Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2012:BX5652

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
16-08-2012
Datum publicatie
05-09-2012
Zaaknummer
09-647982-11
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich bij herhaling schuldig gemaakt aan het plegen van ontuchtige handelingen met een meisje van 9 jaar oud via de webcam van zijn computer. Eenmaal was hierbij ook een ander meisje - eveneens 9 jaar oud - aanwezig, dat op dezelfde wijze het slachtoffer is geworden van het handelen van verdachte. 120 uren werkstraf + 1 maand gevangenisstraf voorwaardelijk met een proeftijd van van 2 jaren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector strafrecht

Meervoudige kamer

Parketnummer: 09/647982-11

Datum uitspraak: 16 augustus 2012

(Verkort vonnis)

De rechtbank 's-Gravenhage, rechtdoende in strafzaken, heeft het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [datum] 1990 te [plaats],

wonende [adres verdachte]

.

De terechtzitting.

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 2 augustus 2012.

De verdachte, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. M.T.H. Oeij, advocaat te Capelle aan den IJssel, is ter terechtzitting verschenen en gehoord.

De officier van justitie mr. H. de Koning heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het hem bij dagvaarding onder 1 en 2 primair ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 120 uur subsidiair 60 dagen hechtenis en een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

De tenlastelegging.

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 05 september 2010 te Heusden, gemeente Asten, en/of Reeuwijk, in elk geval in Nederland, met een meisje, genaamd [slachtoffer 1], geboren op [datum] 2000, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, bestaande uit het uitnodigen/bewegen van die [slachtoffer 1] om zich voor de webcam uit te kleden en/of haar blote borstjes en/of billen en/of vagina te tonen;

2.

hij op of omstreeks 9 september 2010, in elk geval in de maand september 2010, te Heusden, gemeente Asten, en/of Reeuwijk, in elk geval in Nederland, met [slachtoffer 1], geboren op [datum] 2000, en/of [slachtoffer 2], geboren op [datum] 2001, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had(den) bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, bestaande uit het uitnodigen/bewegen van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] om zich voor de webcam uit te kleden en/of hun/de blote borstjes en/of billen en/of vagina('s) te tonen en/of zichzelf - voor de webcam - te vingeren en/of het (voor de webcam) tonen van zijn, verdachte's, ontblote penis aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of het zich voor de webcam aftrekken;

subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 9 september 2010 te Heusden, gemeente Asten, en/of Reeuwijk, in elk geval in Nederland, [slachtoffer 1], geboren op [datum] 2000, en/of [slachtoffer 2], geboren op [datum] 2001, waarvan

verdachte wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze de leeftijd van zestien jaren nog niet had(den) bereikt, met ontuchtig oogmerk ertoe heeft bewogen getuige te zijn van seksuele handelingen door voor de webcam van zijn, verdachtes, computer zijn broek naar beneden te doen en/of zijn penis aan die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] te tonen en/of zijn penis vast te pakken en/of zich af te trekken.

De bewijsmiddelen.

De rechtbank grondt haar overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis vereist met de bewijsmiddelen, dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit vonnis zal worden gehecht.

De bewezenverklaring.

Door de voormelde inhoud van vorenstaande bewijsmiddelen - elk daarvan, ook in zijn onderdelen, gebruikt voor het bewijs van datgene waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft - staan de daarin genoemde feiten en omstandigheden vast. Op grond daarvan acht de rechtbank bewezen en is zij tot de overtuiging gekomen dat de verdachte de op de dagvaarding onder 1 en 2 primair ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande, dat de rechtbank bewezen acht - zulks met verbetering van eventueel in de tenlastelegging voorkomende type- en taalfouten, door welke verbetering de verdachte niet in de verdediging is geschaad - de inhoud van de tenlastelegging, te weten dat verdachte:

1.

omstreeks 05 september 2010 te Heusden, gemeente Asten, en Reeuwijk, met een meisje, genaamd [slachtoffer 1], geboren op [datum] 2000, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd, bestaande uit het uitnodigen/bewegen van die [slachtoffer 1] om zich voor de webcam uit te kleden en haar blote borstjes en vagina te tonen;

2. primair

omstreeks 9 september 2010, te Heusden, gemeente Asten, en Reeuwijk, met [slachtoffer 1], geboren op [datum] 2000, en [slachtoffer 2], geboren op [datum] 2001, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet hadden bereikt, buiten echt ontuchtige handelingen heeft gepleegd, bestaande uit het uitnodigen/bewegen van die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] om zich voor de webcam uit te kleden en de blote borstjes en vagina's te tonen en zichzelf - voor de webcam - te vingeren.

Strafbaarheid van het bewezen verklaarde en van de verdachte.

Het bewezen verklaarde is volgens de wet strafbaar, aangezien er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De verdachte is deswege strafbaar, nu er evenmin feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

Strafmotivering.

Na te melden straffen zijn in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft zich bij herhaling schuldig gemaakt aan het plegen van ontuchtige handelingen met een meisje van 9 jaar oud via de webcam van zijn computer. Eenmaal was hierbij ook een ander meisje - eveneens 9 jaar oud - aanwezig, dat op dezelfde wijze het slachtoffer is geworden van het handelen van verdachte.

Verdachte zocht meisjes op een website gericht op tieners, genaamd Habbo, en vroeg hen dan of zij geil waren. Als ze bevestigend antwoordden dan vroeg hij hun MSN-adres en via MSN bewoog hij de meisjes om hun geslachtsdelen te laten zien en andere handelingen te verrichten zoals zichzelf vingeren.

De verklaring van verdachte dat hij (ook nà het zien van de webcambeelden) dacht dat de meisjes ongeveer 15 jaar oud waren kan - wat van de geloofwaardigheid van die verklaring verder zij - verdachte niet baten. Verdachte kan zich niet zonder meer beroepen op de door de meisjes zelf opgegeven leeftijd en had zich ervan bewust moeten zijn dat de meisjes, net als hijzelf, daarover mogelijk niet eerlijk waren. Door af te gaan op de mededelingen van de meisjes hierover, heeft verdachte minst genomen de aanmerkelijke kans voor lief genomen dat de meisjes jonger waren dan 16 jaar. De rechtbank zal dit gegeven - dat op zichzelf niet van belang is bij de beantwoording van de bewijsvraag - wel bij de straftoemeting in het nadeel van de verdachte laten meewegen.

Ook het feit dat de meisjes zelf (mede) het initiatief hebben genomen tot het verrichten van seksuele handelingen voor de webcam, doet niet af aan de strafwaardigheid van het gedrag van verdachte. Verdachte droeg als 20-jarige volwassene immers de verantwoordelijkheid om de grenzen op dit gebied te bewaken. Door seksueel misbruik te maken van jonge kinderen heeft verdachte inbreuk gemaakt op de rechtsbescherming van jeugdigen tegen seksuele handelingen van welke aard dan ook. Verdachte heeft meisjes die daar, gelet op de bij hun leeftijd passende seksuele en geestelijke ontwikkeling, nog niet aan toe waren, desondanks bewogen tot het plegen van ontuchtige handelingen en daarmee de bevrediging van zijn eigen seksuele gevoelens vooropgesteld.

Blijkens het uittreksel justitiële documentatie van 3 juli 2012 betreffende verdachte, is hij niet eerder veroordeeld wegens soortgelijke feiten.

De rechtbank heeft acht geslagen op het advies van de reclassering van 29 maart 2012. Hieruit komt naar voren dat de rapporteur niet de indruk heeft dat verdachte uit is geweest op contact met minderjarigen. Verdachte ontkent pedoseksuele gevoelens te hebben. Hij beschikt over voldoende vaardigheden om zijn leven in goede banen te leiden. Verdachte is eerlijk en open geweest over het delict richting zijn vader, hetgeen een beschermende factor is. Er zijn geen aanknopingspunten om toezicht op te leggen en de kans op recidive wordt laag ingeschat. Er wordt geadviseerd een (deels voorwaardelijke) werkstraf op te leggen. Een stok achter de deur om niet in herhaling te vallen is gewenst.

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de ernst van de feiten zoals hierboven weergegeven. Daarbij weegt de rechtbank in het nadeel van verdachte mee dat verdachte, volgens zijn verklaringen, vaker gericht op zoek is geweest naar seksuele contacten op een website die gericht is op tieners. Ook al zou dit mogelijk niet het gevolg zijn van pedoseksuele gevoelens, maar dacht verdachte enkel dat tienermeisjes gemakkelijker hiertoe te bewegen zouden zijn, feit blijft dat verdachte op deze wijze bij herhaling het risico van het plegen van pedoseksuele delicten als deze heeft opgezocht. In het voordeel van verdachte weegt de rechtbank mee dat verdachte niet eerder is veroordeeld wegens soortgelijke feiten, dat het oude feiten betreft alsmede dat verdachte destijds kennelijk erg verlegen was en zijn contacten met anderen daarom min of meer noodgedwongen via het internet zocht. Nadat verdachte contact had gehad met de moeder van één van de meisjes heeft hij geen contact meer gelegd met meisjes via het internet. Inmiddels staat verdachte anders in het leven, vindt hij zijn sociale contacten meer buiten de deur en heeft hij werk waarin hij het erg naar zijn zin heeft.

Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat een werkstraf voor de duur zoals door de officier van justitie is gevorderd op zijn plaats is. Om verdachte te motiveren niet in herhaling te vallen en om de ernst van de feiten te benadrukken zal de rechtbank daarnaast een voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen. Voor dit doel acht de rechtbank een straf van na te noemen duur voldoende.

De toepasselijke wetsartikelen.

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57 en 247 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezen verklaarde.

Beslissing.

De rechtbank, verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de bij dagvaarding onder 1 en 2 primair ten laste gelegde feiten heeft begaan en dat het bewezen verklaarde uitmaakt:

ten aanzien van feit 1 en 2 primair:

met iemand beneden de leeftijd van zestien jaren buiten echt ontuchtige handelingen plegen, meermalen gepleegd;

verklaart het bewezen verklaarde en de verdachte deswege strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte tot:

een taakstraf, bestaande uit een werkstraf, zijnde het verrichten van onbetaalde arbeid, voor de tijd van 120 (HONDERDTWINTIG) UREN;

beveelt, voor het geval dat de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de tijd van 60 (ZESTIG) DAGEN;

veroordeelt verdachte voorts tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 1 (EEN) MAAND;

bepaalt, dat die straf niet zal worden ten uitvoer gelegd, zulks onder de algemene voorwaarde, dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op 2 jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.

Dit vonnis is gewezen door

mr. J.T.W. van Ravenstein, voorzitter,

mrs. H.N. Pabbruwe en M.A.J. van de Kar, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. V. van Rhijn, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 16 augustus 2012.