Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2012:BX3655

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
24-07-2012
Datum publicatie
06-08-2012
Zaaknummer
419842 FA RK 12-3869
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

beroep op de hardheidsclausule artikel 282a lid 4 RV.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector familie- en jeugdrecht

Enkelvoudige kamer

Rekestnummer: FA RK 12-3869

Zaaknummer: 419842

Datum beschikking: 24 juli 2012

Scheiding

Beschikking op het op 22 mei 2012 ingekomen gemeenschappelijk verzoek van:

[de vrouw],

de vrouw,

wonende te [woonplaats vrouw],

advocaat: mr. B. Akim Onyeisiagha te 's-Gravenhage,

en

[de man],

de man,

wonende te [woonplaats man],

advocaat: mr. B. Akim Onyeisiagha te 's-Gravenhage.

Procedure

De rechtbank heeft kennis genomen van het verzoekschrift;

De griffie heeft de ontvangst van het verzoekschrift bij schrijven d.d. 25 mei 2012 bevestigd.

Gelet op artikel 3, vierde lid, van de Wet griffierechten burgerlijke zaken zijn verzoekers griffierecht verschuldigd vanaf de indiening van het verzoekschrift en dienen zij ervoor te zorgen dat het griffierecht binnen vier weken nadien is bijgeschreven op de rekening van het gerecht waar de behandeling plaatsvindt dan wel ter griffie is gestort.

Op 30 mei 2012 zijn twee gelijkluidende nota's, ieder voor de helft van het verschuldigde griffierecht van € 267,--, aan verzoekers gezonden. Hierbij is vermeld dat het bedrag uiterlijk 19 juni 2012 moet zijn betaald.

Op 13 juni 2012 is één van genoemde nota's voldaan door storting van € 133,50 ter griffie.

Bij brief van 27 juni 2012 heeft de griffier verzoekers bericht dat het griffierecht niet of niet tijdig was betaald. Verzoekers zijn daarbij in de gelegenheid gesteld zich binnen twee weken na dagtekening van deze brief schriftelijk en gemotiveerd uit te laten met betrekking tot het geconstateerde verzuim.

Op 28 juni 2012 is wederom € 133,50 ter griffie gestort.

Bij brief van 28 juni 2012, ingekomen ter griffie op 4 juli 2012, heeft de advocaat namens verzoekers gesteld dat het verzuim, bestaande in de te late betaling van de helft van het griffierecht, verschoonbaar is en dat toepassing van artikel 282a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: Rv) niet op zijn plaats is, althans disproportioneel en onbillijk (temeer daar een en ander gelet op het belang van één of meer van de partijen bij de toegang tot de rechter zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard). Ter onderbouwing daarvan heeft hij aangevoerd dat de beide nota's die de rechtbank heeft verstuurd hetzelfde kenmerk dragen en inhoudelijk overeenkomen, waardoor hij er abusievelijk van uitging dat het één nota betrof. Deze verwarring is volgens hem het gevolg van de onduidelijkheid van de door de rechtbank verzonden nota's.

Beoordeling

Nu verzoekers het verschuldigde griffierecht niet tijdig hebben voldaan, verklaart de rechter verzoekers gelet op het bepaalde in artikel 282a, tweede lid, Rv niet-ontvankelijk in het verzoek, tenzij de toepassing van die bepalingen, gelet op het belang van één of meer van de partijen bij toegang tot de rechter, leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard (artikel 282a, vierde lid, Rv; de hardheidsclausule).

De rechtbank is van oordeel dat hetgeen verzoekers hebben aangevoerd niet leidt tot verschoonbaarheid van het verzuim. De nota's droegen logischerwijs hetzelfde kenmerk, nu zij betrekking hadden op dezelfde zaak. Bovendien dient de advocaat te weten dat het griffierecht voor een scheidingsverzoek € 267,-- bedraagt, en dat verzoekers die dezelfde advocaat hebben samen maar één keer griffierecht hoeven te betalen (dit is immers in en bij de Wet griffierechten burgerlijke zaken vastgelegd). Hij had dus moeten weten dat het niet ging om één nota maar om twee nota's. Andere gronden op grond waarvan niet-ontvankelijkheid zou leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard zijn gesteld noch gebleken.

De rechtbank zal verzoekers dus niet-ontvankelijk verklaren.

Beslissing

De rechtbank:

verklaart verzoekers niet-ontvankelijk in het verzoek.

Deze beschikking is gegeven door mr. I.D. Bellaart, tevens kinderrechter, bijgestaan door K.D. van den Berg als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 juli 2012.