ook indien daarbij wordt betrokken dat verdachte als een belangrijke leverancier van softdrugs aan de coffeeshops van [verdachte A] kan worden beschouwd. Verdachte is weliswaar een aantal keren gezien bij of in de buurt van de Lisserdijk 259, doch de meest recente van deze waarnemingen dateert van bijna een jaar voor het aantreffen van de kwekerij. Nu uit het dossier valt af te leiden dat de politie en Liander uitgaan van twee eerdere oogsten is het gat in tijd te groot om tot een bewezenverklaring te kunnen komen, ook als daarbij wordt betrokken dat de aangetroffen planten minstens vijf weken oud waren.

3.4.1.4. ZD 13 Wagendwarsstraat 8 te Lisse

Tijdens observaties op 22 april 2010, 4 juni 2010, 8 juni 2010, 11 juni 2010, 15 juni 2010, 29 juni 2010, 9 juli 2010 en 12 juli 2010 is telkens gezien dat verdachte het pand aan de Wagendwarsstraat te Lisse binnengaat of verlaat. Verdachte maakt hierbij meerdere malen gebruik van een sleutel.52 Daarbij is op 8 juni 2010 waargenomen dat verdachte eerst een growshop in Sassenheim bezoekt en daar naar buiten komt met een pakket waarvan de vorm en afmetingen passen bij een luchtafzuiginstallatie. Verdachte rijdt hierna rechtstreeks naar het pand aan de Wagendwarsstraat 8 te Lisse alwaar hij met het pakket naar binnen gaat.53 Tijdens de observatie van 15 juni 2010 wordt gezien dat verdachte het pand binnengaat en korte tijd later weer verlaat met een aantal dozen.54 Op 29 juni 2010 observeert de politie dat verdachte in Beverwijk op straat een ontmoeting met een onbekend gebleven man. Deze man haalt een doos uit de achterbak van zijn auto en legt deze in de auto van verdachte. Verdachte rijdt vervolgens naar het pand aan de Wagendwarsstraat 8 te Lisse en gaat daar met een doos naar binnen.55

Het pand aan de Wagendwarsstraat 8 is in de periode van 12 juli tot en met 15 juli 2010 geobserveerd met een camera. Op de beelden van 12 juli 2010 is te zien dat verdachte het pand binnen gaat met twee opgevouwen dozen en het pand ongeveer tien minuten later weer verlaat met twee uitgevouwen dozen.56

Het pand aan de Wagendwarsstraat 8 is de woning van [N], een zus van [M], de vriendin van verdachte.57

Op 17 oktober 2010 is door de dienst Luchtvaartpolitie van het KLPD een warmtescan gemaakt van het pand aan de Wagendwarsstraat 8. Blijkens een daarvan opgemaakt proces-verbaal van bevindingen is daarbij met een thermische camera een uitzonderlijke warmtebron op het dak van de bij dit pand behorende schuur waargenomen.58

Op 17 november 2010 is de politie binnengetreden in het pand. In de schuur is vervolgens een in werking zijnde hennepkwekerij aangetroffen met 24 bijna volgroeide planten.59

Liander N.V. heeft aangifte gedaan van diefstal van elektriciteit. De aangifte vermeldt dat door een fraudespecialist van Liander is waargenomen dat de elektriciteitsmeter ter plaatse was gemanipuleerd: de ijkschroefgleuven van de meter waren beschadigd en meter was ook niet meer voorzien van de originele ijkzegels. Door verbreking van de originele zegels kan de kap van de meter worden verwijderd, waarna het telwerk kan worden gemanipuleerd, aldus de fraudespecialist.60 Op grond van de aangetroffen feiten en omstandigheden (kalkaanslag, hennepafval, oude aarde in zakken, lege voedingsflessen, droogrekken, oude assimilatielampen61) moet sprake zijn geweest van tenminste vier eerdere oogsten. De weggenomen elektriciteit wordt becijferd op tenminste 4.576 kWh.62

[N] is door de politie als verdachte verhoord. Tijdens dit verhoor heeft zij verklaard dat kwekerij is opgezet door een man van wie zij de naam niet wil noemen. Deze man heeft haar in mei 2010 aangeboden dat zij wat geld kon verdienen met een hennepkwekerij. Deze man had geen sleutel. Verdachte en zijn vriendin hadden wel een sleutel van haar woning, maar zij wisten van niks.63

Op 29 juli 2011 is door de dienst Luchtvaartpolitie van het KLPD opnieuw een warmtescan gemaakt van het pand aan de Wagendwarsstraat 8. Daarbij is wederom een uitzonderlijke warmtebron op het dak van de bij dit pand behorende schuur waargenomen.64 De politie is hierna op 24 oktober 2011 voor de tweede maal binnengetreden in het pand. Daarbij is vastgesteld dat zich in de schuur wederom een in werking zijnde hennepkwekerij met 24 planten bevond.65

Liander N.V. heeft aangegeven dat haar fraudespecialist heeft vastgesteld dat ook bij deze kwekerij sprake was van diefstal van elektriciteit. Deze diefstal heeft plaatsgevonden door het afnemen van elektriciteit buiten de meter om. De illegale elektriciteitsaansluiting is aangebracht na verbreking van het zegel op de deksel van de aansluitkast.66 Op grond van de aangetroffen feiten en omstandigheden (kalkaanslag, hennepafval, oude aarde in zakken, lege voedingsflessen, droogrekken, oude assimilatielampen67) moet sprake zijn geweest van tenminste vier eerdere oogsten. De weggenomen elektriciteit wordt becijferd op tenminste 26.638 kWh.68

[N] heeft naar aanleiding van deze tweede hennepkwekerij verklaard dat deze wederom is opgezet door dezelfde man uit Amsterdam van wie zij de naam niet wil noemen.69 Voorts heeft zij verklaard dat verdachte vaak bij haar langskomt, maar dat deze bezoeken een sociaal karakter hebben. Zij kan zich niks herinneren van dozen of andere spullen die verdachte naar haar heeft meegebracht.70

Verdachte heeft tegenover de politie geen vragen willen beantwoorden. Ter terechtzitting heeft hij iedere betrokkenheid bij de aangetroffen hennepkwekerijen ontkend. Over zijn bezoeken aan de Wagendwarsstraat 8 heeft hij verklaard dat [N] zwaar verslaafd is geweest en zelfs in een afkickkliniek heeft gezeten. In die periode hebben hij en haar familie haar geholpen. Daarbij zijn onder meer spullen verhuisd.

Beoordeling van de bewijsmiddelen en het verweer

Ook ten aanzien van deze hennepkwekerij heeft de raadsman aangevoerd dat er onvoldoende bewijs is om te kunnen komen tot een bewezenverklaring. Daarbij heeft hij erop gewezen dat de laatste observatie van verdachte heeft plaatsgevonden op 12 juli 2010 terwijl de eerste hennepkwekerij is aangetroffen op 17 november 2010. De toen aangetroffen planten waren circa 8 weken. Dit betekent dat deze planten eerst ruim twee maanden na de laatste observatie zijn geplaatst. Voorts heeft de raadsman gewezen op een getapt telefoongesprek op 24 oktober 2011 tussen verdachte en [N].71 Uit de inhoud van dit gesprek en de interactie tussen de gesprekspartners blijkt duidelijk dat verdachte niet op de hoogte was van de kwekerij in de schuur van [N], aldus de raadsman.

Deze verweren miskennen in de eerste plaats dat er op 17 november 2010 ter plaatse aanwijzingen zijn gevonden voor eerdere oogsten. De fraudespecialist van Liander komt daarbij tot tenminste vier eerdere oogsten. Ten aanzien van het telefoongesprek valt erop te wijzen dat verdachte tijdens het gesprek tot tweemaal toe waarschuwt dat de telefoon wordt getapt. Mede gelet hierop acht de rechtbank op grond van de hiervoor aangehaalde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte ook betrokken is geweest bij de hennepkwekerij in de Wagendwarsstraat. Daarbij geldt ook hier dat op grond van de bewijsmiddelen zonder meer kan worden gezegd dat deze betrokkenheid zodanig is geweest dat kan worden gesproken van medeplegen. Dit valt reeds af te leiden uit de observaties. Het valt ook af te leiden uit de verklaring van [N]. Deze verklaring komt er immers op neer dat de kwekerij is opgezet en gefinancierd door iemand anders en dat zij in wezen niet meer deed dan het beschikbaar stellen van de ruimte. Ook hier draagt aan de overtuiging van de rechtbank bij dat verdachte klaarblijkelijk een belangrijke leverancier van softdrugs aan de coffeeshops van [verdachte A] is.

Gelet op deze mate van betrokkenheid acht de rechtbank tevens het medeplegen van diefstal van elektriciteit bewezen.

Resumerend ten aanzien van de feiten 1 en 2

De rechtbank acht concluderend op grond van voormelde bewijsmiddelen en overwegingen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte feit 1 en 2 heeft begaan, met uitzondering van de hennepkwekerij aan de Lisserdijk 259 te Lisserbroek (ZD 10).

3.4.2 Feit 3 (Gewoontewitwassen)

Zoals hiervoor onder 3.1 reeds werd overwogen, is uit onderzoek in openbare bronnen en bij de belastingdienst naar voren gekomen dat inkomsten en uitgaven van verdachte niet in verhouding met elkaar lijken te staan. Volgens informatie van de belastingdienst heeft verdachte over de jaren 2003 tot en met 2009 een gemiddeld jaarinkomen ontvangen uit loon van € 26.200,-. Daarnaast heeft hij in 2004 nog

€ 1.914,- aan inkomsten ontvangen uit de commanditaire vennootschap Jezebel C.V. en in 2005 en 2006 in totaal € 5.140,- uit Mawi Constructions B.V. Tegelijkertijd heeft verdachte in die periode een vastgoedportefeuille opgebouwd met een waarde van € 1.717.848,-. Onderzoek naar de financiering heeft uitgewezen dat verdachte bij het opbouwen van deze portefeuille een bedrag van € 205.384,- aan eigen middelen moet hebben ingebracht. Een deel van dit bedrag, € 76.500,-, kan worden verklaard uit de huurinkomsten van de door verdachte verworven panden. Een bedrag van € 128.884,- is echter vooralsnog onverklaard gebleven. Dit is nog in onderzoek in het kader van het tegen verdachte geopende strafrechtelijk financieel onderzoek.72

Binnen het onderzoek 169Borium heeft het onderzoek zich toegespitst op een aantal contante betalingen en stortingen met een gezamenlijk beloop van € 181.814,-. Daarbij gaat het om het volgende.

3.4.2.1 Borg, huur en verbouwing Hoofdstraat 41 Hillegom

Op 1 februari 2006 is het pand aan de Hoofdstraat 41 te Hillegom (winkel met bovenwoning) door verdachte gekocht van [Z] voor een bedrag van

€ 340.000,-. Daarbij is overeengekomen dat levering eerst zal plaatsvinden op 1 februari 2008 (of zoveel eerder of later als partijen nader zullen overeenkomen) en dat verdachte en [M] het pand tot die tijd zullen huren voor een huurprijs van € 1.100,- per maand.73 In de periode dat het pand door hen werd gehuurd hebben verdachte en [M] het pand verbouwd.74 Op 15 november 2007 heeft [Z] het pand vervolgens aan verdachte en [M] geleverd tegen betaling van de overeengekomen koopprijs van € 340.000,-. Verdachte heeft het pand hierop aansluitend geleverd aan [W] tegen betaling van een koopprijs van € 462.500,-, waarvan een bedrag van € 20.000,- voor de overname van een aantal roerende zaken.75

[Z] is als getuige gehoord. Zij heeft de politie daarbij een aantal bankafschriften ter hand gesteld. Uit deze afschriften blijkt dat verdachte de borg en de eerste huurtermijn contant heeft voldaan. Nadien heeft [M] twee keer een huurtermijn contant gestort. Voorts heeft [Z] onder meer verklaard dat verdachte uitgebreid heeft verbouwd en daarbij onder meer een stalen trapconstructie heeft laten aanbrengen.76

Tijdens de doorzoeking van de woning aan de Bries 17 is een groot aantal administratieve bescheiden in beslag genomen. Onder deze bescheiden bevonden zich een offerte d.d. 11 februari 2006 en twee facturen d.d. 26 april en 13 juni 2006 van Bouwbedrijf [naam] betreffende het werkadres Hoofdstraat 41 te Hillegom, alsmede een offerte d.d. 16 februari 2006 en een factuur d.d. 15 mei 2006 van [naam] Staal-Constructie, eveneens betreffende onder meer de levering en plaatsing van een stalen trapconstructie op het adres Hoofdstraat. Al deze stukken zijn gericht aan verdachte. De beide facturen van Bouwbedrijf [naam] vermelden als omschrijving "appartement verbouwen, 50% offertebedrag" resp. "appartement verbouwen eindafrekening 50 % offertebedrag". Op beide facturen staat met de hand geschreven: "contant voldaan". Op de offerte van [getuige 5] is met de hand het volgende geschreven:

Totaal aanneemsom € 28.000,-

Contant betalen € 15.000,- = excl.

€ 17.500,- ________________

Nog te factureren in twee delen € 10.150, incl BTW

De factuur van [naam Staal-Constructie] vermeldt eveneens handgeschreven: "voldaan".77

[getuige 5] is door de politie als getuige gehoord. Hij heeft verklaard dat de handgeschreven aantekening op de offerte zijn handschrift is. Voorts heeft hij verklaard dat hij het niet goed meer weet, maar dat het inderdaad zo geweest kan zijn dat hij een klus heeft gedaan voor € 28.000,- waarbij is afgesproken dat

€ 17.500,- contant en zonder factuur zou worden betaald en dat er twee facturen zouden worden gestuurd voor € 10.150,-. Tijdens het verhoor heeft Steijn nog twee facturen betreffende het pand aan de Hoofdstraat overhandigd, ter hoogte van

€ 2.868,50 en € 6.450,09. Alles is volgens [getuige 5] contant betaald. Volgens [getuige 5] heeft hij uitsluitend zaken gedaan met verdachte. Verdachte wilde alleen maar contant betalen. Op de vraag in welke coupures er werd betaald, heeft Steijn geantwoord: "Goeie vraag. Volgens mij klein. Volgens mij alleen in biljetten van

€ 50,-".78 In een later telefoongesprek met de politie is [getuige 5] nog terug gekomen op het bedrag van € 17.500,-. Hij heeft daar verder geen factuur van terug kunnen vinden en hij denkt dat hij dit bedrag heeft omgezet in een contante betaling door verdachte van € 15.000,-.79

Ook de directeur van [naam] Staalconstructies BV, [getuige 6] , is als getuige [getuige 6] gehoord. [getuige 6] heeft bij die gelegenheid verklaard zich te kunnen herinneren dat verdachte op zijn bedrijf is geweest voor een offerte. Voorts heeft hij verklaard dat de factuur voor de stalen trap contant is betaald aan de monteur. Volgens [getuige 6] gebeurt dat bijna nooit, maar is dit in dit geval gebeurd op verzoek van de klant.80

3.4.2.2 Verbouwing Meer & Duin 58k te Lisse

Tijdens diens verhoor als getuige heeft [getuige 5] op de vraag of hij nog weet welke klussen hij heeft gedaan voor verdachte in eerste instantie geantwoord: "volgens mij in een bedrijfspand in Lisse". Het zou gaan om een bedrijfspand in Lisse dat verdachte verhuurde. [getuige 5] heeft daar wanden geplaatst. Vervolgens heeft hij uit zijn administratie een factuur gehaald en aan de politie overhandigd.81 Deze factuur, gedateerd 13 juni 2006 en groot € 5.574,99, vermeldt als werkadres Meer en Duin 58K Lisse en heeft als omschrijving: diverse aftimmerwerkzaamheden aan uw bedrijfspand te Lisse. Op de factuur staat handgeschreven: "betaald contant".82 [getuige 5] heeft verklaard dat de factuur door verdachte inderdaad contant is voldaan.83

In de inbeslaggenomen administratie uit de woning aan de Bries 17 heeft de politie voorts twee facturen van de firma Homma Elektrotechniek B.V. aangetroffen ter hoogte van € 2.380,- (21 juni 2005) en € 2.629,- (26 oktober 2006). Deze facturen zijn beide gericht aan verdachte en vermelden beide elektrische werkzaamheden op het adres Meer en Duin 58k te Lisse. Voorts staat op beide facturen aangetekend dat deze contant ('betaald per kas') zijn voldaan.84

De politie heeft naar aanleiding van deze facturen [getuige 7] van de firma Homma Elektrotechniek B.V. als getuige gehoord. [getuige 7] heeft samen met twee verbalisanten de administratie doorgenomen.85 Zij heeft verklaard dat zij kan bevestigen dat de facturen contant zijn voldaan.86

3.4.2.3 Aanschaf quads

In de inbeslaggenomen administratie in de woning aan de Bries 17 te Noordwijk zijn drie facturen aangetroffen van Quadcentrum [naam] betreffende de levering en betaling van drie quads op 11 maart 2008, 2 juni 2008 en 26 maart 2011. Deze facturen zijn alle drie gesteld op naam van [M]. Alle drie de facturen vermelden dat het aankoopbedrag (al dan niet onder inruil) contant is voldaan.87 In totaal gaat het om betalingen tot een bedrag van € 26.100,-.

De politie heeft de directeur van Quadcentrum [naam], [getuige 8] , naar aanleiding van deze facturen als getuige gehoord. [getuige 8] heeft verklaard dat hij verdachte kent als klant. De op de facturen genoemde quads zijn telkens door verdachte gekocht en de facturen zijn door verdachte telkens contant voldaan. Het kenteken moest op naam komen van [M].88

3.4.2.4 Aanschaf en plaatsing cv-apparatuur

In de inbeslaggenomen administratie in de woning aan de Bries 17 te Noordwijk zijn voorts drie facturen aangetroffen van de firma [naam]. Deze facturen, gedateerd 29 april 2007, 8 mei 2007 en 10 juni 2008, betreffen de levering en installatie van een Combiketel, het vervangen van een geiser en de levering en plaatsing van boiler op de adressen Prins Frederikstraat 7 en Lange Scheistraat 5a te Leiden. Deze panden zijn eigendom van verdachte. De facturen zijn ook alle gericht aan verdachte. De facturen belopen tezamen een bedrag van € 4.294,-.89

De politie heeft [getuige 9] naar aanleiding van deze facturen als getuige gehoord. [getuige 9] heeft over deze facturen verklaard dat deze alle drie contant zijn voldaan. [getuige 9] weet niet meer of dit door verdachte persoonlijk is gedaan. Verdachte is wel persoonlijk bij hem geweest om de bestellingen te doen.90 Aan [getuige 9] is een foto van verdachte getoond. [getuige 9] heeft verdachte hierop herkend als de heer [verdachte B] met wie hij zaken heeft gedaan.91

3.4.2.5 Aanschaf caravan

Uit onderzoek is gebleken dat [M] sinds mei 2011 een caravan van het merk Elddis, type 485, met kenteken [nummer], op haar naam heeft staan. Naar aanleiding van deze bevinding heeft de politie de vorige eigenaar van deze caravan, [getuige 10], als getuige gehoord. [getuige 10] heeft verklaard dat hij zijn caravan te koop had gezet en dat hij toen een keer heeft gesproken met een man die zich Marco noemde. Deze man had belangstelling. Tijdens zijn vakantie is de koop door tussenkomst van zijn dochter gesloten. De betaling is in ontvangst genomen door de eigenaar van de stalling waar de caravan stond. De caravan is contant betaald met briefjes van € 10,- en € 20,-. De koopprijs bedroeg € 4.500,-.92

3.4.2.6 Aanschaf tractor Kubota

In de inbeslaggenomen administratie in de woning aan de Bries 17 te Noordwijk is een factuur aangetroffen van de firma [naam] Tractoren B.V. betreffende de aankoop van een tractor van merk Kubota, type B1402 4wd, met een aantal accessoires. Deze factuur is gedateerd 8 september 2009 en gericht aan verdachte. De factuur vermeldt dat de koopprijs van € 6.500,-- in twee betalingen contant is gedaan.93

[getuige 11], de directeur [naam] Tractoren B.V., is naar aanleiding van deze factuur als getuige gehoord. Door [getuige 11] is verklaard dat hij zich de op de factuur vermelde persoon nog goed kan herinneren. Bij het sluiten van de koop heeft die persoon meteen € 5.000,- contant betaald. De tractor moest worden afgeleverd op een adres in Noordwijkerhout. Daar is in een enveloppe de resterende € 1.500,- betaald.94

3.4.2.7 Contante stortingen

Middels vorderingen ex art. 126nd en 126a Sv zijn lopende het onderzoek 169Borium bij diverse bankinstellingen gegevens gevorderd. Uit deze gegevens is naar voren gekomen dat op de bankrekeningen ten name van verdachte (inclusief een en/of-rekening ten name van verdachte en [M]) in de periode van 1 januari 2003 tot en met 11 november 2011 voor een bedrag van € 86.461,- aan contante stortingen is gedaan. Gedurende dezelfde periode is van al deze rekeningen slechts een keer een contante opname gedaan, ter grootte van € 79,-.95

Verdachte heeft ter terechtzitting de hiervoor weergegeven contante betalingen en contante stortingen als zodanig niet bestreden. Hij heeft echter betwist dat het geld waarmee deze betalingen en stortingen zijn gedaan geen legale herkomst zou hebben. In dat verband heeft hij aangegeven dat hij langs verschillende, legale wegen over contant geld kon beschikken. Daarbij heeft hij als bronnen genoemd de erfenis van zijn vader, de opbrengsten van de houtkap bij zijn huis in Italië, de opbrengsten van de verhuur van dit huis en geld uit de kassa van Vestito/Zanzibar, de kledingwinkel(s) van [M].96

Beoordeling van het bewijs en het verweer

De raadsman heeft bij pleidooi aangevoerd dat verdachte dient te worden vrijgesproken. Onder verwijzing naar een ter terechtzitting door hem in het geding gebrachte vermogensvergelijking heeft hij daartoe aangevoerd dat verdachte en zijn vriendin over de ten laste gelegde periode jaarlijks netto privé over voldoende middelen beschikten om de gewraakte uitgaven te kunnen verklaren. Daarbij heeft hij erop gewezen dat in deze vergelijking diverse inkomsten nog niet eens zijn meegenomen. Het gaat daarbij om betalingen ter grootte van € 18.982,31 die verdachte in 2003 per bank van zijn broer heeft ontvangen, om een BTW-teruggave in 2004 ter grootte van € 15.398,-, contant geld dat verdachte heeft ontvangen in verband met de houtkap bij zijn huis in Italië, huurpenningen terzake de verhuur van dit huis, geldbedragen die door de ouders van [M] zijn geschonken en/of geleend, geldbedragen die verdachte van zijn eigen ouders heeft ontvangen en winsten die verdachte met de verkoop van een aantal auto's heeft behaald. Verdachte heeft hiermee een concrete, verifieerbare en niet op voorhand als hoogst onwaarschijnlijk aan te merken verklaring gegeven voor de herkomst van de ten laste gelegde bedragen. Er is ook geen direct bewijs dat de ten laste gelegde bedragen een criminele herkomst hadden, aldus de raadsman.

De rechtbank overweegt als volgt.

Uit de hiervoor weergegeven bewijsmiddelen volgt dat verdachte verspreid over een aantal jaren voor een bedrag van ruim € 180.000,- aan contante betalingen en stortingen heeft gedaan. Deze betalingen zijn niet terug te voeren op opnames vanaf de door hem aangehouden bankrekeningen, terwijl de stortingen niet zijn te verklaren uit de door hem opgegeven inkomsten uit loondienst of uit de opbrengsten van zijn onroerendgoedportefeuille.

Anders dan door de verdediging is bepleit, kunnen deze betalingen en stortingen ook niet worden verklaard door de in het geding gebrachte vermogensvergelijking. Deze vergelijking geeft immers geen verklaring voor de herkomst van het geld waarmee deze zijn gedaan. De opsteller van de vergelijking onderkent dit zelf ook waar hij opmerkt dat daarvoor een nadere analyse dient te worden gemaakt op basis van de kasmethode.

Naar het oordeel van de rechtbank zijn de bronnen die verdachte daarnaast heeft genoemd niet relevant of te vaag en onaannemelijk. De bij pleidooi genoemde BTW-teruggave en betalingen door Trevor B. zijn per bank gedaan en bieden reeds om die reden geen verklaring. Hetzelfde geldt voor de door verdachte genoemde erfenis van zijn vader, waarvan het voor de hand ligt dat deze ook op een bankrekening is gestort. Deze erfenis beliep blijkens de door Trevor B. bij de rechter-commissaris afgelegde getuigenverklaring overigens niet meer dan een bedrag van 100.000 gulden, welk bedrag volgens de eigen verklaring van verdachte met zeven broers en zussen moest worden gedeeld. Dat verdachte en zijn vriendin schenkingen en onderhandse leningen zouden hebben gekregen van hun ouders heeft hij slechts kunnen onderbouwen met een schriftelijke verklaring van de broer van [M], waarin deze verklaart dat dit regelmatig gebeurde. Deze broer kan echter geen concrete bedragen noemen, net zo min als verdachte zelf. Tegenover de gestelde, maar niet nader gekwantificeerde inkomsten uit de houtkap in Italië heeft de officier van justitie bij requisitoir een verklaring van [P] ingebracht, waarin deze verklaart dat hij als tegenprestatie voor zijn werkzaamheden in Italië de inkomsten uit de houtkap mocht houden en dat het daarbij ging om tweemaal € 7.000,-.97 Over de inkomsten uit de verhuur van het huis in Italië heeft verdachte op nadere vragen van de rechtbank ter terechtzitting verklaard dat gasten een bedrag van € 200,- dienden te voldoen bij verblijf in zijn huis. Ook dit is daarmee geen toereikende verklaring voor de herkomst van de gelden. Ten aanzien van de gestelde opnames uit de kas van Vestito is de rechtbank met de officier van justitie van oordeel dat deze, zo die er al zijn geweest, gelet op de door de belastingdienst verstrekte omzetgegevens en de door de Rabobank verstrekte transactieoverzichten van Vestito, de contante aankopen maar zeer gedeeltelijk kunnen verklaren.

De conclusie dient dan ook te zijn dat een plausibele verklaring over de legale herkomst van de gelden waarmee de contante betalingen en stortingen zijn gedaan, ontbreekt. Daar komt nog bij dat hiervoor bewezen is verklaard dat verdachte betrokken is geweest bij meerdere hennepplantages. Voorts wordt er nogmaals op gewezen dat verdachte kan worden beschouwd als een belangrijke leverancier van softdrugs aan de coffeeshops van [verdachte A] . Hennepteelt is lucratief en de betaling van de daarmee gemoeide bedragen geschiedt niet per bank, maar contant. De door de getuigen [getuige 5] en [getuige 10] genoemde coupures waarin de betalingen aan hen werden gedaan passen daar ook bij. Het is dan ook meer dan aannemelijk dat de ten laste gelegde gelden een criminele herkomst hebben. Nu de betalingen en stortingen voorts over een langere periode hebben plaatsgevonden en bovendien een meer dan incidenteel karakter hebben gehad, acht de rechtbank het onder feit 3 aan verdachte ten laste gelegde gewoontewitwassen wettig en overtuigend bewezen.

3.4.3 Feit 4 (Deelname criminele organisatie)

Om van een criminele organisatie in de zin van artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht te kunnen spreken is vereist dat sprake is van een gestructureerd en duurzaam samenwerkingsverband van twee of meer personen met een bepaalde organisatiegraad, dat tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven. Van deelname is sprake als de betrokkene behoort tot het samenwerkingsverband en een aandeel heeft in, dan wel ondersteuning biedt aan gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het in dat artikel beoogde oogmerk. Voor strafbare deelname is voorts voldoende dat de betrokkene in zijn algemeenheid weet dat er een organisatie bestaat en dat die organisatie het plegen van misdrijven tot oogmerk heeft. Wetenschap van een of meer concrete misdrijven die door de organisatie worden beoogd is niet vereist, als de dader maar weet dat de organisatie het begaan van misdrijven beoogt. Evenmin is vereist dat de betrokkene daadwerkelijk heeft deelgenomen aan (alle) gepleegde misdrijven, noch dat hij heeft samengewerkt, althans bekend moet zijn geweest met alle andere personen die deel uitmaken van de organisatie.

Mainstream B.V. en Sizo B.V., van welke vennootschappen [verdachte C] directeur was, dreven in de tenlastegelegde periode de coffeeshops Goa en Stop 'n Goa in Leiden en Happy Days in Lisse.98 [verdachte A] was (deels middellijk) 100% aandeelhouder in beide vennootschappen en daarmee feitelijk de eigenaar van voormelde coffeeshops.99 Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat reeds uit de aard van een coffeeshop als onderneming voortvloeit dat sprake is van bestaande structuren en daarmee van een organisatie als bedoeld in artikel 140 van het Wetboek van Strafrecht. Het georganiseerd verband was tevens duurzaam nu uit de administratie van de coffeeshops blijkt dat er van januari 2008 tot en met januari 2011 in- en uitgaven waren met betrekking tot de coffeeshops.100

Het georganiseerde verband had tot oogmerk de teelt van en de handel in hennep, zulks in het kader van de bedrijfsvoering van de drie coffeeshops. Uit het dossier komt naar voren dat [verdachte A] binnen deze organisatie een beslissende, leidinggevende rol vervulde. [verdachte C] was verantwoordelijk voor de werknemers in de coffeeshops en (deels) voor de bevoorrading van die coffeeshops. Verdachte en [verdachte D] hielden zich bezig met de hennepkwekerijen en voorzagen op die manier verdachten [verdachte A] en [verdachte C] van voorraad voor de coffeeshops. De betrokkenheid en rol van verdachte volgt uit de hierna vermelde bewijsmiddelen.

In het onderzoek 169BORIUM zijn diverse opsporingsbevoegdheden ingezet. Een aantal verdachten is stelselmatig geobserveerd, er zijn telefoongesprekken opgenomen en afgeluisterd en er is gebruik gemaakt van het Opnemen van Vertrouwelijke Communicatie (OVC) in de auto's van verdachte [verdachte A] en verdachte [verdachte D] .

Op 14 april 2011 heeft er een OVC-gesprek plaatsgevonden tussen [verdachte A] en [verdachte D] , waarin [verdachte A] aangeeft dat hij morgen geld heeft voor [verdachte D] . [verdachte A] zegt dat er bij [verdachte D] nooit gruis in zit en nooit een takkie.101

Op 30 mei 2011 heeft een hiervoor reeds onder het kopje 'Marim' aangehaald OVC-gesprek plaatsgevonden tussen [verdachte A] en [verdachte C] waaruit volgt dat verdachte een belangrijke vaste leverancier van softdrugs voor de coffeeshops was.102

Voorts heeft op 26 juni 2011 een OVC-gesprek plaatsgevonden tussen [verdachte A] en [verdachte D] , waarin [verdachte D] zegt dat hij maar twee mensen vertrouwt, te weten [verdachte A] en Marco. [verdachte A] zegt vervolgens dat het in deze branche en handel een klein clubje is en dat niemand mag weten dat zij met z'n tweeën weggaan.103

Voldoende aannemelijk is geworden dat in dit gesprek met 'Marco' verdachte wordt bedoeld. De rechtbank betrekt hierbij nog dat uit het dossier is gebleken dat [verdachte A] en [verdachte D] beiden bevriend zijn met verdachte.104

Op grond van al het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat sprake is van een structurele en duurzame samenwerking tussen de in de tenlastelegging genoemde (rechts)personen gericht op - kort gezegd - de hennepteelt en -handel, dat deze samenwerking professioneel van aard was en dat verdachte hieraan heeft deelgenomen.

3.5 De bewezenverklaring

De rechtbank verklaart bewezen dat:

feit 1:

hij in de periode van 5 oktober 2010 tot en met 24 oktober 2011 te Noordwijkerhout en Lisse en Den Haag, telkens tezamen en in vereniging met een ander of anderen, meermalen, telkens opzettelijk heeft geteeld en bereid een grote hoeveelheid hennep en een aantal hennepplanten en/of delen daarvan, te weten

- in een pand aan de Gieterij 39 te Noordwijkerhout in totaal (ongeveer) 7200 gram hennep en

- in een pand aan de Gouwestraat 65B te Den Haag in totaal (ongeveer) 188 hennepplanten en

- in een pand aan de Wagendwarsstraat 8 te Lisse in totaal (ongeveer) 48 hennepplanten,

zijnde hennep telkens een middel bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II;

feit 2:

hij in de periode van 5 oktober 2010 tot en met 24 oktober 2011 te Lisse en Den Haag, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit het elektriciteitsnetwerk heeft weggenomen

- 119.180 kwh elektriciteit in een pand aan de Gouwestraat 65B te Den Haag en

- (in totaal) 31.214 kwh elektriciteit in een pand aan de Wagendwarsstraat 8 te Lisse,

toebehorende aan Liander N.V. en Stedin Netbeheer B.V.;

feit 3:

hij in de periode van 1 januari 2003 tot en met 24 oktober 2011 te Noordwijk en Leiden en Lisse en elders in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, zich schuldig heeft gemaakt aan het plegen van gewoontewitwassen, immers hebben hij, verdachte en zijn mededaders telkens de hierna te noemen voorwerpen, bestaande uit geldbedragen en andere goederen betreffende:

- borg en huur met betrekking tot het pand aan de Hoofdstraat 41 te Hillegom (in totaal een bedrag van ongeveer 3.910 euro) en

- verbouwing van het pand aan de Hoofdstraat 41 te Hillegom (in totaal een bedrag van ongeveer 36.819 euro) en

- verbouwing van het pand aan de Meer & Duin 58K te Lisse (in totaal een bedrag van ongeveer 10.585 euro) en

- drie quads (ter waarde van in totaal ongeveer 26.100 euro) en

- een combiketel van het merk Vaillant (ter waarde van ongeveer 2.364 euro en ten behoeve van het pand aan de Prins Frederikstraat 7 te Leiden) en een geiser (ter waarde van ongeveer 360 euro en ten behoeve van het pand aan de Prins Frederikstraat 7 te Leiden) en een boiler van het merk ATAG (ter waarde van ongeveer 4.294 euro en ten behoeve van het pand aan de Lange Scheistraat 5a te Leiden) en

- een caravan van het merk Elddis voorzien van het kenteken WZ-05-SF (ter waarde van ongeveer 4.500 euro) en

- een tractor van het merk Kubota (ter waarde van ongeveer 6.500 euro) en

- bedragen geld (van in totaal 86.382 euro aan contante stortingen op diverse bankrekeningen van verdachte)

verworven, en voorhanden gehad, terwijl hij, verdachte, en die anderen telkens wisten dat het - onmiddellijk of middellijk - van misdrijf afkomstige voorwerpen betrof;

feit 4:

hij in de periode van 1 januari 2008 tot en met 30 november 2011 te Noordwijk en Leiden en Lisse, opzettelijk heeft deelgenomen aan een organisatie, welke bestond uit een samenwerkingsverband van haar, verdachte, en een of meer natuurlijke personen en rechtspersonen, te weten [verdachte A] en [verdachte C] en [verdachte D] en Mainstream B.V. en Sizo B.V., welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk het overtreden van

- artikel 3 Opiumwet en artikel 11 tweede en derde en vijfde lid Opiumwet, te weten het in de uitoefening van een beroep of bedrijf telkens opzettelijk telen en verkopen en afleveren en vervoeren van (grote) hoeveelheden hennep(planten) en hasjiesj (een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd), zijnde telkens middelen bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II.

4. De strafbaarheid van de feiten

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

5. De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6. De strafoplegging

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat aan verdachte ter zake van het onder de feiten 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde een gevangenisstraf wordt opgelegd voor de duur van 12 maanden, met aftrek van de tijd door verdachte in voorarrest doorgebracht.

6.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht dat de rechtbank met de navolgende omstandigheden rekening zal houden bij het bepalen van de eventuele strafmaat. Ten eerste is de voorlopige hechtenis van verdachte op 23 maart 2012 geschorst onder de voorwaarde van elektronisch toezicht, welke voorwaarde tot 8 juni 2012 van kracht is geweest. Gezien het vrijheidsbenemende karakter van het elektronisch toezicht heeft de verdediging verzocht hier rekening mee te houden. Voorts zou uit de reclasseringsrapportage en de stukken omtrent de psychische gesteldheid van verdachte die de verdediging aan het dossier heeft toegevoegd, blijken dat het verblijf van verdachte in de penitentiaire inrichting schadelijk voor hem was. Ten slotte heeft de verdediging aangevoerd dat het strafblad van verdachte vanwege beperkte relevantie (vrijspraak, andere feiten of ouderdom) niet van invloed kan zijn op de eventueel op te leggen straf.

6.3 Het oordeel van de rechtbank

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte heeft zich in de periode van 5 oktober 2010 tot en met 24 oktober 2011 schuldig gemaakt aan het medeplegen van hennepteelt in hennepkwekerijen in Noordwijkerhout, Den Haag en Lisse en het medeplegen van diefstal van elektriciteit ten behoeve van deze hennepteelt. De hennep was bestemd voor de coffeeshops van verdachten [verdachte A] en [verdachte C] . Verdachte was een belangrijke leverancier van deze coffeeshops en nam in die hoedanigheid deel aan een criminele organisatie. Hennep bevat de voor de volksgezondheid schadelijke stof THC en is daarom door de wetgever op de bij de Opiumwet behorende lijst II geplaatst. Ten nadele van verdachte houdt de rechtbank er rekening mee dat verdachte een centrale en organiserende rol vervulde in de totstandkoming en bedrijfsvoering van de hennepkwekerijen. Daarnaast heeft verdachte (onder meer) de met deze illegale handel verdiende gelden witgewassen gedurende de periode van 1 januari 2003 tot en met 24 oktober 2011. Witwassen is een ernstig delict omdat het de integriteit van het financiële en economische verkeer aantast en daarmee de legale economie bedreigt. Geld dat wordt verdiend door het plegen van strafbare feiten en via witwassen als vermeend legaal geld kan worden aangewend in investeringen in de reguliere economie, heeft een ontwrichtende werking. Verdachte heeft van dit witwassen feitelijk een levensstijl gemaakt en heeft zich bij zijn handelen kennelijk slechts laten leiden door eigen financieel gewin zonder enig oog te hebben voor de schadelijke gevolgen hiervan voor de samenleving.

De rechtbank heeft acht geslagen op het Uittreksel Justitiële Documentatie van 9 mei 2012 betreffende verdachte, waaruit blijkt dat hij in 2006 eerder is veroordeeld voor strafbare feiten, hoewel deze geen betrekking hadden op drugsgerelateerde delicten.

Daarnaast heeft de rechtbank kennisgenomen van het reclasseringsadvies van 20 januari 2012, waarin de rapporteur meldt dat verdachte heeft verteld dat hij vanwege psychiatrische problemen contact heeft met een psychiater en psycholoog van De Waag. De rapporteur onthoudt zich van advies omdat verdachte zich beroept op zijn zwijgrecht.

Psycholoog drs. C.M. van Tuyll van Serooskerken en psychiater dr. J. de Jong bevestigen bij brief van 16 november 2011 dat verdachte onder behandeling is bij De Waag en dat zij deze behandeling nodig achten.

Ter onderbouwing van het schorsingsverzoek van 14 maart 2012 heeft de raadsman een brief van psycholoog drs. M.I.J. Muizer en psychiater dr. J. de Jong van 10 februari 2012 aan het dossier toegevoegd. In deze brief schrijven deze psycholoog en psychiater dat verdachte zijn detentie als zeer zwaar ervaart en dat de psychische klachten van verdachte sinds zijn detentie in ernst aanmerkelijk zijn toegenomen. Het zou daarom in het belang van verdachte zijn dat hij zijn behandeling op de polikliniek kan vervolgen.

Hoewel de rechtbank ervan uitgaat dat verdachte het inderdaad zwaar heeft gehad gedurende zijn detentie, ziet de rechtbank hierin geen levensbedreigende, moeilijk te beheersen crisissituatie waardoor verdachte detentieongeschikt zou zijn.

Gelet op wat in soortgelijke zaken pleegt te worden opgelegd, de omstandigheid dat verdachte bij meerdere hennepkwekerijen een aansturende rol heeft vervuld, en zich waar het de hennepkwekerij aan de Wagendwarsstraat te Lisse aangaat hardleers heeft betoond, door deze na ontdekking en ontmanteling binnen korte tijd opnieuw op te bouwen, alsmede het langdurig en op grote schaal witwassen van grote bedragen en de omstandigheid dat verdachte gedurende het onderzoek geen blijk heeft gegeven van inzicht in de strafwaardigheid van zijn handelen, is de rechtbank van oordeel dat de oplegging van een aanzienlijke - hogere dan door de officier van justitie gevorderde - vrijheidsstraf passend en geboden is. De rechtbank ziet, gelet op de ernst van de feiten, geen aanleiding om een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen.

7. De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen:

- 47, 57, 63, 140, 311 en 420ter van het Wetboek van Strafrecht;

- 3, 11 van de Opiumwet, en de daarbij behorende lijst II.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

8. De beslissing

De rechtbank,

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de bij gewijzigde dagvaarding onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde feiten heeft begaan en dat het bewezen verklaarde uitmaakt:

ten aanzien van feit 1 (Noordwijkerhout):

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, terwijl het feit betrekking heeft op een grote hoeveelheid van een middel, en

(Den Haag, Lisse):

medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;

ten aanzien van feit 2:

diefstal door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd;

ten aanzien van feit 3:

medeplegen van gewoontewitwassen;

ten aanzien van feit 4:

het deelnemen aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van misdrijven;

verklaart het bewezen verklaarde en de verdachte deswege strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 15 (VIJFTIEN) MAANDEN;

bepaalt dat de tijd, door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Dit vonnis is gewezen door

mr. E. Rabbie, voorzitter,

mrs J.A. van Dorp en M.L. Harmsen, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. K.N. Schuurmans-van Erkel, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 21 december 2012.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Waar wordt verwezen naar dossierpagina's, betreft dit de pagina's van het proces-verbaal met de naam 169BORIUM van de regiopolitie Hollands Midden, met bijlagen.

Dit proces-verbaal is onderverdeeld in zaakdossiers ZD 1 t/m ZD 23, locatiedossiers A t/m AL, verdachtendossiers V-01 t/m V40, een getuigendossier en ambtshandelingen 1 t/m 189.

2 ZD 21, proces-verbaal van observatie, blz. 150.

3 Locatiedossier G, proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming, blz. 81-82 en proces-verbaal bevindingen, blz. 83-85.

4 Locatiedossier G, proces-verbaal van bevindingen (forensische opsporing) van 14 juli 2011 (niet doorgenummerd).

5 ZD 9, proces-verbaal van eerste verhoor verdachte [verdachte A] , blz. 16.

6 OVC gespreksnummer 272395643, o.m. opgenomen in ZD 22, blz. 72.

7 Proces-verbaal bevindingen roepnaam Marim, o.m. opgenomen in ZD5, blz. 190-191.

8 ZD 23, Proces-verbaal van bevindingen, nummer 1010151400.AMB, blz. 18.

9 Proces-verbaal bevindingen roepnaam Marim, o.m. opgenomen in ZD5, blz. 190-191

10 Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 3 december 2012.

11 ZD 5, OBS 057.X-2010, blz. 18-19; OBS 057.Y-2010, blz. 26-27; OBS 057.AS-2010, blz. 34; OBS 002.BB-2011, blz. 72+76.

12 ZD 5, OBS 057.X-2010, blz. 19.

13 ZD 5, OBS 057.Y-2010, blz. 26-27; OBS 057.AS-2010, blz. 34.

14 ZD 10, proces-verbaal van bevindingen, blz. 31-32.

15 ZD 5, OBS 002.BC-2011, blz. 76.

16 ZD 4, process-verbaal van bevindingen, FO-VM-159-2011, blz. 37-40.

17 ZD 5, proces-verbaal van bevindingen bakengegevens 20-XF-SN, blz. 37.

18 ZD 5, proces-verbaal, nummer 201010827, blz. 66.

19 ZD 5, proces-verbaal bevindingen, AMB201110271317, blz. 78-79.

20 ZD 5, proces-verbaal van bevindingen, blz. 143-147.

21 ZD 5, proces-verbaal van verhoor verdachte, nummer 1110281100, blz. 106-107.

22 Proces-verbaal getuigenverhoor rechter-commissaris, nrs. 9, 13 en 14.

23 Proces-verbaal getuigenverhoor rechter-commissaris, nr. 13.

24 ZD 7, OBS 057.G-2010, blz. 17.

25 ZD 13, proces-verbaal van bevindingen blz. 55 en proces-verbaal van bevindingen blz. 110.

26 ZD 7, proces-verbaal van vaststellen identiteit/stemherkenning, blz. 30-31.

27 ZD 7, proces-verbaal van verhoor verdachte, blz. 168.

28 ZD 7, OBS 057.AA-2010, blz. 25.

29 ZD 7, OBS 057.AR-2010, blz. 28.

30 ZD 7, Proces-verbaal van getuigenverhoor L. Verhagen, blz. 61 en blz. 70.

31 ZD 7, OBS 057.AC-2010, blz. 50-51.

32 AH 90 + AH 96.

33 ZD 7, gespreksnummer 271874412, blz. 45.

34 ZD 7, Proces-verbaal van bevindingen, 201009281203, blz. 83.

35 ZD 7, Proces-verbaal bevindingen aantreffen hennepkwekerij, blz. 93-99 en proces-verbaal bevindingen Bureau Forensische Opsporing, blz. 100-101.

36 ZD 7, een geschrift inhoudende rapportage diefstal energie, blz. 124-125.

37 ZD 7, Proces-verbaal sporenonderzoek, blz. 102-106 en proces-verbaal van bevindingen, blz. 107.

38 ZD 7, Proces-verbaal van bevindingen bakengegevens, blz. 85.

39 ZD 7, gespreksnummers 271936181, 271936185, 27938360, 271938361, 271938362, 271938363, blz. 118-122.

40 ZD 7, Proces-verbaal verhoor verdachte [verdachte G], blz. 238-239.

41 ZD 7, Proces-verbaal verhoor verdachte [verdachte G], blz. 233.

42 ZD 7, Proces-verbaal verhoor verdachte [verdachte G], blz. 230-231.

43 ZD 7, Proces-verbaal verhoor verdachte [verdachte G], blz. 236.

44 ZD 7, Proces-verbaal verhoor verdachte [verdachte G], blz. 230.

45 ZD 7, Proces-verbaal verhoor verdachte [Y], blz. 260-262.

46 ZD 7, Proces-verbaal verhoor verdachte [Y], blz. 272 en 275.

47 ZD 7, Proces-verbaal verhoor verdachte [Y], blz. 274.

48 ZD 7, Proces-verbaal verhoor verdachte [Y], blz. 276.

49 ZD 7, Proces-verbaal verhoor verdachte [Y], blz. 276.

50 ZD 7, Proces-verbaal verhoor verdachte [Y], blz. 286.

51 Proces-verbaal getuigenverhoor rechter-commissaris, nrs. 5, 9-12 en 20.

52 ZD 13, OBS 57.B-2010; OBS 057.F-2010; OBS 057.G-2010; OBS 057.J-2010; OBS 057.K-2010; OBS 057.M-2010; OBS 057.V-2010; OBS 057.W-2010, blz. 12-44.

53 ZD 13, OBS 057.G-2010, blz.20.

54 ZD 13, OBS 057.K-2010, blz. 31.

55 ZD 13, OBS 057.M-2010, blz. 34

56 ZD 13, Proces-verbaal bevindingen camerabeelden Wagendwarsstraat 8 te Lisse, blz. 46.

57 ZD 13, proces-verbaal van verhoor verdachte [N], blz. 90 + 101.

58 ZD 13, Proces-verbaal van bevindingen, blz. 48.

59 ZD 13, Proces-verbaal aantreffen kwekerij Wagendwarsstraat 8 Lisse, blz. 55-57, en proces-verbaal van bevindingen, blz. 58.

60 ZD 13, een geschrift inhoudende aangifte Liander, blz. 64.

61 ZD 13, een geschrift inhoudende aangifte Liander, blz. 73.

62 ZD 13, een geschrift inhoudend aangifte Liander, blz. 64.

63 ZD 13, proces-verbaal van verhoor [N], blz. 94-97.

64 ZD 13, proces-verbaal van bevindingen, blz. 104-109.

65 ZD 13, proces-verbaal aantreffen kwekerij Wagendwarsstraat 8 Lisse, blz. 110-111, en proces-verbaal van bevindingen, blz. 112.

66 ZD 13, een geschrift inhoudende aangifte Liander, blz. 140.

67 ZD 13, een geschrift inhoudende aangifte Liander, blz. 153.

68 ZD 13, een geschrift inhoudend aangifte Liander, blz. 140.

69 ZD 13, proces-verbaal van verhoor [N], blz. 118.

70 ZD 13, proces-verbaal van verhoor [N], blz. 121-123.

71 Proces-verbaal tbv de voorgeleiding rechter-commissaris, bijlage 18, gespreksnummer 272593156.

72 ZD 23, proces-verbaal van bevindingen, blz. 10-12.

73 ZD 23, een geschrift, zijn de een koopakte bedrijfs-onroerend goed, blz. 93-99.

74 ZD 23, proces-verbaal verhoor van getuige [Z], blz. 74.

75 ZD 23, proces-verbaal van bevindingen, blz. 18.

76 ZD 23, proces-verbaal verhoor van getuige [Z] met bijlagen, blz. 72-82.

77 ZD 23, proces-verbaal van bevindingen blz. 111-124.

78 ZD 23, proces-verbaal verhoor getuige [getuige 5] , blz. 125-128.

79 ZD 23, proces-verbaal van bevindingen [getuige 5] , blz. 137.

80 ZD 23, proces-verbaal verhoor getuige [getuige 6] , blz. 142.

81 ZD 23, proces-verbaal verhoor getuige [getuige 5] , blz. 126.

82 ZD 23, een geschrift, zijnde een factuur van Bouwbedrijf [naam] aan verdachte, blz. 133.

83 Zie voetnoot 91.

84 ZD 23, geschriften, zijnde twee facturen van Homma Elektrotechniek b.v. aan verdachte, blz. 150 en 151.

85 ZD 23, proces-verbaal bevindingen, blz. 148-149.

86 ZD 23, proces-verbaal getuigenverhoor [getuige 7], blz. 152.

87 ZD 23, geschriften, zijnde drie facturen van Quadcentrum [naam] aan [M], blz. 157-159.

88 ZD 23, proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 8] , blz. 155-156.

89 ZD 23, proces-verbaal bevindingen met als bijlage drie facturen van [naam] . aan verdachte, blz. 160-164.

90 ZD 23, proces-verbaal getuigenverhoor [getuige 9], blz. 165.

91 ZD 23, proces-verbaal bevindingen, blz. 160.

92 ZD 23, proces-verbaal bevindingen, blz. 168, proces-verbaal verhoor getuige [getuige 10], blz. 169.

93 ZD 23, een geschrift, te weten een factuur van 8 september 2009, blz. 175.

94 ZD 23, proces-verbaal uitlopen aanschaf tractor, blz. 171-172.

95 ZD 23, proces-verbaal van bevindingen contante stortingen, p.176-177.

96 Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 3 december 2012.

97 Bijlage 4, proces-verbaal verhoor verdachte [P] d.d. 23 mei 2012, blz. 8 en 11.

98 ZD 6, blz. 12 (Sizo B.V.) en ZD 8, blz. 10 (Mainstream B.V.), geschriften zijnde uittreksels uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel voor Den Haag.

99 ZD 6, proces-verbaal van bevindingen aandeelhoudersbelangen, blz. 13-14.

100 ZD 19, proces-verbaal, nummer PL1609/RF10-90176, blz. 8-10.

101 ZD 22, OVC-gesprek 272306134, blz. 70.

102 ZD 22, OVC-gesprek 272428304, blz. 75.

103 ZD 22, OVC-gesprek 272428304, blz. 146 en 147.

104 ZD 7, proces-verbaal van verhoor verdachtr F [verdachte F], blz. 198, en proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte G], blz. 232.