Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2012:BX9541

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
20-09-2012
Datum publicatie
09-10-2012
Zaaknummer
11_32480
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bescherming in Nepal tegen problemen met de Young Communist League (YCL). Verweerder heeft zich in het besluit op het standpunt gesteld dat uit het ambtsbericht van april 2010 niet kan worden geconcludeerd dat in het algemeen geen bescherming kan worden geboden. De rechtbank is daarentegen van oordeel dat niet is komen vast te staan dat bescherming tegen problemen met de YCL wordt geboden door politie en/of andere autoriteiten. Dit oordeel is onder meer gebaseerd op de ambtsberichten van 2010 en 2012.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ‘S-GRAVENHAGE

Vreemdelingenkamer

Nevenzittingsplaats Arnhem

Registratienummer: AWB 11/32480

Datum uitspraak: 20 september 2012

Uitspraak

Ingevolge artikel 8:70 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in samenhang met artikel 71 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000)

inzake

[naam],

geboren op [geboortedatum],

v-nummer [nummer]

van Nepalese nationaliteit,

eiser,

gemachtigde mr. R.H.T. van Boxmeer,

tegen

de Minister voor Immigratie en Asiel,

thans de Minister voor Immigratie, Integratie en Asiel,

Immigratie- en Naturalisatiedienst,

verweerder.

Het procesverloop

Bij besluit van 14 september 2011 heeft verweerder de aanvraag van eiser van 23 maart 2011 tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen.

Op 7 oktober 2011 heeft eiser beroep ingesteld tegen dit besluit.

Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd.

De openbare behandeling van het beroep heeft plaatsgevonden ter zitting van 20 juni 2012. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door mr. N. Hamzaoui.

De beoordeling

1. Ingevolge artikel 8:1, eerste lid, gelezen in samenhang met artikel 8:69 van de Awb, dient de rechtbank het bestreden besluit — de motivering waarop dit besluit berust daaronder begrepen — te toetsen aan de hand van de tegen dat besluit aangevoerde beroepsgronden.

2. Ter staving van zijn asielaanvraag heeft eiser, zakelijk weergegeven, het volgende naar voren gebracht. Eiser is afkomstig uit het dorp [naam] in het district [naam] in de provincie [naam]. Eiser was lid van de Nepali Congress Party en had een eigen winkel en een pluimveehouderij. Hij werd door mensen van de Young Communist League (hierna: de YCL) meerdere malen onder druk gezet om donaties te geven. Hij werd beroofd, vernederd en mishandeld. In juli 2010 heeft hij van de YCL een dreigbrief ontvangen waarin stond dat hij binnen zeven dagen 500.000 roepie moest betalen en als hij naar de politie zou gaan, hij en zijn familie vermoord zouden worden. Eiser is toch naar de politie gegaan. Na het verstrijken van de door de YCL gestelde termijn om 500.000 roepie te betalen, zijn in september 2010 een aantal mannen bij eiser langs gekomen, die op de hoogte bleken te zijn van zijn bezoek aan de politie en hem hebben mishandeld. Eiser kon met behulp van een vriend ontsnappen en wegvluchten naar Kathmandu. Daar hoorde eiser dat zijn echtgenote is mishandeld in Patan, het dorp waar zij naar toe was gegaan na zijn vertrek. Dit dorp ligt 20 kilometer van [naam]. Tevens heeft eiser gehoord dat na zijn vertrek zijn bezittingen zijn vernietigd. Eiser voelde zich in Kathmandu niet veilig en is daarop gevlucht naar Birgunj, in Terai. Vanwege het etnisch geweld in dit gebied tegen de Pahadi, waartoe eiser behoort, is hij uit Nepal gevlucht naar India. Eiser was echter bang dat men via zijn vrouw wist dat hij in India was en is daarom uit India gevlucht naar Europa.

3. Verweerder heeft de aanvraag afgewezen en heeft daaraan het volgende, kort samengevat, ten grondslag gelegd. Hoewel de door eiser aangevoerde asielgerelateerde omstandigheden en gebeurtenissen geloofwaardig worden geacht, heeft hij niet aannemelijk gemaakt dat de politie dan wel een andere hogere autoriteit hem niet tegen de YCL willen of kunnen beschermen. Voorts is sprake van een vestigingsalternatief. Eiser heeft geen gegronde vrees voor vervolging in de zin van het Vluchtelingenverdrag.

Het vluchtrelaas is onvoldoende zwaarwegend om te concluderen, dat eiser bij terugkeer naar zijn land van herkomst een reëel risico loopt om te worden onderworpen aan folteringen of aan onmenselijke of vernederende behandelingen of bestraffingen.

Eiser voldoet voorts niet aan de voorwaarden van het traumatabeleid.

4. Hiermee kan eiser zich niet verenigen en daartoe wordt het volgende, kort samengevat, aangevoerd. Volgens eiser heeft verweerder ten onrechte niet eerst het algemene niveau van bescherming dat in Nepal wordt geboden beoordeeld. Voorts heeft verweerder ten onrechte geconcludeerd dat op lokaal niveau wel bescherming kan worden gegeven. Eiser bestrijdt dat hij zich elders in Nepal ongestoord kan vestigen. In Kathmandu is de YCL erg actief en in Birganz was eiser bang vanwege de gewapende strijd die daar gaande is tegen de Pahadi. Ten onrechte is geoordeeld dat eiser geen beroep kan doen op het traumatabeleid, nu hij nog steeds problemen heeft als gevolg van de mishandelingen.

5. De rechtbank overweegt als volgt.

6. Nu het asielrelaas geloofwaardig is geacht, kan hetgeen partijen hebben gesteld in het kader van artikel 31, tweede lid, aanhef en onder f, van de Vw 2000 buiten beschouwing blijven.

7. Met betrekking tot de vraag of eiser in Nepal bescherming van de autoriteiten had kunnen krijgen overweegt de rechtbank als volgt. In de zienswijze heeft eiser in dit verband gewezen op het algemeen ambtsbericht van de Minister van Buitenlandse zaken inzake Nepal (hierna: het ambtsbericht) van april 2010. Voorts is namens eiser een beroep gedaan op een rapport van het United States Department of State van april 2011, het World Report van Human Rights Watch (HRW) van 24 januari 2011; het HRW-rapport “Indifference to Duty: Impunity for Crimes Committed in Nepal” van december 2010 en een Country Advice van het Australian Refugee Review Tribunal van september 2010.

8. Uit de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling; onder meer de uitspraak 5 augustus 2008, LJN: BD9606) volgt dat ter beantwoording van de vraag of een vreemdeling in het land van herkomst bescherming kan krijgen eerst wordt onderzocht of in het desbetreffende land in het algemeen bescherming wordt geboden. Daarbij wordt informatie over de algemene situatie in een land van herkomst, in het bijzonder uit ambtsberichten van de minister van Buitenlandse Zaken en rapporten van internationale organisaties, betrokken. Eerst nadat die vraag bevestigend is beantwoord kan aan de orde komen de vraag of de vreemdeling aannemelijk heeft gemaakt dat het vragen van bescherming voor hem gevaarlijk dan wel bij voorbaat zinloos moet worden geacht. Indien dat laatste niet aannemelijk is gemaakt, kan slechts het tevergeefs inroepen van de bescherming leiden tot de conclusie dat aannemelijk is gemaakt dat die autoriteiten niet bereid of in staat zijn bescherming te bieden.

9. Verweerder heeft zich in het besluit van 14 september 2011 op het standpunt gesteld dat niet kan worden geconcludeerd dat in het algemeen geen bescherming kan worden geboden; uit pagina 28 van het ambtsbericht van april 2010 volgt weliswaar dat de politie in het algemeen niet in staat blijkt voldoende bescherming te bieden tegen (gewapende) groeperingen die in het land actief zijn, maar niet dat dergelijke bescherming op lokaal niveau in het algemeen op voorhand zinloos zou zijn. Volgens het ambtsbericht zijn in de verslagperiode verschillende nieuwe politieposten opgezet. Met name in de regio Terai functioneren veel politieposten niet, maar de woonplaats van eiser ligt niet in die regio, aldus verweerder.

10. In het ambtsbericht van april 2010 is over de YCL het volgende opgenomen (pagina 25-26):

Gedurende de burgeroorlog was de rol van de jongerenbeweging kort gezegd het mobiliseren van de jeugd. Het belang van de Young Communist League (YCL) is enorm toegenomen sinds het verzamelen van de PLA strijders in kampen. De YCL is heropgericht in december 2006 als een militante organisatie onder direct bevel van de CPN-M. De kern van de beweging bestaat voornamelijk uit voormalige leden van het PLA en de milities, die niet in de kampen zijn opgenomen. (..)

De YCL is in het hele land actief, ook in de hoofdstad Kathmandu. De organisatie wordt in verband gebracht met intimidatie, afpersing (beschermingsgeld), bedreigingen, ontvoeringen, mishandeling en moorden. De gewelddadige activiteiten waren in de verslagperiode met name gericht tegen overheidsfunctionarissen, politieke groeperingen, journalisten en mensenrechtenactivisten. De leiding van de UCPN-M heeft meerdere malen toegezegd de paramilitaire structuur van de YCL te zullen ontmantelen en haar gewelddadige activiteiten te beëindigen. Deze toezeggingen zijn in de verslagperiode echter niet geëffectueerd. Wel meldden verschillende bronnen dat het geweld door de YCL in de loop van 2009 is afgenomen en het accent meer is komen te liggen op intimidatie en afpersing.

11. Over de veiligheidssituatie in Nepal is in het ambtsbericht is onder meer het volgende opgenomen (pagina 28 en 29):

2.3.1 Gebrek aan staatsgezag

Het Nepalese leger en het People’s Liberation Army van de UCPN-M verbleven conform de vredesakkoorden van november 2006 in hun kazernes. De ordehandhaving viel daarmee toe aan de Nepalese politie en de Armed Police Force (APF), een paramilitaire organisatie die in 2001 is opgericht. In de burgeroorlog zijn veel politieposten verlaten en/of verwoest. Hoewel er in de

verslagperiode verschillende nieuwe posten van politie en APF zijn opgezet, functioneren met name in de Terai regio nog veel politieposten niet. Ook kampen veel politieposten met een gebrek aan middelen.

De bevolking heeft weinig vertrouwen in de veiligheidshandhaving, omdat de politie over het algemeen niet in staat blijkt voldoende bescherming te bieden tegen de verschillende (gewapende) groeperingen die in het land actief zijn. In veel gevallen hielden zij zich afzijdig bij geweldsincidenten. Er waren beschuldigingen dat politiefunctionarissen op lokaal niveau voor geld criminelen beschermden en criminele activiteiten oogluikend toelieten. Ook zou de politie

geregeld arrestanten vrij hebben moeten laten onder druk van politieke partijen.

Daarnaast waren politiefunctionarissen zelf ook doelwit van politieke en gewapende groepen.

In veel afgelegen gebieden was de overheid nagenoeg afwezig. (..)

In het gehele land, maar vooral in de afgelegen heuvelgebieden, was de lokale besluitvorming en toekenning van publieke middelen voor een groot deel in handen van kaders van politieke partijen. Met name de YCL, maar ook de Youth Force (jongerenbeweging van de CPN-UML), hielden zich bezig met beïnvloeding van dit soort besluitvorming.

In het merendeel van de districten zijn inmiddels Local Peace Committees (LPC’s) ingesteld. LPC’s kunnen bemiddelen in lokale geschillen, de toekenning van hulpen rehabilitatiefondsen faciliteren en de lokale administratie ondersteunen bij het handhaven van law and order. Het merendeel van de LPC’s is echter nog weinig effectief.

Ook parallelle wetshandhaving door militante politieke jongerenbewegingen en gewapende groepen bleef een probleem. Deze bewegingen riepen zichzelf in sommige gebieden uit tot wetshandhavers, waardoor de legitimiteit van het staatsgezag werd ondermijnd.

12. Uit het ambtsbericht van april 2010 kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden afgeleid dat in Nepal in het algemeen bescherming wordt geboden bij problemen met de YCL. Het ambtsbericht geeft immers aan dat de politie in het algemeen niet in staat blijkt voldoende bescherming te bieden tegen (gewapende) groeperingen die in het land actief zijn. Dat er op lokaal niveau wel bescherming wordt geboden, kan niet uit het ambtsbericht worden afgeleid; het enkele feit dat er verschillende nieuwe politieposten zijn opgezet is daartoe onvoldoende. Evenmin blijkt uit dit ambtsbericht dat andere autoriteiten dan de politie bescherming bieden bij problemen met de YCL. Verweerder heeft geen andere bronnen zoals rapporten van internationale organisaties genoemd waaruit die bescherming zou blijken.

13. Namens eiser is in de zienswijze onder meer verwezen naar het US Department of State rapport inzake Nepal over 2010, waarin onder meer het volgende is opgenomen.

Members of the Maoist militias, the Maoist affiliated Young Communist League (YCL), and members of other small, ethnically-based armed groups engaged in arbitrary and unlawful use of lethal force. Numerous armed groups, largely in the Terai region in the lowland area near the Indian border, attacked civilians, government officials, members of particular ethnic groups, each other, or Maoist militias. (pagina 1)

The government failed to conduct thorough and independent investigations of reports of security force or Maoist/YCL brutality and generally did not take significant disciplinary action against those involved. (pagina 5)

14. Het ambtsbericht van 2012, waarnaar namens eiser in beroep is verwezen, geeft geen positiever beeld op dit punt. De rechtbank concludeert daarom dat onvoldoende is komen vast te staan dat in Nepal bescherming wordt geboden tegen problemen met de YCL.

15. Gelet op het voorgaande is het besluit van 14 september 2011 in strijd met artikel 3:2 en 3:46 van de Awb genomen en komt het op die grond voor vernietiging in aanmerking. Hetgeen overigens door verweerder is overwogen en hetgeen daartegen namens eiser is ingebracht, behoeft om die reden thans geen beoordeling. Verweerder zal een nieuw besluit moeten nemen met inachtneming van deze uitspraak.

16. De rechtbank acht termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van de Awb en verweerder te veroordelen in de door eiser in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs gemaakte proceskosten, welke zijn begroot op € 874 aan kosten van verleende rechtsbijstand. Van andere kosten in dit verband is de rechtbank niet gebleken. De genoemde kosten dienen, aangezien eiser met een toevoeging ingevolge de Wet op de rechtsbijstand heeft geprocedeerd, ingevolge artikel 8:75, tweede lid, van de Awb te worden voldaan door betaling aan de griffier van deze rechtbank.

De beslissing

De rechtbank,

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het besluit van 14 september 2011;

- draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser ten bedrage van € 874. Dit bedrag dient te worden betaald aan de griffier van deze nevenzittingsplaats, waarvoor verweerder een nota zal worden toegestuurd.

Deze uitspraak is gedaan door mr. E.M. Vermeulen in tegenwoordigheid van

mr. S.B.M. Vreeswijk als griffier.

de griffier, de rechter,

Uitgesproken in het openbaar op 20 september 2012.

Rechtsmiddel:

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen vier weken na de verzending van een afschrift hoger beroep instellen bij de Raad van State, Afdeling bestuursrechtspraak, Hoger beroep vreemdelingenzaken, Postbus 16113, 2500 BC ’s-Gravenhage. Het beroepschrift dient een of meer grieven tegen de uitspraak te bevatten. Artikel 6:6 van de Awb is niet van toepassing. Een afschrift van de uitspraak dient overgelegd te worden. Meer informatie treft u aan op de website van de Raad van State (www.raadvanstate.nl).