Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2012:BX8823

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
26-06-2012
Datum publicatie
02-10-2012
Zaaknummer
09/920116-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

Onthouding dvd met camerabeelden. Gedegen voorbereiding van de verdediging (art. 6, derde lid, onder b. EVRM). Privacy derden. Voldoende staat vast dat het in dit geval een processtuk betreft. Beelden kunnen bekijken op Paleis van Justitie is niet voldoende, nu dat alleen binnen kantooruren mogelijk is en eerst nadat er voor verdachte transport is geregeld. Verdediging kan niet op elk in het kader van de voorbereiding van de zaak in redelijkheid door haar te wensen moment de beelden bekijken. In dat opzicht evenmin equality of arms. Risico op schending van de (niet nader onderbouwde) privacybelangen van derden wordt voldoende gereduceerd door toezegging raadsvrouw. Voor beperking kennisneming geen strikte noodzaak.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2012/227
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector strafrecht

Parketnummer: 09/920116-12

Kenmerk RK: 12/1881

Beschikking van de rechtbank 's-Gravenhage, raadkamer in strafzaken, op het bezwaarschrift ex artikel 32 van het Wetboek van Strafvordering van:

[verdachte],

geboren op [datum] 1995 te [plaats],

wonende te [adres],

thans gedetineerd in de gesloten opvanginrichting voor jongeren "Forensisch Centrum Teylingereind" te Sassenheim.

blijkens een daarvan opgemaakte akte op 1 juni 2012 ter griffie van deze rechtbank ingediend, tegen de beslissing van de officier van justitie van 30 mei 2012 om een dvd met camerabeelden, in de strafzaak tegen verdachte aan verdachte niet te verstrekken.

De rechtbank heeft geen kennis genomen van het strafdossier met bovengenoemd parketnummer.

De rechtbank heeft op 12 juni 2012 dit bezwaar in raadkamer behandeld.

Verdachte is -hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen- niet in raadkamer verschenen; wel aanwezig was mr. C.M.H. van Vliet advocaat te 's-Gravenhage, kantoorgenoot van zijn raadsman mr. J Verschuren.

De officier van justitie heeft in raadkamer geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het bezwaarschrift.

Beoordeling van het bezwaar.

De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot afdoening van het bezwaar.

Het bezwaarschrift is tijdig ingediend.

Het bezwaar richt zich tegen de weigering van de officier van justitie om een kopie te verstrekken van een dvd met de bewegende beelden van de opnames van bewakings- en beveiligingcamera's van de geïntegreerde monitor centrale (GMC). De zaaksofficier van justitie heeft mr. Verschuren op 30 mei 2012 medegedeeld dat de beelden niet aan de verdediging zullen worden verstrekt om de privacy van derden die op die beelden te zien zijn te beschermen.

De verdediging heeft zich in het bezwaarschrift en in raadkamer op het standpunt gesteld dat uit vorengenoemde beslissing een ernstige benadeling van de verdediging voortvloeit.. Ingevolge artikel 6 EVRM dient de verdediging in de mogelijkheid te worden gesteld in de eigen tijd en omgeving en zo vaak als nodig is de beelden te bekijken. Dit kan enkel en alleen door een afschrift van de beelden te verstrekken in de vorm van een dvd of cd-rom. De gegeven mogelijkheid de beelden (eenmalig) op het Paleis van Justitie te bekijken is volstrekt onvoldoende voor een gedegen verdediging.

De officier van justitie heeft in raadkamer medegedeeld dat de dvd met de beelden deel uitmaakt van het procesdossier en derhalve een processtuk in de zin van artikel 30 van het Wetboek van Strafvordering is, maar dat dit niet betekent dat de dvd aan de verdediging dient te worden verstrekt. De verdediging moet kennis kunnen nemen van processtukken, hetgeen in dit geval is bewerkstelligd door de mogelijkheid de beelden op het kabinet van de rechter-commissaris te bekijken. Er is derhalve geen sprake van onthouding van processtukken, aldus de officier van justitie.

De raadsvrouw van verdachte heeft in raadkamer toegezegd dat zij noch mr. Verschuren, indien onderhavig bezwaar gegrond zal worden verklaard, de dvd, kopieën of afschriften van uitgeprinte beelden aan anderen zal verstrekken of anderszins verspreiden en de dvd na onherroepelijk worden van de zaak aan het openbaar ministerie zal retourneren

De rechtbank is van oordeel dat, gelet op hetgeen door de officier van justitie en de raadsvrouw in raadkamer is medegedeeld, in deze procedure vaststaat dat de dvd met de bedoelde beelden een processtuk is als bedoeld in artikel 30, eerste lid van het Wetboek van Strafvordering. Ingevolge deze bepaling staat de officier van justitie op diens verzoek aan de verdachte toe van dit processtuk kennis te nemen.

De vraag is of met het kunnen bekijken van de beelden op het Paleis van Justitie verdachte voldoende kennis kan nemen van dit processtuk. Dat voldoende kennisnemen moet geplaatst worden in de sleutel van de gedegen voorbereiding van de verdediging, zoals onder meer artikel 6, derde lid, onder b. van het EVRM die waarborgt. De rechtbank is van oordeel dat zulks hier niet het geval is, nu het bekijken van de beelden uitsluitend binnen kantooruren mogelijk is en eerst nadat er voor verdachte transport is geregeld van en naar de penitentiaire inrichting. Dat betekent dat de verdediging niet op elk in het kader van de voorbereiding van de zaak in redelijkheid door haar te wensen moment de beelden kan bekijken.

Daarbij verdient opmerking dat de officier van justitie die mogelijkheid wel heeft, zodat in dat opzicht van een equality of arms evenmin sprake is.

De stelling van de officier van justitie dat op de beelden derden te zien zouden zijn - hetgeen zou moeten leiden tot het oordeel dat bij verstrekking van de beelden rechtens te beschermen belangen van die personen worden geschonden dan wel dat schending van de privacy van die derden te duchten valt - is niet nader onderbouwd. Wel moet in algemene zin worden onderkend dat, gezien de huidige stand van de techniek en de snelle vooruitgang daarvan, dergelijke beelden snel in een grote kring of zelfs onder het algemene publiek verspreid kunnen raken en vervolgens niet meer te achterhalen zijn. Dat is zowel uit het oogpunt van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van personen die op die beelden staan als uit strafvorderlijk oogpunt niet wenselijk. Naar het oordeel van de rechtbank is de toezegging van de raadsvrouw evenwel in dit geval voldoende om dat risico van verspreiding tot aanvaardbare proporties te reduceren.

Nu voor de eerder geconstateerde beperking derhalve geen strikte noodzaak is gebleken, dient afschrift van de dvd aan de verdediging te worden verstrekt.

Het bezwaar zal daarom gegrond verklaard worden.

Beslissing.

De rechtbank

- verklaart het bezwaarschrift gegrond;

- beveelt de officier van justitie binnen drie dagen na heden een kopie van de videobeelden te verstrekken aan de raadsman van verdachte.

Deze beschikking is gegeven te 's-Gravenhage door mr. G.H.M. Smelt, voorzitter, mrs H.A.G. Nijman en M. Rootring, rechters, in tegenwoordigheid van mr. W. Gunnewegh, griffier en uitgesproken ter zitting van 26 juni 2012.

Deze beschikking is ondertekend door de voorzitter en de griffier.