Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2012:BX5105

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
21-08-2012
Datum publicatie
21-08-2012
Zaaknummer
09/720553-12
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich samen met een ander schuldig gemaakt aan een gewapende overval op een koerier in Leiden. Zij waren hierbij verkleed als zwarte pieten. Bij deze overval is de koerier bedreigd met een op een vuurwapen gelijkend voorwerp en is een groot aantal pakketjes met mobiele telefoons weggenomen.

Gevangenisstraf van 30 maanden.

Zie ook LJ nummer: BX 5107

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector Strafrecht

Meervoudige strafkamer

Parketnummer 09/720553-12

Datum uitspraak: 21 augustus 2012

Tegenspraak

(Promis)

De rechtbank 's-Gravenhage heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1983 te [geboorteplaats],

[adres]

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 7 augustus 2012.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. I. Doves en van hetgeen door verdachte en haar raadsvrouw, mr. J.S. Dijkstra, advocaat te 's-Gravenhage, naar voren is gebracht.

2. De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

zij op of omstreeks 03 december 2011 te Leiden tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een (blauwe) (bestel)auto (merk/type: Volkswagen Caddy, [kenteken]) en/of een (groot) aantal pakketjes (met o.a. gsm's), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] en/of Online Pakket Dienst BV, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan haar mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het (als Zwarte Piet verkleed) richten van een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op die [slachtoffer] en (daarbij) zeggen van de volgende woorden:"Rijden, rijden, niet kijken, doorrijden. Denk om je leven. Wat heb je allemaal bij je?" en/of "Parkeer hem ergens hier." en/of "Uitstappen en niet kijken.";

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

2.

zij op of omstreeks 21 januari 2012 te Bodegraven, gemeente Bodegraven-Reeuwijk, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een (blauwe) (bestel)auto (merk/type: Volkswagen Caddy, [kenteken]) en/of een (groot ) aantal pakketjes (met o.a. gsm's), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan Online Pakket Dienst BV, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen[slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan haar mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het richten van een pistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op die [slachtoffer 2] en/of het (daarbij) zeggen van de volgende woorden: "Dit is een overval, dit is een overval, dit is geen geintje, geef me de sleutel, stap in." en/of "Stap in de auto." en/of "Niet naar mij kijken, naar rechts blijven kijken." en/of "Geef me je telefoon, je mag niet de politie bellen." en/of "Stap maar uit.";

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

3.

zij op of omstreeks 28 januari 2012 te Den Bosch en/of Numansdorp, gemeente Cromstrijen, althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening weg te nemen geld en/of (een) goed(eren), geheel of ten dele toebehorende aan Online Pakket Dienst BV, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s), en daarbij die voorgenomen diefstal te doen voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen een chauffeur/koerier van Online Pakket Dienst BV, te plegen met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan haar mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, met een of meer van haar mededader(s), althans alleen met een voertuig (met daarin een balletjespistool, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp en/of (een) pruik(en) en/of een (zwarte) muts en/of (een) valse kentekenpla(a)t(en)) achter het voertuig van die chauffeur/koerier van Online Pakket Dienst BV is aangereden, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een

veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

zij op of omstreeks 28 januari 2012 te Numansdorp, gemeente Cromstrijen, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter voorbereiding van het te plegen misdrijf, te weten diefstal met geweld (in vereniging) (artikel 312 Wetboek van Strafrecht), opzettelijk een balletjespistool, althans een op een vuurwapend gelijkend voorwerp en/of (een) pruik(en) en/of een (zwarte) muts en/of (een) valse kentkenpla(a)t(en) kennelijk bestemd tot het (in vereniging) begaan van dat misdrijf, heeft verworven en/of vervaardigd en/of ingevoerd en/of doorgevoerd en/of uitgevoerd en/of voorhanden heeft gehad;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

art 46 lid 1 Wetboek van Strafrecht

4.

zij op of omstreeks 28 januari 2012 te Numansdorp, gemeente Cromstrijen, (een) wapen(s) van categorie I onder 7°, te weten een balletjespistool/nepwapen, zijnde (een) voorwerp(en) dat/die voor wat betreft zijn/hun vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertoonde(n) met (een) vuurwapen(s) en/of met (een) voor ontploffing bestemde voorwerp(en) voorhanden heeft gehad;

art 13 lid 1 Wet wapens en munitie

5.

zij in of omstreeks de periode van 3 december 2011 tot en met 18 januari 2012 te Kerkdriel en/of 's-Hertogenbosch, in elk geval in Nederland, een (mobiele) telefoon (merk/type: Samsung Galaxy S II) heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl zij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die (mobiele) telefoon wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

art 417bis lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

3. Bewijsoverwegingen

3.1 Inleiding1

De volgende feiten en omstandigheden kunnen op grond van de gebruikte bewijsmiddelen als vaststaand worden aangemerkt. Deze feiten en omstandigheden hebben ter terechtzitting niet ter discussie gestaan en kunnen zonder nadere motivering dienen als vertrekpunt van de hieronder geformuleerde bewijsvragen.

Op 3 december 2011 heeft in Leiden een overval plaatsgevonden op een koerier, aangever [slachtoffer], van Online Pakket Dienst BV. Rond 9.22 uur had aangever een pakketje bij een klant afgeleverd en stapte hij in zijn auto. Tegelijk met hem stapte er een zwarte piet in zijn auto. Deze zwarte piet heeft vervolgens een vuurwapen op aangever gericht en gezegd: "Rijden rijden, niet kijken, doorrijden. Denk om je leven. Wat heb je allemaal bij je?". Aangever is gaan rijden en op een industrieterrein heeft de zwarte piet gezegd: "Parkeer hem ergens hier" en "Uitstappen en niet kijken." Hij is uitgestapt en toen hij omkeek zag hij dat de zwarte piet het pistool weer op hem richtte. Hij is vervolgens naar de overkant van de straat gelopen waar hij een grijze Peugeot 206 zag langsrijden. Het leek alsof deze Peugeot uit een parkeervak kwam. Op het moment dat aangever door het geopende raam van de Peugeot naar de bestuurder riep dat de politie moest worden gebeld zag hij dat deze ook als zwarte piet verkleed was en achter aangevers auto aanreed.2 Deze auto is korte tijd later aangetroffen en er bleken diverse pakketjes met telefoons uit de auto te zijn weggenomen.3

Op 21 januari 2012 heeft in Bodegraven eveneens een overval op een auto van Online Pakket Dienst BV plaatsgevonden.

Op 28 januari 2012 tenslotte had een koerier van Online Pakket Dienst BV het vermoeden dat hij werd gevolgd door een auto, een Alfa Romeo. Omdat hij wist dat er meerdere overvallen waren geweest op koeriers van het bedrijf, heeft hij de politie gebeld.4 De inzittenden van de Alfa Romeo werden enige tijd later staande gehouden. Met toestemming van de bestuurder werd de auto doorzocht. In de auto werden goederen aangetroffen die bij een eerdere overval op een koerier van Online Pakket Dienst BV waren weggenomen. Tevens werd een zwart vuurwapen aangetroffen.5 De bestuurder – [medeverdachte] - en de bijrijder - verdachte - werden aangehouden.

Ten aanzien van de tenlastegelegde feiten ligt de vraag voor of verdachte één van de overvallers is.

3.2 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte op 3 december 2011 in Leiden één van de twee overvallers was. Zij acht feit 1 dan ook wettig en overtuigend bewezen. Mocht de rechtbank dit feit niet bewezen verklaren dan acht de officier van justitie feit 5 wettig en overtuigend bewezen.

Ten aanzien van de overval gepleegd op 21 januari 2012 in Bodegraven (feit 2) heeft de officier van justitie vrijspraak gevorderd nu onvoldoende wettig en overtuigend bewijs aanwezig is dat verdachte bij die overval betrokken is geweest. Ten aanzien van feit 3 heeft de officier van justitie eveneens vrijspraak gevorderd nu het wettig bewijs voor dit feit ontbreekt.

Ten slotte acht de officier van justitie wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder feit 4 ten laste gelegde (het balletjespistool).

3.3 Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken van alle ten laste gelegde feiten, daar niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte degene is die de feiten heeft begaan.

3.4 De beoordeling van de tenlastelegging

Feit 1: De overval op 3 december 2011 te Leiden

De grijze Peugeot 206

Aangever heeft verklaard dat hij - na de overval - een zwarte piet in een grijze Peugeot 206 achter zijn gestolen auto aan zag rijden. Op camerabeelden van de gemeente Leiden is te zien dat er even na 9.38 uur een blauwe Volkswagen Caddy, als waarin aangever reed, zichtbaar is welke op korte afstand wordt gevolgd door een zilvergrijze Peugeot 206.6 Verdachte is in het bezit van een grijze Peugeot 206.7

De historische telefoongegevens van verdachte en medeverdachte [medeverdachte]

Uit de historische verkeersgegevens van de mobiele telefoon van verdachte is gebleken dat haar telefoon op 3 december 2011 zich van Kerkdriel (6.01 uur) via Den Bosch (8.20 uur) naar Leiden (9.11 uur) heeft verplaatst. Vervolgens is de simkaart van verdachte in de mobiele telefoon van medeverdachte [medeverdachte] geplaatst en beweegt deze telefoon zich onder andere van Leiden (9.53 uur) naar Leiderdorp (9.57 uur). Om 11.13 uur is verdachtes simkaart weer teruggeplaatst in haar eigen telefoon. Om 12.36 uur bevindt verdachtes telefoon zich in Den Bosch en wordt het nummer van verdachte gebeld door het nummer van verdachtes moeder.8 Dit gesprek duurt 5.25 minuten.

Om 14.10 uur straalt de telefoon van verdachte voor het eerst weer Kerkdriel aan. Van 14.44 uur tot 22.16 uur straalt verdachtes telefoon dezelfde zendmast (Teisterbandstraat 5) in Kerkdriel aan.

De mobiele telefoon van [medeverdachte] beweegt zich die dag eveneens van Kerkdriel (5.29 uur) naar Den Bosch (7.47 uur). Vervolgens straalt zijn telefoon - met daarin de simkaart van verdachte - onder andere aan in Leiden (9.53 uur). Om 12.38 uur gaat de simkaart van [medeverdachte] weer in zijn eigen telefoon en wordt Den Bosch aangestraald tot 13.43 uur. Om 14.02 uur bevindt ook zijn telefoon zich weer in Kerkdriel.9

Verder blijkt uit de historische verkeersgegevens dat er om 13.15 uur, 13.24 uur en 14.44 uur met de telefoon van verdachte is gebeld naar GSM-today, een bedrijf uit Den Bosch dat blijkens de informatie van de Kamer van Koophandel als activiteit heeft 'in- en verkoop in nieuwe en gebruikte GSM- toestellen en accessoires, tevens reparatie'.10 Om 13.23 ten slotte is er met het nummer van verdachte gebeld naar het nummer van [medeverdachte], tijdens dit gesprek wordt Den Bosch aangestraald.

Het gevonden bekertje met opschrift

Op 8 februari 2012 is door medeverdachte [medeverdachte] een bekertje achtergelaten op de luchtplaats van het politiebureau, waar beide verdachten, die in beperkingen zaten, zich op dat moment bevonden. Op het bekertje stond (onder andere) geschreven: '[voornaam verdachte] mijn pa is ons alibi'.11

De verklaringen van medeverdachte [medeverdachte] en verdachte

[medeverdachte] heeft verklaard dat hij de overval in Leiden heeft gepleegd samen met een ander, een onbekende man waarover hij verder geen gegevens wil verstrekken. Hij heeft op die dag de auto en de telefoon van verdachte meegenomen naar Leiden, zonder dat zij dit wist. Na de overval is [medeverdachte] naar Den Bosch gereden waar hij verdachte heeft ontmoet.12

Verdachte heeft elke betrokkenheid bij de overval ontkend. Zij heeft verklaard nog nooit in Leiden te zijn geweest. In de nacht van 2 op 3 december 2011 was ze aan het waken in Kerkdriel bij de zieke vader van [medeverdachte]. Zij heeft daar geslapen tot een uur of 12 in de middag, waardoor zij niet heeft gemerkt dat [medeverdachte] die ochtend haar telefoon en auto had meegenomen. Zij zag [medeverdachte] in de woning toen ze wakker werd. Tussen 13.00 uur en 16.00 uur is ze alleen met haar auto - de grijze Peugeot 206 - naar Den Bosch gereden - waar zij woont - om bij haar hondje te kijken. Daarna is ze weer naar Kerkdriel gegaan. Over het telefoongesprek van 5.25 minuten om 12.36 uur dat is gevoerd met haar telefoon en de telefoon van haar moeder heeft ze verklaard dat zij waarschijnlijk degene is geweest die haar moeder heeft gesproken, omdat het haar onwaarschijnlijk lijkt dat haar moeder meer dan 5 minuten telefonisch contact heeft gehad met [medeverdachte].13 Verdachte heeft ontkend naar GSM-today te hebben gebeld.

De redengevende omstandigheden

De rechtbank stelt aan de hand van het bovenstaande vast dat de auto van verdachte betrokken was bij de overval in Leiden en dat ook de telefoon van verdachte die ochtend aanstraalde in Leiden. Bij het delict zijn meerdere telefoons weggenomen en kort daarna is met de telefoon van verdachte contact gelegd met een handelaar in telefoons.

Dit zijn objectieve aanwijzingen dat verdachte betrokken was bij de overval.

De verklaring van verdachte dat zij die ochtend niet zelf heeft beschikt over haar telefoon en haar auto heeft de rechtbank niet kunnen overtuigen van het tegendeel. Haar verklaringen en die van [medeverdachte] zijn strijdig op dit punt, noch passen ze in de beschikbare telefoongegevens. [medeverdachte] heeft immers verklaard, en daarbij passen ook de telefoongegevens, dat hij na de overval naar Den Bosch is gereden. Hij zou daar verdachte hebben ontmoet en dus niet, zoals verdachte verklaart, in Kerkdriel. Uit zijn telefoongegevens leidt de rechtbank verder af dat hij die dag in ieder geval van 12.38 uur tot 13.43 in Den Bosch was. Hij had toen de auto en de telefoon van verdachte bij zich. Dit sluit uit dat verdachte zoals zij heeft verklaard met haar eigen auto op of na 13.00 uur van Kerkdriel naar Den Bosch is gereden. Haar auto was toen immers al in Den Bosch. Bovendien leidt de rechtbank uit de telefoongegevens en de verklaring van verdachte af dat zij in ieder geval om 12.36 uur in Den Bosch was, omdat zij daar toen haar moeder aan de lijn had. Ook dit is strijdig met haar verklaring dat ze de hele ochtend in Kerkdriel was en pas op of na 13.00 uur naar Den Bosch is gereden.

Het voorgaande sluit eveneens uit dat [medeverdachte], zoals hij heeft verklaard, zowel zijn eigen telefoon als die van verdachte zou hebben meegenomen, zoals door hem verklaard. Verdachte had haar telefoon dan immers in Den Bosch terug hebben moeten krijgen van [medeverdachte] en dat heeft zij niet verklaard. Zij heeft haar telefoon - en overigens ook haar auto - nooit gemist.

Verdachte verklaarde ter terechtzitting, geconfronteerd met de tegenstrijdigheden, dat ze dan misschien die dag niet naar Den Bosch is gegaan. De rechtbank houdt dat voor mogelijk, maar dan staat evenmin vast dat zij die ochtend in Kerkdriel heeft gewaakt en daar heeft geslapen tot ongeveer 12.00 uur.

Bij bovengenoemde objectieve aanwijzingen komt nog de tekst op het aangetroffen bekertje "[voornaam verdachte], mijn pa is ons alibi", waaruit de rechtbank afleidt dat [medeverdachte] een boodschap door heeft willen geven aan verdachte. Niet valt in te zien waarom een dergelijke boodschap nodig zou zijn, als dit eenvoudigweg de waarheid was.

Ten slotte overweegt de rechtbank dat het dossier evenmin een aanknopingspunt biedt voor de aanname dat, zoals door [medeverdachte] is verklaard, een ander dan verdachte bij de overval was betrokken. Weliswaar heeft de aangever verklaard over twee mannen als daders in plaats van een man en een vrouw, maar hij heeft de persoon in de auto slechts kort gezien. Daar komt bij dat deze persoon als zwarte piet was verkleed, waardoor verwarring kan zijn ontstaan over het geslacht. De rechtbank gaat er daarom, ook gezien de uiterlijke kenmerken van verdachte en de overige gegevens die in haar richting wijzen, van uit dat de aangever zich in het geslacht van de persoon in de auto heeft vergist en dat dit in werkelijkheid verdachte is geweest.

Gelet op het hiervoor overwogene acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte één van de twee overvallers is geweest en dat zij zich samen met een ander - te weten [medeverdachte] - op 3 december 2011 schuldig heeft gemaakt aan een overval met bedreiging met geweld. (feit 1).

De feiten 2 tot en met 5: Vrijspraak

Met de officier van justitie en de raadsvrouw van verdachte is de rechtbank van oordeel dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is om tot een bewezenverklaring te komen van de feiten 2 en 3. Met de officier van justitie is de rechtbank voorts van oordeel dat, gegeven de bewezenverklaring van feit 1, vrijspraak dient te volgen voor feit 5, omdat een veroordeling voor heling van de telefoon Samsung Galaxy S II is uitgesloten, nu de verdachte wordt veroordeeld voor de diefstal van datzelfde goed.

Anders dan de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat ten aanzien van feit 4 evenmin voldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is om tot een bewezenverklaring te komen. De rechtbank overweegt hiertoe dat op 28 januari 2012 het balletjespistool in de auto niet in het zicht lag, maar onder de zitting van de achterbank. Evenmin is gebleken dat verdachte is betrokken bij de feiten gepleegd op 28 januari 2012. Er is dan ook naar het oordeel van de rechtbank geen enkel aanknopingspunt dat verdachte weet had van de aanwezigheid van het balletjespistool.

3.5 De bewezenverklaring

De rechtbank verklaart bewezen dat:

1.

zij op 03 december 2011 te Leiden tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een groot aantal pakketjes (met o.a. gsm's) toebehorende aan Online Pakket Dienst BV, welke diefstal werd voorafgegaan van bedreiging met geweld tegen [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, welke bedreiging met geweld bestond uit het richten van een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op die [slachtoffer] en daarbij zeggen van de volgende woorden:"Rijden, rijden, niet kijken, doorrijden. Denk om je leven. Wat heb je allemaal bij je?" en "Parkeer hem ergens hier." en/of "Uitstappen en niet kijken."

4. De strafbaarheid van de feiten

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op.

5. De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die haar strafbaarheid uitsluiten.

6. De strafoplegging

6.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake het haar onder 1 ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaren, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht. Ten aanzien van feit 4 heeft de officier van justitie een geldboete gevorderd van € 350, -.

6.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft primair vrijspraak bepleit ten aanzien van alle ten laste gelegde feiten. Subsidiair, mocht de rechtbank tot een bewezenverklaring van één of meer feiten komen heeft de raadsvrouw bepleit tot oplegging van een lagere straf dan door de officier van justitie is geëist.

6.3 Het oordeel van de rechtbank

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Ernst van het feit

Verdachte heeft zich samen met een ander schuldig gemaakt aan een gewapende overval op een koerier. Bij deze overval is de koerier bedreigd met een op een vuurwapen gelijkend voorwerp en is een groot aantal pakketjes met mobiele telefoons weggenomen.

In hun hebzucht hebben verdachte en haar mededader veel leed en schade berokkend aan het slachtoffer. Het gepleegde feit was geheel gericht op het eigen gewin van de verdachten, waarbij zij op geen enkele wijze rekening hielden met de gevolgen voor het slachtoffer. Het is algemeen bekend dat een dergelijke overval voor slachtoffers een traumatische ervaring is waarvan zij nog lange tijd nadelige, psychische gevolgen kunnen ondervinden. Dit geldt temeer nu het slachtoffer tijdens zijn werk is overvallen en de kans aanwezig is dat hij, telkens wanneer hij aan het werk is, wordt geconfronteerd met hetgeen gebeurd is. Hij zal dan moeten zien om te gaan met zijn angst voor herhaling van een dergelijk feit. Daarnaast veroorzaakt dergelijk gedrag gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving.

De persoon van de verdachte

De rechtbank heeft acht geslagen op het uittreksel justitiële documentatie betreffende verdachte d.d. 10 juli 2012. Hieruit komt naar voren dat verdachte reeds eerder met politie en justitie in aanraking is geweest, maar niet is veroordeeld voor een soortgelijk strafbaar feit.

De rechtbank heeft voorts kennis genomen van het reclasseringsadvies ten behoeve van de raadkamer d.d. 13 maart 2012, opgesteld en ondertekend door H. Liebrand, reclasseringswerker. De reclassering vermoedt dat verdachte problemen heeft met haar emoties/gevoelens en een negatief zelfbeeld heeft. Het recidiverisico wordt ingeschat als laag. Er worden geen bijzondere voorwaarden geadviseerd.

De rechtbank is met de officier van justitie van oordeel dat de ernst van het bewezen verklaarde feit geen andere strafmodaliteit dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf rechtvaardigt. Gelet op de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting in soortgelijke zaken en het feit dat de rechtbank tot een andere bewezenverklaring komt dan de officier van justitie, is de rechtbank van oordeel dat de aan verdachte op te leggen straf lager dient te zijn dan de officier van justitie heeft geëist.

7. De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straf is gegrond op artikelen 310 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

8. De beslissing

De rechtbank,

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de onder 2 tot en met 5 tenlastegelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het onder 1 tenlastegelegde feit heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

diefstal, voorafgegaan van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

verklaart het bewezen verklaarde en de verdachte deswege strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden;

bepaalt dat de tijd, door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de haar opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.

Dit vonnis is gewezen door

mr. P. Poustochkine, voorzitter,

mrs. A.L. Frenkel en T.L. Fernig-Rocour, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. E. van der Plas, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 21 augustus 2012.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en).

Waar wordt verwezen naar dossierpagina's uit proces-verbaal 1, betreft dit de pagina's van het proces-verbaal met het nummer PL1830 2012009582, van de regiopolitie Zuid-Holland-Zuid, met bijlagen (doorgenummerd blz. 1 t/m 131).

Waar wordt verwezen naar dossierpagina's uit proces-verbaal 2, betreft dit de pagina's van het proces-verbaal met het nummer PL2011011381, van de regiopolitie Hollands Midden, met bijlagen (doorgenummerd blz. 1 t/m 832 en deels ongenummerd).

2 Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer], p. 70 t/m 79 (proces-verbaal 1).

3 Proces-verbaal van relaas, p. 7 (proces-verbaal 1).

4 Proces-verbaal verhoor [getuige], p. 9 (proces-verbaal 2).

5 Proces-verbaal van bevindingen, p. 28, 30 t/m 32 (proces-verbaal 1).

6 Proces-verbaal van bevindingen, p. 39 (proces-verbaal 2).

7 Proces-verbaal van bevindingen, p. 43 en 44 (proces-verbaal 2).

8 Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 663 (proces-verbaal 2).

9 Proces-verbaal van bevindingen, p. 265 t/m 267 (proces-verbaal 2).

10 Proces-verbaal van bevindingen, p. 358 (proces-verbaal 2).

11 Proces-verbaal van bevindingen, p. 119; een geschrift, te weten een kopie van een bekertje, p. 120 (proces-verbaal 2).

12 Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte], p. 72 en 82 (proces-verbaal 2).

13 Proces-verbaal van verhoor [verdachte], p. 106 en 660 t/m 663 (proces-verbaal 2).