Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2012:BY5003

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
04-12-2012
Datum publicatie
05-12-2012
Zaaknummer
09/925738-01
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

Beoordeeld dient te worden of de terbeschikkingstelling al dan niet is opgelegd ter zake van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen (een gewelddelict), en daarmee of de terbeschikkingstelling al dan niet is gemaximeerd. Daarbij zal, nu in het strafopleggend arrest – van na 15 januari 1994 (Hof Arnhem 8 november 2012, LJN BY2685) – daaraan geen overweging is gewijd, blijkens bewezenverklaring, kwalificatie en motivering van de oplegging van de maatregel, in onderling verband en samenhang bezien, voor een ieder zonder evident moeten zijn dat van een dergelijk misdrijf sprake is.

De rechtbank constateert dat de verdediging en de officier van justitie nadrukkelijk niet de beëindiging van de dwangverpleging hebben gevorderd of bepleit, maar evenmin een expliciet standpunt hebben ingenomen over de maximeringsproblematiek. De rechtbank zal, gelet hierop, het onderzoek heropenen zodat de verdediging en de officier van justitie hun standpunt kenbaar kunnen maken, waarbij zij zich tevens kunnen uitlaten over de concrete mogelijkheden van een ‘rechterlijke machtiging’ op grond van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector strafrecht

Parketnummer: 09/925738-01

Kenmerk RK: 12/3756

De rechtbank 's-Gravenhage, rechtdoende in strafzaken, heeft de volgende beslissing gegeven op de vordering van de officier van justitie bij deze rechtbank van

10 september 2012, ingekomen ter griffie van deze rechtbank op 13 september 2012.

De vordering.

De vordering strekt tot verlenging met één jaar van de termijn gedurende welke:

[terbeschikking gestelde],

geboren op [datum] 1970 te [plaats] (Turkije),

verpleegd wordende in Forensisch Psychiatrisch Centrum

[locatie]

thans verblijvende op de [locatie]

bij arrest van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 7 oktober 2002 ter beschikking werd gesteld met bevel tot verpleging van overheidswege, welke terbeschikkingstelling is ingegaan op 22 oktober 2002 en laatstelijk met twee jaar werd verlengd bij beslissing van deze rechtbank van 30 november 2010.

De rechtbank heeft kennisgenomen van het dossier en de voormelde beslissingen.

Het advies.

Het op 22 augustus 2012 op grond van artikel 509o, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering uitgebrachte advies, waarbij de in dat artikel bedoelde aantekeningen zijn overgelegd, strekt tot verlenging van de termijn van de terbeschikkingstelling met één jaar.

Het advies is ondertekend door drs. P.J.C. Bakx, eerste geneeskundige en drs K.M. ten Brinck, directeur behandeling, plaatsvervangend hoofd van de inrichting.

De behandeling in raadkamer.

De terbeschikkinggestelde, bijgestaan door mr. J. Kreumer, advocaat te ’s-Gravenhage, is op 20 november 2012 in raadkamer gehoord.

De terbeschikkinggestelde heeft in raadkamer naar voren gebracht een voorwaardelijke beëindiging van de terbeschikkingstelling te willen.

Mr. Kreumer heeft in raadkamer bepleit de terbeschikkingstelling voorwaardelijk te beëindigen.

De officier van justitie heeft in raadkamer gepersisteerd bij de vordering.

T. Bouman is als deskundige namens voornoemde kliniek in raadkamer gehoord.

Overwegingen van de rechtbank.

Na de sluiting van het onderzoek is tijdens de beraadslaging gebleken dat het onderzoek in raadkamer niet volledig is geweest.

Bij de beoordeling van de vordering van de officier van justitie ziet de rechtbank zich voor de vraag gesteld of de terbeschikkingstelling gemaximeerd is danwel of deze onbeperkt kan worden verlengd. Onder verwijzing naar en met inachtneming van de recente beslissing van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens van 31 juli 2012, nr. 21203/10 (arrest Van der Velden tegen Nederland) en de uitspraak van het gerechtshof Arnhem van 1 oktober 2012 (LJN: BX8788) overweegt de rechtbank in dat verband het volgende.

Beoordeeld dient te worden of de terbeschikkingstelling al dan niet is opgelegd ter zake van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen (een gewelddelict), en daarmee of de terbeschikkingstelling al dan niet is gemaximeerd. Daarbij zal, nu in het strafopleggend arrest – van na 15 januari 1994 (Hof Arnhem 8 november 2012, LJN BY2685) – daaraan geen overweging is gewijd, blijkens bewezenverklaring, kwalificatie en motivering van de oplegging van de maatregel, in onderling verband en samenhang bezien, voor een ieder zonder evident moeten zijn dat van een dergelijk misdrijf sprake is.

In het onderhavige geval is de terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege opgelegd ter zake van – voor zover relevant – het misdrijf van diefstal, voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, meermalen gepleegd. Blijkens de bewezenverklaring bestonden de geweldshandelingen uit het uit handen trekken van een tas en in het ene geval uit het duwen tegen de arm en in het andere uit het krachtig duwen tegen de rug en trekken aan de arm. In de strafmotivering wordt niet verwezen naar gewelddadig-heid, maar naar angstgevoelens en gevoelens van onveiligheid.

De rechtbank constateert dat de verdediging en de officier van justitie nadrukkelijk niet de beëindiging van de dwangverpleging hebben gevorderd of bepleit, maar evenmin een expliciet standpunt hebben ingenomen over de maximeringsproblematiek. De rechtbank zal, gelet hierop, het onderzoek heropenen zodat de verdediging en de officier van justitie hun standpunt kenbaar kunnen maken, waarbij zij zich tevens kunnen uitlaten over de concrete mogelijkheden van een ‘rechterlijke machtiging’ op grond van de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen.

Beslissing.

De rechtbank, om redenen als hiervoor overwogen,

- heropent en schorst het onderzoek, met bevel tot spoedige hervatting;

- beveelt dat de terbeschikkinggestelde en diens raadsman mr. Kreumer, zullen worden opgeroepen tegen het tijdstip waarop het onderzoek zal worden hervat.

Aldus beslist te 's-Gravenhage door mrs E.C.M. Bouman, voorzitter, W.N.L. Donker en G.H.M. Smelt, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M. Kovacevic, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 december 2012.

Deze beschikking is, bij ontstentenis van de voorzitter, ondertekend door de jongste rechter en de griffier.