Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2012:BY1768

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
27-09-2012
Datum publicatie
31-10-2012
Zaaknummer
425215 - KG RK 12-1747
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Artikel 28 lid 6 Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering. Verzet tegen de weigering van de griffier om te voldoen aan een verzoek tot verstrekking van afschriften van vonnissen. Vereiste dat het verzoek betrekking dient te hebben op een vonnis dat op een bepaalde specifiek genoemde datum is gewezen tussen met naam en toenaam aangeduide partijen is te streng.

Wetsverwijzingen
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen)
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 28
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 838
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2012/502
Prg. 2013/31
JBPR 2013/22 met annotatie van mr. J.R. Sijmonsma
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector civiel recht

zaaknummer / rekestnummer: 425215 / KG RK 12-1747

Beschikking van de voorzieningenrechter van 27 september 2012

in de zaak van

de besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid

1.HOLLAND IRIS SELECT B.V.,

2.HOLLAND BOLROY MARKT B.V.,

3.H.B.M. FLORA VASTGOED 1 B.V.,

(voorheen genaamd Holland Blumen Markt Holland Beheer B.V.),

4.H.B.M. FLORA HOLDING B.V.,

(voorheen genaamd Holland Blumen Markt H.B.M. Holding B.V.),

alle gevestigd te Heiloo,

5.[verzoeker sub 5],

wonende te [woonplaats],

verzoekers,

advocaat mr. T.R.B. De Greve te Amsterdam,

tegen

DE GRIFFIER VAN DE RECHTBANK 's-GRAVENHAGE,

verweerder,

vertegenwoordigd door mr. E.J.C. van der Tholen.

Partijen worden hierna aangeduid met 'HBM cs' en 'de griffier'.

1.De procedure

1.1.Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het op 13 augustus 2012 ingekomen verzetschrift;

- het op 10 september 2012 ingekomen verweerschrift;

- de brief van mr. M.A.Koning, advocaat te Amsterdam, van 19 september 2012.

1.2.De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 20 september 2012. Namens HBM cs is mr. Koning verschenen en namens de griffier mr. Van der Tholen.

2.Het verzet en het verweer

2.1.Bij brief van 2 augustus 2012 heeft mr. De Greve de griffier verzocht hem te berichten of er een of meer procedures bij de rechtbank 's-Gravenhage aanhangig waren en/of zijn waarbij de heer [A] (verder: '[A]'), wonende te [woonplaats], partij is. Mr. van der Tholen heeft bij brief van 6 augustus 2012 mr. De Greve gemotiveerd bericht dat aan zijn verzoek niet zal worden voldaan, omdat niet sprake is van een concreet verzoek om een afschrift van een vonnis dat op een bepaalde datum is gewezen tussen met naam en toenaam aangeduide partijen.

2.2.HBM cs zijn tegen de weigering van de griffier bij de voorzieningenrechter in verzet gekomen. Zij verzoeken de voorzieningenrechter:

i) het verzet gegrond te verklaren;

ii) primair: de griffier te gelasten alsnog opgave te doen van alle procedures waarin [A] partij is en/of was;

subsidiair: de griffier te gelasten alsnog opgave te doen van procedures van 1 januari 2011 tot en met heden waarin [A] partij is en/of was, althans over een door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen periode;

iii) primair: de griffier te gelasten afschriften te verstrekken van alle uitspraken waar [A] partij bij was;

subsidiair: de griffier te gelasten afschriften te verstrekken van uitspraken van 1 januari 2011 tot en met heden waarin [A] partij was, althans over een door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen periode;

iv) meer subsidiair: de griffier te bevelen om afschriften van de rol, althans de administratieve vastlegging van alle zaken, over de periode vanaf 1 januari 2011 tot en met heden, althans over een door de voorzieningenrechter in goede justitie te bepalen periode, aan HBM cs te verstrekken.

2.3.De griffier voert gemotiveerd verweer dat hierna, voor zover van belang, zal worden besproken.

3.De beoordeling

3.1.Het verzet is gebaseerd op artikel 28 lid 6 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) en is tijdig, binnen twee weken na de brief van de griffier van 6 augustus 2012, ingekomen.

3.2.Ter zitting heeft mr. Van der Tholen bezwaar gemaakt tegen overlegging van een drietal producties (nrs. 5, 6 en 7) die door mr. Koning bij brief van 19 september 2012 zijn toegezonden, aangezien zij die brief en producties pas op de ochtend van de zitting om ongeveer 10.00 uur heeft ontvangen. De voorzieningenrechter, die de brief met producties ook pas op de ochtend van de zitting heeft ontvangen, constateert dat in de begeleidende brief van 19 september 2012 melding wordt gemaakt van het feit dat de griffiers van de rechtbanken Amsterdam en Arnhem het verzoek van HBM cs hebben ingewilligd. De producties betreffen de door HBM cs ontvangen vonnissen. De voorzieningenrechter besluit alleen de eerste bladzijden van de producties, waaruit blijkt dat beide voormelde rechtbanken aan het verzoek van HBM cs hebben voldaan, te accepteren en het restant - de door HBM cs ontvangen afschriften - wegens strijd met de goede procesorde te weigeren.

3.3.Op grond van het bepaalde in artikel 28 lid 2 Rv dient de griffier aan een ieder die dat verlangt afschrift van vonnissen, arresten en beschikkingen te verstrekken, tenzij verstrekking naar het oordeel van de griffier ter bescherming van zwaarwegende belangen van anderen, waaronder die van partijen, geheel of gedeeltelijk dient te worden geweigerd. In dat laatste geval kan de griffier volstaan met verstrekking van een geanonimiseerd afschrift of uittreksel van het vonnis, het arrest of de beschikking.

3.4.De voorzieningenrechter is van oordeel dat artikel 28 Rv geen ruimte biedt voor het verstrekken door de griffier van een opgave van alle procedures waarin [A] partij is en/of was. Het artikel heeft alleen betrekking op het verstrekken van afschriften van vonnissen, arresten en beschikkingen en niet op het verstrekken van een overzicht van procedures waarbij een bepaalde partij betrokken is. Het in het verzetschrift onder ii opgenomen verzoek dient derhalve, zowel voor wat betreft het primaire- als het subsidiaire verzoek, te worden afgewezen. In het verzetschrift hebben HBM cs nog aangegeven dat hun verzoek mede gegrond is op artikel 838 Rv en dat de griffier gehouden was om het bepaalde in dat artikel in zijn beoordeling te betrekken. Artikel 838 Rv heeft echter betrekking op het verstrekken van afschriften of uittreksels van akten uit openbare registers. De door HBM cs verlangde opgave van alle procedures waarin [A] partij is valt daar niet onder. Er is met betrekking tot (lopende) civiele procedures immers geen sprake van een openbaar register waaruit afschriften of uittreksels kunnen worden afgegeven. Dit leidt tot de conclusie dat het onder iv meer subsidiair verzochte ook dient te worden afgewezen.

3.5.Vervolgens dient te worden beoordeeld of de griffier gehouden is afschriften te verstrekken aan HBM cs van alle uitspraken waar [A] partij bij was. De griffier voert als verweer aan dat het verzoek van HBM cs onvoldoende concreet en geïndividualiseerd is en dat het verzoek is gedaan om ten behoeve van de appelprocedure met betrekking tot het faillissement van [A], steunvorderingen te vinden. De artikelen 28 en 838 Rv zijn daarvoor niet geschreven en er zijn andere manieren waarop voornoemd doel kan worden gerealiseerd, aldus de griffier.

3.6.De voorzieningenrechter overweegt als volgt. Het verstrekken van afschriften van vonnissen, arresten of beschikkingen kan door de griffier worden geweigerd indien zwaarwegende belangen van anderen, waaronder die van partijen, zich tegen verstrekking van afschriften verzetten. Een weigering om afschriften te verstrekken op de grond dat HBM cs ook op andere wijze de door hen verlangde informatie kunnen achterhalen, is geen zwaarwegend belang van anderen en kan derhalve niet leiden tot afwijzing van het verzoek.

3.7.Uit de kamerstukken bij het wetsvoorstel tot herziening van het procesrecht voor burgerlijke zaken (kamerstukken II, 1999/2000, 26855) valt af te leiden dat het uit het oogpunt van openbaarheid van de rechtspraak noodzakelijk is dat in elk geval tegen vergoeding afschrift kan worden verkregen van rechterlijke uitspraken. In de memorie van toelichting (nr. 3, p. 59) is opgenomen:

"In de regel zullen slechts geanonimiseerde afschriften worden verstrekt, al zal anonimisering bijvoorbeeld niet zinvol (zijn) als een concrete uitspraak tussen bekende partijen wordt opgevraagd."

Uit dit citaat is naar het oordeel van de voorzieningenrechter a-contrario af te leiden dat de eis die de griffier heeft gesteld, namelijk dat slechts een verzoek dat betrekking heeft op een vonnis dat op een bepaalde specifiek genoemde datum is gewezen tussen met naam en toenaam aangeduide partijen, te streng is.

In de nota naar aanleiding van het verslag is opgenomen:

"Aan de leden van de SGP-fractie antwoorden wij dat het uit oogpunt van openbaarheid van rechtspraak noodzakelijk is dat in elk geval tegen vergoeding afschrift kan worden verkregen van rechterlijke uitspraken. Het is onvermijdelijk dat de griffies daarvoor de nodige werkzaamheden zullen moeten verrichten."

De strenge eis die in dit geval door de griffier is gesteld verhoudt zich ook niet goed tot dit citaat, waaruit immers blijkt dat de wetgever de belasting van de griffies als gevolg van een verzoek zoals hier aan de orde, niet als een onoverkomelijk bezwaar heeft gezien. De wet en de kamerstukken leveren aldus geen aanknopingspunten op om een verzoek tot afgifte van afschriften van vonnissen te weigeren omdat op voorhand niet duidelijk is om hoeveel vonnissen het gaat. Dit laat echter onverlet dat er omstandigheden denkbaar zijn waarbij een dergelijk verzoek niet toewijsbaar is omdat de betreffende zaken niet zijn te achterhalen. Van dergelijke omstandigheden is in deze zaak echter niet gebleken.

3.9.Het vorenstaande leidt tot de conclusie dat het verzet als volgt gegrond zal worden verklaard.

4.De beslissing

De voorzieningenrechter:

- verklaart het verzet gegrond;

- gelast de griffier afschriften te verstrekken van alle uitspraken waar [A] partij bij was;

- wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.J. van der Helm en in het openbaar uitgesproken op 27 september 2012.