Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2012:BY1942

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
29-08-2012
Datum publicatie
01-11-2012
Zaaknummer
AWB 12/12185
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Beklag van getuige-aangever.

Een beklag op grond van artikel 12 van het WvSv door een getuige-aangever zal per definitie, behoudens bijzonder omstandigheden, niet-ontvankelijk zal worden verklaard, aangezien deze niet als rechtstreeks belanghebbende in de zin van dit artikel kan worden aangemerkt. Dit is een kennelijk, gegeven de artikelen 3.48 en 3.88 van het Vreemdelingenbesluit 2000 en hoofdstuk B9/10 van de Vreemdelingencirculaire 2000, door de wetgever niet beoogd gevolg. Immers de kennelijke bedoeling van deze regelgeving is dat ook een getuige-aangever, evenals het slachtoffer zelf, een inhoudelijk oordeel van het Gerechtshof zal kunnen verkrijgen naar aanleiding van een door de getuige-aangever ingediende klacht.

In het onderhavige geval heeft eiseres - gegeven voornoemd kennelijk niet bedoeld gevolg - geen inhoudelijk oordeel kunnen verkrijgen van het Gerechtshof op haar beklag, maar de beklagprocedure van haar moeder is nog lopende, er wordt nader onderzoek verricht en in dat kader worden in ieder geval twee getuigen gehoord.

Het ligt in dit geval vooralsnog in de rede om voor wat de door eiseres gevraagde verlenging betreft aansluiting te zoeken bij de datum van de beslissing van het Gerechtshof op de door de moeder van eiseres ingediende klacht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ’s-GRAVENHAGE

Sector Bestuursrecht

Zittinghoudende te Amsterdam

zaaknummer: AWB 12/12185

V-nr: 273.081.6269

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken van 29 augustus 2012

in de zaak tussen:

[eiseres],

geboren op [1988], van Oekraïense nationaliteit, eiseres,

gemachtigde: mr. A. Berends, advocaat te Amsterdam,

en:

de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel,

verweerder,

gemachtigde: mr. M.H. Belevska, werkzaam bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 29 augustus 2012. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder is vertegenwoordigd door zijn voornoemde gemachtigde.

Met inachtneming van artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) heeft de rechtbank onmiddellijk na sluiting van het onderzoek ter zitting mondeling uitspraak gedaan. De rechtbank heeft hierbij aan partijen medegedeeld dat partijen binnen vier weken na verzending van een afschrift van deze uitspraak hoger beroep kunnen instellen.

Beslissing

• De rechtbank verklaart het beroep gegrond;

• vernietigt het bestreden besluit;

• bepaalt dat verweerder binnen zes weken een nieuw besluit neemt met inachtneming van deze uitspraak;

• veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag groot € 874,-- (zegge: achthonderd en vierenzeventig euro), te betalen aan de griffier van deze rechtbank (1 punt voor het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting; waarde per punt € 437,--, wegingsfactor 1);

• draagt verweerder op het door eiseres betaalde griffierecht ad € 156,-- (zegge: honderd en zesenvijftig euro) te vergoeden.

Motivering

Ingevolge artikel 3.48, eerste lid, onder c, van het Vreemdelingenbesluit 2000 kan de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 van de Wet, onder een beperking verband houdend met de vervolging van mensenhandel worden verleend aan de vreemdeling die getuige-aangever is van mensenhandel, voor zover er sprake is van een strafrechtelijk opsporingsonderzoek of vervolgingsonderzoek naar of berechting in feitelijke aanleg van de verdachte van het strafbare feit waarvan aangifte is gedaan en het verblijf in Nederland van de getuige-aangever naar het oordeel van Onze Minister in het belang van de opsporing of vervolging van de verdachte noodzakelijk is.

Het beleid van verweerder omtrent de getuige-aangever vermeldt in hoofdstuk B9/5 van de Vreemdelingencirculaire 2000 onder meer: ‘Getuige-aangevers kunnen vreemdelingen zijn die zelf werkzaam zijn in dezelfde sector als het slachtoffer. Tevens kunnen het personen zijn die werkzaam zijn buiten de sector en kennis dragen van mensenhandel’.

Ingevolge artikel 3.88 van het Vreemdelingenbesluit 2000, zoals geldig ten tijde van het bestreden besluit, wordt de aanvraag tot het verlengen van de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, bedoeld in artikel 14 van de Wet, verleend onder een beperking verband houdend met de vervolging van mensenhandel, niet op grond van artikel 18, eerste lid, onder f, van de Wet afgewezen om de enkele reden dat een beslissing tot niet vervolging of niet verdere vervolging van de verdachte is genomen, indien de vreemdeling tegen die beslissing schriftelijk beklag heeft gedaan bij het Gerechtshof en op dat beklag nog niet is beslist.

Het beleid van verweerder omtrent voornoemde beklagprocedure vermeldt in hoofdstuk B9/10 van de Vreemdelingencirculaire 2000 onder meer: ‘Wanneer de verdachte niet wordt vervolgd dan wel de vervolging niet wordt voortgezet, kunnen zowel slachtoffers als getuige-aangevers van mensenhandel daarover schriftelijk beklag doen bij het Gerechtshof (zie artikel 12 Wetboek van Strafvordering). De beslissing op het beklag mag in Nederland worden afgewacht.’

Vaststaat dat eiseres als getuige-aangever beklag tegen de niet-vervolging heeft ingesteld bij het Gerechtshof, welk beklag bij beslissing van 10 november 2011 niet-ontvankelijk is verklaard aangezien zij niet als een rechtstreeks belanghebbende in de zin van artikel 12, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering (WvSv) kan worden beschouwd, nu zij niet in een specifiek eigen belang is geschaad door het sepot van de strafzaak met haar moeder daarin als slachtoffer.

De rechtbank is van oordeel dat een beklag op grond van artikel 12 van het WvSv door een getuige-aangever per definitie, behoudens bijzonder omstandigheden, niet-ontvankelijk zal worden verklaard, aangezien deze als enkel getuige niet als rechtstreeks belanghebbende in de zin van dit artikel kan worden aangemerkt. Dit is een kennelijk, gegeven voornoemde vreemdelingrechtelijke regelgeving inzake mensenhandel een door de wetgever niet beoogd gevolg. Immers de kennelijke bedoeling van deze regelgeving is dat ook een getuige-aangever, evenals het slachtoffer zelf, een inhoudelijk oordeel van het Gerechtshof zal kunnen verkrijgen naar aanleiding van een door de getuige-aangever ingediende klacht.

In het onderhavige geval heeft eiseres weliswaar - gegeven voornoemd kennelijk niet bedoeld gevolg - geen inhoudelijk oordeel kunnen verkrijgen van het Gerechtshof op haar beklag, maar de beklagprocedure van haar moeder is nog lopende, sterker nog, er wordt nader onderzoek verricht en in dat kader worden in ieder geval twee getuigen gehoord.

Gegeven deze situatie kan zonder nadere motivering niet worden ingezien waarom de aan eiseres verleende verblijfsvergunning slechts is verlengd tot de datum waarop haar klacht niet-ontvankelijk is verklaard. Het ligt in dit geval vooralsnog in de rede om voor wat de door eiseres gevraagde verlenging betreft aansluiting te zoeken bij de datum van de beslissing van het Gerechtshof op de door de moeder van eiseres ingediende klacht.

Waarvan is opgemaakt dit proces-verbaal.

M.R. van Kerkwijk mr. R.A. Sipkens

griffier rechter

afschrift verzonden op:

Conc.: MvK

Coll.:

D: B

VK

RECHTSMIDDEL

Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open op de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (adres: Raad van State, Afdeling bestuursrechtspraak, Hoger beroep vreemdelingenzaken, Postbus 16113, 2500 BC 's-Gravenhage). De termijn voor het instellen van hoger beroep bedraagt vier weken na verzending van een afschrift van deze uitspraak. Naast de vereisten waaraan het beroepschrift moet voldoen op grond van artikel 6:5 van de Awb (zoals het overleggen van een afschrift van deze uitspraak) dient het beroepschrift ingevolge artikel 85, eerste lid, van de Vw 2000 een of meer grieven te bevatten. Artikel 6:6 van de Awb (herstel verzuim) is niet van toepassing.