Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2012:BX6604

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
05-09-2012
Datum publicatie
05-09-2012
Zaaknummer
09/753147-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Poging doodslag in samenhang met diefstal. Verdachte en zijn mededader hebben de (toen) 73-jarige tante van zijn mededader in haar woning gedrogeerd met een GHB bevattende stof en vervolgens hebben zij haar bestolen. Na de diefstal van de sieraden, laptop en antieke klokken uit de woning is aangeefster voor dood achtergelaten en hebben verdachte en zijn mededader zich kennelijk geen moment meer om het lot van de oude dame bekommerd. Gevangenisstraf voor de duur van 4 jaar, met aftrek van voorarrest.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector Strafrecht

Meervoudige strafkamer

Parketnummer 09/753147-12

Datum uitspraak: 5 september 2012

Tegenspraak

(Promis)

De rechtbank 's-Gravenhage heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1979 te [geboorteplaats],

adres: [adres],

thans gedetineerd in de penitentiaire inrichting Alphen aan den Rijn.

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden ter terechtzittingen van 16 mei 2012, 25 juli 2012 en 22 augustus 2012.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. L.E. van der Leeuw, en van hetgeen door de raadsman van verdachte mr. A.W. Syrier, advocaat te Utrecht, en door de verdachte naar voren is gebracht.

Er heeft zich een benadeelde partij gevoegd.

Ter terechtzitting is door de voorzitter een slachtofferverklaring voorgelezen.

2. De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 10 februari 2012 te Alphen aan den Rijn tezamen en in vereniging, althans alleen ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [aangeefster] van het leven te beroven met dat opzet aan die [aangeefster] een (hoge dosis) van het middel GHB (gammahydroxyboterzuur), althans van een medicijn of een verdovend/slaapverwekkend/bedwelmend en/of (voor de gezondheid schadelijk) middel heeft toegediend, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, welke vorenomschreven poging doodslag werd gevolgd, vergezeld en/of voorafgegaan van enig strafbaar feit, te weten een diefstal van een of meer sieraden en/of een laptop en/of een of meer klok(ken) en welke poging doodslag werd gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of aan de andere deelnemer(s) straffeloosheid en/of het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren;

Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

[medeverdachte] op of omstreeks 10 februari 2012 te Alphen aan den Rijn tezamen en in vereniging, althans alleen, ter uitvoering van het door [medeverdachte] en/of (een) ander(en) voorgenomen misdrijf om opzettelijk [aangeefster] van het leven te beroven met dat opzet aan die [aangeefster] een (hoge dosis) van het middel GHB (gammahydroxyboterzuur), althans van een medicijn of een verdovend/slaapverwekkend/bedwelmend en/of (voor de gezondheid schadelijk) middel heeft toegediend, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, welke vorenomschreven poging doodslag werd gevolgd, vergezeld en/of voorafgegaan van enig strafbaar feit, te weten een diefstal van een of meer sieraden en/of een laptop en/of een of meer klok(ken) en welke poging doodslag werd gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf en/of aan de andere deelnemer(s) straffeloosheid en/of het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren, tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 10 februari 2012 tot en met 20 februari 2012 te Alphen aan den Rijn en/of Zoetermeer en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door

* met die [medeverdachte] naar de woning van die [aangeefster] te rijden en/of

* de gestolen goederen uit de woning (naar de auto) te dragen en/of

* die gestolen goederen naar elders te vervoeren en/of

* één of meer van die gestolen goederen bij een derde onder te brengen en/of (proberen) te verkopen;

meer subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 10 februari 2012 te Alphen aan den Rijn in een woning gedurende de voor de nachtrust bestemde tijd, tezamen en in vereniging, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen één of meer sieraden en/of een laptop en/of een of meer klok(ken), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangeefster], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [aangeefster], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of haar mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het toedienen van (een hoge dosis) van het middel GHB (gammahydroxyboterzuur), althans van een medicijn of een verdovend/slaapverwekkend/bedwelmend en/of (voor de gezondheid schadelijk) middel aan die [aangeefster];

meest subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

[medeverdachte] op of omstreeks 10 februari 2012 te Alphen aan den Rijn, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een of meer sieraden en/of een laptop en/of een of meer klok(ken), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [aangeefster], in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte] en/of haar mededader(s) en/of aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [aangeefster], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het toedienen van een (hoge dosis) van het middel GHB (gammahydroxyboterzuur), althans van een medicijn of een verdovend/slaapverwekkend/ bedwelmend en/of (voor de gezondheid schadelijk) middel aan die [aangeefster], tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 10 februari 2012 tot en met 20 februari 2012 te Alphen aan den Rijn en/of Zoetermeer en/of elders in Nederland opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door

* met die [medeverdachte] naar de woning van die [aangeefster] te rijden en/of

* de gestolen goederen uit de woning (naar de auto) te dragen en/of

* die gestolen goederen naar elders te vervoeren en/of

* één of meer van die gestolen goederen bij een derde onder te brengen en/of

* (proberen) te verkopen.

3. Bewijsoverwegingen

3.1 Inleiding

Op 11 februari 2012 kwam er bij de politie omstreeks 05.16 uur een melding binnen van mevrouw [aangeefster] vanuit haar woning aan de [straat] te Alphen aan den Rijn. Een aantal verbalisanten is hierop ter plaatse gegaan en daar vertelde mevrouw [aangeefster] hen dat haar nicht (zijnde medeverdachte [medeverdachte]) die avond op bezoek was, dat zij zich nog kon herinneren dat zij thee met haar nicht dronk en dat zij toen buiten bewustzijn moet zijn geraakt. Zij werd omstreeks 02.30 uur wakker en merkte dat haar nicht weg was en dat er spullen uit haar woning waren verdwenen. Mevrouw [aangeefster] heeft aangifte gedaan en door de politie is hierop een opsporingsonderzoek gestart. Op grond van de resultaten van dit onderzoek zijn medeverdachte [medeverdachte] en (een aantal weken later) verdachte aangehouden.

De verdenking komt er op neer dat verdachte en medeverdachte [medeverdachte] (hierna ook: [medeverdachte]) aangeefster hebben gedrogeerd en haar vervolgens hebben bestolen, hetgeen door het openbaar ministerie (in juridische zin) ten laste is gelegd als (primair) medeplegen van poging tot gekwalificeerde doodslag, dan wel (meer subsidiair) als medeplegen van diefstal met geweld. Verdachte wordt daarnaast (subsidiair en meest subsidiair) verweten dat hij hieraan medeplichtig is geweest.

3.2 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat wettig en overtuigend bewezen dient te worden verklaard dat verdachte zich tezamen en in vereniging met [medeverdachte] schuldig heeft gemaakt aan de primair ten laste gelegde poging tot doodslag met diefstal.

3.3 Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de hem ten laste gelegde feiten, terwijl het door verdachte geschetste alternatieve scenario geen weerlegging vindt in één van de objectieve bewijsmiddelen. Subsidiair heeft de verdediging bepleit dat niet kan worden bewezen dat verdachte opzet heeft gehad op de dood van mevrouw [aangeefster], zodat hij, als de rechtbank voorbij gaat aan het primaire standpunt, evenzeer van het primair en subsidiair ten laste gelegde dient te worden vrijgesproken.

3.4 De beoordeling van de tenlastelegging1

De rechtbank gaat bij de beoordeling van de tenlastelegging uit van de volgende feiten en omstandigheden die op grond van de gebruikte bewijsmiddelen als vaststaand worden aangemerkt en die, nu zij geen onderwerp van discussie zijn geweest, zonder nadere motivering als vertrekpunt kunnen dienen.

Op 31 januari 2012 is [medeverdachte], nadat zij daar geruime tijd niet was geweest, op bezoek geweest bij haar tante, de eerder genoemde mevrouw [aangeefster] (hierna ook: aangeefster), in de woning aan de [straat] te Alphen aan den Rijn.2 [Medeverdachte] heeft bij dat bezoek interesse getoond in de klokken en sieraden van aangeefster en aangeefster heeft [medeverdachte] hierop laten zien waar zij haar sieraden in haar woning had verstopt.3 Op 10 februari 2012 zijn verdachte en [medeverdachte] samen in de auto van [medeverdachte] naar de woning van aangeefster gereden. Daar is [medeverdachte] (alleen) uit de auto gestapt en omstreeks 20.15 uur bij aangeefster binnen gelaten. In de woning heeft aangeefster een kop thee voor haar en [medeverdachte] gezet.4 [Medeverdachte] heeft vervolgens heimelijk een middel, waarvan is gebleken dat het GHB bevatte,5 in de kop thee van aangeefster gedaan. Aangeefster is kort hierop buiten bewustzijn geraakt.6

Een paar uur later, omstreeks 02.30 uur, is aangeefster in haar woning bij bewustzijn gekomen. Ze voelde dat ze door transpiratie nat was op haar hoofd, rug en benen. Ze heeft kort hierop overgegeven, ze merkte dat ze trilde en voelde zich heel misselijk. Ze is door de woning gelopen en zag dat er twee klokken, een laptop en meerdere sieraden uit de woning waren verdwenen.7

Allereerst ziet de rechtbank zich voor de vraag gesteld of verdachte en [medeverdachte] in nauwe en bewuste samenwerking met elkaar hebben gehandeld.

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij op 10 februari 2012 met [medeverdachte] naar Alphen aan den Rijn is gereden. Daar is [medeverdachte] uit de auto gestapt en anderhalf uur weggebleven. [Medeverdachte] en verdachte zijn vervolgens naar [woonplaats] gereden.8

Over verdachte en [medeverdachte] is verder het volgende gebleken.

[Vriend], vriend van [medeverdachte], verklaarde op 13 augustus 2012 bij de rechter-commissaris dat hij de bewuste vrijdagmiddag bij [medeverdachte] was toen verdachte binnen kwam en dat 'zij' discussieerden over 'dat ding' dat zij die avond moesten doen. Het was volgens hem een opgefokt, gestrest gesprek, maar er niet werd geschreeuwd.9 Door [medeverdachte] is over die vrijdagmiddag (10 februari 2012) verklaard dat [vriend] bij haar was toen verdachte bij haar binnen kwam.10

[Buurvrouw], buurvrouw van [medeverdachte], heeft verklaard dat [medeverdachte] en verdachte al in de woning van [medeverdachte] waren toen zij daar de bewuste avond kwam om, als eerder afgesproken op de zoon van [medeverdachte] te passen, en dat [medeverdachte] en verdachte gezamenlijk vertrokken. Verdachte heeft toen nog de opmerking gemaakt dat zij, [buurvrouw], hem niet had gezien en [medeverdachte] merkte bij het vertrek op dat verdachte een 'overvalletje' ging plegen. [Medeverdachte] kwam op [buurvrouw] toen heel rustig over. Toen [medeverdachte] haar omstreeks 22:15 uur belde, maakte [medeverdachte] nog de opmerking: 'die slome neger schiet niet op'. Rond 23.15 uur kwamen [medeverdachte] en verdachte weer gezamenlijk binnen in de woning van [medeverdachte].11

[Vriendin], de vriendin van verdachte, heeft tegenover de politie verklaard dat ze wist dat [medeverdachte] bij haar tante was geweest en dat er toen drugs in haar drinken waren gestopt. [Medeverdachte] had verdachte aangeboden dat hij de helft van de buit, € 5.000,-, zou krijgen als hij haar zou helpen. Verdachte heeft er niet lang over nagedacht en besloot op het aanbod in te gaan. Van verdachte had [vriendin] begrepen dat het over GHB ging en dat [medeverdachte] dat bij iemand had gehaald en met iets moest mengen zodat 'ze' echt zou wegvallen.12 Bij de rechter-commissaris is [vriendin] bij deze verklaring gebleven.13

Uit de historische gegevens van de telefoonnummers die in gebruik waren bij [medeverdachte] en verdachte, blijkt verder dat de telefoons die op 10 februari 2012 gebruik maakten van deze nummers tussen 19:56 uur en 23:32 uur voortdurend dezelfde zendmasten aanstraalden. Beide telefoons bevonden zich omstreeks 20:00 uur in [woonplaats], tussen 21:15 uur en 21:55 uur in Alphen aan den Rijn, in de omgeving van de woning van aangeefster, en omstreeks 22.00 uur weer in [woonplaats]. Tussen 22:00 uur en 23:30 uur bevonden beide telefoons zich (gelijktijdig) op meerdere locaties in Zoetermeer en om 23:30 uur waren beide telefoons weer (terug) bij de zogenaamde 'thuismast' in [woonplaats].14 Uit de telefoongegevens blijkt verder dat op het moment dat [medeverdachte] in de woning van haar tante was er veelvuldig sms-contact was tussen de telefoon van [medeverdachte] en verdachte, met om 21.28 telefooncontact.15

Verder valt op dat verdachte in een getapt telefoongesprek dat verdachte op 16 februari 2012 met een (toen nog) onbekende man heeft gevoerd, tegen die man heeft gezegd dat hij iemand voor de klokken heeft.16 Uit nader onderzoek van de politie is gebleken dat deze onbekende man [X] moet zijn.17 Deze [X] is door de politie en door de rechter-commissaris gehoord en hij heeft bij beide gelegenheden verklaard dat verdachte bij [X]s garagebox in [plaats] kwam met twee antieke klokken, een grote en een kleine.18

Uit de voorgaande bewijsmiddelen maakt de rechtbank op dat verdachte en [medeverdachte] in bewuste en nauwe samenwerking hebben gehandeld, toen zij de tante van [medeverdachte] verdoofden en bestalen. De verklaring van verdachte dat hij enkel op aanwijzen van [medeverdachte] naar Alphen aan den Rijn reed, daar nietsvermoedend een tijd in de auto heeft gewacht en vervolgens even nietsvermoedend weer weg is gereden, is niet te rijmen met de getuigenverklaringen. Ook de bijna naïeve rol die verdachte zich toedicht is in het geheel van gebeurtenissen niet geloofwaardig.

De bewuste en nauwe samenwerking was, zoals overwogen, mede gericht op het verdoven van de tante van [medeverdachte]. Uit de verklaring van [vriendin] blijkt dat ook het gebruik van GHB daarbij bij verdachte bekend was. De vraag is vervolgens of het toedienen van die GHB voldoende bewijs voor de tenlastegelegde poging tot doodslag oplevert.

Daarbij is allereerst van belang wat deskundige K.J. Lusthof, toxicoloog ERT, in het rapport van 13 augustus 2012 rapporteert over de werking en de risico's van de stof GHB. Uit zijn rapport blijkt dat de toepassingen van GHB afslankmiddel, spierversterkend middel en kalmeringsmiddel zijn, terwijl de belangrijkste toepassing het gebruik als drug is. Hoewel niet bekend is welke dosis voor de mens fataal is, is steekt de dosering van GHB vrij nauw steekt: het verschil tussen een werkzame dosis en een toxische dosis is gering. Bij een dosis die twee maal zo hoog is als een werkzame dosis kan al een diepe, coma-achtige slaap ontstaan. Een dergelijke toestand kan leiden tot complicaties en mogelijk het overlijden, door met name remming van de ademhalingsregulering en braken. Bij braken kan braaksel in de ademhalingswegen terecht komen, wat in sommige gevallen kan leiden tot ademhalingsbelemmering. Ook kan GHB in hoge doses aanleiding geven tot het optreden van een insult (een soort epileptische aanval), wat in sommige gevallen fataal kan zijn.

Lusthof rapporteert verder dat het toedienen van GHB de dood tot gevolg kan hebben.19

De rechtbank constateert dat een toxische dosis op zich fataal kan zijn, maar dat ook complicaties zoals ademhalingsproblemen, zoals stikken in braaksel, tot de dood kunnen leiden. De rechtbank, gelezen het bedoelde rapport, acht de kans daarop naar algemene ervaringsregels aanmerkelijk. Dat door de wetenschap de exacte fatale dosis niet is vastgesteld, maakt dat niet anders.

Hoewel achteraf niet vastgesteld is kunnen worden, welke dosis GHB aangeefster binnen heeft gekregen, staat wel vast dat de dosis ertoe heeft geleid dat zij het bewustzijn verloor en uren later wakker werd. Daaruit volgt dat in elk geval de werkzame dosis is overschreden. Nu het verschil tussen werkzaam en toxisch bijzonder gering is, is [medeverdachte] met die overschrijding - ten minste - gevaarlijk dicht in de buurt gekomen van de toxische dosis, met alle mogelijke fatale gevolgen.

Uit het dossier volgt dat [medeverdachte] tot doel had aangeefster buiten bewustzijn te krijgen. Zij heeft met dat doel, zonder enige toxicologische of farmaceutische kennis, een dosis van een middel toegediend, die aansluitend bij haar intentie een meer dan werkzame moest zijn, terwijl zij niet wist hoeveel die dosis exact betrof. Door zo te handelen heeft zij - en met haar verdachte gelet op de omschreven bewuste en nauwe samenwerking - de aanmerkelijke kans op de dood van het slachtoffer bewust aanvaard.

De rechtbank komt dan ook tot de volgende bewezenverklaring.

3.5 De bewezenverklaring

De rechtbank verklaart bewezen dat verdachte:

op 10 februari 2012 te Alphen aan den Rijn tezamen en in vereniging, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [aangeefster] van het leven te beroven met dat opzet aan die [aangeefster] een dosis van het middel GHB, heeft toegediend, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid, welke vorenomschreven poging doodslag werd gevolgd van enig strafbaar feit, te weten een diefstal van een of meer sieraden en een laptop en een klokken en welke poging doodslag werd gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit voor te bereiden.

Ten aanzien van de bewezenverklaring en ten behoeve van de kwalificatie overweegt de rechtbank dat de beschrijving van het medeplegen, zoals die in de tenlastelegging is opgenomen: 'tezamen en in vereniging', niet anders kan worden verstaan dan dat het is gepleegd tezamen en in vereniging met een ander persoon.

4. De strafbaarheid van het feit

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op.

5. De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6. De strafoplegging

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat aan verdachte wordt opgelegd een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren met aftrek van de tijd die hij reeds in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

6.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich niet expliciet uitgelaten over de strafmaat.

6.3 Het oordeel van de rechtbank

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Verdachte en zijn mededader hebben haar (toen) 73-jarige tante in haar woning gedrogeerd met een GHB bevattende stof en vervolgens hebben zij haar bestolen. Daarbij hebben ze misbruik gemaakt van het vertrouwen dat de oude dame in haar eigen nichtje mocht hebben.

Erger nog is dat verdachten zich niet hebben bekreund om de effecten van het middel, maar uit puur winstbejag hebben gespeeld met het leven van de tante. Dat ze daarbij de grens van de fatale dosis of toxische dosis met fatale gevolgen niet hebben overschreden, is een kwestie van geluk geweest en geen verdienste van verdachten.

Na de diefstal van de sieraden, laptop en antieke klokken uit de woning is aangeefster voor dood achtergelaten en hebben verdachte en zijn mededader zich kennelijk geen moment meer om het lot van de oude dame bekommerd.

Verdachte en zijn mededader hebben zich hiermee schuldig gemaakt aan een zeer verwerpelijke en lafhartige daad. De meedogenloosheid, de brutaliteit en de berekenende wijze waarop verdachte en zijn mededader aangeefster hebben bedwelmd en beroofd zijn stuitend. Uit de slachtofferverklaring van aangeefster volgt dat de goederen die verdachten hebben weggenomen haar zeer dierbaar waren en grote emotionele waarde voor haar hadden, wat haar veel verdriet geeft. Ook kan zij niet bevatten dat haar nicht, verdachtes mededader, die van kinds af aan bij haar over de vloer kwam en waar zij een goede relatie mee dacht te hebben, haar dit heeft kunnen aandoen. Ze is sinds het gebeuren bovendien heel onrustig en gespannen en ze realiseert zich dat ze geluk heeft gehad dat ze er levend vanaf is gekomen.

Verdachte is blijkens zijn strafblad ook in het recente verleden herhaaldelijk veroordeeld voor vermogensdelicten waarbij niet zelden geweld is gebruikt.

Voor een feit als dit is geen andere dan een vrijheidsstraf geboden. Bij bepaling van de hoogte daarvan heeft de rechtbank acht geslagen op de straffen die gebruikelijk voor gewelddadige woningovervallen en voor pogingen tot doodslag worden opgelegd. Het toedienen van GHB had de dood, het ultieme gevolg van geweld, tot gevolg kunnen hebben. Aan de andere kant is het fysieke letsel dat aangeefster heeft ondervonden als gevolg van het toegepaste geweld relatief beperkt gebleven.

De rechtbank merkt verder op dat, net als op moord, op gekwalificeerde doodslag als maximumstraf de levenslange gevangenisstraf staat. De beramende wijze waarop in dit geval is gehandeld maakt dat die analogie zeker gerechtvaardigd is.

Hoewel het feit hem volledig kan worden toegerekend, maakt het feit dat hij geen initiërende rol speelde, dat de rechtbank toch onvoldoende grond aanwezig acht om een hogere straf op te leggen dan gevorderd

Alles overwegende acht de rechtbank een (onvoorwaardelijke) gevangenisstraf van de duur zoals die door de officier van justitie is gevorderd gerechtvaardigd.

7. De benadeelde partij

7.1 De vordering

[aangeefster] vordert een bedrag van € 982,- aan materiële schade en een bedrag van € 2.000,- aan immateriële schade.

7.2 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering van de benadeelde partij voor toewijzing in aanmerking komt.

7.3 Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft geen inhoudelijk verweer gevoerd tegen de vordering van de benadeelde partij.

7.4 Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat de gevorderde schade een rechtstreeks gevolg is van het bewezen verklaarde feit. Deze schade is enerzijds niet (inhoudelijk) betwist en anderzijds voldoende aannemelijk gemaakt met de bij de vordering gevoegde bescheiden. De rechtbank zal de vordering van de benadeelde partij daarom geheel toewijzen (€ 2.982,-).

De rechtbank zal voorts de gevorderde wettelijke rente toewijzen, nu vast is komen te staan dat de schade met ingang van 10 februari 2012 is ontstaan.

Dit brengt mee, dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met haar vordering heeft gemaakt, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil, en de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Nu verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het bewezen verklaarde strafbare feit is toegebracht en verdachte voor dit feit zal worden veroordeeld, zal de rechtbank aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 2.982,- ten behoeve van het slachtoffer genaamd [aangeefster].

De rechtbank zal in dit verband bepalen dat verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door zijn mededader ([medeverdachte] 09/720578-12) aan de benadeelde partij of aan de Staat, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag.

8. De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen:

- 24c, 36f, 45, 47, 288 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9. De beslissing

De rechtbank,

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het primair tenlastegelegde feit heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

medeplegen van poging tot doodslag, gevolgd van een strafbaar feit en gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit voor te bereiden;

verklaart het bewezen verklaarde en de verdachte deswege strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren;

bepaalt dat de tijd, door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan [aangeefster], een bedrag van € 2.982,-, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 10 februari 2012 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan,

veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 2.982,-, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 10 februari 2012 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van het slachtoffer;

bepaalt dat in geval volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 39 dagen.

bepaalt dat gehele of gedeeltelijke voldoening van de betalingsverplichting aan de benadeelde partij de betalingsverplichting aan de Staat in zoverre doet vervallen, alsmede dat gehele of gedeeltelijke voldoening van de betalingsverplichting aan de Staat de betalingsverplichting aan de benadeelde partij in zoverre doet vervallen;

bepaalt dat gehele of gedeeltelijke betaling door zijn mededader ([medeverdachte] 09/720578-12) aan de benadeelde partij of aan de Staat de betalingsverplichting in zoverre doet vervallen.

Dit vonnis is gewezen door

mr. E.J. van As, voorzitter,

mr. G.H.M. Smelt en A.M.G. van de Kragt, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. G. van Beek, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 september 2012.

mr. Van Beek is buiten staat dit vonnis te ondertekenen.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Waar wordt verwezen naar dossierpagina's, betreft dit de pagina's van het proces-verbaal met het nummer PL 2012-022064, van de regiopolitie Hollands Midden, met bijlagen (doorgenummerd blz. 1 t/m 441).

2 Proces-verbaal aangifte, p. 35, 1e en 2e alinea; proces-verbaal verhoor verdachte ([medeverdachte]), p. 31, 6e antwoord.

3 Proces-verbaal van aangifte, p. 35, 6e, 7e, 8e, 10e en 11e alinea en p. 36, 1e alinea; proces-verbaal van verhoor verdachte ([medeverdachte]), p. 31, 8e antwoord.

4 Proces-verbaal van verhoor verdachte ([medeverdachte]), p. 192, 6e antwoord, 4e en 5e volzin, 7e antwoord, 1e volzin en p. 193, 5e antwoord, 2e alinea, 3e volzin; Proces-verbaal van aangifte, p. 38, 1e en 6e alinea; proces-verbaal bevindingen, p. 230 en 231.

5 Verslag van een deskundige met het antwoord op de opdracht die aan hem is verleend tot het doen van onderzoek, gebaseerd op wat zijn wetenschap en kennis hem leren omtrent datgene wat aan zijn oordeel onderworpen is, rapport NFI 'Toxicologisch onderzoek in lichaamsmateriaal van [aangeefster]', p. 269 (tabel) en p. 271, 1e alinea (onder punt 1).

6 Proces-verbaal aangifte, p. 38, 10e en 11e alinea.

7 Proces-verbaal aangifte p. 39.

8 Eigen verklaring, proces-verbaal terechtzitting 22 augustus 2012.

9 een proces-verbaal van verhoor van getuige [vriend], op 13 augustus 2012 opgemaakt en ondertekend door de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank en de griffier, onder punt 14 en 22.

10 Proces-verbaal verhoor ([medeverdachte]), p. 187, 4e alinea, 1e, 2e en 3e volzin.

11 Proces-verbaal verhoor getuige, p. 47, 4e antwoord; proces-verbaal verhoor getuige, p. 221, 8e, 9e en 14e antwoord en p. 222, 3e, 5e en 7e antwoord.

12 Proces-verbaal van verhoor getuige, p. 205, 1e antwoord.

13 een proces-verbaal van verhoor van getuige [vriendin], op 4 juli 2012 opgemaakt en ondertekend door de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank en de griffier, onder punt 21, 23 26 en 29.

14 Proces-verbaal bevindingen, p. 230-238.

15 Proces-verbaal p. 230 met bijbehorende printlijst p. 236

16 Tapgesprek, nr. 141, p. 331.

17 Proces-verbaal van bevindingen, p. 342.

18 Proces-verbaal van verhoor verdachte [X], p. 298, 6e antwoord.

19 Verslag van een deskundige met het antwoord op de opdracht die aan hem is verleend tot het verstrekken van informatie, gebaseerd op wat zijn wetenschap en kennis hem leren omtrent datgene wat aan zijn oordeel onderworpen is, rapport NFI 13 augustus 2012 'Toxicologisch onderzoek in lichaamsmateriaal van [aangeefster]'.