Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2012:BX6775

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
12-07-2012
Datum publicatie
07-09-2012
Zaaknummer
1144627 - EJ VERZ 12-80518
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Letselschade. Deelgeschilprocedure. Artikel 7:658 BW. Werkneemster is enige tijd als uitzendkracht te werk gesteld bij verweerster. Repetitieve werkzaamheden. Uitval wegens polsklachten. Voldoende aannemelijk dat de ten tijde van uitval bestaande klachten tijdens de uitoefening van de werkzaamheden bij verweerster.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 7
Burgerlijk Wetboek Boek 7 658
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen)
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 1019w
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 1019x
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 1019ij
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 1019z
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 1019aa
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 1019bb
Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (geldt in geval van digitaal procederen) 1019cc
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
VR 2013/155
JA 2012/204
JAR 2012/246
AR-Updates.nl 2012-0810
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector kanton

Locatie Delft

zaaknummer / rekestnummer: 1144627 / EJ VERZ 12-80518

Beschikking van 12 juli 2012

in de zaak van

[werkneemster],

wonende te [woonplaats],

verzoekster,

advocaat: mr. L.J. van Rooijen te Rotterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

THE GREENERY B.V.,

gevestigd te 's-Gravenhage,

verweerster,

advocaat: mr. J. Streefkerk te Voorburg.

Partijen worden hierna "werkneemster" en "The Greenery" genoemd.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift, ter griffie ingekomen op 17 februari 2012, met producties;

- het verweerschrift, met producties;

- de brief van 27 april 2012 van mr. Van Rooijen, met productie;

- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 14 juni 2012.

1.2. Ten slotte is een datum voor beschikking bepaald.

2. De feiten

2.1. Werkneemster is eind mei 2009 door Olympia Uitzendbureau als uitzendkracht te werk gesteld bij The Greenery, vestiging Maasland. Werkneemster was hoofdzakelijk werkzaam in de functie van paprikasorteerder.

2.2. Op 24 juli 2009 heeft werkneemster zich, op aanraden van haar huisarts, ziek gemeld vanwege pijnklachten in haar linkerpols.

2.3. Op 31 augustus 2009 is werkneemster door haar huisarts doorverwezen naar de plastisch chirurg. In de doorverwijzingsbrief van de huisarts is onder meer opgenomen:

"Gaarne beoordeling en advies inzake pijn hand links. (...) De klachten bestaan sinds 21 juli 2009.Waarschijnlijk is de oorzaak werk gerelateerd. Maar nu ze niet werkt zit er geen verbetering in."

2.4. In de periode van medio september tot 1 oktober 2009 heeft werkneemster nog enige dagen werkzaamheden als paprikasorteerder bij The Greenery uitgevoerd, waarna zij op 1 oktober 2009 opnieuw en definitief is uitgevallen.

2.5. Op 12 oktober 2009 heeft de plastisch chirurg de klachten van werkneemster gediagnosticeerd als Morbus de De Quervain (hierna: De Quervain). Dit is een ontsteking van twee pezen van de duim ter hoogte van de pols.

2.6. Op 28 oktober 2009 is werkneemster door de plastisch chirurg geopereerd aan haar linkerhand. Hierbij is een tenolyse uitgevoerd, waarbij de pezen zijn vrijgemaakt van verklevingen en ontstekingsweefsel is verwijderd. Vanwege aanhoudende pijnklachten heeft de plastisch chirurg vervolgens op 26 januari 2010 een lokale injectie met corticosteroïden toegediend, hetgeen evenmin tot verbetering heeft geleid.

2.7. Op 9 april 2010 is werkneemster onderzocht door neuroloog dr. W.B.J. Moll. In zijn schrijven van diezelfde datum aan de huisarts van werkneemster is onder meer vermeld:

"Reden van consult/verwijzing:

Pijn in duim en vingers met doof gevoel. Is ontstaan na operatie aan de linker hand ivm M. quervain. De peesschede werd gekliefd. Daarna zijn direct de klachten begonnen. Heeft al injectie gehad met kenacort van de pl chirurg. Daarna zijn de klachten nog erger geworden en is de dig 4 ook doof en dood en pijnlijk geworden.

Hierdoor gestopt met werken. Ik begrijp uit de aard van haar werk, dat de tendinitis eigenlijk is veroorzaakt door de aard van haar werk, met zeer veel repetitieve bewegingen. Daarna heeft de UWV arts haar geadviseerd zich te laten opereren, alhoewel mi. De indicatie daarvoor op zijn zachtst gezegd twijfelachtig is.

De klachten zijn daarna alleen verergerd met tevens nog een extra complicatie erbij door de operatie, waardoor zij nu in het geheel haar werk niet kan doen."

2.8. Bij brief van 5 oktober 2010 heeft mr. Van Rooijen namens werkneemster The Greenery aansprakelijk gesteld voor de door haar geleden gezondheidsschade, zich daarbij op het standpunt stellend dat de gezondheidsklachten zijn ontstaan door de uitoefening van de werkzaamheden bij The Greenery.

2.9. Op 3 mei 2011 hebben partijen de heer F.L. de Roo (hierna: De Roo), als arbeidsdeskundige verbonden aan Cunningham Lindsey Nederland B.V., opdracht gegeven een onderzoek te verrichten, teneinde de belasting van de werkzaamheden van werkneemster bij The Greenery in kaart brengen. Van dit onderzoek is een rapportage uitgebracht op 20 juni 2011. In deze rapportage is op pagina 4 met betrekking tot de werkzaamheden en de frequentie opgenomen:

"De werkzaamheden worden aan een zogeheten paprikasorteerlijn uitgevoerd.

(...)

De machines kunnen maximaal worden ingesteld op 70 slagen per minuut, dit houdt in dat er per minuut 70 maal een plek voor een paprika voorbij komt. Qua handelingen betekent dit dat er per minuut 35 keer met beide armen gereikt moet worden, de paprika's worden in iedere hand gepakt en op de lopende band, met de steel de juiste richting op, tegen een opstaand randje neergelegd.

(...)

Na iedere twee uur werken is er een kwartier pauze."

2.10. Op pagina 6 van het rapport van 20 juni 2011 van De Roo is opgenomen:

"Opgave van het aantal gewerkte dagen en uren van benadeelde

Week van:

25 mei 2009 31 uur

1 juni 2009 27 uur

8 juni 2009 23,30 uur

15 juni 2009 39,15 uur

22 juni 2009 28,45 uur

29 juni 2009 22 uur

6 juli 2009 18,15 uur

13 juli 2009 28,15 uur

20 juli 2009 23,15 uur"

2.11. De op pagina 10 opgenomen eindconclusie van De Roo luidt als volgt:

"Op grond van de hiervoor genomen acties van de werkgever kan gesteld worden dat hij heeft gedaan wat van hem als werkgever kan en mag worden verwacht betreffende de zorg dat de fysieke belasting geen gevaar oplevert voor de veiligheid en de gezondheid van de werknemer."

2.12. Op 24 november 2011 is door De Roo een vervolgrapportage uitgebracht, waarin hij zijn conclusie, inhoudende dat door The Greenery als goed werkgever is gehandeld, heeft gehandhaafd.

2.13. Op basis van de rapportages van De Roo heeft The Greenery aansprakelijkheid van de hand gewezen.

3. Het geschil

3.1. Werkneemster verzoekt de kantonrechter bij wijze van deelgeschil ex artikel 1019w-1019cc van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) uitvoerbaar bij voorraad:

1a. te bepalen dat de door werkneemster ervaren gezondheidsklachten te beschouwen zijn als schade die zij lijdt en heeft geleden in de uitoefening van haar werkzaamheden voor The Greenery;

1b. te bepalen dat The Greenery jegens werkneemster tekort is geschoten in de naleving van de krachtens artikel 7:658 BW op haar rustende zorgplicht ter voorkoming van de door werkneemster ervaren gezondheidsklachten;

1c. te bepalen dat The Greenery gehouden is de door werkneemster als gevolg van de door haar ervaren gezondheidsklachten geleden schade te vergoeden;

2. de kosten van werkneemster voor de behandeling van het verzoek te begroten en The Greenery te veroordelen deze kosten aan werkneemster te voldoen.

3.2. Werkneemster heeft aan haar verzoek ten grondslag gelegd dat sprake is van gezondheidsklachten (zij lijdt veel pijn en kan haar linkerhand niet tot nauwelijks gebruiken en ervaart daarnaast psychische klachten waarvoor zij onder behandeling is van een psycholoog), welke klachten gerelateerd zijn aan de door haar bij The Greenery verrichte arbeid. Dit betekent dat moet worden aangenomen dat werkneemster deze klachten lijdt en heeft geleden in de uitoefening van haar werkzaamheden voor The Greenery. Nu door The Greenery niet alle maatregelen zijn getroffen die redelijkerwijs verwacht mochten worden om de gerealiseerde klachten te voorkomen, heeft The Greenery niet aan de op haar rustende zorgplicht voldaan. Gelet hierop is The Greenery aansprakelijk voor de door haar geleden gezondheidsschade, aldus werkneemster.

3.3. The Greenery voert gemotiveerd verweer.

3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

Behandeling in een deelgeschilprocedure

4.1. In de eerste plaats dient, gezien de betwisting van The Greenery op dit punt, te worden beoordeeld of het verzoek zich leent voor behandeling in een

4.2. De kantonrechter is van oordeel dat het verzoek zich leent voor behandeling in een deelgeschilprocedure. Door werkneemster wordt een oordeel gevraagd over de aansprakelijkheidsvraag. The Greenery erkent dat deze vraag in een deelgeschilprocedure aan de orde komen. In tegenstelling tot hetgeen The Greenery betoogt, zijn er geen omstandigheden die - ook met inachtneming van de door The Greenery bedoelde terughoudendheid - meebrengen dat de onderhavige aansprakelijkheidsvraag zich niet leent voor behandeling in een deelgeschilprocedure. Zoals uit het onderstaande zal blijken, is nadere bewijslevering of deskundigenonderzoek - anders dan The Greenery betoogt - niet noodzakelijk om een beslissing op het verzoek te kunnen nemen. Ook de beperkte mogelijkheden van hoger beroep brengen de kantonrechter niet tot een ander oordeel. In artikel 1019cc, eerste lid, Rv is weliswaar bepaald dat, voor zover in de beschikking uitdrukkelijk en zonder voorbehoud is beslist op een of meer geschilpunten tussen partijen betreffende hun materiële rechtsverhouding, de rechter daaraan in de procedure ten principale op dezelfde wijze gebonden is als wanneer de beslissing zou zijn opgenomen in een tussenvonnis in die procedure, maar dit laat onverlet dat partijen in meerdere instanties over hun geschilpunten kunnen procederen. Nu de kantonrechter van oordeel is dat de verzochte beslissing voldoende kan bijdragen aan de totstandkoming van een vaststellingsovereenkomst, zal hij overgaan tot een inhoudelijke beoordeling van het verzoek.

Inhoudelijke beoordeling

4.3. De kantonrechter stelt voorop dat werkneemster haar verzoek ter zitting nader heeft gespecificeerd in die zin dat wordt verzocht te bepalen dat de klachten waarmee zij op 24 juni 2009 is uitgevallen zijn toe te rekenen aan de werkzaamheden bij The Greenery en dat het niet de bedoeling is om de klachten die nadien zijn opgetreden in deze procedure aan de orde te stellen. De kantonrechter zal bij de beoordeling van de onder de punten 1a, 1b en 1c genoemde verzoeken uitgaan van de klachten voor zover deze bestonden op 24 juli 2009.

Klachten in de uitoefening van de werkzaamheden ontstaan?

4.4. Bij de beoordeling van de vraag of The Greenery op grond van artikel 7:658 BW jegens werkneemster aansprakelijk is, dient in de eerste plaats de vraag te worden beantwoord of werkneemster schade heeft geleden in de uitoefening van haar werkzaamheden.

4.5. De kantonrechter overweegt dat, zoals blijkt uit de als productie 1 bij het verzoekschrift overgelegde medische informatie, de medische wereld het er over eens is dat de aandoening De Quervain - hoewel de exacte oorzaak nog steeds onbekend is - ontstaat door repeterende bewegingen van een vuistgreep gekoppeld aan ongewone pols posities. Uit de beschrijving van de werkzaamheden van werkneemster bij The Greenery, zoals hiervoor onder rechtsoverweging 2.9 weergegeven, en de verklaring van werkneemster ter zitting, inhoudende dat bij het inpakken van de paprika's de steel van de buitenste paprika's naar binnen dienden te worden gedraaid, waardoor telkens een draaibeweging moest worden gemaakt, volgt dat tijdens de werkzaamheden als paprikasorteerder bij The Greenery sprake was van de in voornoemde medische informatie genoemde bewegingen.

4.6. De kantonrechter overweegt voorts dat werkneemster tijdens haar werk bij The Greenery is uitgevallen en dat haar huisarts in zijn onder rechtsoverweging 2.3 genoemde doorverwijzingsbrief vermeldt dat de polsklachten van werkneemster sinds 21 juli 2009 bestaan. Daaruit blijkt volgens de kantonrechter afdoende dat werkneemster nog niet aan de betreffende klachten leed voordat zij bij The Greenery werkzaam was. Ook de overige in het geding gebrachte medische informatie bevat geen enkele aanwijzing dat werkneemster eerder dergelijke klachten heeft ondervonden. Overigens kan de kantonrechter zich ook niet goed voorstellen dat werkneemster de inpakwerkzaamheden bij The Greenery zou hebben aangenomen, wanneer zij voordien al (ernstige) polsklachten had.

4.7. Gezien het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat werkneemster voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de op 24 juli 2009 bestaande klachten zijn ontstaan tijdens de uitoefening van de werkzaamheden bij The Greenery. Dat, zoals The Greenery heeft gesteld, gedurende de afgelopen twintig jaar de thans aan de orde zijnde sorteerwerkzaamheden zijn verricht zonder dat zich een dergelijk gezondheidsrisico heeft gemanifesteerd doet hier niet aan af. Evenmin leidt de omstandigheid dat werkneemster de werkzaamheden als paprikasorteerder betrekkelijk kort heeft verricht tot een ander oordeel. Gesteld noch gebleken is dat de klachten die werkneemster heeft ontwikkeld zich niet kunnen manifesteren binnen de termijn gedurende welke werkneemster bij The Greenery werkzaam is geweest.

4.8. Ten aanzien van de stelling van The Greenery dat acht dient te worden geslagen op de hobby's van werkneemster, overweegt de kantonrechter dat niet in geschil is dat werkneemster deze hobby's reeds vele jaren uitoefende, terwijl gesteld noch gebleken is dat die hobby's in het verleden tot klachten hebben geleid. In dit verband acht de kantonrechter tevens van belang dat werkneemster ter zitting heeft verklaard dat zij (pas) noodgedwongen met haar hobby's heeft moeten stoppen toen zij tijdens de werkzaamheden bij The Greenery de polsklachten kreeg. Onder die omstandigheden valt niet in te zien dat de klachten waardoor werkneemster is uitgevallen (mede) veroorzaakt zijn door haar hobby's.

4.9. Het voorgaande leidt ertoe dat de kantonrechter in verband met het onder 1a genoemde verzoek zal bepalen dat de gezondheidsklachten die werkneemster op 24 juli 2009 ondervond te beschouwen zijn als schade die zij heeft geleden in de uitoefening van haar werkzaamheden voor The Greenery.

Schending zorgplicht?

4.10. Vervolgens ligt de vraag voor of The Greenery aan haar zorgplicht als bedoeld in artikel 7:658 lid 1 BW heeft voldaan.

4.11. Als productie 2 bij het verzoekschrift heeft verweerster het Saltsa rapport overgelegd. Dit in mei 2000 verschenen rapport betreft een Europees onderzoeksproject dat is uitgevoerd door het Coronel Instituut voor Arbeid, Milieu en Gezondheid, Academisch Medisch Centrum / Universiteit van Amsterdam. In het rapport worden elf specifieke aandoeningen en klachtensyndromen die onder de noemer RSI vallen (in het rapport genoemd: aandoeningen aan het bewegingsapparaat in de bovenste extremiteit (ABBE's)) beschreven, waaronder de aandoening De Quervain. Er worden criteria voor het vaststellen van de aanwezigheid en de arbeidsgerelateerdheid van de ABBE's gegeven. De kantonrechter is van oordeel dat bij de beoordeling van de vraag of The Greenery aan de op haar rustende zorgplicht heeft voldaan de in het Saltsa rapport opgenomen normen tot uitgangspunt dienen te worden genomen.

4.12. Tussen partijen staat vast dat het werk als paprikasorteerder bij The Greenery gekwalificeerd dient te worden als hoog repetitief werk. Dergelijk werk is volgens het Saltsa rapport een risicofactor als herhaalde bewegingen het grootste deel van de dag, inhoudende dat de bewegingen plaatsvinden gedurende meer dan, in totaal, 4 uren per werkdag, worden uitgevoerd.

4.13. De factor beweging (herhaling) betreft één van de fysieke factoren die in het Saltsa rapport als indicator voor de bepaling van de arbeidsgerelateerdheid van een ABBE wordt genoemd. Daarnaast worden in het rapport niet-fysieke factoren genoemd, waarbij het rapport vermeldt dat bekend is dat de aanwezigheid hiervan op het werk het risico op het ontwikkelen van een ABBE bij aanwezigheid van fysieke risicofactoren verhoogd. Een dergelijke niet-fysieke factor betreft bijvoorbeeld de werkorganisatie, waaronder valt de werk-rust verhouding. In het rapport is te weinig hersteltijd in de werk-rust verhouding gedefinieerd als: minder dan 10 minuten pauze binnen elke 60 minuten dat bewegingen met hoge herhaling worden uitgevoerd. Anders dan The Greenery is de rechtbank van oordeel dat een aaneengesloten pauze van 10 minuten wordt bedoeld en niet meerdere kortere pauzes van in totaal 10 minuten. De lezing van The Greenery doet immers geen recht aan het doel van de pauze, te weten een relevante herstelperiode voor het bewegingsapparaat van de werknemers.

4.14. Blijkens het arbeidsdeskundig rapport van 20 juni 2011 van De Roo heeft werkneemster gedurende de eerste 9 weken gemiddeld 26,8 uur per week, oftewel ruim 5 uur per dag, gewerkt en er was na iedere 2 uur werken een pauze. Nu De Roo door partijen gezamenlijk is ingeschakeld om een arbeidsdeskundig onderzoek te verrichten, dient naar het oordeel van de kantonrechter van voornoemde door De Roo vastgestelde gegevens te worden uitgegaan. Hieruit volgt dat werkneemster in de periode van eind mei tot eind juli 2009 gedurende het grootste gedeelte van de dag, namelijk langer dan 4 uur, repetitieve werkzaamheden heeft verricht en dat - nu niet binnen elke 60 minuten maar pas na 2 uur werken werd gepauzeerd - sprake is geweest van te weinig hersteltijd. Het verweer van The Greenery dat, gezien de regelmatige storingen aan de machines, de effectieve werktijd per uur geen 60 maar 40 minuten bedroeg en bovendien geen sprake was van aaneengesloten werken, is mede in het licht van hetgeen werkneemster daarover ter zitting heeft verklaard, onvoldoende onderbouwd. Dat The Greenery haar bedrijfsvoering gedurende 20 jaar zodanig zou hebben ingericht dat de machines daadwerkelijk gedurende een derde van de tijd uitvielen in verband met aan de machines uit te voeren noodzakelijke handelingen, acht de kantonrechter vanuit bedrijfseconomisch oogpunt bovendien niet geloofwaardig. De door werkneemster erkende incidentele en kortdurende onderbrekingen, waren naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende om te voldoen aan de in het Saltsa rapport voorgeschreven (aaneengesloten) pauze van 10 minuten per uur.

4.15. De kantonrechter concludeert, gezien het voorgaande, dat sprake is van een overschrijding van de in het Saltsa rapport opgenomen normen. Gelet hierop is de kantonrechter, anders dan arbeidsdeskundige De Roo, van oordeel dat The Greenery onvoldoende invulling heeft gegeven aan de op haar rustende zorgplicht. Dat The Greenery, zoals zij naar voren heeft gebracht, een risico-inventarisatie heeft laten verrichten en zich vanaf 2008 richtte op het onderzoeken en ontwikkelen van nieuwe machines, maakt dit niet anders.

4.16. Het voorgaande leidt ertoe dat de kantonrechter van oordeel is dat The Greenery haar zorgplicht als werkgever heeft geschonden, zodat het onder 1b genoemde verzoek zal worden toegewezen.

4.17. De toewijzing van de onder 1a en 1b genoemde verzoeken heeft tot gevolg dat The Greenery gehouden is de schade die in (medische en) juridische zin in voldoende causaal verband staat met de klachten die ten tijde van de uitval van werkneemster op

24 juli 2009 bestonden, te vergoeden. Gelet hierop zal de kantonrechter ook het onder 1c genoemde verzoek toewijzen. Hierbij merkt de kantonrechter wel op dat werkneemster heeft erkend dat in verband daarmee nog nader (medisch) onderzoek nodig is. Zoals uit het onder rechtsoverweging 2.7 weergegeven schrijven van de neuroloog dr. Moll blijkt, zijn de klachten van werkneemster na haar uitval immers verergerd en thans is nog onduidelijk of die verergering eveneens voor rekening van The Greenery dient te komen.

Kosten

4.18. Ingevolge artikel 1019aa Rv dient de rechtbank de kosten bij de behandeling van het verzoek aan de zijde van de persoon die schade door dood of letsel lijdt te begroten, waarbij alle redelijke kosten als bedoeld in artikel 6:96 lid 2 BW in aanmerking worden genomen. Of de kosten redelijk zijn, hangt ervan af of het redelijk is dat de kosten zijn gemaakt en of de omvang van de kosten redelijk is.

4.19. Mr. Van Rooijen stelt € 4.685,63 aan kosten te hebben gemaakt. Daarbij is hij uitgegaan van 17,5 uur, een uurtarief van € 225,-- en 19% btw. Nu The Greenery tegen deze kostenopgave geen bezwaar heeft gemaakt en de kosten de kantonrechter ook redelijk voorkomen, zal de kantonrechter de kosten begroten op het hiervoor genoemde bedrag, te vermeerderen met het door werkneemster betaalde griffierecht ad € 73,--, zijnde derhalve in totaal een bedrag van € 4.758,63.

4.20. Nu, zoals hiervoor is overwogen, The Greenery aansprakelijk is voor de schade die werkneemster tijdens de uitoefening van haar werkzaamheden bij The Greenery heeft opgelopen, zal de kantonrechter The Greenery veroordelen tot betaling van de hiervoor genoemde kosten.

5. De beslissing

De kantonrechter:

5.1. bepaalt dat de door [werkneemster] ervaren gezondheidsklachten, voor zover deze bestonden op 24 juli 2009, te beschouwen zijn als schade die zij lijdt en heeft geleden in de uitoefening van haar werkzaamheden voor The Greenery;

5.2. bepaalt dat The Greenery jegens [werkneemster] tekort is geschoten in de naleving van de krachtens artikel 7:658 BW op haar rustende zorgplicht ter voorkoming van de door [werkneemster] op 24 juli 2009 ervaren gezondheidsklachten;

5.3. bepaalt dat The Greenery gehouden is de door [werkneemster] als gevolg van de door haar op 24 juli 2009 ervaren gezondheidsklachten geleden schade te vergoeden;

5.4. begroot de kosten als bedoeld in artikel 1019aa Rv op € 4.758,63 en veroordeelt The Greenery tot betaling van deze kosten;

5.5. verklaart de onder 5.4 opgenomen kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

5.6. wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.L.M. Luiten en in het openbaar uitgesproken op

12 juli 2012, in tegenwoordigheid van de griffier.