Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2012:BY5161

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
05-12-2012
Datum publicatie
05-12-2012
Zaaknummer
09/753041-12 en 09/715740-12 (ttz gev)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich samen met zijn mededaders schuldig gemaakt aan een aaneenschakeling van zeer ernstige strafbare feiten. Zij hebben gezamenlijk op klaarlichte dag een zeer brute gewapende overval gepleegd, waarbij veel geweld is gebruikt. Tevens zijn de aanwezigen in de juwelierszaak bedreigd met een vuurwapen. Voorts is er tijdens de vlucht door de drukke binnenstad van Leiden een vuurwapen gericht op verschillende omstanders en is er gericht geschoten op de hen achtervolgende juwelier en de politie.

Diefstal in vereniging met geweld, medeplegen van bedeiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd

medeplegen van poging tot gekwalificeerde doodslag;

medeplegen van poging tot gekwalificeerde doodslag, meermalen gepleegd;

medeplegen van bedeiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd

verklaart het bewezen verklaarde en de verdachte deswege strafbaar;

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 jaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector Strafrecht

Meervoudige strafkamer

Parketnummers 09/753041-12 en 09/715740-12 (ttz gev)

Datum uitspraak: 5 december 2012

Tegenspraak

(Promis)

De rechtbank ’s-Gravenhage heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1990 te [geboorteplaats],

[adres]

thans gedetineerd in [penitentiaire inrichting]

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 25 april 2012, 9 juli 2012, 2 oktober 2012 en 14 november 2012.

Op 21 november 2012 heeft de voorzitter het onderzoek ter terechtzitting gesloten.

Op 5 december 2012 heeft de rechtbank het onderzoek heropend en gesloten.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie

mr. N. Coenen en van hetgeen door de raadsman van verdachte, mr. J.P. Plasman, advocaat te Amsterdam, en door verdachte naar voren is gebracht.

2. De tenlastelegging

Aan verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting - ten laste gelegd dat:

ten aanzien van parketnummer 09/753041-12:

1.

hij op of omstreeks 11 januari 2012 te Leiden ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [eigenaar juwelier, nader te noemen slachtoffer A.] van het leven te beroven met dat opzet met een vuurwapen een (aantal) kogel(s) heeft afgevuurd op of in de richting van die [slachtoffer A.], terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid

welke vorenomschreven poging doodslag werd gevolgd, vergezeld en/of voorafgegaan van enig strafbaar feit, te weten een afpersing/diefstal met geweld en welke poging doodslag werd gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of aan de andere deelnemer(s) straffeloosheid en/of het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren;

art 287 Wetboek van Strafrecht

art 288 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 11 januari 2012 te Leiden ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [verbalisant A.] van het leven te beroven met dat opzet met een vuurwapen een (aantal) kogel(s) heeft afgevuurd op of in de richting van die [verbalisant A.], terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid

welke vorenomschreven poging doodslag werd gevolgd, vergezeld en/of voorafgegaan van enig strafbaar feit, te weten een afpersing/diefstal met geweld en welke poging doodslag werd gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of aan de andere deelnemer(s) straffeloosheid en/of het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren;

art 287 Wetboek van Strafrecht

art 288 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op of omstreeks 11 januari 2012 te Leiden ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [verbalisant B.] van het leven te beroven met dat opzet met een vuurwapen een (aantal) kogel(s) heeft afgevuurd op of in de richting van die [verbalisant B.], terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid

welke vorenomschreven poging doodslag werd gevolgd, vergezeld en/of voorafgegaan van enig strafbaar feit, te weten een afpersing/diefstal met geweld en welke poging doodslag werd gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of aan de andere deelnemer(s) straffeloosheid en/of het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren;

art 287 Wetboek van Strafrecht

art 288 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

4.

hij op of omstreeks 11 januari 2012 te Leiden tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een grote hoeveelheid sieraden en/of horloges, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer A.] en/of juwelier Has-Gold, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer A.] en/of een of meer klanten van die juwelier ([klant 1] en/of [klant 2] en/of [klant 3]) en/of personeel van die juwelier, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het inslaan van de aanwezige vitrines met hamer(s) en/of het richten van een vuurwapen op die [slachtoffer A.] en/of personeel van die juwelier en/of klanten van die juwelier ([klant 1] en/of [klant 2] en/of [klant 3]);

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

ten aanzien van parketnummer 09/715740-12:

1.

hij op of omstreeks 11 januari 2012 te Leiden, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, [klant 1] en/of [klant 2] en/of [klant 3] heeft/hebben bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) opzettelijk dreigend een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, aan die [klant 1] en/of [klant 2] en/of [klant 3] getoond en/of voorgehouden en/of (daarmede) in de richting van die [klant 1] en/of [klant 2] en/of [klant 3] gelopen en/of (vervolgens) in de richting van die [klant 1] en/of [klant 2] en/of [klant 3] gehouden/getoond;

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op een of meer tijdstippen op of omstreeks 11 januari 2012 te Leiden, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, [slachtoffer B.] en/of V.W. [slachtoffer C.]heeft/hebben bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) opzettelijk dreigend een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, aan die [slachtoffer B.] en/of [slachtoffer C.]getoond en/of voorgehouden en/of (daarmede) in de richting van die [slachtoffer B.] en/of [slachtoffer C.]gelopen en/of (vervolgens) in de richting van die [slachtoffer B.] en/of [slachtoffer C.]gehouden/gehouden;

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

3. Ontvankelijkheid openbaar ministerie

3.1 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich primair op het standpunt gesteld dat verdachte in feit 1 op dagvaarding met parketnummer 09/715740-12 en in feit 4 op de dagvaarding met parketnummer 09/753041-12, twee keer wordt beschuldigd van hetzelfde feit. Subsidiair heeft de raadsman betoogd dat ten aanzien van deze feiten sprake is van eendaadse samenloop.

3.2 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het openbaar ministerie ten aanzien van feit 1 op de dagvaarding met parketnummer 09/715740-12 niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vervolging van de verdachte wegens schending van het ne bis in idem-beginsel.

3.3 Het oordeel van de rechtbank

Van schending van het in artikel 68 Sr neergelegde verbod van ne bis in idem is geen sprake, reeds omdat geen sprake is van een veroordeling van verdachte terzake één van deze feiten, voorafgaand aan de onderwerpelijke vervolging.

Voorts is de rechtbank is van oordeel dat feit 4 op de dagvaarding met parketnummer 09/753041-12 niet hetzelfde feit is als feit 1 op de dagvaarding met parketnummer 09/715740-12.

Het eerstgenoemde feit betreft -kort gezegd- een diefstal met geweld, gepleegd door twee of meer verenigde personen, waarop een maximum gevangenisstraf van twaalf jaren staat. Het laatstgenoemde feit betreft het medeplegen van een bedreiging tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, waarop een maximum gevangenisstraf van twee jaren staat. Derhalve verschillen niet alleen de rechtsgoederen ter bescherming waarvan de onderscheidene delictsomschrijvingen strekken, maar ook de strafmaxima die op de onderscheiden feiten zijn gesteld. Op grond hiervan is de rechtbank van oordeel dat hier geen sprake is van “hetzelfde feit” (vgl. HR 1 februari 2011, LJN BM9102).

Dat feit 4 op de dagvaarding met parketnummer 09/753041-12 op hetzelfde moment en op dezelfde plaats is gepleegd als feit 1 op de dagvaarding met parketnummer 09/715740-12 doet daar niet aan af. Het wettelijk systeem maakt het mogelijk dat één verrichte handeling meerdere strafbare feiten kan opleveren en dat die feiten cumulatief ten laste worden gelegd.

Het ne bis in idem-beginsel is dan ook niet geschonden, zodat er geen aanleiding is het openbaar ministerie op die grond (partieel) niet-ontvankelijk te verklaren.

4. Bewijsoverwegingen

4.1 Inleiding

Op 11 januari 2012 hebben drie personen een gewapende overval op juwelier Has Gold in het centrum van Leiden gepleegd, waarbij een groot aantal sieraden en horloges is weggenomen. Na de overval, die iets meer dan een minuut heeft geduurd, zijn de daders gevlucht door de binnenstad van Leiden. Tijdens de vlucht zijn meerdere in de winkelstraat aanwezige mensen bedreigd (omdat een vuurwapen op hen is gericht) en is op de juwelier en op de politie geschoten.

In deze zaak is de vraag aan de orde of verdachte één van deze drie personen was.

4.2 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat verdachte de bij parketnummer 09/753041-12 onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde feiten en het bij parketnummer 09/715740-12 onder 2 ten laste gelegde feit heeft begaan.

4.3 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich ten aanzien van het bij dagvaarding met parketnummer 09/753041-12 onder 4 ten laste gelegde feit gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Ten aanzien van het bij dagvaarding met parketnummer 09/753041-12 onder 1 ten laste gelegde feit heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken, nu niet kan worden vastgesteld dat er gericht op de juwelier is geschoten en zodoende niet kan worden bewezen dat het (voorwaardelijk) opzet van verdachte was gericht op de dood van de juwelier.

Ten aanzien van de bij dagvaarding met parketnummer 09/753041-12 onder 2 en 3 ten laste gelegde feiten heeft de raadsman vrijspraak bepleit, nu er geen sprake is van medeplegen wegens het ontbreken van een nauwe en bewuste samenwerking. Voorts heeft hij aangevoerd dat de kans dat beide in de auto aanwezige verbalisanten dodelijk konden worden geraakt als gevolg van één afgevuurde kogel niet aanmerkelijk is. Met andere woorden, de aanmerkelijke kans op de dood van beide verbalisanten afzonderlijk kan niet naast elkaar bestaan. Verder heeft de raadsman betoogd dat de komst van de politieauto niet te voorzien was, dat de andere persoon uit paniek al rennend heeft geschoten en verdachte zich hiervan niet heeft kunnen distantiëren.

4.4 De beoordeling van de tenlastelegging

4.4.1 De overval

Op woensdag 11 januari 2012, omstreeks 11.45 uur, hebben drie personen een overval gepleegd op juwelier Has Gold, gevestigd aan de Haarlemmerstraat 47 te Leiden. Op dat moment waren er meerdere klanten, onder wie [klant 1], [klant 2] en [klant 3], en de eigenaar, zijnde E. [slachtoffer A.], in de winkel aanwezig. De drie daders kwamen binnen gerend. De man die als eerste naar binnen kwam, hierna ook wel genoemd: dader 1, richtte een vuurwapen op de klanten en de eigenaar en riep: “Handen omhoog”. Terwijl de eigenaar door dader 1 onder schot werd gehouden, sloegen de man die als tweede naar binnen kwam, hierna ook wel genoemd: dader 2, en de man die als derde naar binnen kwam, hierna ook wel genoemd: dader 3, de glazen toonbank en vitrines in. Dader 3 riep: “Overval, overval, niet bewegen”. Daders 2 en 3 pakten vervolgens tableaus met een grote hoeveelheid sieraden en horloges en stopten deze in meegebrachte tassen. Daarbij werd een klant door dader 3 aan de kant geduwd. Vervolgens renden de daders de winkel weer uit.

4.4.2 De vlucht

De Haarlemmerstraat: het bedreigen van omstanders

De daders renden weg over de Haarlemmerstraat in de richting van de Kennewegsteeg. Tijdens het wegrennen richtte dader 1 zijn wapen op meerdere omstanders op de Haarlemmerstraat, onder wie [slachtoffer B.], V.W. Kouwenhoven.

De Apothekersdijk: het schot richting de juwelier

De daders renden vervolgens via de Kennewegsteeg naar de Apothekersdijk. Ter hoogte van perceel 18 stond naast een bank op de kade een scooter, merk Honda, geparkeerd. Naast de scooter lag een afdekhoes. De scooter was niet voorzien van een kentekenplaat. Het contactslot was beschadigd en geforceerd, waardoor zonder sleutel het contact kon worden bediend. Er zat echter waarschijnlijk geen spanning in de accu, waardoor de scooter op dat moment niet kon worden gestart.

De juwelier rende direct na de overval achter de daders aan, terwijl hij met zijn mobiele telefoon opnamen maakte. Deze beelden behoren tot het dossier en zijn ter terechtzitting getoond. De rechtbank heeft waargenomen dat op de beelden het volgende is te zien:

- De camera beweegt via de Kennewegsteeg in de richting van de Apothekersdijk.

- Ter hoogte van de kruising van de Kennewegsteeg en de Apothekersdijk staat op de kade een auto geparkeerd.

- Achter deze auto staan drie mannen en een scooter.

- Eén van deze mannen, die net zoals dader 2 is gekleed in een donkerkleurig kledingstuk met lichtkleurige mouwen met een witte streep, komt van achter de geparkeerde auto omhoog, beweegt zijn armen boven het dak van de auto, brengt zijn armen en handen samen en strekt deze in de richting van de camera.

- Op dit moment bevinden de drie mannen zich nog steeds achter de auto en beweegt de camera zich in de richting van de Prinsessekade.

- De gestrekte armen van de eerder beschreven man bewegen mee in de richting van de camera.

- Er is op dat moment een schot te horen en een kleine rookwolk te zien aan het uiteinde van de armen van de beschreven man.

- Eén van de andere mannen rent hierna weg over de Apothekersdijk in de richting van de Stille Rijn.

- Enkele seconden later rennen ook de twee andere mannen weg over de Apothekersdijk in de richting van de Stille Rijn, terwijl de camera hen volgt.

[slachtoffer A.] heeft verklaard dat er op de Apothekersdijk in zijn richting werd geschoten.

Ter hoogte van Apothekersdijk 20 is op de weg een huls van kaliber 9 millimeter aangetroffen.

In een ruit van de woning aan de Apothekersdijk 16 is op ongeveer 1 meter hoogte een gat, vermoedelijk een schotbeschadiging, aangetroffen. Het gat bevindt zich op 12 meter van de Kennewegsteeg in de richting van de Prinsessekade. In een zak mortel in deze woning is een projectiel aangetroffen.

De Apothekersdijk: het schot richting het opvallende surveillancevoertuig

[slachtoffer A.] heeft verklaard dat hij, nadat er een schot was gelost, opnieuw de achtervolging inzette en dat hij op de Apothekersdijk een dader bij zijn kleding te pakken kreeg. Hij gaf deze dader een duw in de richting van het water, waardoor deze een tas met tableaus liet vallen en zelf op de aan de kade afgemeerde sloep terecht kwam. Eén van de andere daders kwam daarop teruglopen en hielp deze omver geduwde dader overeind, waarna zij samen verder vluchtten.

Over de Apothekersdijk kwam een opvallend surveillancevoertuig van de politie Hollands Midden aanrijden, die in de buurt van twee vluchtende mannen tot stilstand kwam. Voordat de verbalisanten in deze auto, zijnde verbalisanten [verbalisant A.] en [verbalisant B.], konden uitstappen, werd door één van de vluchtende mannen met een revolver op deze auto geschoten. De verbalisanten werden geraakt door rondvliegend glas en besloten vervolgens snel weg te rijden. Bij onderzoek aan deze auto werd in de voorruit, ter hoogte van de linker raamstijl, een beschadiging aangetroffen. Tussen het glas van de voorruit en de raamstijl werden fragmenten van een projectiel aangetroffen. De ruit van het rechtervoorportier was vernield.

Uit het sporenonderzoek is gebleken dat er op een afstand van ten hoogste 4,25 meter op het surveillancevoertuig is geschoten.

Damesmodezaak Sandwich, gevestigd aan de Nieuwe Rijn

De bedrijfsleidster van damesmodezaak Sandwich heeft verklaard dat er op 11 januari 2012, omstreeks 12.00 uur, twee mannen van buitenlandse afkomst in de winkel waren geweest die zich opvallend gedroegen. Eén van de mannen droeg een capuchon met een lichtbruine bontkraag, de andere man een zwarte muts met een grijze rand. Eén van de mannen kocht een sjaal in de winkel. Nadat de mannen de winkel hadden verlaten bleek dat deze mannen kleding in de winkel hadden achtergelaten.

Aanhouding verdachte in bijouteriewinkel Six, gevestigd in de Hoogstraat

Een marktverkoper op de Visbrug heeft gezien dat twee mannen uit de richting van de Nieuwe Rijn kwamen lopen. Zij gedroegen zich opvallend. Hun monden waren deels met sjaals bedekt. Hij zag dat één van de mannen bijouteriewinkel Six naar binnen ging en niet meer naar buiten kwam. Deze man is door de politie aangehouden.

De politie heeft verdachte in deze winkel aangehouden. Ten tijde van zijn aanhouding had hij een verwonding aan zijn rechterhand.

In de bijouteriewinkel Six is verborgen achter een aantal haarbanden een pistool aangetroffen. Op 11 januari 2012 omstreeks 15.00 uur heeft getuige [getuige F.] in de bijouteriewinkel Six een portemonnee gekocht. Toen zij thuis de portemonnee opende bleken er 2 patronen in te liggen.

4.4.3 Vergelijking van de beelden met aangetroffen kleding en het uiterlijk van verdachte

Op basis van de beelden van de beveiligingscamera van juwelier Has Gold is het volgende signalement van dader 2 te geven:

- Marokkaans(e) nationaliteit/type;

- Man;

- Zeer licht getinte huidskleur;

- Donkere wenkbrauwen;

- Leeftijd 22 á 23 jaar;

- Lengte 1.65 á 1.70 meter;

- Normaal postuur;

- Zwarte/grijze handschoenen;

- Zwarte/grijze muts;

- Zwarte jas met grijze mouwen en zwarte strepen op de mouwen;

- Zwarte broek met twee lichte strepen aan de zijkant;

- Schoenen meerkleurig.

Uit een vergelijking van de beelden van de overval met de in dameswinkel Sandwich aangetroffen kleding volgt dat de aangetroffen kleding qua merk, type, kleur en materiaalverwerking overeen komt met de kleding die dader 2 draagt tijdens de overval. Tot slot heeft verdachte, net als dader 2, een zeer licht getinte huid en donkere wenkbrauwen.

4.4.4 De forensische bevindingen over de aangetroffen goederen

Juwelier Has Gold

In één van de vitrines van de toonbank van juwelier Has Gold is een klauwhamer aangetroffen. Het Nederlands Forensisch Instituut (hierna: het NFI) heeft op het handvat van deze klauwhamer biologische contactsporen aangetroffen. DNA-onderzoek heeft uitgewezen dat het DNA-profiel van deze biologische contactsporen matcht met dat van verdachte. De kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen persoon matcht met het aangetroffen profiel is kleiner dan één op één miljard.

De scooter op de Apothekersdijk

Het NFI heeft biologische contactsporen aangetroffen op de binnenzijde van de scooterhoes en op de sleutel van het kettingslot van de op de Apothekersdijk aangetroffen scooter. DNA-onderzoek heeft uitgewezen dat het DNA-profiel van deze biologische contactsporen matcht met dat van verdachte. De kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen persoon matcht met het aangetroffen profiel is kleiner dan één op één miljard.

Damesmodezaak Sandwich

Op de vloer in een paskamer van damesmodezaak Sandwich zijn diverse kledingstukken aangetroffen, onder andere een trainingsjack van het merk Champion en een trainingsjack van het merk Nike. Tevens zijn in de paskamer enkele bloedspatjes aangetroffen. Nabij de ingang van de winkel lagen een paar grijs/zwarte handschoenen en een grijze muts.

Damesmodezaak Sandwich, muts

Het NFI heeft op deze muts biologische contactsporen aangetroffen. DNA-onderzoek heeft uitgewezen dat het DNA-profiel van deze biologische contactsporen matcht met dat van verdachte. De kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen persoon matcht met het aangetroffen profiel is kleiner dan één op één miljard.

Voorts heeft het NFI in de stofmonsters van deze muts circa 40 glasdeeltjes aangetroffen. Het NFI heeft geconcludeerd dat voor meerdere onderzochte glasdeeltjes geldt dat de resultaten van het glasvergelijkend onderzoek “veel waarschijnlijker” dan wel “iets waarschijnlijker” zijn wanneer deze deeltjes afkomstig zijn uit de vernielde vitrineruiten, waartoe het referentieglas heeft behoord, dan wanneer ze afkomstig zijn van een willekeurige andere ruit of glazen voorwerp.

Damesmodezaak Sandwich, handschoenen

Het NFI heeft op evengenoemde handschoenen bloedsporen en biologische contactsporen aangetroffen. DNA-onderzoek heeft uitgewezen dat het DNA-(hoofd)profiel van deze sporen matcht met dat van verdachte. De kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen persoon matcht met het aangetroffen profiel is kleiner dan één op één miljard.

Voorts heeft het schotrestonderzoek een vrijwel zekere relatie aangetoond tussen de bemonsterde delen van deze handschoenen en een schietproces.

Daarnaast heeft het NFI in de stofmonsters van deze handschoenen tientallen glasdeeltjes aangetroffen. Het NFI heeft geconcludeerd dat voor meerdere onderzochte glasdeeltjes geldt dat de resultaten van het glasvergelijkend onderzoek “veel waarschijnlijker” dan wel “iets waarschijnlijker” zijn wanneer deze deeltjes afkomstig zijn uit de vernielde vitrineruiten, waartoe het referentieglas heeft behoord, dan wanneer ze afkomstig zijn van een willekeurige andere ruit of glazen voorwerp.

Damesmodezaak Sandwich, jack Champion

Het NFI heeft op het in het pashokje aangetroffen grijze/zwarte jack van het merk Champion bloedsporen en biologische contactsporen aangetroffen. DNA-onderzoek heeft uitgewezen dat het DNA-mengprofiel van de biologische contactsporen matcht met dat van verdachte en minimaal één andere persoon. De kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen persoon matcht met het DNA-hoofdprofiel, aangetroffen op het rechtermanchet van het jack, is kleiner dan één op één miljard. Verder heeft DNA-onderzoek uitgewezen dat het DNA-profiel van de bloedsporen matcht met dat van verdachte. De kans dat DNA-profiel van een willekeurig gekozen persoon matcht met het aangetroffen DNA-profiel van de bloedsporen is kleiner dan één op één miljard.

Verder heeft het schotrestonderzoek een vrijwel zekere relatie aangetoond tussen de bemonsterde delen van de mouwen van het trainingsjack en een schietproces.

Daarnaast heeft het NFI in de stofmonsters van dit jack vele tientallen glasdeeltjes aangetroffen. Het NFI heeft geconcludeerd dat voor meerdere onderzochte glasdeeltjes geldt dat de resultaten van het glasvergelijkend onderzoek “veel waarschijnlijker” zijn wanneer deze deeltjes afkomstig zijn uit de vernielde vitrineruiten, waartoe het referentieglas heeft behoord, dan wanneer ze afkomstig zijn van een willekeurige andere ruit of glazen voorwerp.

Damesmodezaak Sandwich, jack Nike

Het NFI heeft op het in het pashokje aangetroffen zwarte jack van het merk Nike bloedsporen en biologische contactsporen aangetroffen. DNA-onderzoek heeft uitgewezen dat het DNA-(meng)profiel van deze biologische contactsporen matcht met dat van verdachte en minimaal één andere persoon. De kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen persoon matcht met het DNA-(hoofd)profiel van de biologische contactsporen is kleiner dan één op één miljard. Verder heeft DNA-onderzoek uitgewezen dat het DNA-profiel van deze bloedsporen matcht met dat van verdachte. De kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen persoon matcht met het aangetroffen DNA-profiel van deze bloedsporen is kleiner dan één op één miljard.

Daarnaast heeft het NFI in de stofmonsters van dit jack circa 20 glasdeeltjes aangetroffen. Het NFI heeft geconcludeerd dat voor meerdere onderzochte glasdeeltjes geldt dat de resultaten van het glasvergelijkend onderzoek “veel waarschijnlijker” dan wel “iets waarschijnlijker” zijn wanneer deze deeltjes afkomstig zijn uit de vernielde vitrineruiten, waartoe het referentieglas heeft behoord, dan wanneer ze afkomstig zijn van een willekeurige andere ruit of glazen voorwerp.

Damesmodezaak Sandwich, bloedsporen

DNA-onderzoek heeft uitgewezen dat het DNA-profiel van de in de paskamer aangetroffen bloedsporen matcht met dat van verdachte. De kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen persoon matcht met het aangetroffen profiel is kleiner dan één op één miljard.

Bijouteriewinkel Six

Het in bijouteriewinkel Six aangetroffen pistool betreft een pistool van het merk Walther, kaliber 380 auto. Op de rechterzijde van het pistool (op de slede) is een kleine concentratie bloed aangetroffen. DNA-onderzoek heeft uitgewezen dat het DNA-profiel van dit bloedspoor matcht met dat van verdachte. De kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen persoon matcht met het aangetroffen profiel is kleiner dan één op één miljard.

De in de portemonnee aangetroffen patronen betroffen patronen van kaliber 9 millimeter. Deze patronen konden worden verschoten met het pistool dat in bijouteriewinkel Six is aangetroffen.

Het NFI heeft geconcludeerd dat het zeer veel waarschijnlijker is dat de (hierboven vermelde) huls die ter hoogte van Apothekersdijk 20 op de weg is aangetroffen, is verschoten met het in bijouteriewinkel Six aangetroffen pistool dan dat deze huls is verschoten met een ander vuurwapen van hetzelfde kaliber en met dezelfde systeemkenmerken.

Het NFI heeft voorts geconcludeerd dat het waarschijnlijker is dat het (hierboven vermelde) projectiel dat in de woning aan de Apothekersdijk 16 aangetroffen, is afgevuurd uit de loop van het in bijouteriewinkel Six aangetroffen pistool dan dat deze kogel is afgevuurd uit een andere loop van hetzelfde kaliber en met dezelfde systeemkenmerken.

4.4.5 Schiethanden verdachte

Op 11 januari 2012 zijn bij verdachte zogenoemde schiethanden afgenomen. Het onderzoek heeft een vrijwel zekere relatie aangetoond tussen de stubs van de onderzoeksset schiethanden, waarmee de handen van verdachte zijn bemonsterd en een schietproces.

4.4.6 Oordeel van de rechtbank

Uit bovenstaande bewijsmiddelen blijkt naar het oordeel van de rechtbank genoegzaam dat verdachte de als dader 2 beschreven man is.

De rechtbank overweegt ten aanzien van feit 1 op de dagvaarding met parketnummer 09/753041-12 dat uit de bewijsmiddelen volgt dat verdachte gericht heeft geschoten op juwelier [slachtoffer A.].

Het is een feit van algemene bekendheid dat een in de richting van een persoon afgevuurde kogel deze persoon met dodelijk gevolg kan raken. De kans dat [slachtoffer A.] aan de gevolgen van het schot was komen te overlijden, acht de rechtbank daarom aanmerkelijk.

Het doelbewust en gericht schieten in de richting van het lichaam van een ander is naar zijn uiterlijke verschijningsvorm bovendien zó zeer gericht op een bepaald gevolg, te weten de dood, dat het niet anders kan dan dat verdachte de aanmerkelijke kans op de dood van [slachtoffer A.] heeft aanvaard. Verdachte heeft daarmee minst genomen voorwaardelijk opzet gehad op de dood van [slachtoffer A.].

De rechtbank is dan ook van oordeel dat de poging tot gekwalificeerde doodslag kan worden bewezen.

Ten aanzien van feiten 2 en 3 op de dagvaarding met parketnummer 09/753041-12 stelt de rechtbank allereerst vast dat verdachte hoogstwaarschijnlijk niet de schutter is geweest, nu het aan de orde zijnde schot is gelost met een ander type wapen en munitie dan bij het eerder geloste schot op de juwelier, dat blijkens de bewijsmiddelen wèl door verdachte is gelost.

Met betrekking tot de vraag of verdachte ten aanzien van het schot op het surveillancevoertuig als medepleger kan worden beschouwd stelt de rechtbank vast dat uit bovengenoemde bewijsmiddelen blijkt dat:

- verdachte met twee andere personen een gewapende overval heeft gepleegd,

- dat ten tijde van deze overval één vuurwapen is getoond,

- dat verdachte en zijn twee mededaders na deze overval op de vlucht zijn geslagen,

- dat, terwijl verdachte en zijn twee mededaders zich in elkaars nabijheid bevonden, door verdachte is geschoten op de juwelier die achter hen aankwam,

- dat direct na dit schot eerst één mededader verder is weggerend en dat, enkele seconden hierna, verdachte en de andere mededader verder zijn weggerend,

- en dat vervolgens, terwijl verdachte en die andere mededader zich in elkaars nabijheid bevonden, is geschoten op het surveillancevoertuig dat aan kwam rijden,

- dat verdachte en die andere mededader daarna verder zijn gerend en samen voornoemde kledingwinkel Sandwich zijn ingegaan, waar zij zich van enkele kledingstukken hebben ontdaan en een sjaal hebben aangeschaft.

Kortom, verdachte is vanaf het plegen van de overval tot het lossen van het schot op het surveillancevoertuig bewust samengebleven met in ieder geval één mededader, terwijl hij voorafgaand aan het geloste schot op het surveillancevoertuig, had geschoten op de juwelier die de achtervolging had ingezet. Tijdens deze vlucht was kennelijk veel geoorloofd om maar weg te kunnen komen, zelfs het schieten op de achtervolgende juwelier. De rechtbank neemt tevens in aanmerking dat het verschijnen van een surveillancevoertuig, gezien de omstandigheden, niet als een onverwachte gebeurtenis kan zijn gekomen.

De rechtbank is op grond van het bovenstaande van oordeel dat er ten aanzien van het lossen van het schot op het surveillancevoertuig sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en één van zijn mededaders en daarmee van medeplegen.

Nu er op een afstand van ten hoogste 4,25 meter is geschoten op een surveillancevoertuig waarin zich twee personen bevonden die naast elkaar zaten en op dat moment ook geen kant op konden, heeft, mede gelet op de schietbaan, met betrekking tot beide personen onafhankelijk van elkaar een aanmerkelijke kans bestaan dat zij dodelijk zouden worden geraakt door de kogel. De rechtbank is met de raadsman van oordeel dat, zonder nadere informatie, niet kan worden geconcludeerd dat beide verbalisanten door dit ene schot dodelijk hadden kunnen worden geraakt. Dit doet echter niets af aan het bestaan van een aanmerkelijke kans op de dood voor beide verbalisanten afzonderlijk. Er is sprake van één materieel feitencomplex dat is te ontleden in meerdere strafrechtelijke entiteiten. Daarmee is er naar het oordeel van de rechtbank, anders dan de raadsman heeft betoogd, sprake van meerdaadse samenloop van twee pogingen tot gekwalificeerde doodslag. De rechtbank zal dan ook beide feiten bewezen verklaren.

4.5 De bewezenverklaring

De rechtbank verklaart bewezen dat:

ten aanzien van parketnummer 09/753041-12:

1.

hij op 11 januari 2012 te Leiden ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf tezamen en in vereniging met anderen opzettelijk [slachtoffer A.] van het leven te beroven, met dat opzet met een vuurwapen een kogel heeft afgevuurd in de richting van die [slachtoffer A.], terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,

welke vorenomschreven poging tot doodslag werd voorafgegaan van enig strafbaar feit, te weten een diefstal met geweld en welke poging tot doodslag werd gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en aan de andere deelnemers straffeloosheid en het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren;

2.

hij op 11 januari 2012 te Leiden ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk [verbalisant A.] van het leven te beroven, met dat opzet met een vuurwapen een kogel heeft afgevuurd in de richting van die [verbalisant A.], terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,

welke vorenomschreven poging tot doodslag werd voorafgegaan van enig strafbaar feit, te weten een diefstal met geweld en welke poging tot doodslag werd gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en aan de andere deelnemer straffeloosheid en het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren;

3.

hij op 11 januari 2012 te Leiden ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk [verbalisant B.] van het leven te beroven, met dat opzet met een vuurwapen een kogel heeft afgevuurd in de richting van die [verbalisant B.], terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,

welke vorenomschreven poging tot doodslag werd voorafgegaan van enig strafbaar feit, te weten een diefstal met geweld en welke poging tot doodslag werd gepleegd met het oogmerk om bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en aan de andere deelnemer straffeloosheid en het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren;

4.

hij op 11 januari 2012 te Leiden tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een grote hoeveelheid sieraden en horloges, toebehorende aan [slachtoffer A.] en/of juwelier Has-Gold, welke diefstal werd vergezeld van geweld en bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer A.] en meerdere klanten van die juwelier ([klant 1] en [klant 2] en [klant 3]), gepleegd met het oogmerk om die diefstal gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en aan zijn mededaders hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en welke bedreiging met geweld bestonden uit het inslaan van de aanwezige vitrines met hamers en het richten van een vuurwapen op die [slachtoffer A.] en klanten van die juwelier ([klant 1] en [klant 2] en [klant 3]);

ten aanzien van parketnummer 09/715740-12:

1.

hij op 11 januari 2012 te Leiden tezamen en in vereniging met anderen [klant 1] en [klant 2] en [klant 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft een van zijn mededaders opzettelijk dreigend een vuurwapen aan die [klant 1] en [klant 2] en [klant 3] getoond;

2.

hij op 11 januari 2012 te Leiden tezamen en in vereniging met anderen [slachtoffer B.] en V.W. [slachtoffer C.]heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft een van zijn mededaders opzettelijk dreigend een vuurwapen aan die [slachtoffer B.] en [slachtoffer C.]getoond.

5. De strafbaarheid van de feiten

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

6. De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

7. De strafoplegging

7.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat aan verdachte een gevangenisstraf voor de duur van 12 jaar wordt opgelegd, met aftrek van de tijd die hij reeds in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

7.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de officier van justitie dient te worden gematigd, vanwege de door hem bepleite vrijspraak ten aanzien van meerdere feiten. Voorts heeft de raadsman erop gewezen dat de officier van justitie er ten aanzien van het geloste schot op het surveillancevoertuig geen rekening mee heeft gehouden dat deze feiten één materieel feitencomplex betreffen. Verder heeft de raadsman bepleit dat de omstandigheid dat verdachte niet degene is geweest die het schot op het surveillancevoertuig heeft gelost, in strafmatigende zin dient te worden meegenomen. De raadsman heeft verder aangevoerd dat doorgaans voor een overval met geweld een gevangenisstraf van 4 tot 5 jaar wordt opgelegd. In het voordeel van verdachte dient daarbij te worden meegenomen dat er weliswaar is gedreigd met geweld tegen personen, maar dat tijdens de overval geen geweld is gebruikt tegen de aanwezige personen in de juwelier.

7.3 Het oordeel van de rechtbank

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Hierbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich samen met zijn mededaders schuldig gemaakt aan een aaneenschakeling van zeer ernstige strafbare feiten. Zij hebben gezamenlijk op klaarlichte dag een zeer brute gewapende overval gepleegd, waarbij veel geweld is gebruikt. Tevens zijn de aanwezigen in de juwelierszaak bedreigd met een vuurwapen. Voorts is er tijdens de vlucht door de drukke binnenstad van Leiden een vuurwapen gericht op verschillende omstanders en is er gericht geschoten op de hen achtervolgende juwelier en de politie. In de ogen van verdachte en zijn mededaders was kennelijk alles geoorloofd om maar weg te komen.

Verdachte heeft enkel en alleen oog heeft gehad voor zijn eigen geldelijke gewin en daarbij totaal geen rekening gehouden met de gevolgen van zijn daden voor de betrokken slachtoffers en de samenleving als geheel.

Het is een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers van dergelijke ernstige en gewelddadige strafbare feiten, nog lange tijd lichamelijke en geestelijke klachten kunnen ondervinden. Dat dit in deze zaak ook het geval is, blijkt duidelijk uit de verschillende slachtofferverklaringen die ter terechtzitting zijn voorgelezen.

Ook zorgen dit soort gewelddadige feiten ervoor dat binnen de samenleving het algehele gevoel van onveiligheid wordt versterkt.

Met de op te leggen straf wordt mede beoogd verdachte en ook andere burgers er van te weerhouden een dergelijk feit opnieuw te plegen.

Voorts neemt de rechtbank bij het bepalen van de strafmaat in het nadeel van verdachte mee dat hij degene is geweest die op de achtervolgende juwelier heeft geschoten.

Verder heeft de rechtbank acht geslagen op eerdere veroordelingen van verdachte. Uit een uittreksel van Justitiële Documentatie volgt dat verdachte in het verleden reeds veelvuldig is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten, waaronder verschillende vermogensdelicten waarbij in een aantal gevallen ook geweld is gebruikt. Kennelijk hebben deze veroordelingen hem er niet van weerhouden deze reeks aan strafbare feiten te plegen.

Op ernstige feiten als de onderhavige kan naar het oordeel van de rechtbank niet anders dan worden gereageerd dan door het opleggen van een gevangenisstraf van aanzienlijke duur. De rechtbank heeft acht geslagen op de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting. Gelet op de aaneenschakeling van strafbare feiten kan naar het oordeel van de rechtbank in dit geval niet worden volstaan met de oriëntatiepunten voor straftoemeting bij een gewapende overval.

De rechtbank houdt bij het bepalen van de strafmaat wel rekening met het feit dat er weliswaar twee afzonderlijke pogingen tot gekwalificeerde doodslag op verbalisanten bewezen zijn verklaard, maar dat er sprake was van één schot en dus één materieel feitencomplex. Tevens wordt hierbij rekening gehouden met de eendaadse samenloop ten aanzien van de gewapende overval en de afzonderlijk ten laste gelegde bedreigingen van de in de juwelier aanwezige klanten.

De rechtbank is, gezien de (louter zwijgende) houding van verdachte, nauwelijks op de hoogte van zijn persoonlijke omstandigheden, waardoor deze bij de strafoplegging in strafmatigende zin geen rol hebben gespeeld.

Alles overwegende is de rechtbank van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur een passende en geboden reactie vormt.

8. De vorderingen van de benadeelde partijen en schadevergoedingsmaatregel

8.1 De vorderingen van de benadeelde partijen

[slachtoffer A.] heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 2.000,00.

[klant 2] heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 1.500,00.

[klant 1] heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 1.286,72.

[klant 3] heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 1.300,00.

[verbalisant B.] heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 2.300,00.

[verbalisant A.] heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 2.300,00.

Politie Hollands Midden heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 859,29.

Alle benadeelde partijen hebben verzocht het toegewezen bedrag te vermeerderen met de wettelijke rente.

8.2 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat alle vorderingen van de benadeelde partijen, vermeerderd met de wettelijke rente, worden toegewezen met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Ten aanzien van de vorderingen van [slachtoffer A.], [klant 2], [klant 1] en [klant 3] heeft zij hoofdelijke toewijzing gevorderd.

8.3 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen van de benadeelde partijen [verbalisant B.] en [verbalisant A.] dienen te worden gematigd. De vordering van de benadeelde partij Politie Hollands Midden dient te worden afgewezen, dan wel niet-ontvankelijk te worden verklaard, nu de machtiging niet in orde is.

Ten aanzien van de overige vorderingen heeft de raadsman zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

8.4 Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal de benadeelde partij Politie Hollands Midden niet-ontvankelijk verklaren in de vordering tot schadevergoeding, aangezien gebleken is dat de afgegeven machtiging geen betrekking heeft op de persoon die op het formulier als gemachtigde is aangegeven. De machtiging is daarmee niet correct en dus niet geldig.

Dit brengt mee dat de benadeelde partij Politie Hollands Midden dient te worden veroordeeld in de kosten die verdachte tot aan deze uitspraak in verband met de door deze benadeelde partij ingediende vordering heeft gemaakt, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil.

De vorderingen van de benadeelde partijen [verbalisant A.] en [verbalisant B.] zijn voldoende onderbouwd. Uit het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan dat deze benadeelde partijen rechtstreeks schade hebben geleden als gevolg van het respectievelijk bij parketnummer 09/753041-12 onder 2 en 3 bewezenverklaarde feit. Ter zake van de gevorderde immateriële schade zal de rechtbank naar billijkheid een bedrag van € 2.000,00 per benadeelde partij toewijzen.

De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer A.] is namens verdachte niet betwist en is voldoende onderbouwd. Uit het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan dat deze benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden als gevolg van het bij parketnummer 09/753041-12 onder 1 en 4 bewezenverklaarde feit. Ter zake van de gevorderde immateriële schade zal de rechtbank naar billijkheid een bedrag van

€ 2.000,00 toewijzen.

De vorderingen van de benadeelde partijen [klant 2], [klant 1] en [klant 3] zijn namens verdachte niet betwist en zijn voldoende onderbouwd. Uit het onderzoek ter terechtzitting is komen vast te staan dat deze benadeelde partijen rechtstreeks schade hebben geleden als gevolg van het bij parketnummer 09/753041-12 onder 4 bewezenverklaarde feit en het bij parketnummer 09/715740-12 onder 1 bewezenverklaarde feit. Ter zake van de gevorderde immateriële schade zal de rechtbank naar billijkheid een bedrag van € 1.000,00 per benadeelde partij toewijzen. De door de benadeelde partij [klant 1] gevorderde materiële schade zal de rechtbank toewijzen.

De rechtbank zal alle toegewezen bedragen vermeerderen met de wettelijke rente, nu is komen vast te staan dat de schade met ingang van 11 januari 2012 is ontstaan.

De rechtbank zal derhalve de vorderingen toewijzen tot een bedrag van

- € 2.000,00, vermeerderd met de wettelijke rente, aan [slachtoffer A.],

- € 2.000,00, vermeerderd met de wettelijke rente, aan [verbalisant B.],

- € 2.000,00, vermeerderd met de wettelijke rente, aan [verbalisant A.],

- € 1.000,00, vermeerderd met de wettelijke rente, aan [klant 2],

- € 1.000,00, vermeerderd met de wettelijke rente, aan [klant 3] en

- € 1.036,72, vermeerderd met de wettelijke rente, aan [klant 1].

De rechtbank zal de vordering van de benadeelde partijen voor het overige niet-ontvankelijk verklaren.

Dit brengt mee dat verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partijen [verbalisant A.], [verbalisant B.], [slachtoffer A.], [klant 2], [klant 1] en [klant 3] tot aan deze uitspraak in verband met hun vorderingen hebben gemaakt, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil, en de kosten die deze benadeelde partijen ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moeten maken.

Nu verdachte voor strafbare feiten met betrekking tot [verbalisant A.], [verbalisant B.], [slachtoffer A.], [klant 2], [klant 1] en [klant 3] zal worden veroordeeld en hij derhalve jegens deze personen naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door de bewezenverklaarde strafbare feiten is toegebracht, zal de rechtbank aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag van

- € 2.000,00, vermeerderd met de wettelijke rente, ten behoeve van [slachtoffer A.],

- € 2.000,00, vermeerderd met de wettelijke rente, ten behoeve van [verbalisant B.],

- € 2.000,00, vermeerderd met de wettelijke rente, ten behoeve van [verbalisant A.],

- € 1.000,00, vermeerderd met de wettelijke rente, ten behoeve van [klant 2],

- € 1.000,00, vermeerderd met de wettelijke rente, ten behoeve van [klant 3] en

- € 1.036,72, vermeerderd met de wettelijke rente, ten behoeve van [klant 1].

9. De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 36f, 45, 47, 55, 57, 285, 287, 288, 310 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

10. De beslissing

De rechtbank,

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de bij dagvaarding met parketnummer 09/753041-12 onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde feiten en de bij dagvaarding met parketnummer 09/715740-12 onder 1 en 2 tenlastegelegde feiten heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

ten aanzien van feit 4 op de dagvaarding van parketnummer 09/753041-12 en feit 1 op de dagvaarding met parketnummer 09/715740-12:

De eendaadse samenloop van:

DIEFSTAL, VERGEZELD VAN GEWELD EN BEDREIGING MET GEWELD TEGEN PERSONEN, GEPLEEGD MET HET OOGMERK OM DIE DIEFSTAL GEMAKKELIJK TE MAKEN EN OM BIJ BETRAPPING OP HETERDAAD AAN ZICHZELF EN AAN ZIJN MEDEDADERS HETZIJ DE VLUCHT MOGELIJK TE MAKEN, HETZIJ HET BEZIT VAN HET GESTOLENE TE VERZEKEREN, TERWIJL HET FEIT WORDT GEPLEEGD DOOR TWEE OF MEER VERENIGDE PERSONEN;

en

MEDEPLEGEN VAN BEDREIGING MET ENIG MISDRIJF TEGEN HET LEVEN GERICHT, MEERMALEN GEPLEEGD;

ten aanzien van feit 1 op de dagvaarding met parketnummer 09/753041-12:

MEDEPLEGEN VAN POGING TOT GEKWALIFICEERDE DOODSLAG;

ten aanzien van feiten 2 en 3 op de dagvaarding met parketnummer 09/753041-12:

MEDEPLEGEN VAN POGING TOT GEKWALIFICEERDE DOODSLAG, MEERMALEN GEPLEEGD;

ten aanzien van feit 2 op de dagvaarding met parketnummer 09/715740-12:

MEDEPLEGEN VAN BEDREIGING MET ENIG MISDRIJF TEGEN HET LEVEN GERICHT, MEERMALEN GEPLEEGD;

verklaart het bewezen verklaarde en de verdachte deswege strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) jaar;

bepaalt dat de tijd, door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

bepaalt dat de benadeelde partij Politie Hollands Midden niet-ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding en dat deze benadeelde partij deze vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

veroordeelt de benadeelde partij Politie Hollands Midden in de kosten die verdachte tot aan deze uitspraak in verband met de door deze benadeelde partij ingediende vordering heeft gemaakt, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil;

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partijen [slachtoffer A.], [klant 2], [klant 3] en [klant 1] gedeeltelijk en hoofdelijk toe en veroordeelt verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen:

- aan [slachtoffer A.] een bedrag van € 2.000,00, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 11 januari 2012 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan,

- aan [klant 2] een bedrag van € 1.000,00, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 11 januari 2012 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan,

- aan [klant 3] een bedrag van € 1.000,00, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 11 januari 2012 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, en

- aan [klant 1] € 1.036,72, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 11 januari 2012 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan;

bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door zijn mededader aan deze benadeelde partijen zal zijn bevrijd tot de hoogte van de betaalde bedragen;

bepaalt dat deze benadeelde partijen voor het overige niet-ontvankelijk zijn in de vorderingen tot schadevergoeding en dat deze benadeelde partijen deze vorderingen in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kunnen aanbrengen;

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partijen [verbalisant B.] en [verbalisant A.] gedeeltelijk toe en veroordeelt verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen:

- aan [verbalisant B.], een bedrag van € 2.000,00, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 11 januari 2012 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, en

- aan [verbalisant A.], een bedrag van € 2.000,00, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 11 januari 2012 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan;

bepaalt dat deze benadeelde partijen voor het overige niet-ontvankelijk zijn in de vorderingen tot schadevergoeding en dat deze benadeelde partijen deze vorderingen in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kunnen aanbrengen;

veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partijen [verbalisant A.], [verbalisant B.], [slachtoffer A.], [klant 2], [klant 1] en [klant 3] gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag van:

- € 2.000,00, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 11 januari 2012 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van [slachtoffer A.],

- € 2.000,00, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 11 januari 2012 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van [verbalisant B.],

- € 2.000,00, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 11 januari 2012 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van [verbalisant A.],

- € 1.000,00, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 11 januari 2012 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van [klant 2],

- € 1.000,00, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 11 januari 2012 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van [klant 3] en

- € 1.036,72, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 11 januari 2012 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van [klant 1];

bepaalt dat in geval volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende hechtenis zal worden toegepast voor elk van de vorderingen voor de duur van respectievelijk 30 dagen ([slachtoffer A.]), 30 dagen ([verbalisant B.]), 30 dagen ([verbalisant A.]), 20 dagen ([klant 2]), 20 dagen ([klant 3]) en 20 dagen ([klant 1]);

bepaalt dat voldoening van de gehele of gedeeltelijke betalingsverplichting aan een benadeelde partij de betalingsverplichting aan de Staat in zoverre doet vervallen, alsmede dat voldoening van de gehele of gedeeltelijke betalingsverplichting aan de Staat de betalingsverplichting aan een benadeelde partij in zoverre doet vervallen.

Dit vonnis is gewezen door

mr. M. van Paridon, voorzitter,

mrs. G.M.G. Hink en S.M. Krans, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. M. van Dongen, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 december 2012.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Waar wordt verwezen naar dossierpagina's, betreft dit de pagina's van het proces-verbaal met het nummer PL1640 2012005991, van de regiopolitie Hollands Midden, zaaksdossier met bijlagen (doorgenummerd p. 1 t/m 991), getuigendossier met bijlagen (doorgenummerd p. 1 t/m 433), forensisch dossier met bijlagen (p. 1 t/m 438), ambtshandelingendossier met bijlagen (doorgenummerd p. 1 t/m 704), locatie/beslagdossier met bijlagen (doorgenummerd p. 1 t/m 364), BOB-dossier met bijlagen (doorgenummerd p. 1 t/m 2374), verdachtendossier v. 01 [verdachte] met bijlagen (doorgenummerd p. 1 t/m 24), verdachtendossier v. 04 [medeverdachte] met bijlagen (doorgenummerd p. 1 t/m 52) en verdachtendossier v. 06 [medeverdachte] met bijlagen (p. 1 t/m 53).

2 Zaaksdossier, proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer A.], p. 31, 33, 34 en 35; proces-verbaal van aangifte door [klant 2], p. 865 en 866; proces-verbaal van aangifte door [klant 3], p. 909; proces-verbaal van aangifte door [klant 1], p. 63-64; proces-verbaal van verhoor getuige [A.], p. 353-355; proces-verbaal beelden Has Gold, p. 228, 229 en 230.

3 Zaaksdossier, proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer B.], p. 55 en 56; proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer C.], p. 61 en 62; proces-verbaal van verhoor getuige [B.], p. 386; proces-verbaal van verhoor getuige [C.], p. 422 en 423.

4 Forensisch dossier, bijlage 3, p. 101 en 102.

5 Forensisch dossier, bijlage 16, p. 271 en 272.

6 Eigen waarneming rechtbank ter terechtzitting van 14 november 2012; proces-verbaal van bevindingen, p. 117 en 118 van het zaaksdossier.

7 Zaaksdossier, proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer A.], p. 35.

8 Forensisch dossier, bijlage 2, p. 63.

9 Forensisch dossier, bijlage 2, p. 64.

10 Zaaksdossier, proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer A.], p. 35 en 36.

11 Zaaksdossier, proces-verbaal van aangifte door [verbalisant A.], p. 47 en 48; proces-verbaal van aangifte door [verbalisant B.], p. 41 en 42.

12 Forensisch dossier, bijlage 15, p. 254 en 255.

13 Forensisch dossier, bijlage 2, p. 63.

14 Getuigendossier, proces-verbaal van verhoor van getuige [D.] , p. 24-26.

15 Zaaksdossier, proces-verbaal van verhoor getuige [E.] , p. 357 en 358.

16 Zaaksdossier, proces-verbaal van bevindingen, p. 92 en 93.

17 Forensisch dossier, bijlage 7, p. 190 en 191.

18 Zaaksdossier, proces-verbaal van verhoor getuige [F.], p. 577 en 578.

19 Zaaksdossier, proces-verbaal van bevindingen, p. 100 en 101; proces-verbaal beelden Has Gold, p. 230 en 231.

20 Zaaksdossier, proces-verbaal van bevindingen, p. 103.

21 Forensisch dossier, bijlage 1, p. 16 en 17.

22 Forensisch dossier, bijlage 29, p. 385.

23 Forensisch dossier, bijlage 29, p. 384.

24 Forensisch dossier, bijlage 6, p. 165.

25 Forensisch dossier, bijlage 29, p. 383.

26 Forensisch dossier, bijlage 32, p. 418, 421.

27 Forensisch dossier, bijlage 29, p. 383.

28 Forensisch dossier, bijlage 31, p. 410.

29 Forensisch dossier, bijlage 32, p. 418, 422.

30 Forensisch dossier, bijlage 29, p. 383 en 384.

31 Forensisch dossier, bijlage 31, p. 410.

32 Forensisch dossier, bijlage 32, p. 422.

33 Forensisch dossier, bijlage 29, p. 384.

34 Forensisch dossier, bijlage 32, p. 422.

35 Forensisch dossier, bijlage 29, p. 384. 36 Forensisch dossier, bijlage 7, p. 191.

37 Forensisch dossier, bijlage 11, p. 206-207.

38 Forensisch dossier, bijlage 29, p. 384.

39 Forensisch dossier, bijlage 18, p. 305.

40 Zaaksdossier, aanvullend wapen- en munitieonderzoek, p. 976. 41 Forensisch dossier, bijlage 30, p. 396.

42 Forensisch dossier, bijlage 30, p. 394.

43 Forensisch dossier, bijlage 8, p. 200 en 201.

44 Forensisch dossier, bijlage 31, p. 412.