Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2012:BX8427

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
26-09-2012
Datum publicatie
26-09-2012
Zaaknummer
425865 / KG ZA 12-911
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Gedaagde handelt onrechtmatig door over eiseres ongefundeerde verdachtmakingen van fraude via e-mailberichten, internet en Twitter te verspreiden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector civiel recht - voorzieningenrechter

zaak- / rolnummer: 425865 / KG ZA 12-911

Vonnis in kort geding van 26 september 2012

in de zaak van

de naamloze vennootschap

The Royal Bank of Scotland N.V.,

gevestigd te Amsterdam,

eiseres,

advocaat mr. J.P. van den Brink te Amsterdam,

tegen:

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde.

Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als 'RBS' en '[gedaagde]'.

1. De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting van 19 september 2012 wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

1.1. RBS is een wereldwijd opererende bank die onder meer actief is op de Nederlandse zakelijke markt.

1.2. [gedaagde] is werkzaam geweest voor een commercieel opleidingsinstituut, dat opleidingen op administratief gebied aanbood ('[opleidingsinstituut]'). [gedaagde] sloot overeenkomsten met klanten voor het volgen van een opleiding bij [opleidingsinstituut].

1.3. Ter financiering van de kosten die aan een opleiding bij [opleidingsinstituut] waren verbonden kon door klanten van [opleidingsinstituut] een persoonlijk krediet (een zogenaamde 'ComfortCard') worden afgesloten. [gedaagde] begeleidde als adviseur ook de aanvraag van zulke financieringen.

1.4. De ComfortCard is door de jaren heen door verschillende kredietverstrekkers waaronder RBS en Santander Consumer Finance Benelux B.V. (hierna: Santander) aan onder meer klanten van [opleidingsinstituut] uitgegeven.

1.5. De arbeidsovereenkomst tussen [opleidingsinstituut] en [gedaagde] is op enig moment geëindigd.

1.6. Bij strafrechtelijk vonnis van 26 november 2007 is [gedaagde] veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier maanden voor smaad, meermalen gepleegd, jegens [opleidingsinstituut].

1.7. Namens Santander is op 3 mei 2010 aangifte gedaan jegens [gedaagde] van chantage/afpersing.

1.8. [gedaagde] stuurt (medewerkers van) RBS ongeveer acht e-mails per dag.

1.9. Op 12 oktober 2011 heeft [gedaagde] vanaf het e-mailadres security.europe@rbs.com een e-mail verzonden naar [e-mailadres 1] waarin het volgende - voor zover hier van belang is opgenomen:

"(...)

Wij kunnen wel een afspraak maken bij RBS.

Zoals besproken kunt u er vanuit gaan dat de 4 bedragen genoemd in eerdere correspondentie naar uw rekening van de ING overgemaakt zullen worden als u meewerkt aan de eisen en voorwaarden van RBS.

Met vriendelijke groet,

[B]

RBS CSS (...)"

1.10. In een e-mailbericht van 6 januari 2012 van [gedaagde] verzonden vanaf het e-mailadres [e-mailadres 2] aan een medewerkster van RBS is het volgende - voor zover hier van belang - opgenomen:

"(...)

Just cut the bullshit and call me to confirm the total transfer today,

Not calling today is a meaning of disrespect and total lack of confidence.

We send the files to several media and let's see what the role of the police and RBS is in this part of Fraud if there is no reaction whatsoever.

(...)

Contact today before 11.00 AM CET, (...), and confirm for the transfer of all 3 Installments and 3 additional amounts into the ING.be bank account in Belgium today

Friday, 5 January 2012, before 11.00 AM. The amounts are £ 50M, £ 50M and £ 58M for the 3 Installments

and £ 320M, £ 780M and £ 942M for the additional amounts to be transferred before the end of this month to complete the transaction (...)"

1.11. In een e-mailbericht van 4 juni 2012 verzonden door [gedaagde] vanaf het e-mailadres [e-mailadres 3] aan een medewerkster van RBS is het volgende - voor zover hier van belang - opgenomen:

"(...)

In vervolg op ons gesprek van afgelopen Vrijdag is het toch zaak om onderdtaande bedragen over te boeken op de rekening van ING.be

of dat nou lachen is of niet, het geld zal op de rekening overgeboekt worden of RBS dat nou wil of niet, de reden is bekend.

(...)

Gebruik het mailadres [e-mailadres 4] om de bevestiging van overboeking van het totaalbedrag op de ING.be bankrekening door te geven.

(...)

Monday 4 June 2012, before 01.00 PM CET. The amounts are £ 50M, £ 50M and £ 58M for the 3 Instalments and £ 320M, £ 780M and £ 942M for the additional amounts to be transferred to complete the transaction (...)"

1.12. In een e-mailbericht van 24 juli 2012 heeft [gedaagde] onder meer het volgende aan RBS geschreven:

"(...)

SHOW ME THE MONEY, today within 24 hours into the ING.be bank account, we start the campaign this afternoon if we do not see any progress and contact with confirmation of the first transaction of the first 4 amounts before the end of the day (...)"

1.13. Op Twitter heeft [gedaagde] onder de accounts "[account 1]" en[account 2]" onder meer de volgende berichten getweet:

"@wmd4x Thnx for follow, warning for #RBS & @Banco_Santander #Fraud & 1.000.000 customers misled in total £328n with @ComfortCard RT!"

"Let the #Olympic_Games begin @London2012 @RBSGroup & @Banco_Santander in the spotlights withdraw from the two banks while you still can RT!"

"@zzpadvocaat is dit een zaak voor ZZP Advocatenkantoor RBS heeft dit verkeerd ingeschat en met sommatie en kort geding Fraude wil afdekken"

"@SPnl Bedankt bericht ontvangen, advocaat @[..........] is hardnekkig en blijft ons bedreigen met sommaties en kortgeding als we bekendmaken"

"[D]: [E] verdient lof (...) Nu de sommatie van @RBSGroup & @RBSMarketsNL ivm Fraude die ze verbergen"

"We seek contact with #Anonymous to take action against #RBS_UK to take out all websites around the Globe, hack and take down as a warning"

2. Het geschil

2.1. RBS vordert - zakelijk weergegeven - [gedaagde]:

I. primair: te verbieden na betekening van dit vonnis op welke manier dan ook en via welk telefoonnummer of welk e-mailadres dan ook, contact op te nemen met (medewerkers van) RBS;

subsidiair: te verbieden na betekening van dit vonnis gedurende 48 maanden op welke manier dan ook en via welk telefoonnummer of welk e-mailadres dan ook contact op te nemen met (medewerkers van) RBS;

II. te verbieden e-mailadressen te registreren en gebruiken waarin namen van afdelingen van RBS, medewerkers van RBS of de namen RBS, The Royal Bank of Scotland en/of variaties daarop voorkomen, dan wel op enige andere wijze de identiteit van (afdelingen van) RBS of medewerkers van RBS te gebruiken, al dan niet voor het opstellen van correspondentie die ten onrechte suggereert dat deze van RBS afkomstig is;

III. primair: te gebieden iedere verspreiding, openbaarmaking en/of het (in de media) doen van uitlatingen waarin hij RBS van fraude beschuldigt, alsmede soortgelijke uitingen, te staken en gestaakt te houden en van het internet, waaronder begrepen van de '#[account 2]' en '#[account 1]' Twitter-accounts, te verwijderen en verwijderd te houden;

subsidiair: te gebieden iedere verspreiding, openbaarmaking en/of het (in de media) doen van uitlatingen waarin hij RBS van fraude beschuldigt, alsmede soortgelijke uitingen, te staken en gestaakt te houden en van het internet, waaronder begrepen van de [account 2]' en '#[account 1]' Twitter-accounts, te verwijderen en verwijderd te houden, tenzij door bewijs onderbouwde nieuwe feiten een zodanige verspreiding, publicatie en/of uitlating onomstotelijk zouden rechtvaardigen

IV. te gebieden iedere verspreiding, openbaarmaking en/of het (in de media) doen van uitlatingen waarin hij persoonsgegevens van RBS-medewekers publiceert te staken en gestaakt te houden;

V. te gebieden alle media, waarin publicaties of reacties zijn verschenen waarin RBS door [gedaagde], al dan niet onder een alias, wordt beschuldigd van fraude en waarin door [gedaagde] persoonsgegevens van RBS-medewerkers worden gepubliceerd, op deugdelijke wijze te verzoeken, onder toezending van een kopie van dit vonnis, met een gelijktijdig afschrift aan de raadsman van RBS, deze uitingen te verwijderen en verwijderd te houden met uitsluitend het volgende verzoek:

"Omdat de voorzieningenrechter van de rechtbank te 's-Gravenhage bij vonnis van 26 september 2012 heeft geoordeeld dat de hierna te noemen bericht(en) of artikel(en) onrechtmatig is/zijn jegens The Royal Bank of Scotland N.V., verzoek ik u deze te verwijderen en verwijderd te houden:"

VI. te gebieden Google te verzoeken, op de wijze die Google hiertoe voorschrijft, de onder V genoemde publicaties te verwijderen en verwijderd te houden uit de Google zoekresultaten en uit haar cache, opdat deze publicaties niet meer vindbaar zijn via Google;

VII. te verbieden derden op te roepen om op enige wijze schade toe te brengen aan RBS, waaronder begrepen maar niet beperkt tot het oproepen van derden om websites van RBS te hacken en offline te halen;

een en ander op straffe van verbeurte van een onmiddellijk opeisbare dwangsom van € 500,-- voor iedere keer, dag of gedeelte van een dag dat [gedaagde] in strijd handelt met voornoemde bevelen.

2.2. Daartoe stelt RBS het volgende. [gedaagde] handelt onrechtmatig door excessief contact met RBS te zoeken en haar identiteit en die van haar medewerkers te misbruiken. Hetzelfde geldt ten aanzien van het doen en verspreiden van onrechtmatige uitingen via onder meer websites en Twitter. [gedaagde] beschuldigt RBS publiekelijk van een miljardenfraude. Integriteit is voor een bank cruciaal zodat deze ongefundeerde beschuldigingen grote gevolgen hebben voor RBS. [gedaagde] heeft tot op heden geen bewijs aangevoerd van zijn stellingen dat RBS voor miljarden zou hebben gefraudeerd. RBS heeft geprobeerd om een buitengerechtelijke oplossing met [gedaagde] te bereiken maar dat heeft niet tot enig resultaat geleid.

2.3. [gedaagde] voert gemotiveerd verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

3. De beoordeling van het geschil

Vordering I Contactverbod

3.1. Bij beoordeling van de vordering met betrekking tot een contactverbod neemt de voorzieningenrechter tot uitgangspunt dat het tegen diens wil blijven benaderen van een ander jegens die ander een onrechtmatige daad kan opleveren tot beëindiging waarvan een voorziening in kort geding kan worden gevraagd indien voldoende aannemelijk is dat het onrechtmatig handelen zal voortduren. Bij beoordeling van de vraag of een voorziening is aangewezen komt het aan op de omstandigheden van het geval waarbij enerzijds moet worden bedacht dat de vrijheid van de gedaagde niet onnodig moet worden beperkt en anderzijds zwaarwegend gewicht toekomt aan het recht van eiseres op bescherming van haar persoonlijke levenssfeer. Van onrechtmatig handelen dat een voorziening in kort geding rechtvaardigt zal in elk geval sprake zijn daar waar het handelen de vorm van stalking als bedoeld in artikel 285b Wetboek van Strafrecht aanneemt, maar ook minder vergaand handelen dat inbreuk maakt op de persoonlijke levenssfeer van eiseres kan aanleiding zijn voor toewijzing van het gevorderde contactverbod.

3.2. [gedaagde] heeft ter zitting aangevoerd dat hij hoogstens acht e-mails per dag aan RBS verzendt, maar hij begrijpt dat RBS graag wil dat dit stopt. Volgens [gedaagde] vindt RBS het vervelend dat hij haar confronteert met het feit dat er ten onrechte kredieten aan derden zijn verstrekt. [gedaagde] heeft getracht om aangifte van fraude te doen bij de politie maar zijn aangifte wordt niet aangenomen. [gedaagde] heeft desgevraagd verklaard dat hij geen miljardenclaim heeft op RBS, maar hij wilde kijken of zij hem naar aanleiding van zijn sommaties zou betalen.

3.3. Naar voorlopig oordeel is voldoende aannemelijk geworden dat [gedaagde] jegens RBS onrechtmatig handelt door haar al vanaf 2008 dagelijks verscheidene e-mails sturen. In dat verband is van belang dat [gedaagde] zelf heeft verklaard, dat hij begrijpt dat RBS graag wil dat hij stopt met het verzenden van deze e-mails en daaraan heeft toegevoegd dat hij geen miljardenvordering heeft op RBS. Bovendien kan [gedaagde] ter voldoening van een eventuele (miljarden)vordering op RBS de geëigende paden bewandelen. Hij kan daartoe immers (nogmaals) aangifte doen bij de politie dan wel via een advocaat een civiele procedure jegens RBS entameren. In dat verband is verder nog van belang dat - zoals RBS onweersproken heeft gesteld - de dreiging van dit kort geding [gedaagde] er kennelijk niet van weerhouden heeft om de e-mailstroom naar RBS te staken. Volgens RBS is de frequentie daarvan zelfs verhoogd. Gevreesd moet daarom worden dat [gedaagde] ook in de toekomst in herhaling zal vallen. Het primair onder I gevorderde verbod zal dan ook worden toegewezen.

Vordering II verbod gebruik en registratie e-mailadressen RBS

3.4. Als onweersproken staat vast dat [gedaagde] gebruik maakt van telkens nieuwe e-mailadressen en berichten verstuurt uit naam van (medewerkers van) RBS aan (medewerkers van) RBS (zie onder 1.9 tot en met 1.12). [gedaagde] heeft evenmin betwist dat hij vanuit deze e-mailaccounts opdrachten aan voornoemde medewerkers geeft tot het doen van betalingen aan hem. [gedaagde] handelt door op deze wijze de identiteit te gebruiken van (medewerkers van) RBS naar voorlopig oordeel onrechtmatig. Het door RBS in dit verband gevorderde verbod kan derhalve worden toegewezen.

Vordering III en IV verspreiding, openbaarmaking en/of doen van uitlatingen in de media

3.5. Bij de beoordeling van onderhavige vordering dient het belang van RBS om niet op onrechtmatige wijze door uitingen in de media te worden blootgesteld aan lichtvaardige verdachtmakingen te worden afgewogen tegen de belangen van [gedaagde] bij vrijheid van meningsuiting en het belang van internet, waaronder Twitter, bij persvrijheid. Daarbij dient in ogenschouw te worden genomen dat deze vrijheden meebrengen dat negatieve publiciteit en uitlatingen ten nadele van RBS niet reeds daardoor zonder meer onrechtmatig zijn. Wel geldt dat deze op voldoende feitelijke grondslag dienen te berusten en niet onnodig denigrerend mogen zijn.

3.6. Vooropgesteld wordt dat [gedaagde] via internet, waaronder via Twitter, ernstige verdachtmakingen over RBS heeft geuit. Het betreft verdachtmakingen van fraude door een bankinstelling die sterk afhankelijk is van een goede reputatie. Dat geldt in het bijzonder ten aanzien van haar reputatie met betrekking tot haar integriteit. De te verwachten gevolgen kunnen daarom eveneens ernstig zijn. Als de veronderstelde misstand ernstig is, is het algemeen belang daarbij sterk betrokken. De juistheid van de beschuldigingen speelt in dat kader een belangrijke rol. Daarbij is niet vereist dat de geuite beschuldigingen boven redelijke twijfel vaststaan. Deze moeten echter wel voldoende steun vinden in het ten tijde van de publicatie beschikbare feitenmateriaal. Als dit feitenmateriaal de beschuldiging sterker steunt, dan is de openbaarmaking ook eerder rechtmatig. De voorzieningenrechter overweegt in dat verband het volgende. [gedaagde] heeft desgevraagd ter zitting betoogd dat hij de misstanden bij RBS aan de kaak wil stellen. Enig bewijs dat deze stelling onderbouwt ontbreekt echter volledig. [gedaagde] heeft zijn verdachtmakingen niet nader gestaafd met schriftelijke stukken noch deze beschuldigingen enigszins verder kunnen concretiseren. Bovendien heeft [gedaagde] ter zitting zelf toegegeven dat hij geen miljardenclaim heeft op RBS. Gelet op deze verklaringen van [gedaagde] is de juistheid van zijn beschuldigingen voorshands geenszins aannemelijk geworden. Daar komt bij dat de wijze waarop de verdenkingen worden geuit, zeer stelling en zonder enig voorbehoud, zonder nadere toelichting of nuance is (zie onder 1.13). De voorzieningenrechter is dan ook van oordeel dat [gedaagde] in dit verband onrechtmatig handelt jegens RBS. Het gebruik van persoonsgegevens van medewerkers van RBS is in dat kader, gelet op de ongefundeerdheid van de beschuldigingen, evenmin geoorloofd. De onder III (primair) en IV gevorderde geboden liggen gelet op het vorenstaande voor toewijzing gereed.

Vorderingen V en VI verzoeken om verwijderen van uitingen over RBS

3.7. Nu de beschuldigingen dermate ongefundeerd zijn dat ze onrechtmatig moeten worden geacht tegen (de medewerkers van) RBS, dient [gedaagde] alle media, waaronder Google, waarin de door hem gemaakte reacties en publicaties zijn verschenen aan te schrijven met het verzoek om deze uitingen te verwijderen en verwijderd te houden. [gedaagde] heeft met betrekking tot deze vordering ter zitting nog aangevoerd dat het niet mogelijk is om deze uitingen van internet af te halen als zij er eenmaal zijn opgezet. De voorzieningenrechter overweegt dat de vorderingen van RBS ertoe dienen dat [gedaagde] de betreffende media in ieder geval verzoekt om zijn uitlatingen daarvan te verwijderen, zodat deze vorderingen naar voorlopig oordeel niet te ver strekken.

Vordering VII verbod oproepen derden om RBS schade toe te brengen

3.8. [gedaagde] heeft niet weersproken dat hij derden heeft opgeroepen om schade toe te brengen aan RBS waaronder het oproepen van derden om de websites van RBS te hacken en offline te halen (zie onder 1.13). In het verlengde van hetgeen hiervoor is geoordeeld zijn ook deze oproepen aan derden onrechtmatig, omdat zij zijn gebaseerd op de ongefundeerde beschuldigingen van [gedaagde]. Ook deze vordering zal derhalve ten slotte worden toegewezen.

Dwangsom

3.9. Oplegging van een dwangsom, als stimulans tot nakoming van de te geven beslissingen, is aangewezen. De op te leggen dwangsom zal worden gemaximeerd. Voorts zal er worden bepaald dat de op te leggen dwangsom vatbaar is voor matiging door de rechter, voor zover handhaving daarvan naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn, mede in aanmerking genomen de mate waarin aan de veroordeling is voldaan, de ernst van de overtreding en de mate van verwijtbaarheid daarvan.

3.10. [gedaagde] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van dit geding.

4. De beslissing

De voorzieningenrechter:

- verbiedt [gedaagde] na betekening van dit vonnis op welke manier dan ook en via welk telefoonnummer of welk e-mailadres dan ook, contact op te nemen met (medewerkers van) RBS;

- verbiedt [gedaagde] e-mailadressen te registreren en te gebruiken waarin namen van afdelingen van RBS, medewerkers van RBS of de namen 'RBS', The Royal Bank of Scotland en/of variaties daarop voorkomen, dan wel op enige andere wijze de identiteit van (afdelingen van) RBS of medewerkers van RBS te gebruiken, al dan niet voor het opstellen van correspondentie die ten onrechte suggereert dat deze van RBS afkomstig is;

- gebiedt [gedaagde] iedere verspreiding, openbaarmaking en/of het (in de media) doen van uitlatingen waarin hij RBS van fraude beschuldigt, alsmede soortgelijke uitingen, te staken en gestaakt te houden en van het internet, waaronder begrepen van de [account 2]' en '#[account 1]' Twitter-accounts, te verwijderen en verwijderd te houden;

- gebiedt [gedaagde] iedere verspreiding, openbaarmaking en/of het (in de media) doen van uitlatingen waarin hij persoonsgegevens van RBS-medewekers publiceert te staken en gestaakt te houden;

- gebiedt [gedaagde] alle media, waarin publicaties of reacties zijn verschenen waarin RBS door [gedaagde], al dan niet onder een alias, wordt beschuldigd van fraude en waarin door [gedaagde] persoonsgegevens van RBS-medewerkers worden gepubliceerd, op deugdelijke wijze te verzoeken, onder toezending van een kopie van dit vonnis, met een gelijktijdig afschrift aan de raadsman van RBS, deze uitingen te verwijderen en verwijderd te houden met uitsluitend het volgende verzoek:

"Omdat de voorzieningenrechter van de rechtbank te 's-Gravenhage bij vonnis van 26 september 2012 heeft geoordeeld dat de hierna te noemen bericht(en) of artikel(en) onrechtmatig is/zijn jegens The Royal Bank of Scotland N.V., verzoek ik u deze te verwijderen en verwijderd te houden:"

- gebiedt [gedaagde] Google te verzoeken, op de wijze die Google hiertoe voorschrijft, de publicaties of reacties waarin RBS door [gedaagde], al dan niet onder een alias, wordt beschuldigd van fraude en waarin door [gedaagde] persoonsgegevens van RBS-medewerkers worden gepubliceerd te verwijderen en verwijderd te houden uit de Google zoekresultaten en uit haar cache, opdat deze publicaties niet meer vindbaar zijn via Google;

- verbiedt [gedaagde] derden op te roepen om op enige wijze schade toe te brengen aan RBS, waaronder begrepen maar niet beperkt tot het oproepen van derden om websites van RBS te hacken en offline te halen;

- een en ander op straffe van verbeurte van een onmiddellijk opeisbare dwangsom van € 500,-- voor iedere keer, dag of gedeelte van een dag dat [gedaagde] in strijd handelt met een van voornoemde verboden c.q. geboden met een maximum van € 50.000,--;

- bepaalt dat bovenstaande dwangsom vatbaar is voor matiging op de wijze zoals onder 3.9 is vermeld;

- veroordeelt [gedaagde] in de kosten van dit geding, tot dusverre aan de zijde van RBS begroot op € 1467,17, waarvan € 816,-- aan salaris advocaat, € 575,-- aan griffierecht en € 76,17 aan dagvaardingskosten;

- verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

- wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.J. Paris en in het openbaar uitgesproken op 26 september 2012.

evdt