Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2012:BX9237

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
10-09-2012
Datum publicatie
05-10-2012
Zaaknummer
423685 / HA RK 12-402
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Wraking
Inhoudsindicatie

Verzoek tot wraking van rechter-commissaris in faillissement. Voor zover de onder de reikwijdte van het wrakingsverzoek vallende brieven van de rechter-commissaris als beschikkingen in de zin van artikel 67, eerste lid, van de Faillissementswet moeten worden aangemerkt, had tegen deze beschikkingen hoger beroep ingesteld kunnen worden. Van deze gelegenheid heeft verzoekster op geen enkel moment gebruik gemaakt. Nu een wrakingsverzoek moet zijn ingediend voordat de behandeling van de zaak door het wijzen van een einduitspraak is geëindigd, is verzoekster - indien de brieven als beschikkingen in voorbedoelde zin moeten worden beschouwd - te laat met het indienen van het wrakingsverzoek. Ook indien de gegeven beslissingen in de correspondentie niet als einduitspraken dienen te worden opgevat, is het wrakingsverzoek te laat ingediend. Verzoekster heeft niet voldaan aan het vereiste dat het verzoek moet worden ingediend zodra de feiten of omstandigheden aan verzoekster bekend zijn geworden. Gelet op het voorgaande wordt verzoekster niet ontvankelijk verklaard en komt de wrakingskamer niet toe aan een inhoudelijk beoordeling van het verzoek.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beslissing

WRAKINGSKAMER VAN DE RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Meervoudige wrakingskamer

Wrakingnummer 2012/47

rekestnummer: 423685 / HA RK 12-402

insolventienummer F09/604

datum beslissing: 10 september 2012

BESLISSING

op het schriftelijke verzoek tot wraking ingevolge artikel 37 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, in de zaak van:

[verzoekster] B.V.

gevestigd te [plaats],

verzoekster,

gemachtigde: de heer [gemachtigde];

tegen

de besloten vennootschap [belanghebbende] B.V.

gevestigd te [plaats],

belanghebbende,

curator: mr. F.J.H. Somers;

strekkende tot wraking van:

mr. R. Cats,

rechter-commissaris in de rechtbank te 's-Gravenhage,

hierna te noemen: mr. Cats.

1. De voorgeschiedenis en het procesverloop.

1.1. Op 25 augustus 2009 is het faillissement van belanghebbende uitgesproken. Mr. Cats is sinds 7 januari 2011 de rechter-commissaris. Verzoekster is als schuldeiser betrokken in de faillissementsprocedure van belanghebbende.

1.2. Tussen de heer [gemachtigde], gemachtigde van verzoekster en mr. Cats is in elk geval vanaf november 2011 tot en met juli 2012 uitvoerig gecorrespondeerd over het faillissement van belanghebbende. De laatste brieven dateren van 12 juni 2012 van de zijde van mr. Cats, 2 juli 2012 van de zijde van de heer [gemachtigde] en 4 juli 2012 van de zijde van mr. Cats.

1.3. Op 17 juli 2012 is ter griffie van deze rechtbank het verzoek tot wraking van mr. Cats binnengekomen. Mr. Cats heeft bij brief van 10 augustus 2012 op dit verzoek gereageerd. Van de curator van belanghebbende is op 21 augustus 2012 een reactie op het wrakingsverzoek ontvangen. Tot slot heeft verzoekster bij brief van 22 augustus 2012 een toelichting op het wrakingsverzoek ingestuurd, dat als ter zitting uitgesproken dient te worden beschouwd.

2. De mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek.

2.1. Op 27 augustus 2012 is het wrakingsverzoek ter zitting van deze wrakingskamer behandeld. Namens verzoekster is verschenen de heer [gemachtigde], vergezeld door de heer [X]. Mr. Cats en de curator van belanghebbende hebben zich afgemeld voor de zitting. Het wrakingsverzoek is door de heer [gemachtigde] aan de hand van de door hem (voorafgaand aan de zitting) overgelegde toelichting nader gemotiveerd.

3. Het standpunt van verzoekster.

3.1. Aan het wrakingsverzoek is - verkort en zakelijk weergegeven - het volgende ten grondslag gelegd. Mr. Cats heeft in deze procedure de schijn opgeroepen niet onpartijdig te zijn doordat hij nimmer is ingegaan op de kern van de feitelijke klachten zoals verzoekster deze tegenover mr. Cats heeft geuit. Zo heeft mr. Cats ontoereikend toezicht gehouden op het functioneren van de curator, geen bereidheid getoond inhoudelijk onderzoek te (laten) doen en de door verzoekster geuite bezwaren nimmer inhoudelijk besproken. Mr. Cats heeft daarmee duidelijk gemaakt bevooroordeeld te zijn jegens het functioneren van de curator, te meer nu hij blijft volharden in de stelling dat hem nimmer is gebleken dat hetgeen door de curator aan hem is voorgelegd niet correct bleek te zijn.

3.2. Verzoekster heeft tevens verzocht om zo snel mogelijk inzage te geven in de administratie van belanghebbende.

4. Het standpunt van mr. Cats.

4.1. Mr. Cats heeft zich op het standpunt gesteld dat zijn onpartijdigheid in het faillissement van belanghebbende niet in het gedrang is geweest noch dat de schijn van partijdigheid is gewekt. De gronden voor het wrakingsverzoek houden verband met een verschil van inzicht tussen mr. Cats en verzoekster over de taakuitoefening van de rechter-commissaris. De omstandigheid dat verzoekster het niet eens is met de door mr. Cats genomen beslissingen, duidt niet op het ontbreken van een voldoende onpartijdige houding. Van een objectieve rechtvaardiging van de klaarblijkelijke vrees van verzoekster voor ontbrekende onpartijdigheid is dan ook geen sprake, hetgeen ertoe dient te leiden dat het wrakingsverzoek moet worden afgewezen.

5. De beoordeling.

5.1. Op grond van artikel 37, eerste lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering wordt een verzoek tot wraking gedaan zodra de feiten of omstandigheden aan de verzoeker bekend zijn geworden.

5.2. In het onderhavige geval zijn er in de correspondentie tussen mr. Cats en verzoekster opvolgende beslissingen genomen. De inhoud van deze beslissingen heeft naar zeggen van verzoekster uiteindelijk tot dit wrakingsverzoek geleid. De heer [gemachtigde] heeft desgevraagd immers verklaard dat de wraking zich tegen alle beslissingen in de procedure richt.

5.3. Vooropgesteld dient te worden dat, voor zover de onder de reikwijdte van het wrakingsverzoek vallende brieven van mr. Cats als beschikkingen in de zin van artikel 67, eerste lid, van de Faillissementswet moeten worden aangemerkt - mr. Cats heeft in elk geval het besluit van 12 juni 2012 als zodanig aangemerkt - tegen deze beschikkingen hoger beroep ingesteld had kunnen worden. Van deze gelegenheid heeft verzoekster op geen enkel moment gebruik gemaakt. Nu een wrakingsverzoek moet zijn ingediend voordat de behandeling van de zaak door het wijzen van een einduitspraak is geëindigd, is verzoekster - indien de brieven als beschikkingen in voorbedoelde zin moeten worden beschouwd - te laat met het indienen van het wrakingsverzoek.

5.4. Ook indien de gegeven beslissingen in de correspondentie niet als einduitspraken dienen te worden opgevat, is het wrakingsverzoek te laat ingediend. De laatste inhoudelijke beslissingen van mr. Cats zijn gegeven in zijn brief van 12 juni 2012, waarnaar in zijn brief van 4 juli 2012 wordt verwezen. Er zijn geen feiten of omstandigheden aangevoerd waaruit blijkt dat er na 12 juni 2012 gebeurtenissen hebben plaatsgevonden dan wel dat er handelingen door mr. Cats zijn verricht die een nieuwe wrakingsgrond zouden kunnen hebben opgeleverd. Nu het wrakingsverzoek pas op 17 juli 2012 is ingediend, heeft verzoekster niet voldaan aan het vereiste dat het verzoek moet worden ingediend zodra de feiten of omstandigheden aan verzoekster bekend zijn geworden.

5.5. Gelet op het voorgaande zal verzoekster niet ontvankelijk worden verklaard en komt de wrakingskamer niet toe aan een inhoudelijk beoordeling van het verzoek.

5.6. Het verzoek om inzage in de administratie van belanghebbende is evenmin ontvankelijk, omdat dit een inhoudelijke beslissing is die niet tot de bevoegdheid van de wrakingskamer behoort.

6. De beslissing.

De wrakingskamer:

- verklaart verzoekster niet ontvankelijk in haar verzoek om wraking van mr. Cats en in haar verzoek om inzage te geven in de administratie van belanghebbende;

- bepaalt dat de behandeling van de onder 1. vermelde procedure wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het indienen van het wrakingsverzoek;

- beveelt dat (een afschrift van) deze beslissing met inachtneming van het bepaalde bij artikel 39, derde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering wordt toegezonden aan:

• de verzoekster p/a zijn gemachtigde de heer [gemachtigde];

• de curator van belanghebbende, mr. F.J.H. Somers;

• de rechter-commissaris mr. R. Cats.

Deze beslissing is gegeven door mrs. G.P. Verbeek, D. Aarts en H.M.D. de Jong, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Y.F. Ritmeijer als griffier en in het openbaar uitgesproken op 10 september 2012.