Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2012:BX7672

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
22-08-2012
Datum publicatie
19-09-2012
Zaaknummer
393217 / HA ZA 11-1371
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Ontbinding overeenkomst; waardevergoeding gebaseerd op niet betaalde royaltyvergoeding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 393217 / HA ZA 11-1371

Vonnis van 22 augustus 2012

in de zaak van

de vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

JMQ TRADING B.V.,

gevestigd te Raamsdonksveer,

eiseres,

advocaat mr. J.B. Smits te Breda,

tegen

de vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BECKERS BENELUX B.V.,

gevestigd te Breda,

gedaagde,

advocaat mr. W.J.G. Maas te Eindhoven.

Partijen zullen hierna JMQ en Beckers genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 4 april 2012 (hierna: het tussenvonnis);

- de akte uitlating, overlegging producties en tevens wijziging van eis van JMQ van 30 mei 2012 met producties 13a, 13b en 14 (hierna: de akte na tussenvonnis);

- de antwoordakte van Beckers van 13 juni 2012 met aanvullende producties 5 en 6 (hierna: de antwoordakte na

tussenvonnis);

- brief van 19 juni 2012 van JMQ;

- brief van 20 juni 2012 van Beckers;

- brief van 22 juni 2012 van JMQ.

1.2. Vonnis is nader bepaald op heden.

2. De verdere beoordeling

2.1. De rechtbank volhardt bij hetgeen bij tussenvonnis is overwogen en beslist.

Procedureel

2.2. JMQ heeft haar eis bij akte na tussenvonnis gewijzigd. Beckers heeft hiertegen geen bezwaar gemaakt. De eis van JMQ zal derhalve worden beoordeeld zoals deze laatstelijk is gewijzigd, namelijk inhoudende dat JMQ de vordering sub 4 als vermeld in r.o. 3.1 van het tussenvonnis wijzigt en zij thans vordert - samengevat - en voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, Beckers te veroordelen om bij wege van schadevergoeding en tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan JMQ te voldoen een bedrag van € 112.534,65, te vermeerderen met de wettelijke rente over het bedrag van € 12.534,65 met ingang van 1 oktober 2008, alsmede over het bedrag van € 25.000,-- met ingang van 1 oktober 2009, alsmede over het bedrag van € 25.000,-- met ingang van 1 oktober 2010, alsmede over het bedrag van € 25.000,-- met ingang van 1 oktober 2011, alsmede over het bedrag van € 25.000,- met ingang van 1 oktober 2012, steeds tot aan de dag der algehele voldoening.

2.3. JMQ heeft bij brief van 19 juni 2012 bezwaar gemaakt tegen de antwoordakte na tussenvonnis. Dit bezwaar en de daaropvolgende brieven van 20 juni 2012 van Beckers en van 22 juni 2012 van JMQ in aanmerking nemende, heeft de rechtbank partijen medegedeeld dat de paragrafen 11 tot en met 18 van de antwoordakte na tussenvonnis en de daarbij overgelegde producties 5 en 6 worden geweigerd omdat deze meer inhouden dan een reactie op de akte na tussenvonnis. Slechts het overgebleven gedeelte van de antwoordakte na tussenvonnis maakt deel uit van de procedure.

Waardevergoeding

2.4. De rechtbank heeft in het tussenvonnis (r.o. 4.39) overwogen dat Beckers ingevolge artikel 6:272 BW de waarde dient te vergoeden van de door haar ontvangen prestatie uit hoofde van de overeenkomst, welke waarde bestaat uit het bedrag aan verschuldigde royalty's tot aan de ontbinding van de overeenkomst. In het licht hiervan begrijpt de rechtbank dat JMQ met de hiervoor gewijzigde eis niet bedoelt om schadevergoeding te vorderen maar deze waardevergoeding.

2.5. In het tussenvonnis heeft de rechtbank voorts overwogen dat JMQ per contractjaar recht heeft op royalty's overeenkomstig artikel 10 lid 1 van de overeenkomst waarbij JMQ ten minste recht heeft op € 25.000,-- per contractjaar, te vermeerderen met de wettelijke rente over de tijd dat Beckers met de voldoening daarvan in verzuim is geweest waarbij dient te worden uitgegaan van contractjaren die lopen van 1 augustus van het ene kalenderjaar tot en met 31 juli van het volgende kalenderjaar (r.o. 4.42 en 4.44). Thans dient de rechtbank vast te stellen welk bedrag Beckers aan JMQ dient te voldoen.

2.6. JMQ stelt in de akte na tussenvonnis dat het bedrag aan verschuldigde royalty's € 112.534,65 is, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover als vermeld in 2.2. JMQ heeft dit bedrag als volgt (met stukken) onderbouwd. JMQ stelt dat Beckers voor het contractjaar 2007/2008 nog een bedrag van € 12.534,65 (te weten € 25.000,-- verminderd met € 12.465,35 welk bedrag reeds door Beckers is voldaan) aan royalty's verschuldigd is. Ten aanzien van de overige contractjaren geldt dat uit de opgave van Beckers blijkt dat zij in geen van de contractjaren het minimaal gegarandeerde verkoopvolume heeft gehaald zodat Beckers over de contractjaren 2008/2009, 2009/2010, 2010/2011 en 2011/2012 steeds de minimum verkoopvolume garantie van € 25.000,-- verschuldigd is, aldus nog steeds JMQ. JMQ stelt dat de wettelijke rente over de royaltyvergoeding van een contractjaar steeds verschuldigd wordt vanaf de datum van de aanvang van het volgende contractjaar aangezien het volume ook nog op het laatste moment van het lopende contractjaar had kunnen worden gerealiseerd.

2.7. Beckers heeft de hiervoor vermelde stellingen van JMQ niet weersproken behalve ten aanzien van de verschuldigde royalty over het contractjaar 2011/2012. Beckers betwist dat zij over het contractjaar 2011/2012 de volledige minimum verkoopvolume garantie van € 25.000,-- aan royalty's verschuldigd is omdat dit contractjaar door de ontbinding van de overeenkomst op 4 april 2012 is geëindigd na verloop van 9 maanden en 3 dagen. Uit de navolgende berekening begrijpt de rechtbank dat Beckers bedoelt, na 9 maanden en 4 dagen. Beckers stelt dat de royalty voor het contractjaar 2011/2012 naar evenredigheid dient te worden verminderd tot een bedrag van € 19.027,78. Dit bedrag heeft Beckers als volgt berekend: € 25.000,-- verminderd met € 6.250,-- (3/12 van € 25.000,--) en vermeerderd met € 277,78 (4/30 van 1/12 van € 25.000,--).

2.8. De rechtbank volgt Beckers in haar stelling dat zij voor het contractjaar 2011/2012 niet het volledige bedrag van de minimum verkoopvolume garantie van € 25.000,-- aan royalty's verschuldigd is omdat het contractjaar 2011/2012 door de ontbinding van de overeenkomst op 4 april 2012 eerder is geëindigd. Aldus dient het bedrag van € 25.000,-- naar evenredigheid te worden verminderd. De rechtbank sluit daarbij aan bij de berekening van Beckers als hiervoor opgenomen in 2.7. Nu de overige door JMQ genoemde bedragen door Beckers niet zijn betwist, stelt de rechtbank vast dat Beckers een bedrag van € 106.562,43 (€ 12.534,65 vermeerderd met 3 maal € 25.000,-- en met € 19.027,78) aan royalty's aan JMQ verschuldigd is en zal de rechtbank de vordering van JMQ tot dit bedrag toewijzen.

2.9. Ten aanzien van de gevorderde wettelijke rente overweegt de rechtbank als volgt. Uit de hiervoor in 2.2 vermelde eiswijziging blijkt dat JMQ wettelijke rente vordert over de per contractjaar verschuldigde royalty's steeds per 1 oktober van enig kalenderjaar. Kennelijk heeft JMQ per abuis bij de eiswijziging haar eerdere petitum sub 4 dat zij baseerde op de stelling dat de initiële contractsperiode was ingegaan op 1 oktober 2004 zodat de contractjaren liepen van 1 oktober van het ene kalenderjaar tot 31 september van het volgende kalenderjaar niet aangepast aan het oordeel van de rechtbank in het tussenvonnis dat de contractjaren liepen van 1 augustus van het ene kalenderjaar tot 31 juli van het volgende kalenderjaar. Uit de onderbouwing door JMQ van de door haar gevorderde wettelijke rente als hiervoor opgenomen aan het einde van 2.6 blijkt in ieder geval niet dat JMQ op dit punt wil afwijken van de door de rechtbank vastgestelde contractjaren. Nu Beckers niet heeft betwist dat zij wettelijke rente verschuldigd is en overigens de door JMQ voorgestane wijze van berekenen van de wettelijke rente niet heeft weersproken, zal de rechtbank de wettelijke rente als gevorderd toewijzen met dien verstande dat de data waarop de rente verschuldigd is niet steeds 1 oktober van enig kalenderjaar is maar 1 augustus.

2.10. Ten aanzien van de overige vorderingen van JMQ heeft de rechtbank in het tussenvonnis reeds overwogen en beslist. Hetgeen partijen overigens nog hebben gesteld en aangevoerd, behoeft gelet op het voorgaande geen bespreking meer.

Proceskosten

2.11. Beckers zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten

worden veroordeeld. Nu JMQ geen proceskosten ex artikel 1019h Rv heeft gevorderd, zal de rechtbank voor de gehele procedure aansluiting zoeken bij het liquidatietarief. De proceskosten worden derhalve begroot op:

- dagvaarding € 76,31

- vast recht € 1.181,--

- salaris advocaat € 960,-- (2,5 punten x tarief € 384,--)

Totaal € 2.217,31--.

3. De beslissing

De rechtbank

3.1. veroordeelt Beckers om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan JMQ te betalen € 106.562,43, vermeerderd met de wettelijke rente (i) over € 12.534,65 met ingang van 1 augustus 2008, (ii) over € 25.000,-- met ingang van 1 augustus 2009, (iii) over € 25.000,-- met ingang van 1 augustus 2010, (iv) over € 25.000,-- met ingang van 1 augustus 2011, en (v) over € 19.027,78 met ingang van 4 april 2012, steeds tot aan de dag der algehele voldoening;

3.2. veroordeelt Beckers in de proceskosten, aan de zijde van JMQ tot op heden begroot op € 2.217,31--;

3.3. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

3.4. wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.P.M. Loos en in het openbaar uitgesproken op

22 augustus 2012.