Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2012:BY6966

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
04-12-2012
Datum publicatie
20-12-2012
Zaaknummer
AWB 11/37993
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:RVS:2014:169, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Intrekking. Bewijslast verweerder. Taalanalyse. Identiteit anoniem gebleven tegendeskundige.

De bewijslast dat eiser niet uit Afgooye, Zuid-Soedan, afkomstig is ligt bij verweerder. Verweerder is niet in dit bewijs geslaagd, nu taalanalyse en contra-taalanalyse beide zorgvuldig zijn uitgevoerd en de rapportages beide inzichtelijk zijn. Reden voor afwijking van dit oordeel kan zijn dat het niet mogelijk blijft de deskundigheid en professionele onafhankelijkheid van de contra-expert te beoordelen aan de hand van de door de Taalstudio over hem verschafte gegevens. Uit het oogpunt van finale geschilbeslechting en derhalve zonder voorbehoud oordeelt de rechtbank voor een eventueel nieuw intrekkingsbesluit, dat het voor risico van de vreemdeling komt indien de Taalstudio desgevraagd niet binnen een redelijke termijn de identiteit van de contra-expert vertrouwelijk aan verweerder bekend maakt, tenzij de Taalstudio die vertrouwelijkheid op goede gronden onvoldoende gewaarborgd acht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Nevenzittingsplaats Dordrecht

Sector Bestuursrecht

Vreemdelingenkamer

procedurenummer: AWB 11/37993, V-nummer: [nummer],

uitspraak van de enkelvoudige kamer

in het geding tussen

[naam], eiser,

gemachtigde: mr. J. de Jong, advocaat te Gorinchem,

en

de Minister voor Immigratie en Asiel, thans de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder,

gemachtigde: mr. P.P. Zweedijk, ambtenaar bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst.

1. Ontstaan en loop van het geding

Verweerder heeft bij besluit van 4 november 2011 de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd asiel van eiser ingetrokken, met terugwerkende kracht tot aan de ingangsdatum.

Tegen dit besluit heeft eiser bij faxbericht van 23 november 2011 beroep ingesteld.

De zaak is op 23 juli 2012 ter zitting van een enkelvoudige kamer behandeld.

Eiser is ter zitting verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde.

Verweerder is verschenen bij gemachtigde.

Voorts is ter zitting verschenen A. Yahye, tolk.

De rechtbank heeft bij beslissing van 25 juli 2012 het onderzoek heropend. Naar aanleiding hiervan hebben partijen gereageerd per faxbericht van 3 augustus 2012 (verweerder), 30 augustus 2012 (eiser) en 4 september 2012 (eiser). Mede gelet op de daartoe door partijen gegeven toestemming heeft de rechtbank aanleiding gezien een nadere zitting achterwege te laten en het onderzoek gesloten.

2. Overwegingen

2.1. Het wettelijk kader

Ingevolge artikel 28, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (hierna: Vw 2000) is Onze Minister bevoegd de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd in te willigen, af te wijzen dan wel niet in behandeling te nemen.

Ingevolge artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, van de Vw 2000 kan een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 worden verleend aan de vreemdeling voor wie terugkeer naar het land van herkomst naar het oordeel van Onze Minister van bijzondere hardheid zou zijn in verband met de algehele situatie aldaar.

Ingevolge artikel 32, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw 2000 kan de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 worden ingetrokken dan wel de aanvraag voor verlenging van de geldigheidsduur ervan kan worden afgewezen indien de vreemdeling onjuiste gegevens heeft verstrekt dan wel gegevens heeft achtergehouden terwijl die gegevens tot afwijzing van de oorspronkelijke aanvraag tot het verlenen of verlengen zouden hebben geleid.

2.2. Het bestreden besluit

In het bestreden besluit heeft verweerder eisers verblijfsvergunning om asiel voor bepaalde tijd ingetrokken, met terugwerkende kracht tot aan de ingangsdatum van 15 september 2006 op grond van de taalanalyse van Verified van 7 december 2009, waaruit is gebleken dat eiser eenduidig niet tot een spraakgemeenschap in Zuid-Somalië te herleiden is. De door eiser ingebrachte contra-expertise heeft verweerder voorgelegd aan Bureau Land en Taal (hierna: BLT) en de conclusies integraal overgenomen. Eiser wordt niet gevolgd in de stelling dat hij uit Afgooye, Zuid-Somalië afkomstig is. Naar de opvatting van verweerder, volgens de in het bestreden besluit integraal overgenomen "Reactie op contra-expertise (anoniem)" van 3 oktober 2011 van BLT, kan de contra-expertise niet worden gevolgd op drie inhoudelijke hoofdpunten. Als vierde hoofdpunt komt daar bij dat BLT wordt belemmerd in het beoordelen van de specifieke deskundigheid van de contra-expert, omdat De Taalstudio weigert de identiteit van de contra-expert (vertrouwelijk) bekend te maken. Verder zijn volgens verweerder de overgelegde documenten, waaruit zou blijken dat eiser uit Zuid-Somalië afkomstig is, niet tot eiser te herleiden.

2.3. De gronden van beroep

Eiser heeft tegen het bestreden besluit aangevoerd dat uit de contra-expertise blijkt dat eiser uit Zuid-Somalië afkomstig is. Verweerder heeft de contra-expertise voorgelegd aan BLT en de reactie van BLT aan de intrekking ten grondslag gelegd, zonder deze eerst aan eiser voor te leggen. Het bezwaar van BLT is dat de contra-expert anoniem wenst te blijven. Eiser ziet niet de relevantie van het ontbreken van de naam voor het weerleggen van een conclusie. De contra-expert heeft een inhoudelijke reactie gezonden, waarin wordt aangegeven op welke onderdelen de taalanalyse niet juist is. De contra-expert handhaaft, gemotiveerd, de conclusie dat de herkomst van eiser te herleiden is tot een spraakgemeenschap in Zuid-Somalië. Voorts heeft de Taalstudio een reactie ingezonden en concluderend gesteld dat de contra-expertise voldoet aan de eisen uit jurisprudentie en wetenschap.

2.4. Het oordeel van de rechtbank

2.4.1. Indien verweerder een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd intrekt op grond van artikel 32, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw 2000, ligt het op de weg van verweerder aannemelijk te maken dat zich die intrekkingsgrond voordoet. Als door verweerder aan deze bewijslast is voldaan, is het vervolgens aan de vreemdeling om het door verweerder geleverde bewijs te weerleggen.

2.4.2. Verweerder heeft aan de intrekking van eisers verblijfsvergunning om asiel voor bepaalde tijd de taalanalyse van Verified van 7 december 2009 ten grondslag gelegd. Daarin is geconcludeerd dat eiser in tegenstelling tot zijn verklaring dat hij afkomstig is uit Afgooye, Zuid-Somalie, "definitely not" afkomstig is uit Zuid-Somalië en "definitely" uit Noord-Somalië.

Eiser heeft een contra-expertise van de Taalstudio van 20 mei 2011 ingebracht, waarin wordt geconcludeerd dat eiser "most possible socialized [was] in South Somalia and quite likely in Afgooye".

Hierop heeft BLT op 3 oktober 2011 in een reactie gemotiveerd weergegeven dat de contra-expertise geen afbreuk doet aan de conclusie van de taalanalyse. Bij dit schrijven is een nadere analyse gevoegd van 12 september 2011, waarin is geconcludeerd dat eiser eenduidig niet uit Zuid-Somalië afkomstig is.

Eiser heeft deze nadere analyse voorgelegd aan de Taalstudio. Deze heeft gereageerd op 22 maart 2012 en gemotiveerd dat de contra-expertise een concreet aanknopingspunt is om te twijfelen aan de taalanalyse. Tevens is bij dit schrijven de nadere contra-analyse van de contra-expert gevoegd, die de conclusie in de contra-expertise handhaaft en herformuleert "it is fore sure that the applicant was socialized in South Somalia and most possibly in Afgooye".

2.4.3. Naar het oordeel van de rechtbank zijn de taalanalyse van 7 december 2009 en de contra-expertise van 20 mei 2011 op grond van de thans beschikbare informatie naar wijze van totstandkoming zorgvuldig en naar inhoud inzichtelijk. Beide bevatten voorbeelden van uitspraak, woordkeuze en grammatica van eiser en deze worden gerelateerd aan het door eiser gestelde taalgebied als ook aan het door de analist gestelde taalgebied. Verder bevatten de taalanalyses een toelichting en een gefundeerde conclusie. Aan dit oordeel kunnen de reactie met nadere analyse van BLT van 3 oktober 2011 en de reactie met nadere contra-analyse van de Taalstudio van 22 maart 2012 in beginsel niet toe of af doen, nu deze zijn gebaseerd op hetzelfde onderzoeksmateriaal als waarop de analyse van 7 december 2009 en de contra-analyse van 20 mei 2011 zijn gebaseerd en de deskundigen gemotiveerd bij het eerder ingenomen standpunt blijven. Gelet daarop is verweerder er niet in geslaagd aannemelijk te maken dat eiser niet afkomstig is uit Afgooye, Zuid-Somalië.

2.4.4. Een reden om af te wijken van dit oordeel kan gelegen zijn in de omstandigheid dat het niet mogelijk is de deskundigheid en professionele onafhankelijkheid van de contra-expert beoordelen aan de hand van de door de Taalstudio over hem verschafte gegevens omdat deze niet controleerbaar zijn. De rechtbank volgt verweerder evenwel niet in zijn standpunt dat die situatie van oncontroleerbaarheid zich in dit geval voordoet. Ook na heropening heeft verweerder niet aannemelijk gemaakt dat hij dan wel BLT specifiek voor deze zaak hebben gevraagd om (vertrouwelijke) bekendmaking van de identiteit van de contra-expert. Van belang daarbij is dat de Taalstudio in de door verweerder overgelegde correspondentie, daterend van voor de datum van de onderhavige contra-expertise, uitdrukkelijk slechts een voorlopig standpunt heeft ingenomen. Gelet daarop heeft verweerder niet gedaan wat nodig is om te kunnen komen tot een deugdelijk deskundigenoordeel over de contra-ananalyse. Het bestreden besluit is in die zin onvoldoende zorgvuldig voorbereid.

2.4.5. Het beroep is om vorenstaande redenen gegrond. Het bestreden besluit komt in aanmerking voor vernietiging wegens strijd met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Awb.

Uit het oogpunt van finale geschilbeslechting en derhalve zonder voorbehoud overweegt de rechtbank verder als volgt.

2.4.6. Voor het eventueel nieuw te nemen besluit tot intrekking is het aan verweerder een verzoek te richten tot de Taalstudio de identiteit van deze contra-expert op voorwaarde van vertrouwelijkheid bekend te maken aan verweerder (BLT). Onder bekendmaking van de identiteit van de contra-expert wordt in dit verband tevens verstaan het verstrekken van voldoende gegevens om met de contra-expert in contact te kunnen treden. Indien de Taalstudio deze identiteit niet binnen een redelijke termijn bekend maakt komt dit voor risico van de vreemdeling, tenzij dit zijn reden vindt in het deugdelijk gemotiveerde standpunt van de Taalstudio dat verweerder en/of BLT onvoldoende garantie bieden voor het behoud van de vertrouwelijkheid van de identiteit van de contra-expert. Onder een redelijke termijn moet in beginsel, mede afhankelijk van de reactiesnelheid van verweerder, een termijn van vier weken worden verstaan. Aan het voorgaande kan niet afdoen de bereidheid van de Taalstudio de identiteit van de contra-expert aan de rechtbank bekend te maken, als verwoord in de brief van de Taalstudio aan de gemachtigde van eiser van 3 september 2012. Dit is reeds het geval omdat de Taalstudio blijkens deze brief overeenstemming met verweerder over de voorwaarden voor het vertrouwelijk verstrekken van deze informatie niet uitsluit en, als hiervoor overwogen, die voorwaarden slechts kunnen zien op garanties voor die vertrouwelijkheid.

2.4.7. Indien de Taalstudio de identiteit van de contra-expert bekend heeft gemaakt is het aan verweerder (BLT) in het nieuw te nemen besluit een gemotiveerd standpunt in te nemen over de vraag of er aanknopingspunten zijn voor twijfel aan de deskundigheid of professionele onafhankelijkheid van de contra-expert. Indien er onvoldoende aanleiding bestaat voor die twijfel en bij gebreke van nieuw bewijsmateriaal, kan verweerder niet in het bewijs slagen dat eiser niet uit Afgooye, Zuid-Somalië afkomstig is. Bepalend daarvoor acht de rechtbank dat verweerder de eerdere verblijfsvergunning heeft verleend, omdat destijds de door eiser gestelde afkomst uit Afgooye, Zuid-Somalië, geloofwaardig is geacht.

2.4.8. Nu het beroep gegrond wordt verklaard ziet de rechtbank aanleiding verweerder met toepassing van artikel 8:75, eerste lid, van de Awb te veroordelen in de kosten die eiser in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De kosten in verband met de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand zijn op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht (hierna: Bpb) vastgesteld op € 874 (1 punt voor de indiening van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 437 en wegingsfactor 1).

Gezien het vorenstaande beslist de rechtbank als volgt.

3. Beslissing

De rechtbank 's-Gravenhage,

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit;

- bepaalt dat verweerder, indien verweerder overgaat tot het nemen van een nieuw besluit, dit met inachtneming van de uitspraak neemt;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten die eiser in verband met de behandeling van dit beroep redelijkerwijs heeft moeten maken, welke kosten worden begroot op:

€ 874,-- ter zake van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, te betalen aan eiser.

Aldus gegeven door mr. W.M.P.M. Weerdesteijn, rechter, en door deze en mr. S. Wierink, griffier, ondertekend.