Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2012:BX4209

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
23-04-2012
Datum publicatie
09-08-2012
Zaaknummer
417386 / HA RK 12-193 Wrakingnummer 2012-21
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Wraking
Inhoudsindicatie

Op 6 april 2012 is verzoekster buiten op de galerij voor haar woning in het kader van de Wet Bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen door de rechter gehoord. Verzoekster heeft tijdens dat verhoor een mondeling wrakingsverzoek gedaan. De wrakingskamer is van oordeel dat verzoekster tijdens haar verhoor op 6 april 2012 haar verzoek tot wraking niet heeft onderbouwd. Ten overvloede overweegt de wrakingskamer dat de tijdens de mondelinge behandeling door mr. Gailjaard namens verzoekster aangevoerde feiten en omstandigheden geen grond geven te vrezen dat het de rechter aan onpartijdigheid ontbreekt noch dat ten aanzien van hem de schijn van partijdigheid is gewekt. Verzoek afgewezen. Gelet op de omstandigheid dat verzoekster reeds eerder wrakingsverzoeken heeft ingediend en zij de bevoegdheid daartoe naar het oordeel van de wrakingskamer misbruikt, zal op grond van artikel 39, lid 4, Rv. worden bepaald dat een volgend verzoek tot wraking van de rechter in deze zaak niet in behandeling zal worden genomen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

beslissing

WRAKINGSKAMER VAN DE RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Meervoudige wrakingskamer

Wrakingnummer 2012/21

zaak-/rekestnummer: 417386 / HA RK 12-193

zaak-/rekestnummer (FenJ): 414893 / HA RK 12-1796

datum beschikking: 23 april 2012

BESLISSING

op het mondelinge verzoek tot wraking ingevolge artikel 37 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv), in de zaak van:

[verzoekster]

wonende te [adres],

verzoekster,

advocaat: mr. H. Gailjaard te Den Haag,

strekkende tot wraking van:

mr. M. NIJENHUIS,

rechter in de rechtbank te 's-Gravenhage,

hierna te noemen: de rechter.

1. De voorgeschiedenis en het procesverloop.

Op 6 april 2012 is verzoekster buiten op de galerij voor haar woning in het kader van de Wet Bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen door de rechter gehoord. Verzoekster heeft tijdens dat verhoor een mondeling wrakingsverzoek gedaan.

2. De mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek.

Op 23 april 2012 is ter openbare terechtzitting van deze wrakingskamer het wrakingsverzoek behandeld. Namens verzoekster is haar advocaat mr. H. Gailjaard verschenen. Zij heeft onder overlegging van een pleitnotitie het wrakingsverzoek toegelicht. Voorts is verschenen de officier van justitie mr. N.J.P. Coenen. De rechter is niet verschenen. Hij heeft zijn standpunt schriftelijk kenbaar gemaakt.

3. Het standpunt van verzoekster.

Ter zitting heeft mr. Gailjaard aangevoerd dat verzoekster bij het verhoor onaangenaam verrast was door de aanwezigheid van politieagenten. Verzoekster meent dat de rechter, indien hij onbevooroordeeld had willen oordelen, de agenten weggezonden zou hebben. De bevooroordeling van de rechter blijkt volgens verzoekster tevens uit de omstandigheid dat de rechter de aanwezige psychiater wilde horen, terwijl verzoekster te kennen had gegeven dat de psychiater geen oordeel kon vellen, aangezien hij verzoekster slechts kort heeft gesproken. Voorts voelt verzoekster zich niet serieus genomen omdat de rechter een door haar overhandigd stuk waarin zij haar verhaal naar voren brengt heeft doorgebladerd zonder het daadwerkelijk te lezen.

4. Het standpunt van de rechter.

De rechter voert aan dat tijdens het verhoor op de achtergrond twee politieagenten aanwezig waren. De bijstand van die agenten was gevraagd door de case-manager van verzoekster, voor het geval het verzoek zou worden toegewezen en tot gedwongen opname zou worden overgegaan. Verzoekster heeft tijdens het verhoor een uitvoerig verweerschrift overhandigd. Verzoekster is overgegaan tot wraking nadat zij duidelijk had gemaakt dat zij niet opgenomen wil worden, dat de door de aanwezige psychiater opgestelde geneeskundige verklaring onjuiste feiten bevat en dat de psychiater niet onafhankelijk is. De rechter is van mening dat hij niets heeft gedaan of nagelaten waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Hij verzoekt de wrakingskamer toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 39, lid 4, Rv.

5. Het standpunt van de officier van justitie.

De officier van justitie heeft ter zitting verklaard niet bij het verhoor op 6 april 2012 aanwezig te zijn geweest. Zij is van mening dat het verzoek tot wraking niet is onderbouwd. Zij heeft geen enkel argument voor wraking gehoord.

6. De beoordeling.

6.1. Bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van de rechter in de zin van art. 6, eerste lid, EVRM dient uitgangspunt te zijn dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich een uitzonderlijke omstandigheid voordoet die een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat een rechter jegens een rechtzoekende een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij een rechtzoekende dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is.

6.2. Van een gebrek aan onpartijdigheid kan, geheel afgezien van de persoonlijke instelling van de betrokken rechter, ook sprake zijn indien bepaalde feiten of omstandigheden grond geven te vrezen dat het een rechter in die omstandigheden aan onpartijdigheid ontbreekt. Alsdan dient de rechter zich van een beslissing in de hoofdzaak te onthouden, want rechtzoekenden moeten in het rechterlijk apparaat vertrouwen kunnen stellen. Daarom valt onder omstandigheden ook rekening te houden met de uiterlijke schijn.

6.3. De wrakingskamer is van oordeel dat verzoekster tijdens haar verhoor op 6 april 2012 haar verzoek tot wraking niet heeft onderbouwd. Zij heeft slechts, zoals in het proces-verbaal valt te lezen, 'de zitting' gewraakt. Uit artikel 37, lid 3, Rv. volgt dat verzoekster bij haar verzoek tot wraking alle feiten of omstandigheden tegelijk had moeten voordragen. Op 6 april 2012 zijn dergelijke feiten en omstandigheden echter niet gesteld.

6.4. Ten overvloede overweegt de wrakingskamer dat de tijdens de mondelinge behandeling door mr. Gailjaard namens verzoekster aangevoerde feiten en omstandigheden zoals hiervoor onder 3. weergegeven geen grond geven te vrezen dat het de rechter aan onpartijdigheid ontbreekt noch dat ten aanzien van hem de schijn van partijdigheid is gewekt.

6.5. Gelet op de omstandigheid dat verzoekster reeds eerder wrakingsverzoeken heeft ingediend en zij de bevoegdheid daartoe naar het oordeel van de wrakingskamer misbruikt, zal op grond van artikel 39, lid 4, Rv. worden bepaald dat een volgend verzoek tot wraking van de rechter in deze zaak niet in behandeling zal worden genomen.

7. De beslissing.

De wrakingskamer:

- wijst het verzoek tot wraking af;

- bepaalt dat de behandeling van de onder 1 vermelde procedure wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het indienen van het wrakingsverzoek;

- bepaalt dat een volgend verzoek tot wraking van de rechter in de onderhavige zaak niet in behandeling wordt genomen;

beveelt dat een afschrift van deze beslissing met inachtneming van het bepaalde bij artikel 39, lid 3, Rv. wordt toegezonden aan:

• de verzoekster p/a haar advocaat mr. H. Gailjaard;

• de officier van justitie mr. N.J.P. Coenen;

• de rechter mr. M. Neijenhuis.

Deze beslissing is gegeven door mrs. E. Timmermans, J.G.J. Brink en J.Th. van Walderveen, rechters, in tegenwoordigheid van J. Kriense Lokker als griffier en in het openbaar uitgesproken op 23 april 2012.