Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2012:BX5670

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
24-08-2012
Datum publicatie
24-08-2012
Zaaknummer
Awb 12-24606
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vreemdelingenbewaring. Verweerder heeft de maatregel opgeheven wegens onvoldoende voortvarend handelen. Eiseres stelt dat de maatregel van meet af aan onrechtmatig was omdat zij een verblijfsrecht heeft in Portugal en/of Spanje. De rechtbank oordeelt dat eiseres dat niet heeft aangetoond. De rechtbank volgt eiseres niet in haar betoog dat het op de weg van verweerder lag om nader onderzoek te doen in Portugal en/of Spanje naar haar gestelde verblijfsstatus aldaar. De rechtbank kent aan eiseres schadevergoeding toe voor de dagen die zij ten onrechte in bewaring heeft doorgebracht. Voor vergoeding van de overige door eiseres gestelde schade ziet de rechtbank geen aanleiding.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Nevenzittingsplaats Groningen

Sector bestuursrecht

zaaknummer: AWB 12/24606

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 24 augustus 2012 in de zaak tussen

[naam], eiseres,

geboren op [geboortedatum],

van Braziliaanse nationaliteit,

V-nummer: [nummer],

gemachtigde: mr. M. Dorgelo, advocaat te Amsterdam,

en

de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel, verweerder,

gemachtigde: K. Haar.

Procesverloop

Verweerder heeft - na een strafrechtelijk voortraject - op 20 juni 2012 aan eiseres de maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (hierna: Vw 2000). Bij uitspraak van 10 juli 2012 (AWB 12/20036) heeft deze rechtbank, nevenzittingsplaats Groningen, het daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Tegen deze uitspraak is hoger beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling). Bij uitspraak van 6 augustus 2012 (zaak nr. 201207029/1/V3) heeft de Afdeling de aangevallen uitspraak bevestigd en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Eiseres heeft bij beroepschrift van 2 augustus 2012 beroep ingesteld tegen - aldus het gestelde in het beroepschrift - 'een maatregel ex artikel 58 Vw 2000'. Desgevraagd heeft de gemachtigde van eiseres ter zitting van 21 augustus 2012 verklaard dat dit een vergissing is en dat is bedoeld beroep in te stellen tegen het voortduren van de bewaring.

De rechtbank heeft daarop ter zitting meegedeeld - gehoord verweerder - dat zij het beroep zal opvatten als gericht tegen het voortduren van de bewaring.

In het beroepschrift van 2 augustus 2012 is tevens verzocht om toekenning van schadevergoeding.

Bij faxbericht van 7 augustus 2012 heeft verweerder de op de zaak betrekking hebbende stukken - daaronder begrepen de inlichtingen met betrekking tot de (voortgang van de voorbereiding van de) verwijdering van eiseres - aan de rechtbank en aan de gemachtigde van eiseres toegestuurd.

Bij faxbericht van 9 augustus 2012 heeft de gemachtigde van eiseres aan de rechtbank verzocht om de behandeling, op 14 augustus 2012, van het beroep uit te stellen.

Bij faxbericht van 9 augustus 2012 heeft eiseres de gronden van het beroep ingediend en nadere stukken ingezonden.

Bij faxbericht van 10 augustus 2012 heeft de rechtbank aan partijen bericht dat het verzoek om uitstel van de behandeling van het beroep is toegewezen en dat de behandeling van het beroep thans zal plaatsvinden op 21 augustus 2012.

Bij faxbericht van 10 augustus 2012 heeft verweerder meegedeeld dat de bewaring van eiseres per heden wordt opgeheven.

Bij faxbericht van 13 augustus 2012 heeft verweerder het model M113 'Opheffing van een maatregel als bedoeld in artikel 59 Vw 2000', gedateerd 10 augustus 2012, ingezonden.

In het model M113 is achter 'Reden voor opheffing' vermeld: 'Opheffing op last van de IND', en achter 'Overige reden opheffing': 'toegewezen vovo: mag behandeling ber afw. [de rechtbank begrijpt: beroep afwachten]'.

Bij faxbericht van 20 augustus 2012 heeft eiseres nadere informatie verstrekt en een nader stuk ingezonden.

Bij faxbericht van 20 augustus 2012 heeft verweerder een nadere toelichting ingezonden. Voorts heeft verweerder daarbij een nader stuk ingezonden.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 21 augustus 2012. Eiseres is aldaar verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Tevens was aanwezig [naam vriend], naar gesteld de Nederlandse vriend van eiseres.

Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Vooropgesteld moet worden dat de rechtbank de maatregel van bewaring reeds eerder heeft getoetst en dat daarbij is komen vast te staan dat de toepassing en tenuitvoerlegging van de bewaring destijds rechtmatig waren. Zoals hiervoor vermeld onder 'Procesverloop', heeft de Afdeling het oordeel van de rechtbank bevestigd.

2. Ingevolge artikel 106 van de Vw 2000 kan de rechtbank, indien de maatregel strekkende tot vrijheidsontneming reeds voor de behandeling van het verzoek om opheffing van die maatregel is opgeheven, de vreemdeling een vergoeding ten laste van de Staat toekennen. Hoewel de maatregel reeds is opgeheven, zal de rechtbank derhalve, gelet op het verzoek om schadevergoeding, dienen te beoordelen of de toepassing en tenuitvoerlegging van de maatregel na de sluiting van het onderzoek ter zitting op 3 juli 2012 - in het eerste beroep van eiseres dat heeft geleid tot de uitspraak van 10 juli 2012 van de rechtbank - gerechtvaardigd waren en of de maatregel niet langer heeft geduurd dan noodzakelijk.

3. Bij faxbericht van 20 augustus 2012 is namens eiseres het verzoek om schadevergoeding als volgt onderbouwd.

"Cliënte (..) heeft schade geleden vanwege de onrechtmatige bewaring. Onder andere heeft zij een advocaat in Portugal en een advocaat [in] Spanje moeten inhuren om de Europese rechten die zij ontleent aan het verdrag te laten bevestigen. De nota van de Portugese advocaat is hierbij gevoegd.

Ook heeft zij kosten gemaakt omdat zij haar Nederlandse vriend diverse malen heeft gevraagd naar het detentiecentrum te komen om de benodigde documentatie te verzamelen om de onrechtmatigheid van haar detentie aan te tonen. Hiervoor hebben zij tevens communicatiekosten (telefoonkosten) gemaakt."

4. Bij faxbericht van 20 augustus 2012 heeft verweerder zijn standpunt als volgt toegelicht, voor zover thans van belang.

"Bij uitspraak van 9 juli 2012 is een voorlopige voorziening getroffen, inhoudende dat verweerder zich moet onthouden van maatregelen ter verwijdering van betrokkene [= eiseres] tot vier weken nadat op het beroep van betrokkene was beslist. Conform de rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State brengt een dergelijke toegewezen voorziening weliswaar enige vertraging met zich mee, maar ontneemt deze niet het zicht op uitzetting. Deze uitspraak maakt de bewaring derhalve niet onrechtmatig.

Bij brief van 9 juli 2012 heeft de rechtbank verweerder vervolgens verzocht om toestemming om de zaak buiten zitting af te doen. Verweerder heeft op 11 juli 2012 de rechtbank verzocht om de behandeling van het beroep naar voren te halen in verband met de bewaring. Verweerder heeft de brief van 9 juli 2012 echter niet beantwoord. Bovendien heeft verweerder niet gerappelleerd naar een reactie op onze brief van 11 juli 2012. Daarom is dezerzijds op 10 augustus 2012 geoordeeld dat geen sprake meer was van voortvarend handelen, met ingang van 25 juli 2012 (twee weken na uitblijven van een reactie op onze brief), zodat de bewaring is opgeheven.

Heden heb ik de gemachtigde [van eiseres] schadevergoeding aangeboden over die periode. De gemachtigde heeft mij aangegeven niet akkoord te gaan met het aangeboden bedrag, zodat dit aanbod vervalt en verweerder de zaak ter beoordeling aan uw rechtbank overlaat. (..)

Gemachtigde wil alle kosten die betrokkene heeft geleden vanwege de onrechtmatige bewaring vergoed zien (..).

Daarbij acht verweerder echter van belang dat de bewaring rechtmatig is bevonden door uw rechtbank op 10 juli 2012. Daarbij is geoordeeld dat betrokkene illegaal in Nederland was, omdat de vrije termijn niet van toepassing was. Tevens stelt uw rechtbank vast dat betrokkene niet heeft aangetoond rechtmatig verblijf te hebben. Verder is van belang dat ook de voorzieningenrechter in zijn uitspraak van 9 juli 2012 niet heeft aangenomen dat betrokkene rechtmatig in Nederland verblijft. De reden voor het toewijzen van het verzoek om een voorlopige voorziening ligt in een belangenafweging, die ten gunste van betrokkene is gemaakt. Overigens wijst verweerder erop dat betrokkene thans nog immer niet heeft aangetoond dat zij op enige plaats in Europa rechtmatig verblijf geniet. Ten slotte is aan betrokkene verwijtbaar dat zij als vreemdeling naar Nederland reist, zonder de documenten om aan te tonen dat zij rechtmatig verblijf geniet en zich bij binnenkomst in Nederland niet aan de verplichtingen voor de vrije termijn houdt. Dat zij vervolgens een advocaat heeft ingeschakeld en kosten heeft gemaakt om haar - gestelde - rechtmatige verblijf aan te tonen, komt dan ook voor haar eigen rekening en risico.

Verweerder stelt zich daarom op het standpunt dat de bewaring niet onrechtmatig is geworden op enig moment voor 25 juli 2012 en ziet geen ruimte voor vergoeding van de schade van betrokkene boven het bedrag van € 80,- per dag. Omdat verweerder dit volledige bedrag aan schadevergoeding heeft aangeboden voorafgaand aan de zitting, verzet verweerder zich bovendien tegen een veroordeling in de proceskosten, voor zover die zijn gemaakt vanwege het verschijnen van gemachtigde ter zitting."

Verhandelde ter zitting

5. Aan het begin van de behandeling ter zitting van 21 augustus 2012 heeft de rechtbank partijen een aantal van belang zijnde stukken voorgehouden, waaronder de uitspraak van 6 augustus 2012 van de Afdeling (hiervoor vermeld onder 'Procesverloop'). Partijen hebben de rechtbank daarop meegedeeld dat zij niet bekend zijn met die uitspraak.

De rechtbank heeft partijen daarop in de gelegenheid gesteld van deze uitspraak kennis te nemen. Daartoe heeft de rechtbank het onderzoek ter zitting van 21 augustus 2012 kort onderbroken.

Na de hervatting van het onderzoek ter zitting heeft de gemachtigde van eiseres meegedeeld dat, in haar visie, de uitspraak van de Afdeling van 6 augustus 2012 niet betekent dat het rechterlijk oordeel dat de toepassing en tenuitvoerlegging van de bewaring destijds rechtmatig waren, in rechte onaantastbaar is geworden. Eiseres zal zich wenden tot een Europees Hof en dit oordeel aan dat Europees Hof voorleggen, aldus de gemachtigde van eiseres. Desgevraagd heeft de gemachtigde van eiseres ter zitting verder meegedeeld dat zij op dit moment nog niet weet tot welk Europees Hof eiseres zich zal wenden omdat dat nog enige studie vergt. In elk geval is eiseres van mening dat haar zaak belangrijk genoeg is om aan een Europees Hof te worden voorgelegd, aldus de gemachtigde van eiseres.

De rechtbank heeft deze mededelingen van de gemachtigde van eiseres voor kennisgeving aangenomen.

6. De gemachtigde van eiseres heeft, eveneens aan het begin van de behandeling ter zitting, bij de rechtbank voor verwarring gezorgd in verband met haar mededeling dat - althans zo heeft de rechtbank de gemachtigde van eiseres aanvankelijk verstaan - eiseres niet de Braziliaanse, maar de Portugese nationaliteit heeft. Deze verwarring is bij de rechtbank ontstaan nadat de gemachtigde van eiseres aan de rechtbank had verzocht om de derde en vierde alinea van pagina 1 van de bij faxbericht van 9 augustus 2012 ingediende beroepsgronden op een andere manier te lezen dan hoe het er staat. In die derde en vierde alinea van het faxbericht van 9 augustus 2012 is het volgende vermeld:

"Uit bijgevoegde informatie van de Portugese advocaat van cliënte blijkt dat cliënte recht heeft op verblijf in Portugal omdat zij de Braziliaanse nationaliteit heeft en moeder is van een kind met de Braziliaanse nationaliteit.

Zij heeft tevens recht op verblijf in Portugal omdat zij getrouwd is met een Braziliaanse man."

De rechtbank heeft de gemachtigde van eiseres aanvankelijk aldus begrepen dat telkens waar in deze twee alinea's "Braziliaanse" staat, moet worden gelezen: "Portugese".

Tegen het einde van de behandeling ter zitting heeft de gemachtigde van eiseres evenwel, nadat de rechtbank andermaal had aangegeven dat haar niet duidelijk was welke nationaliteit eiseres volgens haar eigen verklaring heeft, aan de rechtbank voorgehouden dat deze twee alinea's aldus moeten worden gelezen:

"Uit bijgevoegde informatie van de Portugese advocaat van cliënte blijkt dat cliënte recht heeft op verblijf in Portugal omdat zij de Braziliaanse nationaliteit heeft en moeder is van een kind met de Portugese nationaliteit.

Zij heeft tevens recht op verblijf in Portugal omdat zij getrouwd is met een Portugese man."

7. De gemachtigde van eiseres heeft ter zitting benadrukt dat het, in haar visie, op de weg van verweerder lag om de stellingen van eiseres dat zij een verblijfsrecht heeft in zowel Portugal als Spanje en daarmee ook gerechtigd was (en is) om in Nederland te verblijven, nader te onderzoeken door, bijvoorbeeld, contact op te nemen met de Portugese of Spaanse advocaat dan wel bij de Portugese of Spaanse autoriteiten navraag te doen over de verblijfsstatus of verblijfsaanspraken van eiseres in die landen. Verweerder heeft een verhoogde informatieplicht in de zaak van eiseres, die verweerder niet heeft nageleefd waardoor de bewaring van meet af aan onrechtmatig is, aldus de gemachtigde van eiseres.

8. Daarnaast heeft de gemachtigde van eiseres er ter zitting op gewezen dat, gelet op de in het model M113 van 10 augustus 2012 opgegeven reden voor de opheffing van de bewaring - namelijk: de toegewezen voorlopige voorziening -, eiseres van mening is dat de bewaring in elk geval onrechtmatig is geworden op de dag van de toewijzing van die voorlopige voorziening - 9 juli 2012 -, of zelfs eerder, te weten op de dag waarop die voorlopige voorziening is aangevraagd.

9. Eiseres heeft ter zitting een stuk overgelegd (bestaande uit één pagina), waarin zij onder het kopje 'Dossier' heeft omschreven wat de vreemdelingenbewaring zoal voor gevolgen voor haar heeft gehad. Verder heeft zij daarin onder het kopje 'kostendeclaratie' een overzicht opgenomen van de schadeposten die zij heeft en die zij vergoed wil zien.

Die schadeposten zijn:

"11x bezoek in Detentie centrum schiphol: (11 x 50,00 euros in brandstof) 550,00

Callect call: (aanvang 3 euros 0,65 pm) 347,00 euro

Belkaarten: (5 x 12,00, 4x 6,00 euros) 84,00 euro

Advocaat spanje: (uitwerking, het voorstellen en de controle aanvraag tot verblijf.) 800,00 euro

Advocaat Portugal: (nota volledige honoraria en kosten van de procureurs-generaal van Portugal.) 1.948,70 euro

scherm computer: 150,00 euro

Ook zou ik graag een vergoeding hebben voor elke dag dat niet in vrijheid was. In mijn berekeningen hadden jullie mij meer moeten betalen dan 10.000,00 euro maar geld is niet alles in het leven.

Het ergste wat jullie van mij afgenomen hebben is mijn vrijheid en gezondheid."

10. De gemachtigde van eiseres heeft, ter toelichting op de kostendeclaratie, ter zitting het volgende naar voren gebracht:

- de eerste drie schadeposten op de kostendeclaratie zien op kosten die zijn gemaakt door zowel eiseres zelf als haar Nederlandse vriend [naam vriend];

- de nota van de Spaanse advocaat ten bedrage van € 800,- moet nog komen. Op de vraag van de rechtbank, hoe deze Spaanse advocaat heet, heeft de gemachtigde van eiseres - na samenspraak met eiseres - geantwoord dat de voornaam van die advocaat Luiz (of Luis) is en dat eiseres op dit moment niet op de achternaam van de advocaat kan komen;

- de nota van de Portugese advocaat ten bedrage van € 1.948,70 is door eiseres overgelegd bij faxbericht van 20 augustus 2012; en

- de schadepost 'scherm computer' ziet op schade aan het scherm van de laptop van eiseres, welke schade op enig moment in het detentiecentrum is ontstaan. Op de vraag van de rechtbank of eiseres hierover ook een officiële klacht heeft ingediend bij de bevoegde autoriteit of autoriteiten, heeft de gemachtigde van eiseres geantwoord dat eiseres dat niet heeft gedaan omdat, gelet op de hoogte van het schadebedrag, geen toevoeging wordt verleend voor rechtsbijstand in een klachtenprocedure.

Ten slotte heeft de gemachtigde van eiseres ter zitting aangegeven dat eiseres nog één schadepost aan de schriftelijke opgave van al haar schadeposten wil toevoegen, namelijk de schadepost van € 14,- voor de door haar in het detentiecentrum verrichte werkzaamheden tijdens de laatste week van haar vreemdelingenbewaring.

11. De gemachtigde van verweerder heeft ter zitting, in een reactie op de stellingen van eiseres, verwezen naar de nadere toelichting van verweerder, gegeven bij faxbericht van 20 augustus 2012. De gemachtigde van verweerder heeft daaraan nog toegevoegd dat de enkele vermelding, in het model M113 van 10 augustus 2012, dat de reden van opheffing van de bewaring is: 'toegewezen vovo: mag behandeling ber afw.', als motivering wellicht kort door de bocht is, maar dat met de door verweerder gegeven nadere toelichting in het faxbericht van 20 augustus 2012 genoegzaam is gemotiveerd waarom verweerder van oordeel is dat de bewaring eerst met ingang van 25 juli 2012 onrechtmatig is geworden wegens onvoldoende voortvarend handelen door verweerder. De gemachtigde van verweerder heeft ter zitting benadrukt dat verweerder het betoog van eiseres dat de bewaring in elk geval onrechtmatig is geworden op de dag van de toewijzing van de voorlopige voorziening - 9 juli 2012 -, dan wel op de dag waarop die voorlopige voorziening is aanhangig gemaakt, niet volgt. Volgens vaste rechtspraak is een toegewezen voorlopige voorziening in het algemeen aan te merken als een tijdelijk beletsel voor uitzetting; er zijn geen aanknopingspunten voor het oordeel dat dit in de zaak van eiseres anders is, aldus de gemachtigde van verweerder.

De gemachtigde van verweerder heeft voorts aangegeven dat verweerder het standpunt handhaaft dat de bewaring onrechtmatig is geworden op 25 juli 2012 wegens onvoldoende voortvarend handelen. Verweerder is bereid aan eiseres de standaard schadevergoeding toe te kennen van € 80,- per dag. Verweerder ziet geen grond voor het vergoeden van de overige door eiseres gestelde schade. Verweerder handhaaft verder zijn standpunt dat geen veroordeling van verweerder in de proceskosten dient te volgen, voor zover die kosten zijn gemaakt vanwege het verschijnen van de gemachtigde van eiseres ter zitting van heden.

12. De rechtbank overweegt als volgt.

13. Met verweerder is de rechtbank van oordeel dat eiseres thans nog altijd niet heeft aangetoond dat zij, op het moment van opheffing van de bewaring (10 augustus 2012) dan wel op enig moment gelegen tussen 3 juli 2012 (het sluiten van het onderzoek ter zitting in de eerste beroepszaak) en 10 augustus 2012, in Portugal en/of Spanje rechtmatig verblijf had. Dat daarvan sprake zou zijn, blijkt niet uit de door haar overgelegde stukken.

Overigens heeft de rechtbank de in de Portugese taal gestelde stukken die eiseres op 9 augustus 2012 heeft ingezonden (dit betreffen de pagina's 7172 tot en met 7187 van wat de rechtbank voorkomt als een verdrag tussen Portugal en Brazilië en de pagina's 4290 tot en met 4330 van wat de rechtbank voorkomt als een wet of wetsartikelen), buiten beschouwing gelaten, reeds nu geen Nederlandse vertaling van die stukken is aangeleverd.

14. De rechtbank volgt eiseres niet in haar betoog dat verweerder zijn informatieplicht of onderzoeksplicht niet of onvoldoende is nagekomen. De rechtbank verwijst in dit verband naar hetgeen zij eerder, in haar uitspraak van 10 juli 2012 (AWB 12/20036) heeft overwogen in rechtsoverweging 2.5., te weten:

"Uitgaand van het door eiseres aangevoerde ziet de rechtbank zich allereerst geplaatst voor beantwoording van de vraag of eiseres illegaal in Nederland verbleef op het moment waarop de maatregel van bewaring werd opgelegd. Het houdt partijen niet verdeeld dat eiseres, in het bezit van een Braziliaans paspoort, in beginsel gedurende een vrije termijn van drie maanden in Nederland mag verblijven.

Het staat vast dat eiseres zich bij binnenkomst in Nederland niet heeft gemeld bij de vreemdelingenpolitie, zodat niet kan worden vastgesteld wanneer zij Nederland is ingekomen. Evenmin is aannemelijk gemaakt dat eiseres over voldoende middelen van bestaan beschikt om in Nederland te mogen verblijven.

Het vorenstaande leidt de rechtbank tot het oordeel dat genoemde vrije termijn in dit geval niet speelt, zodat verweerder terecht heeft geconcludeerd dat eiseres illegaal in Nederland verblijft. In dit verband stelt de rechtbank tevens vast dat niet is gebleken dat eiseres, naar zij heeft gesteld, in Portugal rechtmatig verblijf zou hebben. De Portugese vertegenwoordiging heeft op de door de vreemdelingenpolitie gestelde vraag of eiseres een verblijfsvergunning heeft, geantwoord dat dat niet het geval is, noch is sprake van een lopende aanvraag."

Zoals hiervoor vermeld onder 'Procesverloop', heeft de Afdeling de uitspraak van de rechtbank van 10 juli 2012 bevestigd. De rechtbank neemt de hiervoor vermelde rechtsoverweging 2.5. van de uitspraak van 10 juli 2012 over in de onderhavige uitspraak.

De rechtbank voegt hier aan toe dat het eerst en vooral aan eiseres zelf is om de bewijzen over te leggen, op grond waarvan kan worden geconcludeerd dat haar gestelde verblijf in Portugal en/of Spanje rechtmatig was en/of is. Eiseres is daar (nog steeds) niet in geslaagd. Bij gebreke van die bewijzen kon verweerder ten aanzien van eiseres de maatregel van bewaring toepassen, zolang ook overigens aan de voorwaarden voor (het laten voortduren van) de bewaring was voldaan.

15. Verweerder heeft de bewaring van eiseres op 10 augustus 2012 opgeheven.

Verweerder heeft bij faxbericht van 20 augustus 2012 de in het model M113 van 10 augustus 2012 opgegeven reden van opheffing van de bewaring nader toegelicht. Deze nadere toelichting is hiervoor vermeld in rechtsoverweging 4.

Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling (zie hiervoor onder meer de uitspraak van 10 februari 2010 in zaak nr. 200909095/1/V3, www.raadvanstate.nl) dient de onrechtmatigheid van de bewaring te worden beoordeeld naar de feiten die op dat moment bekend zijn of redelijkerwijs bekend behoren te zijn. Zoals de rechtbank reeds hiervoor in rechtsoverweging 13. heeft geoordeeld, was eiseres er ten tijde van de opheffing van de bewaring op 10 augustus 2012 nog altijd niet in geslaagd bewijzen over te leggen van haar gestelde rechtmatig verblijf in Portugal en/of Spanje. Verder is van belang dat, anders dan eiseres kennelijk van mening is, de rechtmatigheid van de bewaring niet is komen te vervallen met de toewijzing van de voorlopige voorziening op 9 juli 2012. Niet kan worden gezegd dat met die toewijzing het zicht op uitzetting binnen redelijke termijn was komen te ontbreken.

16. Verweerder heeft in het faxbericht van 20 augustus 2012 nader toegelicht op grond waarvan hij van oordeel is dat, in verband met procedurele verwikkelingen na de toegewezen voorlopige voorziening, met ingang van 25 juli 2012 niet langer sprake is van voortvarend handelen zodat met ingang van die dag de bewaring onrechtmatig is.

In het licht van de gegeven nadere toelichting zal de rechtbank ervan uitgaan dat de bewaring met ingang van 25 juli 2012 onrechtmatig is geworden wegens onvoldoende voortvarend handelen. In zoverre is het beroep derhalve gegrond. Het bevel tot opheffing van de bewaring kan achterwege blijven nu de bewaring reeds door verweerder is opgeheven.

17. Aan eiseres wordt met toepassing van artikel 106, eerste lid, van de Vw 2000 een schadevergoeding toegekend voor de dagen die eiseres ten onrechte in bewaring heeft doorgebracht, met ingang van 25 juli 2012 tot de dag waarop de maatregel is opgeheven, 10 augustus 2012. De rechtbank gaat uit van 16 dagen ten onrechte doorgebracht in een huis van bewaring, zodat eiseres een bedrag toekomt van 16 x € 80,- (per dag doorgebracht in een huis van bewaring), in totaal € 1.280,-.

Voor een vergoeding van de overige door eiseres gestelde schadeposten ziet de rechtbank geen aanleiding, reeds omdat de gestelde schade niet met bewijsstukken aannemelijk is gemaakt, nog daargelaten of en zo ja, in hoeverre, de gestelde schade het rechtstreekse gevolg is van de inbewaringstelling (gerekend vanaf het moment dat zij onrechtmatig is geworden). De rechtbank merkt in dit verband nog op dat het enige stuk dat eiseres heeft overgelegd - bij faxbericht van 20 augustus 2012 -, te weten een in de Portugese taal gesteld stuk dat naar gesteld de nota van de Portugese advocaat is, te onbepaald is om als bewijsstuk te kunnen gelden.

18. Naar het oordeel van de rechtbank bestaat aanleiding om verweerder met toepassing van artikel 8:75 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) te veroordelen in de proceskosten van eiseres. Deze worden op de voet van het Besluit proceskosten bestuursrecht begroot op € 874,- (1 punt voor het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting, waarde per punt € 437,- en wegingsfactor 1). De rechtbank volgt verweerder derhalve niet in zijn betoog dat er geen veroordeling in de proceskostenveroordeling dient te volgen. Daarbij is van belang dat het eiseres vrij stond haar zaak aan de rechtbank ter beoordeling voor te leggen.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond, in zoverre dat de bewaring onrechtmatig is geworden op 25 juli 2012;

- wijst het verzoek om schadevergoeding toe en kent aan eiseres een vergoeding toe van € 1.280,- (zegge: éénduizend tweehonderdtachtig euro), ten laste van de Staat der Nederlanden;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres ad € 874,- en bepaalt dat verweerder deze kosten dient te betalen aan de griffier van de rechtbank.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R. Depping, rechter, in aanwezigheid van mr. G.G. Doornbos.

De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 24 augustus 2012.

De griffier, De rechter,

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staan geen rechtsmiddelen open.