Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2012:BX9084

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
20-07-2012
Datum publicatie
04-10-2012
Zaaknummer
09/720692-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Afpersing en verboden wapenbezit. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het plegen van een overval op een juwelierszaak. Tijdens deze overval heeft verdachte de eigenaresse van de juwelierszaak een pistool getoond, dat op haar gericht en haar gedwongen gouden sieraden af te geven. Gelet op de ernst van de gepleegde feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan, ziet de rechtbank geen enkele aanleiding om te komen tot een lagere straf, zoals door de raadsman is betoogd. De rechtbank heeft acht geslagen op het uittreksel justitiele documentatie betreffende verdachte, waaruit volgt dat hij niet eerder voor vergelijkbare feiten is veroordeeld. De rechtbank heeft voorts acht geslagen op het reclasseringsadvies van Palier. Gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar; algemene voorwaarde: reclasseringstoezicht; bijzondere voorwaarde: dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften hem te geven door GGZ Reclassering Palier te 's-Gravenhage, zolang die instelling zulks nodig acht, ook als dat inhoudt een meldingsgebod, ambulante behandeling bij de Forensische Polikliniek van GGZ Palier en opname in een instelling voor begeleid wonen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector strafrecht

Meervoudige kamer

Parketnummer 09/720692-12

Datum uitspraak: 20 juli 2012

(Verkort vonnis)

De rechtbank 's-Gravenhage, rechtdoende in strafzaken, heeft het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte],

adres: [adres],

geboren op [geboortedatum] 1990 te [geboorteplaats],

thans gedetineerd in de penitentiaire inrichting "Haaglanden" te Zoetermeer.

De terechtzitting.

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 6 juli 2012.

De verdachte, bijgestaan door zijn raadsman mr. A.G. de Jong, advocaat te 's-Gravenhage, is ter terechtzitting verschenen en gehoord.

De officier van justitie mr. H. de Koning heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het hem bij dagvaarding onder 1 primair ten laste gelegde feit en het onder 2 ten laste gelegde feit wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren met als bijzondere voorwaarde verplicht reclasseringstoezicht, waaronder een behandelverplichting en een meldingsgebod.

De officier van justitie heeft voorts gevorderd dat het op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen (beslaglijst, die als bijlage A aan dit vonnis is gehecht) onder 1 genummerd voorwerp zal worden onttrokken aan het verkeer.

De tenlastelegging.

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting - ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 23 maart 2012 te Zevenhuizen, gemeente Zuidplas, met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [X] heeft gedwongen tot de afgifte van gouden sieraden, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [juwelierszaak] en/of [X], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte:

- een pistool aan die [X] getoond heeft en/of

- een pistool op die [X] gericht heeft en/of

- die [X] gezegd heeft: "Ik wil goud" en/of "Houd je stil want ik weet je te vinden", althans woorden van gelijke aard of strekking;

subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden

hij op of omstreeks 23 maart 2012 te Zevenhuizen, gemeente Zuidplas, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een hoeveelheid sieraden, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [X], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [X], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijke te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het:

- tonen van een pistool aan die [X] en/of

- richten van een pistool op die [X] en/of

- zeggen: "Ik wil je goud" en/of "Houd je stil want ik weet je te vinden", althans woorden van gelijke aard of strekking;

2.

hij op of omstreeks 23 maart 2012 te Zevenhuizen, gemeente Zuidplas, een wapen

van categorie III, te weten een pistool (kaliber 6.35), voorhanden heeft gehad;

De bewijsmiddelen.

De rechtbank grondt haar overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis vereist met de bewijsmiddelen, dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit vonnis zal worden gehecht.

De bewezenverklaring.

Door de voormelde inhoud van vorenstaande bewijsmiddelen - elk daarvan, ook in zijn onderdelen, gebruikt voor het bewijs van datgene waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft - staan de daarin genoemde feiten en omstandigheden vast. Op grond daarvan acht de rechtbank bewezen en is zij tot de overtuiging gekomen dat de verdachte de op de dagvaarding onder 1 primair en onder 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande, dat de rechtbank bewezen acht - zulks met verbetering van eventueel in de tenlastelegging voorkomende type- en taalfouten, door welke verbetering de verdachte niet in de verdediging is geschaad - de inhoud van de tenlastelegging, te weten dat verdachte:

1.

op 23 maart 2012 te Zevenhuizen, gemeente Zuidplas, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door bedreiging met geweld [X] heeft gedwongen tot de afgifte van gouden sieraden toebehorende aan [X], welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte:

- een pistool aan die [X] getoond heeft en

- een pistool op die [X] gericht heeft en

- die [X] gezegd heeft: "Ik wil goud" en "Houd je stil want ik weet je te vinden".

2.

op 23 maart 2012 te Zevenhuizen, gemeente Zuidplas, een wapen van categorie III, te weten een pistool (kaliber 6.35), voorhanden heeft gehad.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde.

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar, aangezien er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Strafbaarheid van de verdachte.

De verdediging heeft een beroep gedaan op psychische overmacht. Daartoe is aangevoerd dat twee vrienden van verdachte hebben gedreigd hem en zijn familie iets te zullen aandoen wanneer hij niet zou doen wat hem werd gezegd, te weten de tenlastegelegde overval op de juwelier te plegen. Zijn vrienden zouden ter ondersteuning van dit dreigement een vuurwapen aan verdachte hebben getoond.

Voor een geslaagd beroep op psychische overmacht is vereist dat bij verdachte sprake was van een van buiten komende psychische druk die van zodanige aard was, dat de wilsvrijheid van verdachte is aangetast en dat hij aan deze psychische druk redelijkerwijze geen weerstand heeft kunnen en hoeven bieden. Ter zake hiervan is door de verdediging evenwel niets aangevoerd en een dergelijke druk is ook overigens niet aannemelijk geworden. De rechtbank verwerpt derhalve dit verweer.

De verdachte is deswege strafbaar, nu ook overigens geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

Strafmotivering.

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Voorts wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het plegen van een overval op een juwelierszaak. Tijdens deze overval heeft verdachte de eigenaresse van de juwelierszaak een pistool getoond, dat op haar gericht en haar gedwongen gouden sieraden af te geven.

De verdachte heeft met zijn manier van handelen niet alleen geen enkel respect getoond voor de eigendommen van het slachtoffer en zich slechts laten leiden door zijn eigen geldelijke gewin, hij heeft met zijn handelwijze ook een ernstige inbreuk gemaakt op het gevoel van veiligheid van de eigenaresse van de juwelierszaak. Het is een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers nog lang lichamelijke en psychische klachten kunnen ondervinden van dergelijke misdrijven. De rechtbank rekent dit verdachte ernstig aan.

Uit het dossier kan bovendien worden afgeleid dat - zelfs wanneer verdachte zou worden gevolgd in zijn betoog dat hij zelf door zijn vrienden werd bedreigd - zich meerdere momenten hebben voorgedaan, waarop verdachte van zijn voorgenomen daad had kunnen afzien, door eenvoudig weg te lopen. Hij heeft er echter - hoe dan ook - voor gekozen dat niet te doen.

Gelet op de ernst van de gepleegde feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan, ziet de rechtbank geen enkele aanleiding om te komen tot een lagere straf, zoals door de raadsman is betoogd.

De rechtbank heeft acht geslagen op het uittreksel justitiele documentatie van 26 maart 2012 betreffende verdachte, waaruit volgt dat hij niet eerder voor vergelijkbare feiten is veroordeeld.

De rechtbank heeft voorts acht geslagen op het reclasseringsadvies van 28 juni 2012 van Palier. Uit het advies volgt dat verdachte niet zelfredzaam is en onvoldoende in staat is om zijn leefomstandigheden te structureren. Palier adviseert in dat verband een deels voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen met als bijzondere voorwaarden een meldingsgebod, een opname in een instelling voor begeleid wonen en een behandelverplichting bij de Forensische Polikliniek van GGZ Palier.

Om die reclasseringsbegeleiding, waarvan de rechtbank het belang onderschrijft, mogelijk te maken en om verdachte een stok achter de deur te geven om geen strafbare feiten te plegen, zal zij een deel van de straf voorwaardelijk opleggen. Al met al acht de rechtbank de na te melden straf passend en geboden.

Inbeslaggenomen voorwerpen.

De rechtbank zal het op de beslaglijst onder 1 genummerd voorwerp onttrekken aan het verkeer. Dit voorwerp is voor onttrekking aan het verkeer vatbaar, aangezien met behulp van dit voorwerp het onder 1 primair bewezenverklaarde feit is begaan en dit voorwerp van zodanige aard is dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet.

De toepasselijke wetsartikelen.

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen:

- 14a, 14b, 14c, 14d, 36b, 36c, 57 en 317 van het Wetboek van Strafrecht;

- 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

De rechtbank volgt de raadsman niet in zijn stelling dat er ten aanzien van de ten laste gelegde feiten sprake is van eendaadse samenloop, nu beide strafbepalingen een ander belang beogen te dienen en derhalve een andere strekking hebben. In casu is daarom van meerdaadse samenloop sprake.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

Beslissing.

De rechtbank,

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de bij dagvaarding onder 1 primair en onder 2 ten laste gelegde feiten heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

ten aanzien van feit 1 primair:

afpersing

ten aanzien van feit 2:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III

verklaart het bewezenverklaarde en de verdachte deswege strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden

bepaalt dat de tijd, door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij het onvoorwaardelijk gedeelte van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voorzover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

bepaalt, dat een gedeelte van die straf, groot 6 maanden niet zal worden tenuitvoergelegd, zulks onder de algemene voorwaarde, dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op 2 jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

alsmede onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde ter vaststelling van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

voorts onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

en onder de bijzondere voorwaarden:

dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften hem te geven door of namens de stichting Reclassering Nederland, ressort Den Haag, in dit geval GGZ Reclassering Palier te 's-Gravenhage, zolang die instelling zulks nodig acht, ook als dat inhoudt een meldingsgebod, ambulante behandeling bij de Forensische Polikliniek van GGZ Palier en opname in een instelling voor begeleid wonen;

geeft hierbij opdracht aan bovengenoemde reclasseringsinstelling krachtens het bepaalde bij artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht;

verklaart onttrokken aan het verkeer het op de beslaglijst onder 1 genummerd voorwerp, te weten: een wapen kleur zwart.

Dit vonnis is gewezen door

mr G.H.M. Smelt, voorzitter,

mrs A.S.I. van Delden en R.G.C. Veneman, rechters,

in tegenwoordigheid van mr J.S. Honée, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 20 juli 2012.

Mr Veneman en de griffier zijn buiten staat dit vonnis te ondertekenen.